Paragrafen

1 | Lokale heffingen

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - Algemeen lokale heffingen

De paragraaf geeft een meerjarig overzicht van alle lokale heffingen en onderscheidt ongebonden heffingen (vrij inzetbaar voor algemene uitgaven) en gebonden heffingen (bestemd voor specifieke taken).

 

Beleids- en vergelijkingspunten

  • Indexering en tariefbeleid: OZB-opbrengsten worden geraamd en geïndexeerd (inflatiecorrectie toegepast bij raming 2027); tariefbepaling volgt uit gewenste opbrengst gedeeld door totale WOZ-waarde.

  • Regionale positie: De Ronde Venen heeft een relatief laag OZB-tarief voor woningen en een middenmootpositie voor niet-woningen vergeleken met omliggende gemeenten (bron: Atlas van de lokale lasten 2026).

  • De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat wordt gestreefd naar 100 procent kostendekking.

  • Leges-opbrengsten en bouwgerelateerde leges kunnen sterk fluctueren; dit is een benoemd financieel risico.

  • Er is € 155.000 gereserveerd voor kwijtscheldingen in 2027.

  • De voor 2027 geldende tarieven voor de overige belastingen en rechten stijgen met een inflatiecorrectie van 2,5 procent, uiteraard met uitzondering van die tarieven die het Rijk heeft vastgesteld of gemaximeerd. De overige uitzonderingen worden toegelicht in het voorstel tot vaststelling van de belasting- en legesverordeningen 2027. Hiermee wordt de beslisboom van het coalitieakkoord gevolgd.

Meerjarig overzicht lokale heffingen 2025 - 2030

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - Meerjarig overzicht lokale heffingen 2025 - 2030

In dit onderdeel wordt een meerjarig overzicht gegeven van alle lokale heffingen die de gemeente ontvangt. Het gaat om de jaren 2025 t/m 2030, weergegeven in bedragen x € 1.000.

 

De heffingen zijn onderverdeeld in twee categorieën.

1. Ongebonden heffingen

Dit zijn heffingen waarvan de opbrengsten vrij inzetbaar zijn. De gemeente kan deze middelen gebruiken voor algemene uitgaven binnen de begroting. Voorbeelden zijn de onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting, forensenbelasting en parkeerbelasting. Deze inkomsten vormen een belangrijk deel van de algemene dekkingsmiddelen.

2. Gebonden heffingen

Dit zijn heffingen waarvan de opbrengsten uitsluitend mogen worden besteed aan een specifieke gemeentelijke taak. De besteding is dus wettelijk of beleidsmatig begrensd. Voorbeelden zijn de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing, die kostendekkend moeten zijn en alleen mogen worden ingezet voor de betreffende voorzieningen. Ook leges, begraafplaatsrechten en BIZ-bijdragen vallen onder deze categorie.

 

Meerjarig overzicht van de opbrengsten van lokale heffingen (bedragen x € 1.000)
Nr. Heffing 2025 2026 2027 2028 2029 2030
  Ongebonden heffingen            
01. Onroerendezaakbelasting:            
  Woningen 7.912 8.270 8.480 8.480 8.480 8.480
  Niet-woningen 5.209 5.660 5.800 5.800 5.800 5.800
02. Toeristenbelasting:            
  Landtoeristenbelasting 612 800 820 820 820 820
  Watertoeristenbelasting 136 120 123 123 123 123
03. Forensenbelasting 178 480
490 490 490 490
04. Roerende zaakbelasting 97 100 110 110 110 110
05. Parkeerbelasting 49 22 22 22 22 22
  Gebonden heffingen            
06. Afvalstoffenheffing 6.377 6.555 7.957 8.403 8.468 8.533
07. Riool- en waterzorgheffing 5.829 6.092
6.290 6.330 6.380 6.420
08. Leges:            
  Wonen en bouwen 3.754 4.892 6.471 5.504 4.839 4.839
  Burgerzaken (incl. rijksleges) 1.048 1.073  1.135 1.067 659 580
  Overige leges 277 388  393 393 393 393
09. Begraafplaatsrechten 363 444  455 455 455 455
10. Bedrijveninvesteringszones (BIZ) 110 110  110 110 110 110
11. Marktgelden 8 59  59 59 59 59

01. Onroerendezaakbelasting

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 01. Onroerendezaakbelasting

Algemeen

De onroerendezaakbelasting (OZB) is een algemene heffing, die wordt bepaald aan de hand van de in de begroting vastgestelde opbrengst en de WOZ-waarden van de objecten in de gemeente. In de begroting geven we aan hoeveel opbrengst we via de OZB willen binnenhalen voor het jaar 2027. Deze begrote opbrengst wordt vermenigvuldigd met een vastgestelde indexatie om de inflatie te verwerken. Vervolgens vindt een correctie plaats op basis van het aantal WOZ-objecten in de gemeente (peildatum 1 januari 2026 voor de begroting 2027).

 

Het tarief wordt vervolgens bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de totale WOZ-waarde. Dit betekent bij een stijging van de WOZ-waarde een lager tarief en bij daling van de WOZ-waarde een hoger tarief wordt vastgesteld. Als de opbrengst achteraf hoger blijkt te zijn dan waarmee gerekend was, dan levert dit eenmalig een voordeel op, maar het jaar erna vindt een neerwaartse bijstelling van het tarief plaats. Deze werkwijze geldt voor zowel woningen als niet-woningen. Eind 2026 volgt een voorstel aan de raad om de tarieven voor 2027 vast te stellen.

 

Opbrengsten

In onderstaande tabel is vermeld de omvang van de gewenste opbrengst van onroerendezaakbelastingen gesplitst naar woningen en niet-woningen.

 

Opbrengsten onroerendezaakbelasting 2027 (bedragen x € 1.000)
    Woningen Niet-woningen Totaal
1. Basisraming Kadernota 2027 8.270 5.660 13.930
2. Inflatie (2,5%) 207 142 349
3. Areaal en afronding 3 -2 1
4. Raming 2027 8.480 5.800 14.280

 

Onroerendezaakbelasting voor woningen, niet-woningen en de relatie met de algemene uitkering

Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenpost voor iedere gemeente. De hoogte van de rijksbijdrage bestaat uit een genormeerd kostengeoriënteerde bestanddeel waarvan de genormeerde OZB-inkomsten worden afgetrokken. Het kostengeoriënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc.

 

Het genormeerde OZB-inkomstenbestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ-waarden in de gemeente. De aftrekpost voor 2027 van woningen en niet-woningen is gezamenlijk 15,0 miljoen euro. Het tarief is voor alle gemeenten gelijk. Verschillen tussen gemeenten in de OZB-aftrekpost worden daardoor alleen bepaald door verschillen in de waarden van onroerende zaken. De tarieven die de gemeenten werkelijk in rekening brengen bij de gebruikers en eigenaren van onroerende zaken spelen hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat wanneer een gemeente het OZB-tarief verhoogt of verlaagt dat geen gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft. Alleen als de waarde verandert, door hertaxatie of door nieuwbouw of sloop, verandert de algemene uitkering.

 

Onroerendezaakbelasting voor woningen vergeleken met omliggende gemeenten

De OZB-tarieven voor woningen in 2026 liggen in de provincie Utrecht uiteen. Uit de Atlas van de lokale lasten 2026 (COELO, Rijksuniversiteit Groningen) blijkt dat gemeenten zoals Lopik, Bunnik en Oudewater tot de hoogste tarieven behoren, terwijl Zeist, Renswoude en IJsselstein tot de laagste categorie vallen. De Ronde Venen heeft met 0,0721 een relatief laag OZB-tarief vergeleken met omliggende gemeenten. Dit betekent dat inwoners in onze gemeente minder OZB betalen dan in veel andere Utrechtse gemeenten.

 

De Atlas van de lokale lasten 2027 verschijnt in het voorjaar van 2027. De nieuwe gegevens worden betrokken bij de volgende begroting.

 

Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen vergeleken met omliggende gemeenten

Voor niet-woningen betalen zowel de eigenaar als de gebruiker OZB. Omdat deze lasten in de praktijk grotendeels worden doorberekend (bijvoorbeeld via huur), zijn de tarieven samengevoegd tot één totaalbeeld. De vergelijking is gebaseerd op de Atlas van de lokale lasten 2026 (COELO, Rijksuniversiteit Groningen). Uit de gegevens blijkt dat Utrecht met 0,9291% het hoogste tarief voor niet-woningen in de provincie Utrecht heeft. Gemeenten als Leusden, Nieuwegein en Bunnik volgen met relatief hoge tarieven.

De Ronde Venen (0,5007%) bevindt zich in de middenmoot, met een tarief dat lager is dan in veel omliggende gemeenten, zoals Montfoort, Woerden, Oudewater en Wijk bij Duurstede. Tegelijkertijd ligt het tarief boven dat van gemeenten met de laagste lasten, zoals IJsselstein, Zeist en Renswoude.

De Atlas van de lokale lasten 2027 verschijnt in het voorjaar van 2027. De nieuwe inzichten worden betrokken bij de volgende begroting.

 

02 | Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 02 | Toeristenbelasting

Voor overnachtingen in hotels, pensions en andere (ook mobiele) vakantieonderkomens binnen de gemeente De Ronde Venen wordt toeristenbelasting geheven van niet-ingezetenen. De heffing wordt opgelegd aan degene die de overnachtingsmogelijkheid aanbiedt (bijvoorbeeld hotelier of pensionhouder); deze exploitant mag de belasting doorberekenen aan de gast.

 

Tarieven toeristenbelasting

Conform het coalitieakkoord 2026 – 2030 mogen de tarieven de komende vier jaar niet meer stijgen dan de geldende inflatiecorrectie. Voor 2027 is een inflatiecorrectie van 2,5% toegepast; bedragen boven € 100 zijn na verhoging naar beneden afgerond op hele euro’s.

 
 
Tarieven toeristenbelasting in hele euro's
Verblijf/arrangement  Tarief 2026 Tarief 2027
Vast onderkomen  3,80 3,90
Mobiel onderkomen 2,05 2,10
Arrangement laag tarief (4 weken – 3 maanden)  258,00 264,00
Arrangement laag tarief (3 – 6 maanden)  385,00 394,00
Arrangement laag tarief (6 – 9 maanden)  467,00 478,00
Arrangement laag tarief (9 – 12 maanden) 518,00 530,00
Arrangement hoog tarief (4 weken – 3 maanden)  585,00 599,00
Arrangement hoog tarief (3 – 6 maanden)  885,00 907,00
Arrangement hoog tarief (6 – 9 maanden) 1.061,00 1.087,00
Arrangement hoog tarief (9 – 12 maanden) 1.182,00 1.211,00
Tarieven watertoeristenbelasting in hele euro's
Verblijf/ligplaats Tarief 2026 Tarief 2027
Per persoon en per verblijf 2,05 2,10
Vaartuig oppervlakte tot 15 vierkante meter 100,00 102,00
Vaartuig oppervlakte van 15 – 25 vierkante meter 150,00 153,00
Vaartuig oppervlakte groter dan 25 vierkante meter 200,00 205,00
Weekendschip  500,00 512,00

 

Vergelijking met andere gemeenten

Vanwege de veelvormigheid van lokale heffingsstructuren is een eenduidige vergelijking tussen gemeenten lastig. Voor een indicatie is gebruikgemaakt van de Atlas van de lokale lasten 2026; de Atlas 2027 verschijnt in het voorjaar van 2027 en de uitkomsten worden meegenomen in de volgende begroting.

 

03 | Forensenbelasting

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 03 | Forensenbelasting

De forensenbelasting is bedoeld om mensen die veel tijd in de gemeente doorbrengen maar er niet wonen, te laten bijdragen aan het gemeentelijke voorzieningenniveau. Het is geen instrument om exacte kosten van voorzieningen per persoon door te berekenen; het levert een algemene bijdrage aan het onderhoud en de kwaliteit van lokale voorzieningen.

 

De heffing richt zich op personen die structureel gebruikmaken van gemeentelijke voorzieningen zonder inwoner te zijn, bijvoorbeeld werknemers met een tweede verblijf of langdurige dagbezoekers. De precieze reikwijdte en vrijstellingen worden vastgelegd in de verordening.

 

De opbrengsten van de forensenbelasting zijn doorgaans klein in verhouding tot andere gemeentelijke belastingen. In gemeenten met een substantieel aantal tweede woningen of veel niet-ingezetenen kan de forensenbelasting echter een aanzienlijkere bijdrage aan de begroting leveren.

04 | Roerende zaakbelasting

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 04 | Roerende zaakbelasting
De roerendezaakbelasting is een gemeentelijke belasting voor verplaatsbare woon- en bedrijfsruimten, zoals woonboten, woonarken en woonwagens. De belasting bestaat uit twee onderdelen: een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. Beide heffingen worden berekend over de WOZ-waarde van het object. Daarbij gelden dezelfde tarieven als voor de onroerendezaakbelasting (OZB).

06 | Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 06 | Afvalstoffenheffing

Uitgangspunten:

  • Herijking grondstoffenbeleid 2020 (oktober 2022).
  • De afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend.
  • Vanaf 1 januari 2024 betaalt iedereen in De Ronde Venen afvalstoffenheffing op basis van een kleine of grote restafvalcontainer. Op deze manier beloont de gemeente inwoners als ze afval goed scheiden en zo min mogelijk restafval aanbieden.
  • Via de voorziening afvalstoffenheffing worden incidentele tegenvallers in de kosten en de opbrengsten van afval opgevangen zonder dat er tariefsaanpassingen nodig zijn. Zie voor de ontwikkeling van deze voorziening de 'Financiële begroting' bij het onderdeel 07 | De stand en het verloop van voorzieningen.

 

Afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)
  2026 2027 2028 2029 2030
Opbrengsten:          
  • Afvalstoffenheffing
6.555 7.957 8.403 8.468 8.533
  • Overige opbrengsten
617 601 601 601 602
Totaal opbrengsten 7.172 8.558 9.004 9.069 9.135
Kosten:          
  • Directe kosten
5.723 7.272 7.212 7.110 7.060
  • Verrekening met voorziening afvalstoffenheffing
-310 -631 -135 12 128
  • Toegerekende kosten overhead
667 798 808 837 837
  • Toegerekende kosten straatreiniging
192 197 197 188 188
  • Toegerekende kosten heffing en invordering
155 157 157 157 157
  • Toegerekende BTW
745 765 765 765 765
Totaal kosten 7.172 8.558 9.004 9.069 9.135
Dekkingspercentage 100% 100% 100% 100% 100% 
Tarieven:          
140 liter container 295,80 370,20 390,00 390,00 390,00
240 liter container 396,00 470,40 490,20 490,20 490,20

07 | Riool- en waterzorgheffing

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 07 | Riool- en waterzorgheffing

Uitgangspunten:

  • Water- en Rioleringsplan De Ronde Venen 2023 - 2027.
  • De rioolheffing is 100% kostendekkend.
  • De rioolheffing wordt geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen.
  • De watertaken zijn het inzamelen van afvalwater, verwerken van hemelwater en het treffen van maatregelen om structureel grondwateroverlast te voorkomen. Dus het gaat niet alleen om het object maar over de waterhuishouding binnen de gehele gemeente.
  • Bij een waterverbruik boven de 600 kuub ontvangt de gebruiker een aanslag voor het meerverbruik.
  • Via de voorziening rioolheffing worden incidentele tegenvallers in de kosten en de opbrengsten van riool opgevangen zonder dat er tariefsaanpassingen nodig zijn. Zie voor de ontwikkeling van deze voorziening de 'Financiële begroting' bij het onderdeel 07 | De stand en het verloop van voorzieningen.

 

Riool- en waterzorgheffing (bedragen x € 1.000)
  2026 2027 2028 2029 2030
Opbrengsten:          
  • Riool- en waterzorgheffing
6.092 6.290 6.330 6.380 6.420
  • Overige opbrengsten
0 0 0 0 0
Totaal opbrengsten 6.092 6.290 6.330 6.380 6.420 
Kosten:          
  • Directe kosten
4.534 4.726 4.785 4.916 4.928
  • Verrekening met voorziening rioolheffing
129 141 116 20 48
  • Toegerekende kosten overhead
514 474 480 498 498
  • Toegerekende kosten straatreiniging
61 62 62 59 59
  • Toegerekende kosten baggeren
244 255 255 255 255
  • Toegerekende kosten heffing en invordering
155 157 157 157 157
  • Toegerekende BTW
455 475 475 475 475
Totaal kosten 6.092 6.290 6.330 6.380 6.420
Dekkingspercentage 100% 100% 100% 100% 100%
Tarieven:          
Woningen en niet-woningen 258,60 265,20 265,20 265,20 265,20

08 | Leges

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 08 | Leges

Leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend, zoals de behandeling van vergunningaanvragen of het verstrekken van documenten. Gemeenten mogen met leges alleen de gemaakte kosten dekken; winst maken is niet toegestaan. De opbrengsten uit leges dienen om kwaliteit, personeel, huisvesting en materiaalkosten van gemeentelijke dienstverlening te bekostigen.

 

Bouwen en wonen

De leges voor bouwen en wonen dekken de kosten van gemeentelijke dienstverlening bij omgevingsvergunningen en andere fysieke leefomgevingstaken. De uiteindelijke opbrengst kan sterk variëren door:

  • Aantal aanvragen omgevingsvergunningen en bouwmeldingen.
  • Omvang en complexiteit van projecten.
  • Bouwen op locaties in eigendom van derden, wat pieken en dalen veroorzaakt.
  • Economische conjunctuur en regionale bouwactiviteit

Dit onderdeel staat in de top 5 van financiële risico’s binnen programma 1 | Wonen.

 

Burgerzaken

Voor de uitgifte van een paspoort, rijbewijs of identiteitskaart worden leges geheven. De tarieven voor akten van de burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen en de verklaring omtrent het gedrag worden door het Rijk vastgesteld. In de schattingen wordt ervan uitgegaan dat burgers elke tien jaar een paspoort en elke vijf jaar een rijbewijs aanvragen.

 

Overige leges

In het onderdeel overige leges zijn de volgende vergoedingen opgenomen:

  • Vergunningen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
  • Kabels- en leidingenvergunningen.
  • Gehandicaptenparkeerkaart.
  • Toezicht op kinderopvang.

Deze leges vormen een bron van inkomsten voor de gemeente ter dekking van de uitvoeringskosten en kennen minder grote schommelingen.

09 | Begraafplaatsen

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 09 | Begraafplaatsen

Er zijn drie gemeentelijke begraafplaatsen: aan de Bijdorplaan in Abcoude, aan de Rijksstraatweg in Baambrugge en aan de Ringdijk in Wilnis. Voor het gebruik van de begraafplaats en de diensten die de gemeente verleent bij een begrafenis, worden heffingen in rekening gebracht. Alle tarieven en voorwaarden zijn vastgelegd in de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten.

10 | Bedrijveninvesteringszones (BIZ)

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 10 | Bedrijveninvesteringszones (BIZ)
De Bedrijveninvesteringszone (BIZ) geldt voor de periode 2025 tot en met 2029. De jaarlijks geïnde BIZ-heffing, na aftrek van de perceptiekosten, wordt door de gemeente als subsidie verstrekt aan Stichting Koopcentrum Mijdrecht. Deze subsidie wordt ingezet voor de uitvoering van de jaarlijkse activiteiten die bijdragen aan de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het koopcentrum.

11 | Marktgelden

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 11 | Marktgelden

Marktgeld is de retributie voor het gebruik van standplaatsen op wekelijkse markten. De gemeente brengt deze heffing in rekening om de kosten van organisatie, toezicht, onderhoud en faciliteiten te dekken. De tarieven zijn vastgelegd in de Verordening op de heffing en invordering van marktgelden.

Vergelijking ontwikkeling woonlasten voor inwoners

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - Vergelijking ontwikkeling woonlasten voor inwoners

In de tabel hieronder staan, op alfabetische volgorde, de woonlasten 2026 weergegeven van de gemeenten in de provincie Utrecht. De cijfers zijn overgenomen uit de Atlas lokale lasten 2026 van het COELO. Daarin staan de lasten voor éénpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens in koopwoningen. 

 

Gemeente Woonlasten éénpersoonshuishouden Woonlasten meerpersoonshuishouden
Amersfoort 1.067,91 1.182,63
Baarn 1.181,51 1.380,21
Bunnik 1.357,95 1.555,95
Bunschoten 964,31 998,31
De Bilt 1.145,29 1.342,09
De Ronde Venen 1.034,13 1.134,33
Eemnes 1.090,50 1.385,95
Houten 930,86 1.142,54
IJsselstein 918,98 1.193,87
Leusden 1.029,75 1.047,60
Lopik 1.274,12 1.429,60
Montfoort 1.195,30 1.361,30
Nieuwegein 798,63 989,64
Oudewater 1.317,63 1.354,06
Renswoude 911,77 960,75
Rhenen 1.062,06 1.213,36
Soest 989,35 1.029,35
Stichtse Vecht 1.041,24 1.279,60
Utrecht 1.143,50 1.325,05
Utrechtse Heuvelrug 1.216,49 1.365,20
Veenendaal 895,80 925,84
Vijfheerenlanden 1.035,40 1.140,40
Wijk bij Duurstede 1.147,11 1.178,19
Woerden 1.226,90 1.291,40
Woudenberg 1.075,24 1.123,25
Zeist 997,27 1.153,87

 

De woonlasten in De Ronde Venen voor zowel eenpersoonshuishoudens als meerpersoonshuishoudens liggen onder het gemiddelde in de regio. 

Ontwikkeling lokale heffingen voor bedrijven

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - Ontwikkeling lokale heffingen voor bedrijven

Lokale heffingen die direct voor rekening van ondernemers komen:

  • Onroerendezaakbelasting niet-woningen.
  • Riool- en waterzorgheffing.
  • Afvalstoffenheffing.
  • Marktgelden.
  • Bedrijveninvesteringszone (BIZ)-bijdrage.

 

Heffingen die via ondernemers worden geïnd, maar niet ten laste van hen komen zijn de land- en watertoeristenbelasting.

 

Ondernemers worden ingedeeld naar winkel, kantoor, hotel, agrarisch bedrijf, groothandel en productiebedrijf. Door de variatie in ondernemers ontstaan verschillen in de gemiddelde WOZ-waarden, waterverbruik en afval. Hierdoor is er geen benchmark beschikbaar op landelijk en gemeentelijk niveau. De onroerendezaakbelasting voor niet-woningen is de grootste lokale last voor ondernemers. Vergeleken met omliggende gemeenten hanteert De Ronde Venen een OZB-tarief dat lager ligt dan het regionale gemiddelde.

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - Kwijtscheldingsbeleid

Inwoners met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, waardoor zij deze niet of slechts gedeeltelijk hoeven te betalen. Voor het jaar 2027 is er € 155.000 gereserveerd voor kwijtscheldingen. Deze uitgaven zijn onderdeel van het gemeentelijke minimabeleid.

2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Algemeen weerstandsvermogen

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de mate waarin de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen en hoe de belangrijkste risico’s zich ontwikkelen. Landelijk is bepaald dat gemeenten in deze paragraaf een set financiële kengetallen opnemen die de verhouding tonen tussen onderdelen van begroting en balans. Deze kengetallen zijn geen normeringsinstrument, maar dienen om de financiële positie transparant te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. Ze zijn opgenomen in het financieel dashboard onder Bestuurlijke hoofdlijnen.

 

Centraal staat de weerstandsratio, berekend als weerstandscapaciteit gedeeld door risico’s. Een ratio boven de 2 wordt landelijk als uitstekend beschouwd. Voor 2027 bedraagt de weerstandscapaciteit € 50,7 miljoen en de risico’s € 11,2 miljoen, wat zorgt voor een ratio van 4,5. Dit bevestigt dat de gemeente beschikt over een financiële buffer.

 

In deze paragraaf worden de begrippen toegelicht, de ontwikkeling van het weerstandsvermogen gepresenteerd en de risico’s per programma inzichtelijk gemaakt. Hiermee krijgt de raad een beeld van de robuustheid van de financiële positie en de mate waarin de gemeente in staat is om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen.

Begrippen

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Begrippen
  • Weerstandsvermogen: geeft aan in hoeverre de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen; hoe hoger de ratio, hoe groter de robuustheid.

  • Weerstandscapaciteit: alle middelen die beschikbaar zijn om niet-begrote tegenvallers op te vangen (o.a. reserves, resultaten, stille reserves, onbenutte belastingcapaciteit).

  • Risico’s: gebeurtenissen met financiële gevolgen die niet in de begroting zijn verwerkt; zowel positief als negatief.

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen

De tabel laat zien hoe het weerstandsvermogen zich ontwikkelt in de periode 2025–2030. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. Deze verhouding geeft aan in hoeverre de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen.

 

Weerstandsvermogen 2025 tot en met 2030 (bedragen x € 1.000)
    2025 2026 2027 2028 2029 2030
1. Weerstandscapaciteit 35.190 36.110 50.633 48.109 44.291 43.429
2. Risico's 11.260 11.162 11.162 11.162 11.162 11.162
3. Weerstandsvermogen 3,1 3,2 4,5 4,3 4,0 3,9

Weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandscapaciteit

Het onderstaande overzicht toont welke financiële middelen de gemeente De Ronde Venen beschikbaar heeft om in de periode 2025 –2030 onverwachte uitgaven op te vangen.

 

Weerstandscapaciteit 2025 tot en met 2030 (bedragen x € 1.000)
    2025 2026 2027 2028 2029 2030
1. Begrotings- of rekeningresultaat 8.871 -718 446 -2.248 -4.118 -4.205
2. Post onvoorzien 0 0 137 138 138 138
3. Algemene reserve 13.886 25.895 39.117 39.286 37.338 36.563
4. Onbenutte belastingcapaciteit 8.600 7.100 7.100 7.100 7.100 7.100
5. Stille reserves 3.833 3.833 3.833 3.833 3.833 3.833
Totaal 35.190 36.110 50.633 48.109 44.291 43.429

Toelichting:

  1. De begrotings- en rekeningresultaten van de jaren 2025 - 2030 maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit.
  2. Dit betreft een budget om onvoorziene uitgaven op te vangen.
  3. De algemene reserve is het niet-bestemde deel van het eigen vermogen van de gemeente. Deze reserve speelt een belangrijke rol in de weerstandscapaciteit van de gemeente. 
  4. De onbenutte belastingruimte is hoofdzakelijk te vinden bij de onroerendezaakbelasting, omdat kostendekkende tarieven het uitgangspunt is bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing. De onbenutte belastingcapaciteit is afgeleid uit de norm die het Ministerie van Binnenlandse Zaken hanteert voor het aanvragen van financiële steun.
  5. De stille reserves worden gevormd door de voorraden grond waarvan de taxatiewaarde hoger ligt dan de boekwaarde. Deze reserves zijn van betekenis in relatie tot het balanstotaal, dan wel de financiële positie. De omvang van de stille reserves bedraagt € 3.833.000. Naast de voorraden grond bezit de gemeente aandelen van BNG Bank, Vitens en Cyclus. Doordat de aandelen van deze partijen in het bezit zijn van het Rijk, provincies en gemeenten is hiervoor geen ‘markt’. Hierdoor wordt volstaan met een melding in deze paragraaf.

Totaaloverzicht van de risico's per programma

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Totaaloverzicht van de risico's per programma
Totaaloverzicht van de risico's van de programma's (bedragen x € 1.000)
Programma Jaarrekening 2025 Begroting 2027
1 | Wonen 2.575 2.875
2 | Samenleven 2.260 1.798
3 | Veiligheid 25 25
4 | Bedrijfsvoering 2.500 2.564
5 | Financiën 3.900 3.900
Totaal  11.260 11.162

Toelichting:

  • Ten opzichte van de jaarrekening 2025 is het totale risicoprofiel in de begroting 2027 licht afgenomen. De risico’s binnen het sociaal domein zijn lager ingeschat, met name voor jeugdhulp en Wmo, doordat de ramingen beter aansluiten op de verwachte benutting en mogelijke complexe casussen. Daartegenover staan hogere risico’s op vertraagde inkomsten uit bouwleges en onvoorziene personele uitgaven. Enkele overige risico’s zijn verlaagd of vervallen, terwijl het merendeel ongewijzigd is gebleven.

3 | Onderhoud van kapitaalgoederen

Wegen | Beleid

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Wegen | Beleid

Beleidsmatige afspraken:

  • Het wegenbeheerplan 2023 - 2027 is in december 2022 door de raad vastgesteld. Dit beheerplan is opgesteld op basis van assetmanagement en is de leidraad voor het wegenbeheer in deze periode. In 2027 zal een nieuw beheerplan wegen, voor de periode van 2028 - 2032, aan de raad worden aangeboden.
  • Jaarlijks wordt er een risicoanalyse opgesteld om de (nieuwe) prioritering voor het wegenonderhoud te bepalen.
  • Onder het onderdeel wegen vallen ook de civieltechnische kunstwerken. Hiervoor is in juli 2025 het beheerplan civiele kunstwerken 2026 - 2030 door de raad vastgesteld.
  • Het beheerplan (verduurzaming) openbare verlichting 2024 - 2030 is in februari 2024 door de raad vastgesteld.

Wegen | Uitvoering

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Wegen | Uitvoering

Voor wegen staan in 2027 de volgende projecten gepland:

  • Voorbereiding en mogelijk reconstructie Burgemeester Padmosweg. Reconstructie is afhankelijk van werkzaamheden aan de kering voor AGV; 
  • Reconstructie Westerlandweg (deel Hoofdweg-Molenland)
  • Reconstructie Botsholsedwarsweg;
  • Reconstructie Dukaton.

Voor kunstwerken staan in 2027 de volgende projecten gepland:

  • Voorbereiding van de Steffensbrug;
  • Voorbereiding van Brug de Hoef ;
  • Voorbereiding van de Middenweteringbrug;
  • Reconstructie van de Steffensbrug;
  • Reconstructie van brug de Hoef;
  • Diverse vaste betonnen en houten bruggen.

Voor de openbare verlichting zijn in 2026 alle vervangingswerkzaamheden afgerond.

Riolering | Beleid

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Riolering | Beleid

Een goede riolering draagt bij aan de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met het gemeentelijk water en rioleringsplan (geactualiseerd en vastgesteld bij raadsbesluit van 26 januari 2023) geeft de gemeente aan hoe zij op een doelmatige manier omgaat met de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.

Riolering | Uitvoering

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Riolering | Uitvoering

Het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel omvat onder meer het reinigen, ontstoppen en repareren van riolen, dagelijks beheer en van rioolgemalen. In 2027 worden de acties uit het gemeentelijk water en rioleringsplan (WRP) opgepakt. Deze acties zijn het vervangen en renoveren van de riolering n.a.v. inspecties en indien mogelijk het treffen van klimaatadaptieve maatregelen.

Riolering | Financiën

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Riolering | Financiën

In programma 1 | Wonen, zijn de jaarlijkse lasten en baten van de riolering weergegeven. Daarnaast zijn er diverse geplande investeringen, die zijn opgenomen in hetzelfde programma. Een gedetailleerde specificatie van jaarlijkse lasten en baten vindt u in de paragraaf 'Lokale heffingen'. Zoals blijkt uit de paragraaf Lokale heffingen zijn de tarieven van rioolheffing kostendekkend. 

Water | Beleid

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Water | Beleid

Water is van grote betekenis voor maatschappij, mens en milieu. Om "droge voeten" te houden is het van belang dat de gemeente haar watergangen goed beheert. Dit betekent dat de watergangen tijdig gebaggerd en geschoond moeten worden. Daarnaast moet de gemeente de oevers in stand houden. Het waterschap stelt door middel van haar waterschapsverordening eisen aan de watergangen. De gemeente heeft ontvangstplicht voor de vrijgekomen bagger en maaisel. Het huidige beleid beperkt zich tot calamiteitenonderhoud van beschoeiingen en baggeren. Op 30 oktober 2025 heeft de gemeenteraad het Beheerplan Oppervlaktewater en Oeverconstructies 2026 – 2030 vastgesteld.

Groen | Beleid

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Groen | Beleid

We werken aan een groene, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. In bestaande en nieuwe wijken zorgen we voor meer groen, water en schaduwplekken. De komende periode planten we minimaal 500 bomen en investeren we in de kwaliteit van het openbaar groen.

 

We werken toe naar CROW beeldkwaliteit B voor het groenonderhoud. De kwaliteit meten we jaarlijks met een groenschouw. Daarnaast brengen we met inspecties de technische staat en vervangingsopgave van groenvakken in beeld. Verouderde of slecht beheerbare groenvakken vervangen we waar mogelijk door duurzame, biodiverse en beter beheerbare beplanting.

 

Ook zetten we in op openbare beweeg- en ontmoetingsplekken, zoals trapveldjes, wandelroutes, rustplekken en buitensportvoorzieningen. Deze plekken dragen bij aan gezondheid, ontmoeting en een aantrekkelijke openbare ruimte.

 

We stimuleren de betrokkenheid van inwoners en bedrijven bij het groen, onder andere via groenadoptie, buurttuinen en initiatieven in de eigen leefomgeving (Goud in je wijk).

Groen | Uitvoering

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Groen | Uitvoering

De gemeente zorgt voor het dagelijks beheer en onderhoud van het openbaar groen, zodat dit veilig, heel, schoon en functioneel blijft. Het groen moet bijdragen aan een aantrekkelijke leefomgeving, biodiversiteit, klimaatadaptatie, spelen, bewegen en ontmoeten.

  • In de uitvoering werken we toe naar CROW beeldkwaliteit B. De kwaliteit van het onderhoud wordt jaarlijks gemeten met een groenschouw. Waar nodig sturen we bij in de uitvoering en maken we afspraken met aannemers over herstel en verbetering.
  • Binnen het bomenbeheer geven we uitvoering aan het bomenvervangingsplan. Bomen zonder duurzame toekomst worden vervangen, waarbij we inzetten op de juiste boom op de juiste plek en voldoende groeiruimte.
  • We gebruiken de groeninspectie om de vervangingsopgave van plantvakken beter te sturen. Verouderde of slecht beheerbare groenvakken worden gefaseerd vervangen door beplanting die sterker, biodiverser en beter te onderhouden is.

Gebouwen | Uitvoering

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Gebouwen | Uitvoering

De gemeentelijke vastgoedportefeuille bestaat uit kantoorgebouwen, onderwijshuisvesting/gymzalen, Veenweidebad, maatschappelijk vastgoed en gebouwen/gronden die te koop staan of komen. Deze laatste categorie is toegelicht in de paragraaf Grondbeleid, bij het onderdeel Gronden die niet voor de publieke taak bestemd zijn. In 2027 wordt verdere uitvoering gegeven aan het vastgoedbeheerplan en het integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP).

Gebouwen | Financiën

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Gebouwen | Financiën

In de verschillende programma's staan toevoegingen aan de onderhoudsvoorziening "Onderhoud gemeentelijk vastgoed". Deze voorziening is toegelicht in de financiële begroting bij onderdeel 07 | De stand en het verloop van voorzieningen. Naast deze toevoeging aan de voorziening zijn voor verschillende gebouwen budgetten opgenomen voor regulier contractonderhoud, verzekeringen, energie en belastingen.

4 | Financiering

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Financiering algemeen
De paragraaf Financiering geeft inzicht in de wijze waarop de gemeente haar financiële middelen beheert en haar financieringsbehoefte invult. Daarbij wordt aandacht besteed aan de geldstromen, de ontwikkeling van de leningenportefeuille, de naleving van de wettelijke normen voor risicobeheersing en het rente- en treasuryresultaat.

 

Voor het beheersen van financiële risico’s gelden twee belangrijke wettelijke normen:

  • Kasgeldlimiet: de omvang van de kortlopende schuld mag maximaal 8,5% van het begrotingstotaal bedragen. Deze norm voorkomt dat de gemeente te afhankelijk wordt van kortlopende financiering.
  • Renterisiconorm: deze norm waarborgt een evenwichtige spreiding van aflossingen en renteherzieningen binnen de leningenportefeuille, zodat de gevolgen van rentewijzigingen beheersbaar blijven.
De gemeente voldoet aan zowel de kasgeldlimiet als de renterisiconorm. Hiermee worden de financieringsrisico’s binnen de wettelijke kaders beheerst.

Landelijke en lokale kaders voor financiering

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Landelijke en lokale kaders voor financiering

De uitvoering van het gemeentelijke financieringsbeleid vindt plaats binnen de wettelijke kaders die door het Rijk zijn vastgesteld. Belangrijke uitgangspunten hiervoor zijn opgenomen in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) en de Regeling schatkistbankieren voor decentrale overheden.

 

Naast deze landelijke regelgeving gelden binnen de gemeente aanvullende bepalingen uit het Treasurystatuut. Dit statuut bevat de lokale richtlijnen voor treasury- en financieringsactiviteiten en vormt daarmee een belangrijk kader voor de uitvoering van het financieringsbeleid.

Ontwikkeling langlopende leningen

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Ontwikkeling langlopende leningen

De onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de leningenportefeuille voor de jaren 2026 tot en met 2030.

 

Ontwikkeling langlopende leningen voor de jaren 2026 - 2030 (bedragen x € 1.000)
    2026 2027 2028 2029 2030
1. Saldo per 1 januari 101.506 107.744 133.683 156.821 174.334
2. Aflossingen -5.762 -6.062 -6.862 -7.487 -6.128
3. Nieuwe leningen 12.000 32.000 30.000 25.000 12.000
4. Saldo per 31 december 107.744 133.683 156.821 174.334 180.206

Risicobeheersing | Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Risicobeheersing | Kasgeldlimiet
  • Voor korte financiering (looptijd tot 1 jaar) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. Dit risico wordt beperkt door een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet financiering decentrale overheden. Dit houdt in dat de omvang van de kortlopende schuld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag zijn.
  • Binnen de kasgeldlimiet wordt een deel van de financieringsbehoefte afgedekt uit kortlopende leningen (kasgeldleningen). De kasgeldlimiet wordt optimaal benut vanuit de gedachte dat rente van kortlopend geld, zoals daggeld en kasgeld, lager is dan van langlopende leningen.
  • We mogen de kasgeldlimiet in uitzonderlijke situaties voor maximaal twee opeenvolgende kwartalen overschrijden. Zodra een overschrijding plaatsvindt, informeren we onmiddellijk onze toezichthouder: het College van Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Een kasstroomoverzicht geeft inzicht in de geldstromen. Deze geldstromen hebben effecten op de omvang van de liquide middelen. Hieronder wordt verstaan het totaal van de kas en banksaldi. De geldstromen 2026 - 2030 zijn hierna vermeld.

 

Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)
    2026 2027 2028 2029 2030
1. Kas- en bankrekeningen per 1 januari 161 1.318 -79 -979 3.979
2. Kasstroom uit operationele activiteiten 14.357 19.372 4.499 5.292 9.407
3. Kasstroom uit investeringsactiviteiten -18.413 -46.682 -28.512 -17.822 -5.985
4. Kasstroom uit financieringsactiviteiten 5.213 25.913 23.113 17.488 5.847
5. Kas- en bankrekeningen per 31 december 1.318 -79 -979 3.979 13.248
             
6. Kasgeldlimiet 12.600 13.900 13.300 14.000 14.000
             
7. Ruimte binnen kasgeldlimiet 13.918 13.821 12.321 17.979 27.248

Toelichting:

  1. Dit betreft de kas en banksaldi per 1 januari van de jaren 2026 tot en met 2030.
  2. De operationele activiteiten omvatten onder andere het effect van het begrotingsresultaat, de aanwending van reserves en voorzieningen, en de ontwikkelingen in vorderingen en schulden.
  3. Dit betreft de bestedingen aan investeringen.
  4. Hierin is opgenomen de aflossingen op de geldleningen en het aantrekken van langlopende leningen.
  5. Dit betreft de kas en banksaldi per 31 december van de jaren 2026 tot en met 2030.
  6. De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het begrotingsjaar.
  7. Op basis van de geraamde kortlopende financieringspositie voldoet de gemeente in de jaren 2026 tot en met 2030 aan de kasgeldlimiet.

Risicobeheersing | Renterisiconorm

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Risicobeheersing | Renterisiconorm

Bij het aantrekken van langlopende leningen moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Onder renteherzieningen wordt verstaan het bedrag aan leningen waarvan op grond van de leningsvoorwaarden de rente in het lopende kalenderjaar eenzijdig door de tegenpartij kan worden herzien. In de leningenportefeuille zijn er geen contracten met een eenzijdige renteherziening door de geldgever.

 

Berekening renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
    2026 2027 2028 2029 2030
1. Renterisiconorm (20% van het oorspronkelijke begrotingstotaal)  29.690 32.620 31.300 33.050 33.010
2. Renterisico = aflossingen + renteherzieningen 5.762 6.062 6.862 7.487 6.128
3. Ruimte onder renterisiconorm (1 min 2) 23.928 26.558 24.438 25.563 26.882

 

Deze berekening toont aan dat wordt voldaan aan de landelijke renterisiconorm.

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Schatkistbankieren

De regeling schatkistbankieren verplicht gemeenten om overtollige liquide middelen en beleggingen onder te brengen bij het ministerie van Financiën. Alleen een beperkt bedrag mag buiten de schatkist worden aangehouden: 2% van het begrotingstotaal, wat voor 2027 neerkomt op € 3.260.000 en oploopt naar € 3.300.000 in 2030.

 

Voor het dagelijkse kasbeheer geldt dat een gemeente gemiddeld over een kwartaal maximaal dit drempelbedrag buiten de schatkist mag houden. Dit voorkomt onnodige administratieve lasten en biedt ruimte voor een werkbare kasstroomplanning.

 

Deelname van decentrale overheden aan schatkistbankieren heeft twee belangrijke effecten:

  • Lagere EMU-schuld van de collectieve sector.

Door overtollige middelen centraal aan te houden, hoeft het Rijk minder extern te financieren. Dit verlaagt de staatsschuld.

  • Beperking van beleggingsrisico’s.

Het Rijk wil voorkomen dat decentrale overheden risico lopen met beleggingen die niet noodzakelijk zijn voor de publieke taak.

 

De middelen die de gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.

Rente- en treasuryresultaat

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Rente- en treasuryresultaat

Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden de rentekosten en renteopbrengsten toegerekend aan investeringen en grondexploitaties. Hierdoor wordt inzichtelijk gemaakt welke rente samenhangt met gemeentelijke activiteiten en welke gevolgen dit heeft voor de exploitatie.

 

Binnen de financieringsfunctie wordt onderscheid gemaakt tussen het renteresultaat en het treasuryresultaat:

  • Het renteresultaat is het verschil tussen de externe rente die de gemeente betaalt en ontvangt en de rente die wordt toegerekend aan investeringen en grondexploitaties.
  • Het treasuryresultaat bestaat uit het renteresultaat, aangevuld met de dividendopbrengsten uit deelnemingen, zoals de BNG Bank en Vitens.

 

Rente- en treasuryresultaat (bedragen x € 1.000)
    2026 2027 2028 2029 2030
1. De externe rentelasten over de korte en lange financiering 3.016 3.628 4.536 5.235 5.749
2. De externe rentebaten over de korte en lange financiering 45 45 45 45 45
3. Saldo rentelasten en rentebaten -2.971 -3.583 -4.491 -5.190 -5.704
  Toerekening aan taakvelden          
4. Toegerekende rente aan investeringen 2.855 3.463 4.436 5.155 5.625
5. Toegerekende rente aan grondexploitaties 47 82 38 64 -13
6. Renteresultaat (+ = voordeel en - nadeel) -69 -38 -17 29 -92
7. Bij: Ontvangen dividend BNG Bank  53 53 53 53 53
8. Bij: Ontvangen dividend Vitens [1] 0 0 0 25 25
9. Treasuryresultaat (+ = voordeel en - nadeel) -16 15 36 107 -14

 

[1] Vanaf 2029 wordt weer uitgegaan van dividenduitkeringen door Vitens.

5 | Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Algemeen

In deze paragraaf wordt beschreven hoe de gemeentelijke organisatie de uitvoering van de maatschappelijke opgaven, bestuurlijke ambities en dienstverlening ondersteunt. Een professionele, toekomstbestendige en wendbare bedrijfsvoering vormt daarbij de basis voor een betrouwbare overheid. Wij faciliteren bestuur, medewerkers en samenwerkingspartners met effectieve processen, goede informatievoorziening, deskundige medewerkers en passende ondersteuning. Zo dragen wij bij aan een organisatie die doelmatig werkt, aansluit bij de behoeften van inwoners en ondernemers en voorbereid is op toekomstige ontwikkelingen. 

Ontwikkeling van personeel en organisatie

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Ontwikkeling van personeel en organisatie

Onze medewerkers maken iedere dag het verschil voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bestuur. Daarom blijven we investeren in een organisatie die wendbaar, professioneel en toekomstbestendig is. Vanuit de ontwikkelopgave Samen Verder zetten we in 2027 de verdere professionele groei van onze organisatie voort. Daarbij werken we aan eigenaarschap, samenwerking, leiderschap en continu leren en ontwikkelen, zodat we invulling kunnen geven aan de maatschappelijke en bestuurlijke opgaven van De Ronde Venen. 

 

De samenleving verandert voortdurend. Opgaven worden complexer en vragen steeds vaker om samenwerking over beleidsvelden, teams en organisaties heen. Ook ontwikkelingen zoals woningbouw, digitalisering, duurzaamheid, participatie en veranderende wet- en regelgeving vragen om een organisatie die hierbij flexibel kan meebewegen. 

 

Toekomstbestendige organisatie 

In 2027 blijven we daarom werken aan een toekomstbestendige inrichting van de organisatie. We versterken de sturing, samenwerking en uitvoeringskracht, zodat we onze ambities kunnen realiseren en tegelijkertijd een betrouwbare dienstverlening aan inwoners en ondernemers kunnen bieden. Daarbij hebben we aandacht voor strategische personeelsplanning, talentontwikkeling en het aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerde medewerkers in een krappe arbeidsmarkt. 

 

Investeren in medewerkers 

Onze medewerkers vormen het belangrijkste kapitaal van de organisatie. We stimuleren medewerkers om zich te blijven ontwikkelen en ondersteunen hen bij veranderingen in hun werk en vakgebied en we zorgen voor de randvoorwaarden die bijdragen aan werkplezier. 

In 2027 zetten we in op leren en ontwikkelen, leiderschapsontwikkeling, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. Daarbij creëren we een werkomgeving waarin medewerkers zich gewaardeerd voelen, verantwoordelijkheid kunnen nemen en optimaal kunnen bijdragen aan de doelstellingen van de organisatie. 

 

Aandacht voor gezondheid, veiligheid en vitaliteit 

Een gezonde, veilige en inclusieve werkomgeving draagt bij aan duurzame inzetbaarheid en beperkt het risico op uitval door ziekte of ongevallen. Dit vraagt om een meerjarige aanpak en vergt ook onderhoud. Daarom blijft er structureel aandacht voor zowel de fysieke als mentale gezondheid van medewerkers. 

We bouwen voort op de ingezette vitaliteitsaanpak en blijven investeren in gezondheidsbevordering, preventie en een veilige werkomgeving. Daarnaast besteden we blijvend aandacht aan veiligheidsbewustzijn binnen de organisatie. Hiermee versterken we een gezonde organisatiecultuur waarin medewerkers veilig, prettig en met plezier hun werk kunnen uitvoeren. 

 

Samen Verder 

Met het ontwikkelprogramma Samen Verder bouwen we stap voor stap aan een organisatie die klaar is voor de uitdagingen van vandaag en morgen. Een organisatie waarin medewerkers eigenaarschap tonen, samenwerken vanuit vertrouwen en vanuit hun expertise bijdragen aan maatschappelijke resultaten. Zo blijven we investeren in een aantrekkelijke organisatie voor huidige en toekomstige medewerkers en kunnen wij ook in de toekomst het verschil maken voor onze inwoners, ondernemers en organisaties. 

Huisvesting van de organisatie

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Huisvesting van de organisatie

Wij blijven aandacht houden voor een veilige en gezonde werkomgeving. Dit betreft zowel de fysieke veiligheid als de kwaliteit van de werkplekken en gebouwen. Een schone werkomgeving draagt bij aan het welzijn en de gezondheid van medewerkers. In 2026 is een nieuw schoonmaakcontract afgesloten, waarbij naast kwaliteit en duurzaamheid ook aandacht is besteed aan social return en de inzet van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. In 2027 wordt verder uitvoering gegeven aan deze overeenkomst en monitoren wij de afgesproken prestaties en maatschappelijke effecten. 

 

Om ook in de toekomst een passende en duurzame werkomgeving te bieden, werken wij verder aan de ontwikkeling van een nieuw gemeentehuis. In september 2026 wordt aan de gemeenteraad een voorstel voorgelegd voor de benodigde investeringsmiddelen voor de nieuwbouw. Afhankelijk van de besluitvorming door de raad worden in 2027 de vervolgstappen gezet voor de realisatie van een toekomstbestendig, duurzaam en efficiënt gemeentehuis dat aansluit bij de behoeften van medewerkers, bestuur en inwoners. 

 

Bij de ontwikkeling en het beheer van onze huisvesting hebben wij aandacht voor duurzaamheid, energieverbruik, toegankelijkheid en efficiënt gebruik van onze gebouwen. Hiermee dragen wij bij aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen en creëren wij een werkomgeving die aansluit bij de veranderende manier van werken en samenwerken. 

Informatievoorziening en digitalisering

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Informatievoorziening en digitalisering

Een betrouwbare, veilige en moderne informatievoorziening is essentieel voor een goed functionerende gemeentelijke organisatie. Digitalisering ondersteunt onze medewerkers bij hun werkzaamheden en helpt ons om inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties efficiënt en klantgericht van dienst te zijn.

 

In 2026 is een deel van het technisch beheer van de ICT-omgeving overgedragen aan een externe partij. Hierdoor is de continuïteit, beschikbaarheid en specialistische ondersteuning van de ICT-dienstverlening verder versterkt. De rol van de gemeente verschuift daarbij van uitvoering naar regie. In 2027 richten wij ons op het overdragen van de resterende ICT-beheertaken, het verder professionaliseren van contract- en leveranciersmanagement, het bewaken van de dienstverlening en het waarborgen van de kwaliteit, veiligheid en continuïteit van onze digitale infrastructuur. 

 

De afgelopen jaren is de digitale werkplek verder ontwikkeld, waardoor medewerkers steeds beter tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen werken en samenwerken. In 2027 bouwen wij hierop voort. We blijven investeren in digitale ondersteuning, gebruiksvriendelijke applicaties en slimme oplossingen die bijdragen aan efficiëntere werkprocessen en een betere dienstverlening. 

 

Digitalisering is geen doel op zich, maar een middel om de organisatie te ondersteunen bij maatschappelijke en bestuurlijke opgaven. Daarom blijven wij kritisch kijken naar mogelijkheden om processen verder te digitaliseren, te vereenvoudigen en waar mogelijk te automatiseren. Nieuwe technologische ontwikkelingen worden daarbij benut wanneer deze aantoonbaar bijdragen aan kwaliteit, efficiëntie, veiligheid of gebruiksgemak. 

Informatieveiligheid en privacy

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Informatieveiligheid en privacy

Informatieveiligheid

De wetgeving rondom informatieveiligheid is aan het veranderen. Op 15 augustus 2026 is de nieuwe cyberbeveiligingswet van kracht en is de nieuwe BIOv2 van toepassing. De wijzigingen betreffen een forse uitbreiding in maatregelen die een overheidsinstantie moet treffen in zijn organisatie. De belangrijkste wijzigingen zijn: 

  1. Meldplicht binnen 24 uur van een incident aan een nieuw op te richten toezichthouder 
  2. Opstellen en bijhouden van een businesscontinuïteitsplan.
  3. Niet alleen IT (informatietechnologie) valt onder de maatregelen, maar ook OT (operationele technologie).
  4. Bestuurlijke verantwoordelijkheid
  5. Verplichte trainingen en crisisoefeningen.

 

Privacy

Op het gebied van privacy gaat de organisatie verder met bewustwording en het uitvoeren van privacyrisicoanalyses (DPIAs) op gegevensverwerkingen. Daarnaast wordt een privacy auditplan opgesteld en uitgevoerd in 2027.

Een toegankelijke en betrouwbare gemeente

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Een toegankelijke en betrouwbare gemeente

In een periode waarin het vertrouwen in de overheid onder druk staat, is de kwaliteit van de dienstverlening bepalend voor het vertrouwen dat inwoners in de gemeente hebben. Daarom zetten wij in op betrouwbare, toegankelijke en mensgerichte dienstverlening volgens het principe ‘van buiten naar binnen’. Dit betekent dat inwoners en ondernemers centraal staan en dat hun wensen, verwachtingen en ervaringen het vertrekpunt vormen van ons handelen.

 

Deze benadering vraagt dat wij verder kijken dan afzonderlijke taken, afdelingen en systemen. Door processen, communicatie en samenwerking organisatiebreed op elkaar af te stemmen, nemen wij drempels weg en bieden wij oplossingen die aansluiten bij de leefwereld van inwoners. Zo realiseren wij heldere, tijdige en passende dienstverlening met oog voor de menselijke maat en versterken wij het vertrouwen in de gemeente.

 

Procesverbetering, proactieve eerstelijnsafhandeling, datagedreven werken en slimme digitalisering bieden kansen om de dienstverlening verder te verbeteren. Hiermee kunnen inwoners sneller, duidelijker en vaker proactief worden ondersteund, bijvoorbeeld met automatische signalen, reminders en passende ondersteuning bij levensgebeurtenissen.

 

Om aan de toenemende verwachtingen van inwoners en ondernemers én de complexiteit van wet- en regelgeving te voldoen, kiezen wij voor efficiëntere processen en de inzet van technologie waar deze aantoonbare meerwaarde biedt of wettelijk noodzakelijk is. Daarbij blijft het uitgangspunt ‘digitaal waar mogelijk, fysiek waar nodig’, met blijvende aandacht voor de menselijke maat en begrijpelijke, toegankelijke dienstverlening.

Interbestuurlijk toezicht

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Interbestuurlijk toezicht

Eén van de kerntaken van de provincie is toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten, waterschappen en gemeentelijke regelingen. Dit gebeurt risicogericht, proportioneel, op afstand waar het kan, ingrijpen waar het moet. Het gaat om de volgende beleidsterreinen: Financieel toezicht, Informatiebeheer, Huisvesting vergunninghouders en Omgevingsrecht. De provincie Utrecht publiceert de resultaten van het interbestuurlijk toezicht op internet. De resultaten zijn te vinden op https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/interbestuurlijk-toezicht/.

Financiële rechtmatigheid over 2027

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Financiële rechtmatigheid over 2027

Voor de rechtmatigheidsverklaring van 2027 is de kadernota rechtmatigheid 2027 van toepassing. Deze is op het moment van schrijven nog niet uitgebracht. De verwachting is, dat het college een rechtmatigheidsverantwoording aflegt met een verantwoordingsgrens van 2% in de programmarekening 2027. 

Maatregelen om rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen.

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Maatregelen om rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen.

Rechtmatigheid bestaat uit 3 onderdelen:

  • Begrotingscriterium

Middels de financiële verordening is geregeld, dat budgetbijstellingen plaatsvinden gedurende het jaar via twee bestuursrapportages of via los ingediende raadsvoorstellen. Deze kunnen ingediend worden tot december. Daarnaast kent elk budget een budgetbeheerder, een budgethouder en een financieel adviseur, die samen zorgdragen voor de analyses op onrechtmatige overschrijdingen op dat individuele budget. Grote budgetten zoals het budget op de personeelskosten, worden ook maandelijks gemonitord door de directie en concerncontroller. 

  • Voorwaardencriterium

Dit betreft het niet rechtmatige inkopen en het niet volgen van de Europese aanbestedingsregels. Met het installeren van een eigen centraal inkoopteam en het in gesprek zijn aan de voorkant met budgethouders, dragen we zorg dat we preventief voorkomen dat we onrechtmatige contracten aangaan. Drie keer per jaar controleert de verbijzonderde interne controle middels een spendanalyse (per 31 mei, per 31 augustus en per 31 december) of onrechtmatige inkopen hebben plaatsgevonden. Hier wordt over gerapporteerd aan de desbetreffende budgethouder, die vervolgens een nieuw rechtmatig inkooptraject start, zodra dit contractueel is toegestaan.

  • Misbruik en oneigenlijk gebruik

Middels functiescheiding, controles op autorisatiebeheer in applicaties en het uitvoeren van meerdere verschillende interne en externe controles, wordt misbruik en oneigenlijk gebruik voorkomen. Daarnaast worden alleen personeelsleden aangenomen met een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en wordt de eed en belofte afgenomen bij iedereen die in dienst treedt. 

Bedrijfsvoeringsindicatoren

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Bedrijfsvoeringsindicatoren
Naam van de indicator Rekening 2024 Rekening 2025 Prognose 2026 Prognose 2027
Bestuur en organisatie        
1. Toegestane formatie per 1.000 inwoners 7,8 7,9 8,2 8,8
2. Werkelijke bezetting per 1.000 inwoners 7,2 7,6 7,2 8,0
3. Apparaatskosten in euro's per inwoner 896 947 969 1.080
4. Externe inhuurkosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen 24% 21% 20% 17%
5. Overhead als percentage van totale lasten 15% 14% 15% 13%

Toelichting:

  1. De toegestane formatie omvat het gemiddelde aantal formatieplekken welke binnen de organisatie gevuld zouden kunnen worden. Dit omvat de totale bezetting plus vacatureruimtes.
  2. Dit betreft de gemiddelde werkelijke bezetting van het betreffende jaar. Gedurende het jaar vinden wijzigingen plaats in de werkelijke bezetting door in- en uitdiensttreding. De schattingen van 2026 en 2027 zijn gebaseerd op de werkelijke cijfers 2025.
  3. De apparaatskosten per inwoner zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (alle loonkosten voor het ambtelijk apparaat en alle inhuurkosten) en de materiële kosten voor overhead exclusief griffie en bestuur.
  4. De externe inhuurkosten als % van de totale loonsom geeft aan hoeveel kosten er voor externe inhuur wordt gemaakt ten opzichte van de loonsom. Deze inhuur dient ter dekking van vacatureruimte of extra inzet voor projecten of piekbelasting.
  5. De overhead als percentage van de totale lasten geeft weer welk deel van de lasten betrekking heeft op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Met het primaire proces worden de activiteiten bedoeld die rechtstreeks een bijdrage leveren aan de totstandkoming van de producten en diensten voor onze burgers en bedrijven. De overheadkosten bestaan uit:
    • Personele capaciteitskosten overhead (management, bestuurs- en managementondersteuning primair proces, alle kosten van personele inzet voor personeel en organisatiebeleid, inkoop, communicatie, juridische zaken, informatievoorziening en automatisering, documentaire informatievoorziening, huisvesting, facilitaire zaken, financiën etc.).
    • Materiële kosten (goederen en diensten) voor:
      • Bestuurszaken en bestuursondersteuning (exclusief de griffie omdat die geen onderdeel uitmaakt van de ambtelijke organisatie)
      • Documentaire informatievoorziening (DIV)
      • Facilitaire zaken en Huisvesting (incl. beveiliging)
      • Financiën, toezicht en controle voor de eigen organisatie
      • Informatievoorziening en automatisering
      • Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement)
      • Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie
      • Juridische zaken
      • Personeel en organisatie

6 | Verbonden partijen

Algemeen verbonden partijen

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Algemeen verbonden partijen
Deze paragraaf geeft een overzicht van de verbonden partijen van de gemeente en de wijze waarop de gemeenteraad hierop sturing en toezicht kan uitoefenen.

 

Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is een verbonden partij een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft.

 

Van een financieel belang is sprake wanneer de gemeente geld beschikbaar heeft gesteld dat niet kan worden teruggevorderd bij een faillissement van de organisatie, of wanneer de gemeente financieel aansprakelijk is als de organisatie haar verplichtingen niet nakomt.
 
Van een bestuurlijk belang is sprake wanneer de gemeente invloed kan uitoefenen via een vertegenwoordiging in het bestuur of door stemrecht. Een organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft, wordt aangemerkt als een verbonden partij.

 

In 2025 heeft de gemeenteraad de Nota Verbonden Partijen vastgesteld. Deze nota beschrijft wanneer deelname aan een verbonden partij wenselijk is en hoe de gemeenteraad grip kan houden op de uitvoering en resultaten. De nota vormt daarmee het kader voor de samenwerking tussen de gemeente en haar verbonden partijen.

 

Om als raad, college en organisatie voldoende grip te houden op verbonden partijen werkt de gemeente met sturingsprofielen. Jaarlijks wordt in de Programmabegroting per verbonden partij bepaald welk sturingsprofiel van toepassing is. De profielen geven inzicht in de mate van betrokkenheid en welke instrumenten beschikbaar zijn voor sturing en toezicht.

 

Reguliere sturing

De behandeling van zienswijzen op P&C-documenten wordt gedelegeerd aan het college, met uitzondering van de begroting. De begroting wordt altijd aan de raad voorgelegd. De raad wordt hierover geïnformeerd via een raadsinformatiebrief.

 

Uitgebreide sturing
Alle zienswijzen worden vooraf aan de raad voorgelegd.
 
Intensieve sturing
Alle zienswijzen worden aan de raad voorgelegd. Daarnaast kan de raad extra instrumenten inzetten, zoals raadscommissies en bestuurlijke gesprekken met de verbonden partij, om haar kaderstellende en controlerende rol te versterken.
 

Situationele sturing

Wanneer de omstandigheden daarom vragen, kan de raad of het college aanvullende sturingsinstrumenten inzetten. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn bij financiële risico’s, maatschappelijke ontwikkelingen of tijdens een transitie, zoals een fusie of liquidatie van een verbonden partij,

Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen

De gemeenschappelijke regelingen voeren verschillende taken en regelingen uit namens de gemeente De Ronde Venen. Per gemeenschappelijke regeling zijn gegevens opgenomen over:

  • De vestigingsplaats van de gemeenschappelijke regeling;
  • Een toelichting op het openbaar belang;
  • Aan welk programma de verbonden partij een bijdrage levert;
  • Welke deelnemers uitmaken van de gemeenschappelijke regeling;
  • Het sturingsprofiel volgens de Nota verbonden partijen.

Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen zijn opgenomen in een totaaloverzicht.

Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden
Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Bovenlokale openluchtrecreatie; beheer & onderhoud, toezicht & handhaving, en ontwikkeling van de betreffende gebieden.
Programma 1 | Wonen
Deelnemers De gemeenten Utrecht, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Woerden, Houten, IJsselstein, Lopik, De Bilt, De Ronde Venen, alsmede provincie Utrecht.
Sturingsprofiel Intensief

Gemeenschappelijke regeling gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)
Vestigingsplaats Zeist
Openbaar belang De gemeente is wettelijk verplicht een Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in te stellen en in stand te houden. De GGD-regio Utrecht is een gemeenschappelijke regeling en werd in 2013 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Namens de gemeenten voert de GGDrU de gemeentelijke verplichtingen van de Wet Publieke Gezondheid uit. Het gaat onder andere om infectieziektebestrijding, medische milieukundige zorg, SOA-bestrijding, gezondheidsbeleid en -onderzoek, toezicht kinderopvang, crisisfunctie, jeugdgezondheidszorg, rijksvaccinatieprogramma en Wmo-toezicht. Daarnaast nemen gemeenten een maatwerkpakket af. Hierin zitten voor De Ronde Venen bijvoorbeeld het Meldpunt Advies en Bezorgd en trajecten Kansrijke start en Stevig Ouderschap.
Programma 2 | Samenleven
Deelnemers De provincie Utrecht en de 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht.
Sturingsprofiel Uitgebreid

Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West (SDUW)

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West (SDUW)
Vestigingsplaats Volgt in de loop van 2026/2027
Openbaar belang SDUW wordt een publiekrechtelijke uitvoeringsorganisatie waarin de deelnemende gemeenten hun regionale taken binnen het sociaal domein bundelen. Het betreft onder andere beleidsontwikkeling, inkoop en contractmanagement van jeugdhulp en Wmo, de regionale backoffice (zorgadministratie), toezicht en kwaliteitsborging en het Regionaal Expertiseteam. Met de oprichting van SDUW wordt de bestaande samenwerking, onder meer via Inkoop & Monitoring Utrecht West (IMUW), doorontwikkeld naar een bestuurlijk geborgde organisatie met eigen verantwoordelijkheden en een eigen planning- en controlcyclus.
Programma 2 | Samenleven
Deelnemers De gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden.
Sturingsprofiel Uitgebreid

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht
Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang De VRU behartigt de belangen van de gemeenten op de brandweerzorg, de organisatie van de Geneeskundige Hulpverlening Organisatie in de Regio (GHOR), de rampenbestrijding, crisisbeheersing en de meldkamer. Daarnaast heeft de VRU de zorg voor een adequate samenwerking met politie en de regionale ambulancevervoersvoorziening ten aanzien van onder meer de gemeenschappelijke meldkamer; een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Programma 3 | Veiligheid
Deelnemers De 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht.
Sturingsprofiel Uitgebreid

Gemeenschappelijke regeling Regionaal Archief Noordwest Utrecht

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Regionaal Archief Noordwest Utrecht
Vestigingsplaats Stichtse Vecht
Openbaar belang Het gezamenlijk uitvoeren van de Archiefwet en het stimuleren van de lokale en regionale geschiedbeoefening en het daartoe aanleggen, beheren en bewaren van een zo compleet mogelijke collectie bronnenmateriaal op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis.
Programma 4 | Bedrijfsvoering
Deelnemers De gemeenten Stichtse Vecht, De Bilt en De Ronde Venen. 
Sturingsprofiel Regulier

Gemeenschappelijke regeling Amstelland-Meerlanden Overleg

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Amstelland-Meerlanden Overleg
Vestigingsplaats Haarlemmermeer
Openbaar belang Het Amstelland-Meerlandenoverleg (AM) fungeert als platform, waardoor de zeven deelnemende gemeenten elkaar op diverse terreinen snel en effectief kunnen vinden wanneer dat nodig is. Het gebied van AM vormt de zuidflank van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en is aangewezen als deelregio binnen MRA. Het platform wordt benut om de gezamenlijke belangen van het AM-gebied te behartigen in de MRA en in de vervoersregio Amsterdam.
Programma 4 | Bedrijfsvoering
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn, De Ronde Venen, Aalsmeer en Haarlemmermeer.
Sturingsprofiel Regulier

Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland
Vestigingsplaats Amstelveen
Openbaar belang Het vormen van een gemeenschappelijke ambtelijke belastingorganisatie die belast is met zowel de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen als de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken. Door de samenwerking is een belastingorganisatie ontstaan met voldoende kennis, kunde en personele capaciteit om de belastingwetten en -regels te kunnen uitvoeren. Elke gemeenteraad blijft het eigen belastingbeleid en de belastingtarieven bepalen.
Programma 5 | Financiën
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn en De Ronde Venen. De gemeente Aalsmeer is daarnaast een rechtstreekse deelnemer van de gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland.
Sturingsprofiel Regulier

Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen (x € 1.000)

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen (x € 1.000)
 Naam Eigen vermogen 2025 Vreemd vermogen 2025 Resultaat 2025 Bijdrage De Ronde Venen
2025 2026 2027
1. Recreatieschap Stichtse Groenlanden 3.928 6.787 105 691 685 982
2. Omgevingsdienst Utrecht 2.879 7.885 1.169 2.986 3.330 3.473
3. Gezondheidsdienst Regio Utrecht 8.953 29.840 3.987 2.305 2.460 2.400
4. Sociaal Domein Utrecht West n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 1.050
5. Veiligheidsregio Utrecht 33.892 69.738 2.747 3.006 3.413 3.608
6. Archief Noordwest Utrecht 683 1.527 286 788 887 923
7. Amstelland-Meerlanden Overleg n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3 3 3
8. Gemeentebelastingen Amstelland n.v.t. n.v.t. n.v.t. 1.149 1.224 1.238

Deelnemingen

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Deelnemingen
Naast de gemeenschappelijke regelingen neemt de gemeente deel in drie organisaties: BNG Bank, Vitens en Cyclus N.V.

 

BNG Bank

BNG Bank is volledig in handen van overheden. De Nederlandse Staat bezit 50% van de aandelen. De overige aandelen zijn eigendom van gemeenten, provincies en één hoogheemraadschap. De gemeente De Ronde Venen bezit 37.323 van de in totaal 55.690.720 uitgegeven aandelen. De geraamde dividendopbrengst is opgenomen in de paragraaf Financiering.

Vitens

Vitens is eigendom van vijf provincies en 92 gemeenten. De gemeente De Ronde Venen bezit 40.426 van de in totaal 5.777.247 uitgegeven aandelen. De geraamde dividendopbrengst is opgenomen in de paragraaf Financiering.

Cyclus N.V.

De gemeente De Ronde Venen bezit 45.921 aandelen in Cyclus N.V. Dit vertegenwoordigt een belang van 7% van de in totaal 658.525 uitgegeven aandelen. De overige aandelen zijn in handen van 13 gemeenten. Per 1 januari 2027 verzorgt Cyclus N.V. de afvalinzameling en aanverwante dienstverlening voor inwoners en bedrijven in De Ronde Venen.

Overige verbonden partijen

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Overige verbonden partijen
Naast de gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen werkt de gemeente ook samen met verschillende andere verbonden partijen. Deze samenwerkingspartners dragen bij aan de uitvoering van gemeentelijke taken en beleidsdoelen binnen de verschillende programma's.
 
  • Programma 1| Wonen:
    • Marickenland
    • Mooisticht
  • Programma 2 | Samenleven:
    • Kansis (Stichting Beschut Werk + Stichting Groenwerk)
    • Stichting Ons Dorpshuis (sociaal cultureel centrum De Boei)
  • Programma 3 | Veiligheid:
    • Het Zorg- en Veiligheidshuis Regio Utrecht (ZVHRU)
    • Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen (SBB)
  • Programma 4 | Bedrijfsvoering:
    • Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond & Kennemerland (RIJK)
    • Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
    • MRU West (voorheen U10).

 

De bijdrage van deze verbonden partijen aan de gemeentelijke doelstellingen is toegelicht bij de betreffende programma's.

7 | Grondbeleid

Actief en faciliterend grondbeleid

Terug naar navigatie - 7 | Grondbeleid - Actief en faciliterend grondbeleid

De paragraaf grondbeleid heeft tot doel te informeren over het uit te voeren grondbeleid om doelstellingen op het gebied van ontwikkeling woningbouwlocaties, aanleg bedrijventerrein en andere maatschappelijke voorzieningen te realiseren.

 

Algemeen

Op 5 maart 2026 heeft de gemeenteraad de nota Grondbeleid 2026 - 2032 vastgesteld. Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, wat wijzigingen en nieuwe mogelijkheden in het grondbeleid met zich meebrengt. Naast de Omgevingswet is een belangrijke verandering de grote woningbouwopgave waar Nederland en de gemeente De Ronde Venen voor staan. Dit vraagt om een andere (actievere) rol van de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen. Met de nieuwe Nota Grondbeleid wil de gemeente een actievere rol innemen bij ruimtelijke ontwikkelingen om de beleidsdoelen op het gebied van wonen en werken te bereiken. Er wordt in de nota daarom uitgegaan van situationeel grondbeleid. Per situatie wordt gekeken welke rol de gemeente aanneemt. Dit is afhankelijk van het belang voor de gemeente, de risico’s en de mate waarin sturing kan worden gegeven aan de ontwikkeling.

 

Deze paragraaf kent 3 onderdelen:

  1. Bouwgronden in exploitatie
  2. Faciliterend grondbeleid
  3. Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd.

 

Bouwgronden in exploitatie

  • Bij een bouwgrond in exploitatie is er sprake van een door de gemeenteraad vastgestelde grondexploitatie. De gemeente maakt de grond bouw- en woonrijp en geeft de gemeente zelf de bouwgrond uit.
  • Jaarlijks vindt de actualisatie van de grondexploitaties plaats. Uitgangspunt voor de actualisatie zijn de door de raad vastgestelde grondexploitaties, vastgestelde plannen en financiële weergave van eerder genomen besluiten, waarbij de voortgang van het project is verwerkt en de onderliggende aannames van kosten, opbrengsten en parameters zijn geactualiseerd.
  • Risicoanalyses worden binnen het project op een gestructureerde manier aangepakt. Risico's worden geïnventariseerd en waar mogelijk voorzien van een beheersmaatregel. Niet alle risico's vertalen zich in directe tegenvallers. Bij winstgevende grondexploitaties gaan de risico's in eerste instantie ten koste van de winst. Bij een verliesgevende exploitatie is een buffer nodig binnen het weerstandsvermogen van de gemeente.
  • Er is 1 actieve grondexploitatie. In 2025 heeft de gemeenteraad de Grondexploitatie Bedrijventerrein De Bocht vastgesteld. Voor het laatst geactualiseerd in juni 2026.

 

Faciliterend grondbeleid

  • Bij een faciliterend grondbeleid bezit de gemeente geen grond en voert zij ook niet de grondexploitatie uit. Initiatieven tot ruimtelijke ontwikkelingen worden in hoofdzaak aan ontwikkelende partijen overgelaten en de gemeente zelf opereert in beperkte mate op de markt vanwege haar beperkte grondpositie. De gemeente heeft een regisserende en (aan)sturende rol met als doel om de beleidsdoelstelling van het realiseren van 4.800 woningen te bereiken. De kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op deze private partijen. De gemeente schiet kosten voor die vervolgens privaatrechtelijk (op basis van een anterieure overeenkomst) of publiekrechtelijk (op basis van het omgevingsplan, of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die de functie van de grond wijzigt) teruggevorderd worden bij een derde partij.
  • Voor de huidige woningbouwplannen zijn geen grondexploitaties geopend. We leggen het ontwikkelrisico, in lijn met de nota grondbeleid, primair bij marktpartijen neer. Met de ontwikkelaars van woningen worden afspraken gemaakt in anterieure overeenkomsten over het soort en het aantal te bouwen woningen, de inrichting van de openbare ruimte en de financiën. Financiële afspraken zien in ieder geval toe op het vergoeden van de kosten die de gemeente maakt voor het begeleiden van de ontwikkeling (de zogenaamde plankosten). Daarnaast kunnen financiële afspraken worden gemaakt over de verkoop van gemeentegrond, het meebetalen aan toerekenbare bovenwijkse voorzieningen en het betalen van een afdracht aan het vereveningsfonds (bij het niet-bouwen van sociale huurwoningen).
  • Naast het sluiten van anterieure overeenkomsten past de gemeente nog een vorm van kostenverhaal toe. Die vorm van kostenverhaal gaat uit van de verkoop van een locatie aan een marktpartij waarbij de marktpartij verantwoordelijk wordt voor de ontwikkeling van de woningen én de openbare ruimte. Daarbij kiest de gemeente normaliter de zogenaamde tenderprocedure (een openbare verkoop op basis van een plan en een prijs) Deze manier van werken is o.a. bij de Argonlocatie en de Hoflandschoollocatie toegepast.
  • In deze paragraaf is een overzicht van de woningbouwlocaties met > 100 woningen, waarvoor de gemeenteraad het ruimtelijk kader heeft vastgesteld.

 

Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

De gemeente bezit diverse eigendommen (grond en gebouwen), die niet voor een publieke taak zijn bestemd en waarbij het voornemen is om deze te verkopen. In deze paragraaf is een overzicht van deze objecten opgenomen en de stand van de stille reserve.

Bedrijventerrein De Bocht

Terug naar navigatie - 7 | Grondbeleid - Bedrijventerrein De Bocht

In de raadsvergadering van 12 mei 2025 heeft de gemeenteraad het Ruimtelijk Kader en de Grondexploitatie Bedrijventerrein De Bocht vastgesteld. De vastgestelde grondexploitatie voorziet in de uitgifte van 8 ha bedrijventerrein in de periode van 2028 - 2032. In juni 2026 heeft de raad vastgesteld de geactualiseerde grondexploitatie Bedrijventerrein De Bocht.

Woningbouwprojecten

Terug naar navigatie - 7 | Grondbeleid - Woningbouwprojecten
Oosterland
Aantal woningen Naar verwachting zullen er circa 830 woningen worden gebouwd in het gebied. Het bestemmingsplan is vastgesteld, in werking getreden en onherroepelijk.
Looptijd project In 2026 is er bouwrijp gemaakt en is gestart met de verkoop en bouw van de eerste woningen. De ontwikkeling zal gefaseerd plaatsvinden en vraagt nog 6 tot 8 jaar.
Anterieure overeenkomst Er is een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar van het gebied. In deze overeenkomst is vastgelegd dat (gefaseerd) betaald wordt voor de aankoop van de grond van de gemeente (bij benadering € 11.314.000), de plankosten (€ 1.200.000), bovenwijkse infrastructuur (€ 1.000.000). Daarnaast heeft de gemeente aangegeven dat maximaal 2 miljoen euro wordt geïnvesteerd in het project “Groen groeit mee” hetgeen een voorwaarde was voor de provincie om medewerking te verlenen aan de gebiedsontwikkeling. 
Risico's Het project wordt voor rekening en risico van ontwikkelaar Kavel Vastgoed ontwikkeld. Zij laten de woningen bouwen, ze maken het gebied bouw- en woonrijp en leveren de openbare ruimte na afronding om niet aan de gemeente.
De Maricken II
Aantal woningen
Naar verwachting worden er maximaal 650 woningen gebouwd in het gebied. Het uitwerkingsplan en het bestemmingsplan zijn vastgesteld en onherroepelijk.
Looptijd project
Het terrein is in 2025 en 2026 bouwrijpgemaakt. In 2026 kon gestart worden met de bouw van de eerste woningen. De ontwikkeling zal gefaseerd plaatsvinden in een periode van 6 tot 8 jaar.
Anterieure overeenkomst
Er is een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaars van het gebied. In deze overeenkomst is vastgelegd dat (gefaseerd) betaald wordt voor de aankoop van de grond van de gemeente (€ 3.900.000), de plankosten (€ 900.000), bijdrage voor natuurontwikkeling, klimaatadaptatie en recreatie in Marickenland (bovenwijkse voorzieningen) (€ 2.700.000). 
Risico's

Het project wordt voor rekening en risico van ontwikkelaars BPD Ontwikkeling B.V. en Blauwhoed Projectontwikkeling III B.V. ontwikkeld. Zij laten de woningen bouwen, ze maken het gebied bouw- en woonrijp en leveren de openbare ruimte na afronding om niet aan de gemeente.

Argon
Aantal woningen

Ontwikkelaar Blink heeft de locatie aangekocht via een zogenaamde tenderprocedure. Blink ontwikkelt de locatie met circa 118 woningen

Looptijd project

Het bouwrijpmaken start in 2026, hierna volgt de start van de bouw van de woningen. De ontwikkeling zal plaatsvinden in een periode van 3 tot 4 jaar.

Anterieure overeenkomst

De grond is verkocht aan ontwikkelaar Blink.

Risico's

Het project wordt voor rekening en risico van de ontwikkelaar ontwikkeld.

De Meijert
Aantal woningen

Het plan omvat de bouw van 221 woningen.

Looptijd project

De bouw van het project is in volle gang. In 2026 is de vergunning voor de zorgwoningen met gezondheidscentrum verleend, dat was de laatste nog benodigde omgevingsvergunning in het project. Het project loopt nog circa 3 jaar.

Anterieure overeenkomst

Er is een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaars in dit plangebied. De verkoopovereenkomst voor de vrije sector- en betaalbare koopwoningen is in 2025 al gesloten.

Risico's

In dit project zijn de risico's verdeeld op basis van de eigendomsverhouding in het plangebied van projectontwikkelaars en gemeente.

Centrumplan Vinkeveen
Aantal woningen

Het centrumplan Vinkeveen biedt ruimte aan ruim 200 woningen en circa 1.000 m2 aan voorzieningen. Daarnaast voorziet het in maatregelen in de bestaande infrastructuur in Vinkeveen. Voor het grootste gebied, ten noorden van de N201, is een eerste uitwerking gemaakt.

Looptijd project

De ontwikkeling wordt gefaseerd uitgevoerd. Gestart wordt met het gebied aan de noordzijde van de N201. De gehele ontwikkeling duurt circa 8 jaar.

Anterieure overeenkomst
In 2026 wordt een anterieure overeenkomst gesloten.
Risico's Het toekomstig woongebied wordt voor rekening en risico van ontwikkelaar AHV ontwikkeld. De kosten van de herinrichting van de openbare ruimte in Vinkeveen worden in belangrijke mate gedragen door de bouw van de woningen. 

 

Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

Terug naar navigatie - 7 | Grondbeleid - Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

De gemeente bezit diverse eigendommen (grond en gebouwen), die niet voor een publieke taak zijn bestemd en waarbij het voornemen is om deze te verkopen.

 

  • Nog te verkopen eigendommen
    • Conform de bepalingen van het BBV wordt in de jaarrekening bepaald of er sprake is van duurzame waardevermindering. Hiervan is sprake als de taxatiewaarde lager is dan de boekwaarde. Als de taxatiewaarde hoger is dan de boekwaarde is er sprake van een stille reserve. De volgende eigendommen vallen onder de noemer eigendommen niet voor de publieke taak bestemd:
      • Glastuinbouw Wickelhof Mijdrecht -> hiervoor is een anterieure/koopovereenkomst gesloten in 2023 en de verkoop/levering volgt later
      • Marickenzijde 2e fase Wilnis -> hiervoor is een anterieure/koopovereenkomst gesloten in 2023 en de verkoop/levering volgt later
      • Bedrijventerrein N201 in Mijdrecht
      • Stationsgebied Abcoude (Bovenkamp 1 - 3)
      • Baambrugse Zuwe 143b te Vinkeveen
      • Herenweg 196 en 196A te Vinkeveen
      • Ontspanningsweg /Wilnisser Dwarsweg Mijdrecht.
  • Stille reserve
    De boekwaarde van gronden en verspreide percelen kan lager zijn dan de actuele waarden, waardoor er binnen de gronden niet voor de publieke taak bestemd sprake is van stille reserves. Deze reserves kunnen van substantiële betekenis zijn in relatie tot het balanstotaal dan wel de financiële positie van de gemeente. De omvang van de stille reserves is € 3.833.000 op 1 januari 2026.

8 | Openbaarheid

Landelijk beleidskader van de Wet open overheid (Woo)

Terug naar navigatie - 8 | Openbaarheid - Landelijk beleidskader van de Wet open overheid (Woo)

Het doel van de Wet open overheid (Woo) is:

  • een transparanter en actief openbaar makende overheid;
  • het dienen van het belang van openbaarheid;
  • publieke informatie openbaar maken.

 

De uitvoering van de Woo richt zich op drie samenhangende hoofdthema’s:

  • Actief openbaar maken informatie: het uit eigen beweging openbaar maken van informatie door de gemeente;
  • Passief openbaar maken van informatie: het behandelen van verzoeken om publieke informatie op grond van de Woo;
  • Informatiehuishouding op orde: het duurzaam beheren, opslaan en toegankelijk maken van informatie, zodat deze tijdig kan worden gevonden en gedeeld.

Door op deze drie onderdelen te investeren, werkt de gemeente toe naar een transparante, toegankelijke en betrouwbare informatievoorziening.

1. Actief openbaar maken van informatie

Terug naar navigatie - 8 | Openbaarheid - 1. Actief openbaar maken van informatie

De informatie categorieën die de Woo verplicht voorschrijft om openbaar te maken uit eigen beweging, staan hierna in een overzicht weergegeven. Achter elke informatiecategorie is aangegeven om welk artikel uit de Woo het gaat plus een beschrijving van de documenten. Daarna volgt per categorie de inventarisatie van:

  • wat er al openbaar wordt gemaakt;
  • in hoeverre is aangesloten op de landelijke Woo-index;
  • de voorgenomen planning van het actief openbaar maken van de informatiecategorie.

 

We volgen hierin de wettelijke termijnen. Als de wettelijke verplichting opschuift dan wijzigt ook onze planning. Dit deel van de wet gaat gefaseerd in werking. Op 1 november 2024 werden de eerste informatie categorieën verplicht door middel van een Koninklijk Besluit. We hebben aan deze deadline voldaan. 

 

Informatiecategorie Wat

Openbaar op lokale site (Ja/Nee)

Openbaar landelijke
Woo-index (Ja/Nee)

1. Wet- en regelgeving  Besluiten, beleidsregels en verordeningen Ja Ja
Andere algemeen verbindende voorschriften Ja Ja
Ontwerpen van besluiten, beleidsregels, verordeningen en overige besluiten van algemene strekking waarover een extern advies is gevraagd, met inbegrip van de adviesaanvraag Nee Nee
2. Organisatiegegevens Inzicht in de organisatie en haar werkwijze, waaronder de taken en bevoegdheden van organisatieonderdelen.  Ja Nee
Hoe de organisatie en haar onderdelen te bereiken zijn en hoe een informatieverzoek kan worden ingediend Ja Nee
3. Raadsstukken Bij de gemeenteraad ingekomen stukken, tenzij deze gaan over individuele gevallen Ja Nee
Vergaderstukken en verslagen van de raad, behalve waarop geheimhouding geldt. Ja Nee
4. Bestuursstukken Agenda’s, besluiten en besluitenlijsten van vergaderingen van colleges van B&W, tenzij geheimhouding geldt Ja Nee
5. Adviezen van adviescolleges Adviezen van officiële adviescolleges (door besluit van een bestuursorgaan vastgesteld):    
  • Adviesvoorstel, advies
Nee Nee
  • Adviesaanvraag
Nee Nee
  • Adviesvoorstel
Nee Nee
  • Advies
Nee Nee
Behalve adviezen/aanvragen die gaan over individuele gevallen    
6. Convenanten Convenanten, overeenkomsten, verbintenissen en soortgelijke afspraken van een bestuursorgaan met andere partij(en) Nee Nee
7. Jaarplannen en -verslagen De jaarplannen en -verslagen van het bestuursorgaan, behalve de jaarplannen en -verslagen van afzonderlijke afdelingen of directies Ja Nee
8. Woo-verzoeken Inhoud van het verzoek Ja Ja
Schriftelijke beslissing op het verzoek Ja Ja
De verstrekte informatie Ja Ja
9. Onderzoeken Onderzoeksrapporten die:    
  • Intern en extern zijn uitgevoerd
Nee Nee
  • Voornamelijk uit feitenmateriaal bestaan
Nee Nee
  • Gaan over het functioneren van de eigen organisatie, voorbereiding of evaluatie van beleid, inclusief de uitvoering, naleving en handhaving 
Nee Nee
10. Beschikkingen Beschikkingen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vallen hieronder:    
  • Schriftelijke beslissingen van een bestuursorgaan
Nee Nee
  • Die een publiekrechtelijke rechtshandelingen inhouden
Nee Nee
  • Voor een specifiek geval gelden 
Nee Nee
Behalve beschikkingen die zijn uitgezonderd van de Woo (artikel 3.3 tweede lid, onderdeel k van de Woo)    
Verplichtingen tot verstrekking van subsidies, anders dan met een beschikking Nee Nee
11. Klachten Schriftelijke oordelen n.a.v. klachtenprocedures over gedragingen van de organisatie Nee Nee

2. Passief openbaar maken van informatie

Terug naar navigatie - 8 | Openbaarheid - 2. Passief openbaar maken van informatie

De gemeente maakt informatie uit eigen beweging openbaar. Daarnaast krijgt de organisatie ook verzoeken om informatie openbaar te maken. In onderstaande overzichten maken wij inzichtelijk:

  • het aantal ontvangen Woo-verzoeken;
  • het percentage verzoeken dat binnen de termijn is afgehandeld;
  • de gemiddelde behandelingstermijn;
  • het aantal Woo-verzoeken dat buiten de Woo-procedure is afgehandeld;
  • het percentage verzoeken waarbij contact is opgenomen met de indiener van de vraag om de vraag scherper te krijgen en zo tot een betere beantwoording van de vraag te komen.

 

Woo-verzoeken 2023 - 2027
  Realisatie 2023 Realisatie 2024 Realisatie 2025 Schatting 2026 Schatting 2027
Aantal Woo-verzoeken ontvangen op jaarbasis 34 29 44 80 80
De verzoeken zijn:          
  • Informeel afgedaan
14 13 17 14 14
  • Toegekend
12 9 12 56 56
  • Afgewezen
2 1 4 8 8
  • Buiten behandeling gesteld

1

4

0 0 0
  • Doorgestuurd naar ander bestuursorgaan

4

1

1 2 2
  • Nog in behandeling
1 2 10 30 30
           
Behandeld door de gemeente binnen de in de wet gestelde beslistermijn (inclusief eventuele opschortingen en verdagingen), in % 33% 30% 40% 33% 33%
Gemiddelde behandelingstermijn, in weken (inclusief opschortingen en verdagingen). 8 10 13 12 12
Aantal verzoeken waarbij precisering is gevraagd van de verzoeker, in % 27% 25% 26% 20% 20%

3. Informatiehuishouding op orde

Terug naar navigatie - 8 | Openbaarheid - 3. Informatiehuishouding op orde
  • De informatiehuishouding zorgt ervoor dat de gemeente weet waar welke documenten volgens de definitie uit de Woo (art. 2.1 en 2.2) te vinden zijn.
  • Documenten kennen een voorgeschreven bewaartermijn waarop deze worden geselecteerd en overgedragen naar de archiefbewaarplaats bij het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV) of vernietigd.
  • Door digitalisering is informatie aan verandering onderhevig: denk aan teksten, Geo-informatie, 3D-bestanden, appberichten en dergelijke. Dit zorgt ervoor dat er nieuwe opgaven ontstaan om die informatie volgens de geldende eisen duurzaam en digitaal toegankelijk te houden. Dit is een complex proces dat tijd nodig heeft om te ontwerpen en te implementeren. Het vraagt aanpassing van werkprocessen, functies en rollen over de volle breedte van de organisatie.
  • In het Woo-Meerjarenplan, opgesteld door de VNG, zijn indicatoren opgenomen die inzicht geven in de voortgang van de ontwikkeling van de informatiehuishouding. In onderstaande tabel zijn deze indicatoren opgenomen en weergegeven in hoeverre onze gemeente hieraan voldoet ten opzichte van de streefwaarde. Daarnaast geven wij aan in welk jaar wij verwachten te voldoen aan de streefwaarde.

 

Indicatoren Informatiehuishouding Status Gereed in jaar
  • Er is de beschikking over, of is aangesloten op, een e-depotvoorziening

De leverancier van het zaaksysteem, Djuma, is op dit moment nog niet in staat om een directe koppeling met het e-depot van het RHCVV te realiseren. Als tijdelijke oplossing worden overdrachtsbestanden rechtstreeks vanuit de database geëxporteerd in .csv-formaat. Deze bestanden kunnen via een tussenpartij worden omgezet naar het vereiste formaat voor opname in het e-depot. Deze werkwijze sluit aan bij landelijke standaarden zoals MDTO en DUTO.

Voor andere applicaties, zoals Notubiz, zijn nog technische aanpassingen door leveranciers nodig om aansluiting op het e-depot mogelijk te maken. We blijven hierover in gesprek met de betrokken partijen.

2027
  • In de applicaties gebruikt door de gemeente zijn selectielijsten geïmplementeerd. 
Bij het merendeel van de applicaties is de gemeentelijke selectielijst inmiddels geïntegreerd om de informatie op een juiste manier te beheren. Bij nieuwe aanbestedingen geldt ‘archivering by design’ als uitgangspunt, waarbij het toepassen van de selectielijst standaard wordt meegenomen. 2027
  • Het beheer van e-mailarchivering is georganiseerd en sluit aan bij een landelijke aanpak
De implementatie is in 2024 succesvol afgerond en voldoet aan de gestelde doelen. 2024
  • Beheer op tekstberichten is georganiseerd
Er zijn richtlijnen opgesteld voor het gebruik van tekstberichten en de voorkeur voor bepaalde applicaties. Het beheer hiervan is echter nog niet ingericht. 2027
  • Informatiebeheerplan is vastgesteld
Sinds 2024 is er voortgang geboekt met het actualiseren van het informatiebeheerplan. Op dit moment wordt het applicatielandschap, inclusief de bijbehorende processen, geregistreerd in Blue Dolphin. Daarbij worden de huidige processen gekoppeld aan de processen zoals voorgeschreven door de iNavigator, conform de gemeentelijke selectielijst. 2026
  • Het kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer is vastgesteld en voldoet aan in artikel 16 van de Archiefregeling
Het kwaliteitssysteem voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 16 van de Archiefregeling. Er wordt momenteel gewerkt aan een verdere integratie van de PDCA-cyclus binnen de vakteams, om de kwaliteit van het informatiebeheer structureel te borgen en continu te verbeteren. 2026
  • Het metagegevensschema is vastgelegd en aan elk blijvend te bewaren informatieobject zijn metagegevens gekoppeld
De bestaande metadataschema’s worden momenteel geactualiseerd op basis van het MDTO (Metagegevens voor Duurzaam Toegankelijke Overheidsinformatie). Hierbij wordt aangesloten op de metagegevensstructuren van verschillende nieuwe applicaties. 2026

9 | Subsidies en bijdragen

Terug naar navigatie - 9 | Subsidies en bijdragen - Verstrekte subsidies en bijdragen

Deze paragraaf biedt een financieel overzicht van de verstrekte subsidies en bijdragen binnen de gemeente De Ronde Venen.

 

De gemeente ondersteunt een breed scala aan maatschappelijke initiatieven op het gebied van wonen, werken, welzijn, onderwijs, kunst, cultuur, sport en recreatie. Deze activiteiten dragen bij aan de leefbaarheid, vitaliteit en sociale samenhang in De Ronde Venen. Een belangrijk instrument hiervoor is het verstrekken van subsidies en bijdragen.

 

De juridische grondslag voor het verstrekken van subsidies is vastgelegd in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en nader uitgewerkt in de Algemene subsidieverordening De Ronde Venen, die sinds 1 januari 2025 van kracht is. Daarnaast wordt de subsidieverstrekking uitgevoerd binnen de kaders van het Subsidiebeleid De Ronde Venen 2023 - 2030. Dit beleid is gericht op een transparante, doelgerichte, rechtmatige en toekomstgerichte inzet van subsidies, waarbij de maatschappelijke effecten van gesubsidieerde activiteiten centraal staan. 

 

Specifieke regels die van toepassing zijn op subsidieverstrekking zijn onder meer:

  • Beleidsregels met betrekking tot subsidieaanvragen van bewoners en bewonersorganisaties voor een financiële bijdrage in het kader van het gemeentelijk kernenbeleid;
  • Nadere regels inzake eigen vermogen en reserves van subsidieontvangers;

 

In 2025 is in totaal € 10.533.000 aan subsidies en bijdragen verstrekt. Een gedetailleerde uitsplitsing per beleidsterrein en instelling is beschikbaar via het subsidieregister in de gemeentelijke planning- en controlportal. Deze werkwijze bevordert een compacte en transparante verantwoording.

 

Voor het jaar 2027 is € 8.386.000 begroot voor subsidies en bijdragen. Hiervan zijn twee subsidies als begrotingssubsidie opgenomen.

 

Begrotingssubsidies 2027

Subsidies die specifiek aan één organisatie worden toegekend, kunnen als begrotingssubsidie worden opgenomen in de begroting. Volgens artikel 4:23 lid 3 sub c van de Awb mogen deze subsidies worden verstrekt indien ze expliciet in de begroting zijn vermeld. Door het benoemen van zowel de subsidieontvanger als het maximale subsidiebedrag, wordt het subsidieplafond voor deze organisaties juridisch geborgd.

 

Maximale subsidies en bijdragen (bedrag x € 1000)
Subsidieontvanger 2027

Doel van de subsidie

Stichting Samens 1.935 Structurele basissubsidie ten behoeve van Servicepunt, Jongerenwerk, Sociaal Werk, Sociaal Cultureel Werk.
Stichting Bibliotheek Utrechtse Venen 790 Structurele basissubsidie ten behoeve van de uitvoering van het lokaal openbaar bibliotheekwerk conform de Wet stelsel Openbare Bibliotheken en de maatschappelijke opgaven uit het netwerkconvenant.