Update ombuigingen en concretisering taakstellingen

Samenvatting

Uw raad heeft vorig jaar bij het vaststellen van de programmabegroting 2021-2024 ingestemd met een aantal ombuigingen om de financiën van de gemeente op lange termijn in balans te houden. Er is één mutatie ten opzichte van het besluit dat u heeft genomen. Deze mutatie wordt nader toegelicht. Naast deze mutatie zijn er geen wijzigingen en worden de ombuigingen naar verwachting gerealiseerd.

 

Voor de taakstellingen geldt dat deze concreet gemaakt zijn op het onderdeel personele en materiële overhead. Voor de invulling van taakstelling op de apparaatskosten doen wij een procesvoorstel. Een uitgebreide toelichting leest u later in dit hoofdstuk.

Domein 1

Vorig jaar hebben we afgesproken in te zetten op ombuigingen. Zo beschikken we minder uren 'Hulp bij het huishouden' bij nieuwe cliënten en zetten wij, ondersteunt vanuit data-analyse, vooral in op het versterken van de regie om de duur en de intensiteit van bepaalde hulptrajecten terug te brengen. Ondanks deze ombuigingen hebben we te maken met autonome kostenstijging (wijziging tarieven), zoals vermeld in het financieel meerjarenperspectief. De stijging van de zorgkosten zou hoger zijn geweest als we niet hadden ingezet op de ombuigingen.

 

Zoals gerapporteerd in de programmabegroting 2021-2024 Aanpassing ombuigingen in de Kadernota 2022
Ombuigingen (- = voordeel, + = nadeel) 2021 2022 2023 2024 2022 2023 2024 Totaal
1. Onderwijs -159 -100 -100 -100 -459
2. Huishoudelijke hulp -127 -260 -403 -413 -1.203
3.  Jeugdzorg -125 -125 -275 -425 -950
4. Samenkracht -103 -128 -103 -128 -462
5. Terugvordering en verhaal -100 -100 -100 -100 -400
6. Personele kosten -52 -178 -253 -305 -788
7. Maatschappelijke partners 0 -19 -19 -19 -150 -150 -150 -507
8. Wet sociale werkvoorziening  (WSW) 0 0 -55 -55 -110
Totaal -666 -910 -1.308 -1.545 -150 -150 -150 -4.879

Aanpassing ombuiging op de maatschappelijke partners

We buigen structureel 150.000 euro om vanuit een aantal opdrachten die we aan de maatschappelijke partners meegeven. Deze opdrachten zijn gericht op efficiëntie in de samenwerking en om keuzes te maken om sommige dingen niet meer te doen. Van de opbrengst van deze ombuiging wordt 50.000 euro ingezet om de transformatie te realiseren. Deze opbrengsten zijn opgenomen bij de structurele mutaties in het financieel meerjarenperspectief.

 

We zetten in op andere financieringsbronnen zodat het voorveld zo krachtig mogelijk blijft en waar mogelijk de bezuinigingen kunnen worden verzacht. We doen een beroep op fondsen zoals ZonMw en maken gebruik van de steunpakketten van de Rijksoverheid ter verbetering van welzijn en leefstijl. We gaan op zoek naar alternatieve geldstromen via onder andere zorgverzekeraars.

Door de raad is de motie 'bezuinigen met een plan' aangenomen, waardoor de beslissing voor de extra structurele ombuiging van € 150.000 is opgeschort tot de behandeling bij de begroting 2022-2025.

Domein 2

We buigen vanaf 2022 structureel 100.000 euro om op de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). Naast deze ombuiging hebben wij ook te maken met een stijging van autonome kosten bij de ODRU vanaf 2022. Deze kostenstijging is door de ODRU gepresenteerd in de ontwerpbegroting voor 2022. De zienswijze op deze ontwerpbegroting behandelt de raad tegelijkertijd met de Kadernota en is om die reden nog niet opgenomen in deze Kadernota.

Zoals gerapporteerd in de programmabegroting 2021-2024 Aanpassing ombuigingen in de Kadernota 2022
Ombuigingen (- = voordeel, + = nadeel) 2021 2022 2023 2024 2022 2023 2024 Totaal
1. Onderhoud wegen -200 -250 -250 -250 -950
2. Verkeer 0 -25 -25 -25 -75
3. Bewegwijzering -25 -25 -25 -25 -100
4. Gladheidsbestrijding -15 -15 -15 -15 -60
5. Straatreiniging -15 -15 -15 -15 -60
6. Onkruid op verharding -10 -10 -10 -10 -40
7. Voertuigen en materialen -13 -13 -13 -13 -52
8. Fietsplan DRV fietst -50 0 0 0 -50
9. Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) 0 -100 -100 -100 -300
10. Toeristenbelasting (land en water) -166 -166 -166 -166 -664
11. Monumenten/ molens -10 -10 -10 -10 -40
12. Duurzaamheid -10 -10 -10 -10 -40
13. Ruimtelijke ordening -10 -10 -10 -10 -40
14. Handhaving Plassengebied -160 -160 -110 -110 -540
15. Openbaar groen -50 -50 -50 -50 -200
16. Brugbediening 0 0 -150 -150 -300
17. Personele kosten -139 -228 -228 -246 -841
18. Ombuigingen gekoppeld aan de maatschappelijke partners -101 -169 -169 -169 -608
19. Gebiedsmarketing -25 0 0 0 -25
20. Economie en toerisme -30 -30 -30 -30 -120
21. Woonforensenbelasting -46 -46 -46 -46 -184
Totaal -1.075 -1.332 -1.432 -1.450 -5.289

Domein 3

Zoals gerapporteerd in de programmabegroting 2021-2024 Aanpassing ombuigingen in de Kadernota 2022
Ombuigingen (- = voordeel, + = nadeel)  2021  2022 2023 2024  2022  2023 2024 Totaal
1. Kwaliteit vastgoed en grondzaken -60 0 0 0 -60
2. Personele kosten -431 -598 -798 -1.003 -2.830
3. Lokale heffingen -1.000 -1.700 -2.000 -2.000 -6.700
4. Materiële budgetten overhead -50 -100 -150 -200 -500
5. Onderhoud gemeentelijke gebouwen -113 -113 -113 -113 -452
6. Gemeentehuis 0 -500 -400 -400 -1.300
7. Taakstelling apparaatskosten -250 -500 -550 -600 -1.900
Totaal -1.904 -3.511 -4.011 -4.316 -13.742

Concretisering taakstellingen

In de begroting zijn diverse taakstellingen opgenomen ten aanzien van de bedrijfsvoering. De taakstellingen op het gebied van de personele en materiële overhead hebben wij in deze Kadernota verder concreet gemaakt. De taakstelling op de apparaatskosten zijn in deze Kadernota nog niet concreet gemaakt.

 

Taakstellingen 2021 2022 2023 2024 2025
1. Taakstelling personele kosten overhead 0 0 200 400 400
2. Taakstelling materiële kosten overhead 50 100 150 200 200
3. Taakstelling apparaatskosten 250 500 550 600 600
Totaal 300 600 900 1200 1200

 

1. Taakstelling personele kosten overhead

Vanaf 2024 wordt er 180.000 euro bezuinigd op leidinggevende functies. De afgelopen jaren is het aantal leidinggevenden gestegen door specifieke uitdagingen op specifieke plekken binnen de organisatie. Het goed is nu het totaal weer te gaan bezien en toe te werken naar een afname.

 

In het kader van een meer wendbare organisatie gaan we toe naar een directere sturing van het management op de personeelskosten. Zij gaan sturen op budget en krijgen vervolgens meer flexibiliteit om dit in te zetten. Wij verwachten hiervan een efficiencyslag. Ook willen we een goede mix stimuleren van ervaren en jonge medewerkers en inzetten op talentontwikkeling en een lerende organisatie.  Daarom geven we het management een taakstellend budget dat gebaseerd is op per medewerker het max van de schaal - 1 trede. Hiermee bouwen we een prikkel in om te sturen op een gezonde instroom, doorstroom en uitstroom van medewerkers.  Dit levert uiteindelijk een besparing op van gemiddeld 2000 euro per FTE.  In 2022 bereiden we dit voor. Vanaf 2023 de helft van deze opbrengst (300.000) en vanaf 2024 de volledige opbrengst. Dit zal niet alleen effect hebben op de kosten die worden toegerekend aan de overhead, maar ook op overige capaciteitskosten.

 

2. Taakstelling materiële kosten overhead

In het eerdere voorstel is aangeven dat we reeds 50.000 euro structureel hebben ingevuld. Vanaf 2022 sluiten we het werkcentrum. Door het hybride werken verwachten we de werkzaamheden die daar plaatsvinden in te huizen in het gemeentehuis. Dit levert een besparing op van 100.000 euro per 2022, waarvan 65.000 euro wordt bezuinigd op beveiligingskosten door het werken op 1 locatie. Door het aangenomen amendement 'behouden gebouw werkcentrum' van de raad, wordt alleen de besparing op de beveiligingskosten gerealiseerd en het werkcentrum behouden.

 

Na deze invulling zijn de eerste twee taakstellingen geconcretiseerd in de volgende ombuigingen:

 

  2022 2023

2024

2025
1. Doorontwikkeling management 0 0 180 180
2. Sturing op personeelsbudgetten, vergroten wendbaarheid 0 300 600 600
3. Structurele bezuiniging diverse posten 50 50 50 50
4. Inhuizen werkcentrum 100 100 100 100
Amendement 'behouden gebouw werkcentrum'
-35 -35 -35 -35
Totaal nieuwe ombuigingen 150 450 930 930
Totaal taakstellingen 600 900 1.200 1.200
Resterende taakstelling apparaatskosten 485 485 305 305

 

3. Taakstelling apparaatskosten

Na de invulling van de personele en materiële overhead resteert nog een taakstelling op de apparaatskosten. Deze taakstelling kunnen we niet structureel invullen zonder dat dit consequenties heeft voor onze ambities. Onze medewerkers zijn het belangrijkste 'kapitaal' van de organisatie. De taken en de kwaliteit van de uitvoering zijn direct en indirect gekoppeld aan de inzet van onze medewerkers. Bij de begroting komen wij met voorstellen hoe we de taakstelling op de apparaatskosten voor 2022 invullen en welke gevolgen dit heeft voor onze ambities. Onze denkrichting op dit moment is om de helft van de resterende taakstelling in 2022 incidenteel op te lossen. De andere helft in 2022 lossen we structureel op.