Financiële begroting 2027 - 2030

01 | Overzicht van baten en lasten

Totaal programma's 1 tot en met 5

Terug naar navigatie - 01 | Overzicht van baten en lasten - Totaal programma's 1 tot en met 5
Bedragen x €1.000
Programmabudget Rekening 2025 Begroting 2026 na wijziging Begroting 2027 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2028 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2029 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2030 na Kadernota 2027 en mutaties
Lasten 149.592 157.354 163.122 156.488 165.259 165.050
Baten 157.554 155.728 178.550 154.094 161.022 163.819
Totaal saldo van baten en lasten 7.962 -1.627 15.429 -2.394 -4.237 -1.231
Stortingen 5.911 7.558 18.145 2.038 2.262 3.393
Onttrekkingen 6.821 8.319 3.162 2.184 2.381 419
Totaal saldo inzet reserves 910 761 -14.983 146 119 -2.974

Programma 1 | Wonen

Terug naar navigatie - 01 | Overzicht van baten en lasten - Programma 1 | Wonen
Bedragen x €1.000
Programmabudget Rekening 2025 Begroting 2026 na wijziging Begroting 2027 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2028 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2029 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2030 na Kadernota 2027 en mutaties
Lasten 45.865 52.118 53.492 47.980 57.521 56.155
Baten 31.017 30.922 49.328 26.633 34.946 36.184

Programma 2 | Samenleven

Terug naar navigatie - 01 | Overzicht van baten en lasten - Programma 2 | Samenleven
Bedragen x €1.000
Programmabudget Rekening 2025 Begroting 2026 na wijziging Begroting 2027 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2028 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2029 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2030 na Kadernota 2027 en mutaties
Lasten 71.988 72.152 75.321 74.581 73.241 74.171
Baten 25.057 22.995 24.210 24.716 24.784 24.852

Programma 3 | Veiligheid

Terug naar navigatie - 01 | Overzicht van baten en lasten - Programma 3 | Veiligheid
Bedragen x €1.000
Programmabudget Rekening 2025 Begroting 2026 na wijziging Begroting 2027 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2028 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2029 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2030 na Kadernota 2027 en mutaties
Lasten 4.558 4.966 5.484 5.757 5.731 5.725
Baten 81 379 79 79 79 79

Programma 4 | Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - 01 | Overzicht van baten en lasten - Programma 4 | Bedrijfsvoering
Bedragen x €1.000
Programmabudget Rekening 2025 Begroting 2026 na wijziging Begroting 2027 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2028 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2029 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2030 na Kadernota 2027 en mutaties
Lasten 25.564 26.469 27.175 26.540 27.120 27.295
Baten 1.317 1.114 1.176 1.108 700 621

Programma 5 | Financiën

Terug naar navigatie - 01 | Overzicht van baten en lasten - Programma 5 | Financiën
Bedragen x €1.000
Programmabudget Rekening 2025 Begroting 2026 na wijziging Begroting 2027 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2028 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2029 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2030 na Kadernota 2027 en mutaties
Lasten 1.618 1.650 1.649 1.629 1.646 1.704
Baten 100.082 100.317 103.757 101.557 100.512 102.082
Totaal saldo van baten en lasten 98.465 98.667 102.108 99.928 98.866 100.378
Stortingen 5.911 7.558 18.145 2.038 2.262 3.393
Onttrekkingen 6.821 8.319 3.162 2.184 2.381 419
Totaal saldo inzet reserves 910 761 -14.983 146 119 -2.974

02 | Overzicht overhead, algemene dekkingsmiddelen en vennootschapsbelasting

Terug naar navigatie - 02 | Overzicht overhead, algemene dekkingsmiddelen en vennootschapsbelasting - 02 | Algemeen overzicht algemene dekkingsmiddelen

Dit overzicht bundelt drie belangrijke onderdelen van de gemeentelijke begroting: overhead, algemene dekkingsmiddelen en vennootschapsbelasting. De indeling volgt de landelijke BBV-structuur.

 

Overhead [0.4]

Hieronder vallen alle kosten die nodig zijn om de organisatie goed te laten functioneren en het primaire proces te ondersteunen. Denk aan personeel, ICT, huisvesting, juridische ondersteuning, planning & control en communicatie. Deze kosten zijn noodzakelijk om de gemeentelijke dienstverlening mogelijk te maken.

Algemene dekkingsmiddelen

Dit zijn de middelen die de gemeente vrij kan inzetten voor haar taken. Ze bestaan uit:

  • Treasury [0.5] – saldo van rente, financiering en dividenden.

  • OZB woningen en niet-woningen [0.61 en 0.62] – een belangrijke bron van algemene inkomsten.

  • Parkeerbelasting [0.63] – opbrengsten uit parkeren.

  • Overige belastingen [0.64] – onder meer roerendezaakbelasting en overige heffingen.

  • Algemene uitkering [0.7] – de grootste inkomstenbron vanuit het gemeentefonds.

  • Overige baten en lasten [0.8] – waaronder de post onvoorzien en diverse stelposten.

Vennootschapsbelasting [0.9]

Dit betreft de belasting die de gemeente moet afdragen over activiteiten die als onderneming worden aangemerkt.

Overhead

Terug naar navigatie - 02 | Overzicht overhead, algemene dekkingsmiddelen en vennootschapsbelasting - Overhead

Onder overhead vallen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Hieronder vallen:

  • Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch), die personele verantwoordelijkheden hebben zoals het voeren van functioneringsgesprekken.
  • Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie, waaronder planning & control, verantwoording en auditing.
  • Mens en organisatie inclusief formatieadvies.
  • Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement).
  • Interne en externe communicatie inclusief vormgeving, met uitzondering van klantcommunicatie over specifieke beleidsterreinen zoals belastingen, wijkteams of vergunningen.
  • Juridische zaken: juridische medewerkers op een bedrijfsvoeringafdeling of belast met een bedrijfsvoeringstaak.
  • Bestuurszaken: ambtelijke ondersteuning en beleidsadvisering van de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders.
  • Informatievoorziening en automatisering van PIOFACH-systemen, inclusief organisatie-overkoepelende systemen zoals de zaaksystemen, kantoorautomatisering en thuiswerkapplicaties.
  • Facilitaire zaken en huisvesting (incl. beveiliging).
  • Documentaire informatievoorziening (DIV).
  • Managementondersteuning en secretariaten primair proces.
  • Leges gemeentearchief.

Meer informatie over bedrijfsvoering is opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering.

 

Bedragen x €1.000
Programmabudget Begroting 2026 na wijziging Begroting 2027 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2028 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2029 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2030 na Kadernota 2027 en mutaties
Lasten 21.133 21.710 21.145 21.944 22.032
Baten 25 25 25 25 25

Algemene dekkingsmiddelen en vennootschapsbelasting

Terug naar navigatie - 02 | Overzicht overhead, algemene dekkingsmiddelen en vennootschapsbelasting - Algemene dekkingsmiddelen en vennootschapsbelasting
  • Treasury [XT-05]
    • Het treasury-resultaat omvat het saldo van rentekosten, renteopbrengsten en ontvangen dividenden. Deze zijn nader toegelicht in de paragraaf Financiering.
  • OZB woningen en niet- woningen [XT-061 en XT-062]
    • Gemeenten innen belasting op onroerend goed binnen hun grenzen om hun taken te financieren. Onroerendezaakbelastingen vormen de belangrijkste bron van inkomsten voor gemeenten, gemiddeld negen procent van de totale inkomsten. Een uitleg over onroerendezaakbelastingen is te vinden in de paragraaf Lokale heffingen.
  • Parkeerbelastingen [XT-062]
    • Zie voor meer informatie de paragraaf Lokale heffingen.
  • Belastingen overig [XT-064]
    • Hieronder valt onder meer de uitvoering en invordering van overige lokale heffingen en de opbrengst van de roerende zaakbelasting.
  • Algemene uitkering [XT-07]
    • De ramingen zijn gebaseerd op de meicirculaire gemeentefonds 2026 waarover in juni 2026 een raadsinformatiebrief is uitgebracht.
  • Overige baten en lasten [XT-08]
    • Hieronder vallen de post onvoorzien, stelpost onderuitputting afschrijvingen en de loonkosten van bovenformatief personeel dat niet meer aan het werk is.
  • Vennootschapsbelasting [XT-09]
    • Dit betreft de geraamde of definitieve aanslag vennootschapsbelasting die verschuldigd is over de winst uit ondernemingsactiviteiten.

 

Bedragen x €1.000
Programmabudget Begroting 2026 na wijziging Begroting 2027 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2028 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2029 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2030 na Kadernota 2027 en mutaties
XT-05 Treasury
Lasten 114 83 62 79 137
Baten 98 98 98 123 123
XT-061 OZB woningen
Lasten 784 793 793 793 793
Baten 8.270 8.480 8.480 8.480 8.480
XT-062 OZB niet-woningen
Baten 5.660 5.800 5.800 5.800 5.800
XT-063 Parkeerbelasting
Lasten 15 0 0 0 0
Baten 22 22 22 22 22
XT-064 Belastingen overig
Lasten 561 560 560 560 560
Baten 177 187 187 187 187
XT-07 Algemene uitkering
Baten 86.090 89.170 86.970 85.900 87.470
XT-08 Overige baten en lasten
Lasten 151 188 189 189 189
XT-09 Vennootschapsbelasting (VpB)
Lasten 25 25 25 25 25

03 | Mutaties ten opzichte van de Kadernota 2027

Mutaties in programma 1 | Wonen

Terug naar navigatie - 03 | Mutaties ten opzichte van de Kadernota 2027 - Mutaties in programma 1 | Wonen
Programma 1 | Wonen (bedragen x € 1.000)
    Begroting 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
Saldo Kadernota 2027 -2.160 -20.437 -24.412 -22.595
Mutaties:        
1. Binnen de onderdelen wegen, economie, milieu, wonen en bouwen wijzigen de lasten en baten als gevolg van aanpassingen in lonen en prijzen. Deze ontwikkelingen werken door in alle jaren van de meerjarenbegroting. -1.234 -998 -1.077 -1.074
2. De uitvoering van de anterieure overeenkomst De Meijert is bijgesteld. Hierdoor ontstaan in 2027 en 2028 financiële mutaties, die volledig via de reserves zijn verwerkt. -338 304 0 0
3. In 2027 staat de verkoop van het perceel Herenweg 196 en 196A gepland. Door onder meer de kosten voor het opruimen van het terrein valt de netto-opbrengst lager uit. Deze daalt met € 230.000 naar € 320.000. Het nadeel wordt verwerkt via de reserves. -230 0 0 0
4. De toegerekende rente aan investeringen is geactualiseerd. Deze actualisatie leidt tot mutaties in de begroting. -22 -379 -106 -275
5. De ramingen voor de opbrengsten uit omgevingsvergunningen zijn geactualiseerd op basis van het verwachte aantal aanvragen. Dit leidt tot wisselende bijstellingen in het financieel meerjarenperspectief. 1.310 1.680 1.180 1.180
6. De uitvoering van de anterieure overeenkomst Oosterland. Hierdoor ontstaan financiële mutaties, die volledig via de reserves zijn verwerkt. 138 188 2.262 3.393
7. De lokale heffingen, waaronder de toeristenbelasting en forensenbelasting, zijn verhoogd met 2,5% inflatiecorrectie. Met deze aanpassing worden de gestegen kosten opgevangen. 33 33 33 33
8. De afschrijvingskosten voor wegen, bruggen, brugwachtersverblijven en speelvoorzieningen zijn geactualiseerd. Deze actualisatie leidt tot mutaties in de begroting. 11 -354 -228 -511
Totaal autonome ontwikkelingen -332 474 2.064 2.746
9. Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving van het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen ontstaan tijdelijk extra uitvoeringskosten. Deze mutaties zijn volledig via de reserves verwerkt. -933 -933 0 0
10.
Bij het behoefteonderzoek voor de woonvisie (B27 | 1.1.1) is sprake van incidentele kosten. De hieruit voortvloeiende mutatie wordt volledig onttrokken aan de reserves.
-30 0 0 0
11. Voor het beter benutten van de bestaande woningvoorraad (B27 | 1.1.5) is sprake van incidentele kosten. De hieruit voortvloeiende mutatie wordt volledig onttrokken aan de reserves. -30 -70 0 0
12.
De periodieke kosten voor het stimuleren van doorstroming naar een passende woning (B27 | 1.1.2) in 2027 en 2030 zijn structureel verwerkt in de meerjarenraming.
-10 0 0 -15
13.
Voor het maken van nieuwe dorpsvisies voor de dorpen als kwaliteitskader voor ruimtelijke ontwikkelingen (B27 | 1.2.1) ontstaan tijdelijke kosten. Deze mutaties zijn volledig via de reserves verwerkt.
-70 -70 -70 0
14.
Voor de ontwikkeling van het gebied rond Zandeiland 1 en de parkeerplaats bij de A2 (B27 | 1.3.5) worden incidentele kosten gemaakt. De kosten voor 2027 worden gedekt uit de reserves. De kosten voor 2028 worden ten laste van het begrotingsresultaat gebracht, omdat het bedrag lager is dan de minimale onttrekking van € 25.000 aan reserves.
-40 -15 0 0
15.
Voor de ontwikkeling van Zandeiland 4 en 5 (B27 | 1.3.6) worden incidentele kosten gemaakt. De hieruit voortvloeiende mutatie wordt volledig onttrokken aan de reserves.
-50 0 0 0
16.
Voor onderzoek naar mogelijkheden tot het vergroten van de aantrekkelijkheid en het gebruik van recreatieve voorzieningen (B27 | 1.4.1) ontstaan incidentele kosten. De hieruit voortvloeiende mutatie wordt volledig onttrokken aan de reserves.
-25 0 0 0
17.
Voor het locatieonderzoek en de haalbaarheidstoets voor het realiseren van passantensteigers (B27 | 1.4.5) wordt in 2027 rekening gehouden met incidentele kosten. 
-25 0 0 0
18.
De geplande investering in de doorvaart De Heul (B27 | 1.4.7) leidt tot structurele kosten. Deze kosten zijn verwerkt in de meerjarenraming.
0 0 -96 -96
19.
Voor onderzoeken naar de mogelijkheden voor veilige en toegankelijke zwemlocaties bij het Abcoudermeer, de Kerkvaart (Mijdrecht) en de Ringvaart (Wilnis) worden incidentele kosten verwacht (B27 | 1.4.4). De hiermee samenhangende budgettaire mutaties worden volledig gedekt door een onttrekking aan de reserves.
-30 -30 0 0
20.
Voor de afronding van de pilot op Waeterrijck, gericht op het onderzoeken van de mogelijkheden voor transformatie naar wonen (B27 | 1.4.6), worden incidentele kosten verwacht. Deze kosten worden volledig gedekt door een onttrekking aan de reserves.
-30 -75 0 0
21.
Voor het investeren in de kwaliteit van het openbaar groen (B27 | 1.5.4 en B27 | 1.5.5) wordt rekening gehouden met een impuls. Deze kosten worden volledig gedekt door een onttrekking aan de reserves.
-250 0 0 0
22.
De investering Schoolbrug in Wilnis (B27 | 1.5.8) leidt tot structurele kosten. Deze kosten zijn verwerkt in de meerjarenraming.
0 -11 -11 -11
23.
Voor een subsidieregeling voor sportaccommodaties die een batterij willen aanschaffen om daarmee het wegvallen van de salderingsregeling voor zonnepanelen op te vangen (B27 | 1.6.2) is een incidenteel budget opgenomen. Deze kosten worden volledig gedekt door een onttrekking aan de reserves.
0 -50 0 0
24.
Het stimuleren van het gebruik van duurzame personen- en vrachtauto’s, onder meer door het mogelijk maken van (snellaad)laadpalen, ook op bedrijventerreinen (B27 | 1.7.2) leidt tot incidentele kosten. Deze kosten worden volledig gedekt door een onttrekking aan de reserves.
-50 0 0 0
25.
Voor het toekomstgericht inrichten van bedrijventerreinen in Abcoude, Vinkeveen en Mijdrecht (B27 | 1.8.1) worden incidentele kosten gemaakt. Deze kosten worden volledig gedekt door een onttrekking aan de reserves.
-50 -50 0 0
26. 
Voor uitbreiding van bedrijventerrein De Bocht (B27 | 1.8.2) zijn er incidentele kosten. De kosten voor 2028 worden gedekt uit de reserves. De kosten voor 2027 worden ten laste van het begrotingsresultaat gebracht, omdat het bedrag lager is dan de minimale onttrekking van € 25.000 aan reserves.
-20 -30 0 0
27.
Om prioriteit te geven aan lokale bedrijven om uit te breiden op onze bedrijventerreinen (B27 | 1.8.3) worden incidentele kosten gemaakt. Deze kosten worden volledig gedekt door een onttrekking aan de reserves.
-30 0 0 0
28.
Voor onderzoek naar het draagvlak voor de ontwikkeling van een Techvalley met ondernemers en TechNet Amstel & Venen (B27 | 1.8.6) worden incidentele kosten gemaakt. Deze kosten worden volledig gedekt door een onttrekking aan de reserves.
0 -50 -50 0
Totaal nieuw beleid -1.673 -1.384 -227 -122
Begroting 2027 - 2030 -4.165 -21.347 -22.575 -19.971

Mutaties in programma 2 | Samenleven

Terug naar navigatie - 03 | Mutaties ten opzichte van de Kadernota 2027 - Mutaties in programma 2 | Samenleven
Programma 2 | Samenleven (bedragen x € 1.000 en += voordeel en - = nadeel)
    Begroting 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
Saldo Kadernota 2027 -49.222 -49.616 -50.816 -50.921
Mutaties:        
1. Binnen het onderdeel WMO & jeugdzorg wijzigen de lasten en baten als gevolg van aanpassingen in lonen en prijzen. Deze ontwikkelingen werken door in alle jaren van de meerjarenbegroting. -960 -960 -760 -760
2.

De kostenontwikkeling van de nieuwe gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West (SDUW) is in de begroting verwerkt op basis van de Raadsinformatiebrief van 9 juni 2026.

-550 -450 -450 -450
3. De invoering van inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdragen in de Wmo is uitgesteld van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Hierdoor neemt de algemene uitkering in 2027 incidenteel toe met 420.000 euro. Tegelijkertijd dalen de Wmo-opbrengsten uit eigen bijdragen met hetzelfde bedrag. Per saldo is er geen effect op het begrotingsresultaat in 2027. -420 0 0 0
4. Binnen het onderdeel inkomensregelingen en arbeidsparticipatie wijzigen de lasten en baten als gevolg van aanpassingen in lonen en prijzen. Deze ontwikkelingen werken door in alle jaren van de meerjarenbegroting. -193 -193 -193 -193
5. Omdat de uitvoering van de energiebesparende maatregelen voor het Veenweidebad deels doorschuift naar 2027 en 2028, wordt in de begroting rekening gehouden met een aanvullende bijdrage. Dit sluit aan bij het raadsbesluit van 11 december 2025 over Energiebesparende maatregelen en onderhoud Veenweidebad, waarin deze investeringen zijn vastgelegd. -40 -40 0 0
6. Binnen het onderdeel onderwijs wijzigen de lasten en baten als gevolg van lonen en prijzen. Deze ontwikkelingen werken door in alle jaren van de meerjarenbegroting. -104 -104 -104 -104
7. De toegerekende rente aan investeringen is geactualiseerd. Deze actualisatie leidt tot mutaties in de begroting. -53 80 220 -78
8. De kosten van bibliotheken en voor kunst en cultuur zijn door lonen en prijzen gestegen. Deze ontwikkelingen werken door in alle jaren van de meerjarenbegroting. -34 -34 -34 -34
9. De afschrijvingskosten voor onderwijshuisvesting en sportaccommodaties zijn geactualiseerd. Deze actualisatie leidt tot mutaties in de begroting, -33 264 646 167
10.

Vanaf 2029 voert het Rijk een structurele bezuiniging van € 1 miljard door op het gemeentefonds, terwijl de precieze uitwerking van het toekomstige Wmo-beleid nog niet vaststaat. Voor De Ronde Venen betekent dit dat de algemene uitkering in 2029 met € 1.760.000 daalt en in 2030 met € 1.780.000.

Om toch een realistisch en volledig financieel beeld te behouden, wordt deze korting in de begroting verwerkt via een stelpost bij huishoudelijke hulp. Hiermee volgt de gemeente het advies van de VNG, zoals toegelicht in de Raadsinformatiebrief Meicirculaire gemeentefonds 2026 van 30 juni 2026.

0 0 1.760 1.780
11. De lasten voor onderwijshuisvesting vallen € 100.000 lager uit. Dit voordeel ontstaat doordat minder schoolpleinen zijn vergroend dan oorspronkelijk gepland. 100 100 100 100
12. Binnen sociaal domein overig vallen de loonkosten € 47.000 lager uit en vinden beleidsmatige verschuivingen van € 63.000 plaats. Deze bijstellingen zijn structureel en werken door in alle jaren van de meerjarenbegroting. 110 110 110 110
13. Binnen het onderdeel sport wijzigen de lasten en baten als gevolg van aanpassingen in lonen, prijzen en de huurvergoedingen. Deze ontwikkelingen werken door in alle jaren van de meerjarenbegroting. 18 18 18 18
14. Diverse overige mutaties. -9 -8 -9 -9
Totaal autonome ontwikkelingen -2.168 -1.217 1.304 547
15.
Om het jeugdbeleid (B27 | 2.1.2) structureel te versterken, zijn hiervoor middelen opgenomen in het meerjarenperspectief.
0 -190 -190 -190
16.
De versterking van de lokale teams (B27 | 2.2.1 en B27 | 2.2.2) brengt structurele kosten met zich mee. Deze zijn verwerkt in het meerjarenperspectief.
-150 -50 0 0
17.
De uitvoering van de Lokale Inclusie Agenda (B27 | 2.3.1) vraagt om een structurele investering. De hieruit voortvloeiende kosten zijn opgenomen in het meerjarenperspectief.
-5 -5 -5 -5
18.
Voor het opzetten van een proeftuin waarin inwoners uit de bijstand werkervaring opdoen binnen de gemeentelijke buitendienst (B27 | 2.3.2) zijn middelen nodig. De hiermee samenhangende kosten zijn verwerkt in het meerjarenperspectief.
-46 -36 0 0
19.
Voor onderzoek (B27 | 2.3.3) voor de huisvesting van Tumult in Abcoude na 2031 is incidenteel budget opgenomen. De kosten voor 2027 worden ten laste van het begrotingsresultaat gebracht, omdat het bedrag lager is dan de minimale onttrekking van € 25.000 aan reserves.
-20 0 0 0
Totaal nieuw beleid
-221 -281 -195 -195
20.
Vanaf 2028 is in de begroting een structurele stelpost opgenomen voor een besparing op het subsidiejaarplan. De concrete invulling hiervan wordt uitgewerkt en voorgelegd in de Kadernota 2028.
0 500 500 500
21.
Het doorvoeren van maatregelen om scherper te bepalen welke taken wel of niet tot de gemeentelijke verantwoordelijkheid behoren, leidt tot een beperkter beroep op de Jeugdzorg en de Wmo. Hiermee wordt gestuurd op een doelmatige inzet van ondersteuning en zorg.
500 750 750 750
Totaal overige ontwikkelingen
500 1.250 1.250 1.250
Begroting 2027 - 2030 -51.111 -49.864 -48.457 -49.319

Mutaties in programma 3 | Veiligheid

Terug naar navigatie - 03 | Mutaties ten opzichte van de Kadernota 2027 - Mutaties in programma 3 | Veiligheid
Programma 3 | Veiligheid (bedragen x € 1.000 en += voordeel en - = nadeel)
    Begroting 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
Saldo Kadernota 2027 -5.124 -5.141 -5.146 -5.165
Mutaties:        
1. Binnen het onderdeel veiligheid wijzigen de lasten en baten als gevolg van aanpassingen in lonen en prijzen. Deze ontwikkelingen werken door in alle jaren van de meerjarenbegroting. -253 -253 -253 -253
2. De toegerekende rente aan investeringen is geactualiseerd. Deze actualisatie leidt tot mutaties in de begroting, -20 -18 -12 -10
3. De afschrijvingskosten voor brandweerkazernes zijn geactualiseerd. Deze actualisatie leidt tot mutaties in de begroting, -17 -17 -17 -18
4. De kostenontwikkeling van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht (VRU) is verwerkt in de begroting conform het raadsbesluit van 2 juli 2026. 63 -19 -19 -20
5. Diverse overige mutaties. 1 0 0 0
Totaal autonome ontwikkelingen -226 -307 -301 -301
6.
Om de handhavingscapaciteit te vergroten, wordt het aantal boa's vanaf 2028 uitgebreid van 4 naar 6 fte (B27 | 3.1.2). De bijbehorende structurele kosten zijn verwerkt in het financieel meerjarenperspectief.
0 -150 -150 -150
7.
De gemeente neemt maatregelen om de veiligheid van vrouwen in de privésfeer en de openbare ruimte te verbeteren (B27 | 3.1.3). De bijbehorende structurele kosten zijn opgenomen in het financieel meerjarenperspectief.
-30 -30 -30 -30
8. De wees- en wrakboten worden opgeruimd (B27 | 3.1.4) waardoor incidentele kosten worden gemaakt. Deze kosten worden volledig gedekt door een onttrekking aan de reserves. -25 -50 -25 0
Totaal nieuw beleid -55 -230 -205 -180
Begroting 2027 - 2030 -5.405 -5.678 -5.652 -5.646

Mutaties in programma 4 | Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - 03 | Mutaties ten opzichte van de Kadernota 2027 - Mutaties in programma 4 | Bedrijfsvoering
Programma 4 | Bedrijfsvoering (bedragen x € 1.000 en += voordeel en - = nadeel)
    Begroting 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
Saldo Kadernota 2027 -25.238 -25.546 -25.827 -25.855
Mutaties:        
1. Binnen het onderdeel overhead wijzigen de lasten en baten als gevolg van aanpassingen in lonen, prijzen en omvang van de organisatie. Deze ontwikkelingen werken door in alle jaren van de meerjarenbegroting. -805 -805 -669 -669
2. Binnen het onderdeel Burgerzaken veranderen de lasten en baten door ontwikkelingen in lonen, prijzen en het aantal af te geven rijbewijzen. -81 -83 -61 -74
3. De kosten van het bestuur – zowel voor de gemeenteraad als het college van burgemeester en wethouders – nemen toe. -19 -19 -19 -19
4. De toegerekende rente aan investeringen is geactualiseerd. Deze actualisatie leidt tot mutaties in de begroting. -18 -20 -20 -25
5. De kosten van verkiezingen zijn voor de jaren 2027 - 2028 bijgesteld aan de kostenontwikkelingen. Voor het jaar 2030 is rekening gehouden met de reguliere Tweede Kamerverkiezing en de gemeenteraadsverkiezingen. -15 -5 -10 -135
6. De afschrijvingskosten voor ICT, kantoor- en vergaderruimten zijn geactualiseerd. Deze actualisatie leidt tot mutaties in de begroting, 72 92 16 -45
7. De kostenontwikkeling van de gemeenschappelijke regeling Regionaal Archief Noordwest-Utrecht (RANU) is verwerkt in de begroting conform het raadsbesluit van 2 juni 2026. 5 4 21 1
8. Diverse overige mutaties. 0 0 -1 -3
Totaal autonome ontwikkelingen -861 -836 -743 -969
9.
Om digitale innovatie en kunstmatige intelligentie (AI) verder te ontwikkelen en toe te passen, worden structurele kosten gemaakt (B27 | 4.1.3). Deze kosten zijn meegenomen in het financieel meerjarenperspectief.
-150 -50 -50 -50
10.
Voor het nieuwe gemeentehuis is vanaf 2029 een structurele budgetreservering opgenomen in het financieel meerjarenperspectief (B27 | 4.2.2).
0 0 -800 -800
Totaal nieuw beleid -150 -50 -850 -850
11. In 2027 is een taakstellende besparing van € 250.000 opgenomen binnen de bedrijfsvoering en personeelslasten. Vanaf 2028 loopt deze op naar een structurele besparing van € 1.000.000. 250 1.000 1.000 1.000
Totaal overige ontwikkelingen 250 1.000 1.000 1.000
Begroting 2027 - 2030 -25.999 -25.432 -26.420 -26.674

Mutatie in programma 5 | Financiën

Terug naar navigatie - 03 | Mutaties ten opzichte van de Kadernota 2027 - Mutatie in programma 5 | Financiën
Programma 5 | Financiën (bedragen x € 1.000 en + = voordeel en - = nadeel)
    Begroting 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
Saldo Kadernota 2027 81.986 96.947 101.477 101.710
Mutaties:        
1. Aanpassing rijksbijdragen algemene uitkering volgens de meicirculaire gemeentefonds 2026. (raadsinformatiebrief 30 juni 2026) 2.610 1.830 -830 -1.310
2. De lokale heffingen, waaronder de onroerendezaakbelastingen, zijn verhoogd met 2,5% inflatiecorrectie. Met deze aanpassing worden de gestegen kosten opgevangen. 360 360 360 360
3.

In de begroting wordt een stelpost opgenomen voor onderuitputting op afschrijvingen. Deze stelpost is bedoeld om rekening te houden met het feit dat investeringen in de praktijk vaak later worden gerealiseerd dan oorspronkelijk gepland. Daardoor vallen de bijbehorende afschrijvingslasten in het eerste jaar lager uit dan begroot.

Vanaf 2027 wordt deze stelpost verhoogd met € 100.000, zodat de totale stelpost uitkomt op € 200.000. Hiermee wordt een realistischer beeld gegeven van de verwachte afschrijvingslasten en wordt voorkomen dat het begrotingssaldo onnodig onder druk komt te staan.

100 100 100 100
4. De rentelasten en -opbrengsten wijzigen mee met de geldstromen binnen de begroting, zoals investeringen en het begrotingsresultaat. Hierdoor zijn deze posten niet vast, maar afhankelijk van de financiële ontwikkelingen gedurende het jaar. -20 -71 2 -55
5. Diverse overige mutaties. -9 -8 -7 -7
Totaal autonome ontwikkelingen 3.041 2.211 -375 -912
6. Reserves | Uitvoering bestemmingsplan Vinkeveense Plassen (B27 | 1.3.1) 933 933 0 0
7. Reserves | Sloop en verkoop Herenweg 196 en 196A 230 0 0 0
8. Reserves | Anterieure overeenkomst Oosterland -138 -188 -2.262 -3.393
9. Reserves | Anterieure overeenkomst De Meijert 338 -304 0 0
10. Reserves | Behoefteonderzoek woonvisie (B27 | 1.1.1) 30 0 0 0
11. Reserves | Beter benutten bestaande woningvoorraad (B27 | 1.1.5) 30 70 0 0
12. Reserves | Nieuwe dorpsvisies (B27 |1.2.1) 70 70 70 0
13. Reserves | Ontwikkeling Zandeiland 1 (B27 | 1.3.5) 40 0 0 0
14. Reserves | Ontwikkeling Zandeiland 4 en 5 (B27 | 1.3.6) 50 0 0 0
15. Reserves | Vergroten gebruik recreatieve voorzieningen (B27 | 1.4.1) 25 0 0 0
16. Reserves | Passantensteigers (B27 | 1.4.5) 25 0 0 0
17. Reserves | Toegankelijke zwemlocaties (B27 | 1.4.4) 30 30 0 0
18. Reserves | Afronden pilot Waeterwijck (B27 | 1.4.6) 30 75 0 0
19. Reserves | Batterij sportaccommodaties (B27 | 1.6.2) 0 50 0 0
20. Reserves | Stimuleren gebruik duurzame personen- en vrachtauto's (B27 | 1.7.2) 50 0 0 0
21. Reserves | Toekomst gericht maken van bedrijventerreinen (B27 | 1.8.1) 50 50 0 0
22. Reserves | Uitbreiding bedrijventerrein De Bocht (B27 | 1.8.2) 0 30 0 0
23. Reserves | Uitbreiding lokale bedrijven op bedrijventerreinen (B27 | 1.8.3) 30 0 0 0
24. Reserves | Ontwikkeling naar Techvalley (B27 | 1.8.6) 0 50 50 0
25. Reserves | Impuls openbaar groen (B27 | 1.5.4 en 1.5.5) 250 0 0 0
26. Reserves | Opruimen wees- en wrakboten (B27 | 3.1.4) 25 50 25 0
Totaal mutaties reserves 2.098 916 -2.117 -3.393
Begroting 2027 - 2030 87.125 100.074 98.985 97.405

04 | Overzicht incidentele baten en lasten die verrekend zijn met de reserves

Terug naar navigatie - 04 | Overzicht incidentele baten en lasten die verrekend zijn met de reserves - Algemeen incidentele baten en lasten

Een helder onderscheid tussen structurele en incidentele posten geeft beter inzicht in de financiële positie. Het maakt duidelijk welke baten en lasten jaarlijks terugkeren en welke eenmalig of tijdelijk van aard zijn.

 

Structurele posten zijn terugkerende baten en lasten die onderdeel vormen van de reguliere bedrijfsvoering. Omdat deze posten jaarlijks terugkomen, zijn ze goed voorspelbaar en vormen zij de basis van het structurele begrotingskader. Voorbeelden zijn:

  • Salarissen van medewerkers;
  • Onderhoud van wegen, bruggen en andere infrastructuur;
  • Reguliere exploitatiekosten.

 

Incidentele posten zijn baten en lasten die eenmalig of tijdelijk voorkomen. Ze hangen vaak samen met specifieke projecten, investeringen of bijzondere gebeurtenissen en maken geen onderdeel uit van de reguliere bedrijfsvoering. Voorbeelden zijn:

  • Opbrengsten uit grondexploitaties;
  • Verkoop van gemeentelijk vastgoed;
  • Eenmalige subsidies voor specifieke projecten;
  • Kosten van evenementen die niet jaarlijks plaatsvinden.

 

In dit onderdeel is een overzicht opgenomen van alle incidentele baten en lasten vanaf € 25.000. Omdat deze posten worden verrekend met de reserves, zijn zij tevens opgenomen in onderdeel 06: Totaaloverzicht reserves.

Overzicht incidentele baten en lasten

Terug naar navigatie - 04 | Overzicht incidentele baten en lasten die verrekend zijn met de reserves - Overzicht incidentele baten en lasten
Overzicht incidentele baten (+) en lasten (-) voor de jaren 2027 - 2030 (bedragen x € 1.000)
Nr. Omschrijving 2027 2028 2029 2030
1. Ruimtelijk kader Argon-locatie 8.628 0 0 0
2. Hofland 4.367 -83 -817 0
3. Bijdragen vereveningsfonds woningbouw 1.512 600 0 0
4. Anterieure overeenkomst Oosterland 1.081 1.131 2.262 3.393
5. Seniorenhof De trekvogel 1.011 0 0 0
6. Ruimtelijk Kader CSW-Jumbo 823 0 0 0
7. Asbestinventarisatie, ontruimen, sloop en verkoop Herenweg 196 en 196A 320 0 0 0
8. Maatregelenpakket project Toekomst N201 0 0 -1.000 0
9. Verdere uitbreiding van het bedrijventerrein (B27| 1.8.2) 0 -30 0 0
10. Onderzoek en opzetten van een Techvalley met ondernemers en TechNet Amstel & Venen (B27 | 1.8.6) 0 -50 0 0
11. Batterij voor sportverenigingen (B27 | 1.6.2) 0 -50 0 0
12. Uitvoering Vinkeveense Plassen (B27 | 1.3.1 en B27 | 1.3.2) -933 -933 0 0
13. Anterieure overeenkomst De Meijert -572 33 0 0
14. Impuls openbaar groen (B27 | 1.5.4 en 1.5.5) -250 0 0 0
15. Opstellen nieuwe dorpsvisies (B27 | 1.2.1) -70 -70 -70 0
16. Onderzoek en planvoorbereiding openbare ruimte -50 0 0 0
17. Onderzoek 3e aansluiting N201 -50 0 0 0
18. Inrichten bedrijventerreinen (B27 | 1.8.1) -50 -50 0 0
19. Ontwikkelen Zandeiland 4 en 5 (B27 | 1.3.6) -50 0 0 0
20. Ontwikkelen gebied Zandeiland 1 (B27 |1.3.5) -40 0 0 0
21. Waar mogelijk geven we prioriteit aan lokale bedrijven om uit te breiden op onze bedrijventerreinen (B27| 1.8.3) -30 0 0 0
22. Onderzoek zwemlocaties (B27 | 1.4.4) -30 -30 0 0
23. Behoefteonderzoek woonvisie (B27 | 1.1.1) -30 0 0 0
24. Transformatie overige parken naar wonen (B27 | 1.4.6) -30 -75 0 0
25. Beter benutten van de woningvoorraad (B27 | 1.1.5) -30 -70 0 0
26. Inventarisatie recreatieve voorzieningen (B27 | 1.4.1) -25 0 0 0
27. Onderzoek en uitvoering passantensteigers (B27 | 1.4.5) -25 0 0 0
  Totaal programma 1 | Wonen 15.477 323 325 3.393
28. Energiebesparende maatregelen buitensportaccommodaties -50 0 0 0
  Totaal programma 2 | Samenleven -50 0 0 0
29. Opruimen wees- en wrakboten (B27 | 3.1.4) -25 -50 -25 0
  Totaal programma 3 | Veiligheid -25 -50 -25 0
  Totaal 15.402 273 300 3.393
  Waarvan verrekend via de algemene reserve 13.940 -277 300 3.393
  Waarvan verrekend via de bestemmingsreserve Energiebesparende maatregelen buitensportaccommodaties -50 -50 0 0
  Waarvan verrekend via de bestemmingsreserve Woningbouw 1.512 600 0 0

05 | Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves

Terug naar navigatie - 05 | Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves - Algemeen overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves

Voor een goed inzicht in de financiële positie van de gemeente is het belangrijk onderscheid te maken tussen structurele en incidentele baten en lasten.

 

Structurele lasten zijn kosten die ieder jaar terugkomen en daarom jaarlijks in de begroting moeten worden opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn:

  • onderhoud van infrastructuur zoals wegen, bruggen en openbare verlichting;
  • personeelskosten;
  • huisvesting;
  • bijstandsuitkeringen, jeugdzorg en ouderenzorg.
 
Dekking van structurele afschrijvingslasten via reserves

In het verleden heeft de raad bij een aantal investeringen besloten om een deel van de jaarlijkse afschrijvingskosten te dekken uit een bestemmingsreserve. Dit geldt onder andere voor het Veenweidebad, het Piet Mondriaangebouw en de gemeentewerf in Abcoude.

 

Daarnaast heeft de raad in 2020 besloten om de financiële gevolgen van de verkorting van de afschrijvingstermijn voor onderwijshuisvesting (van 60 naar 40 jaar) op te vangen via de bestemmingsreserve Schoolgebouwen.

 

Hierdoor wordt jaarlijks een bedrag uit deze reserves onttrokken om een deel van de structurele lasten te financieren. Deze onttrekkingen zijn onderdeel van de structurele dekking en lopen door totdat de betreffende reserve is uitgeput. De mutaties zijn ook opgenomen in onderdeel 6 Stand en verloop van reserves van de financiële begroting.

Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves

Terug naar navigatie - 05 | Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves - Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves
Structurele toevoegingen (+) en onttrekkingen (-) aan de reserves (bedragen x € 1.000)
Nr. Omschrijving 2027 2028 2029 2030
1. Diverse afschrijvingslasten -72 -72 -72 -72
2. Veenweidebad -167 -167 -167 -167
3. Piet Mondriaangebouw -37 -37 -37 -37
4. Gemeentewerf in Abcoude -37 -37 -37 -37
5. Schoolgebouwen -106 -106 -106 -106
  Totaal -419 -419 -419 -419
1. Diverse afschrijvingslasten
  Sinds 2014 geldt de verplichting dat investeringen met economisch nut worden geactiveerd en over meerdere jaren worden afgeschreven. Voor een beperkt aantal investeringen worden de bijbehorende afschrijvingslasten gedekt vanuit de bestemmingsreserve Diverse afschrijvingslasten. Deze reserve wordt tot en met 2046 ingezet.
2. Veenweidebad
 

Vanuit de bestemmingsreserve Veenweidebad wordt jaarlijks 167.000 euro ingezet ter dekking van een deel van de huisvestingskosten. De laatste inzet vindt plaats in 2049.

3. Piet Mondriaangebouw
  Vanuit de bestemmingsreserve Piet Mondriaangebouw wordt 37.000 euro ingezet om de huisvestingskosten deels te bekostigen. Dit vindt plaats tot en met 2033.
4. Gemeentewerf Abcoude
  Jaarlijks wordt 37.000 euro ingezet om een deel van de huisvestingskosten te bekostigen vanuit de bestemmingsreserve Gemeentewerf Abcoude. Dit vindt plaats tot en met 2045.
5. Schoolgebouwen
  Vanaf 2017 is de afschrijvingstermijn van schoolgebouwen aangepast van 60 naar 40 jaar. De kosten van afschrijvingen nemen hierdoor tijdelijk toe. De extra kosten hiervan zijn verrekend via de bestemmingsreserve Schoolgebouwen. Dit vindt plaats tot en met 2044.

06 | De stand en het verloop van reserves

Landelijke en lokale kaders over reserves

Terug naar navigatie - 06 | De stand en het verloop van reserves - Landelijke en lokale kaders over reserves

Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.

 

Reserves zijn onderdelen van het eigen vermogen die door de gemeente zijn afgezonderd voor een bepaald doel of om financiële ruimte te behouden. Het vormen van reserves kan worden gezien als een vorm van sparen. Reserves worden onder meer ingezet:

  • om toekomstige investeringen mogelijk te maken;
  • om financiële tegenvallers op te vangen;
  • om risico’s af te dekken;
  • om incidentele of onvoorziene uitgaven te bekostigen.

 

Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 43) worden reserves onderscheiden in: de algemene reserve; en de bestemmingsreserves.

 

De gemeenteraad heeft in september 2024 de Nota Reserves en Voorzieningen vastgesteld. De in deze nota opgenomen uitgangspunten zijn samengevat in onderstaand overzicht.

A. Algemene reserve

Terug naar navigatie - 06 | De stand en het verloop van reserves - A. Algemene reserve
  • De algemene reserve is een buffer voor de instandhouding van de weerstandscapaciteit en voor het opvangen van incidentele kosten.
  • De algemene reserve wordt gevoed door rekeningresultaten en grondverkopen.
  • De ondergrens van de reserve is € 11 miljoen voor het opvangen van risico's.

 

In het verloopoverzicht wordt de ontwikkeling van de algemene reserve weergegeven. Let op: de begrotingsresultaten voor de jaren 2026 tot en met 2030 zijn nog niet definitief en kunnen nog wijzigen.

 

Ontwikkeling algemene reserve 2026 - 2030 (bedragen x € 1.000)
  2026 2027 2028 2029 2030
Stand per 1 januari 13.886 25.895 39.117 39.286 37.338
Te bestemmen rekening- en begrotingsresultaat (jaar -1) 8.871 -718 446 -2.248 -4.118
Structurele mutaties 0 0 0 0 0
Incidentele mutaties 3.138 13.940 -277 300 3.343
Verschuiving tussen reserves (onderweg: nieuwbouw gemeentehuis) 0 0 0 0 0
Stand per 31 december 25.895 39.117 39.286 37.338 36.563

B. Verloopoverzicht van bestemmingsreserves

Terug naar navigatie - 06 | De stand en het verloop van reserves - B. Verloopoverzicht van bestemmingsreserves
Verloopoverzicht bestemmingsreserve 2026 - 2030 (bedragen x € 1.000)
1. Schoolgebouwen 2026 2027 2028 2029 2030
Stand per 1 januari 1.629 1.523 1.417 1.311 1.205
Structurele mutaties -106 -106 -106 -106 -106
Stand per 31 december 1.523 1.417 1.311 1.205 1.099
2. Diverse afschrijvingslasten          
Stand per 1 januari 1.144 1.072 1.000 928 856
Structurele mutaties -72 -72 -72 -72 -72
Stand per 31 december 1.072 1.000 928 856 784
3. Veenweidebad          
Stand per 1 januari 4.025 3.858 3.691 3.524 3.357
Structurele mutaties -167 -167 -167 -167 -167
Stand per 31 december 3.858 3.691 3.524 3.357 3.190
4. Piet Mondriaangebouw          
Stand per 1 januari 286 249 212 175 138
Structurele mutaties -37 -37 -37 -37 -37
Stand per 31 december 249 212 175 138 101
5. Gemeentewerf Abcoude          
Stand per 1 januari 743 706 669 632 595
Structurele mutaties -37 -37 -37 -37 -37
Stand per 31 december 706 669 632 595 558
6. Woningbouw          
Stand per 1 januari 0 0 1.512 2.112 2.112
Incidentele mutaties 0 1.512 600 0 0
Stand per 31 december 0 1.512 2.112 2.112 2.112
7. Energiebesparende maatregelen buitensportaccommodaties          
Stand per 1 januari 955 905 855 805 805
Incidentele mutaties -50 -50 -50 0 0
Stand per 31 december 905 855 805 805 805

Toelichting op de bestemmingsreserves

Terug naar navigatie - 06 | De stand en het verloop van reserves - Toelichting op de bestemmingsreserves
1. Bestemmingsreserve schoolgebouwen
Doelstelling Het bekostigen van een deel van de afschrijvingslasten van schoolgebouwen vanwege aanpassing van de afschrijvingstermijn van 60 naar 40 jaar.
Looptijd De einddatum van deze reserve is 2044.
Gewenste omvang De omvang van deze reserve is voldoende om het afgesproken deel van afschrijvingskosten op te vangen.
2. Bestemmingsreserve diverse afschrijvingslasten
Doelstelling

Diverse investeringen worden deels bekostigd door het inzetten van deze reserve. Het betreft:

  • Groenonderkomens (25 jaar 2005 t/m 2029)
  • Nieuwbouw sporthal (40 jaar 2007 t/m 2046)
  • Kunstgrasveld Atlantis (20 jaar 2007 t/m 2026)
  • Kunstgrasveld Atlantis (40 jaar 2007 t/m 2046)
  • CSW veld 1 onderlaag (30 jaar 2016 t/m 2045)
  • CSW veld 1 hekwerk (30 jaar 2016 t/m 2045)
  • CSW veld 1 veldverlichting (30 jaar 2016 t/m 2045)
  • CSW veld 1 tegelwerk (15 jaar 2016 t/m 2030)
  • Beregening veld 1 Argon (30 jaar 2016 t/m 2046)
  • Hekwerken veld 1 Argon (30 jaar 2017 t/m 2046)
Looptijd De einddatum van deze reserve is 2046.
Gewenste omvang De omvang van deze reserve is voldoende om afschrijvingskosten van diverse al uitgevoerde investeringen op te vangen.
3. Bestemmingsreserve Veenweidebad
Doelstelling Een deel van de huisvestingskosten te bekostigen van het Veenweidebad.
Looptijd De einddatum van deze reserve is 2049.
Gewenste omvang De omvang van deze reserve is voldoende om een deel van de huisvestingskosten van dit zwembad op te vangen.
4. Bestemmingsreserve Piet Mondriaangebouw
Doelstelling Een deel van de huisvestingskosten te bekostigen van het Piet Mondriaangebouw.
Looptijd De einddatum van deze reserve is 2033.
Gewenste omvang De omvang van deze reserve is voldoende om een deel van de huisvestingskosten op te vangen.
5. Bestemmingsreserve gemeentewerf in Abcoude
Doelstelling Een deel van de huisvestingskosten te bekostigen van de gemeentewerf in Abcoude.
Looptijd De einddatum van deze reserve is 2045.
Gewenste omvang De omvang van deze reserve is voldoende om een deel van de huisvestingskosten op te vangen.
6. Bestemmingsreserve woningbouw
Doelstelling In maart 2022 heeft de raad ingestemd met het instellen van een bestemmingsreserve woningbouw. Deze reserve kan uitsluitend gebruikt worden voor de realisatie van sociale huurwoningen in De Ronde Venen. Het geld in het vereveningsfonds bestaat uit afdrachten ter compensatie van niet gerealiseerde sociale huurwoningen in woningbouwprojecten
Looptijd De verwachte einddatum is 2032.
Gewenste omvang Afhankelijk van de ontvangen afdrachten.
7. Energiebesparende maatregelen buitensportverenigingen
Doelstelling Het treffen van energiebesparende maatregelen die een structurele bijdrage leveren aan het omlaag brengen van het energieverbruik en energiekosten bij buitensportverenigingen en daarmee de toekomst van onze buitensportverenigingen veiligstellen.
Looptijd De verwachte einddatum is 2027.
Gewenste omvang Ten laste van deze bestemmingsreserve wordt door de gemeente aan verenigingen een bijdrage verstrekt tot een maximum van € 80.000 per vereniging als de aanvraag voldoet aan de landelijke subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA).

07 | De stand en het verloop van voorzieningen

Landelijke en lokale kaders over voorzieningen

Terug naar navigatie - 07 | De stand en het verloop van voorzieningen - Landelijke en lokale kaders over voorzieningen
Voorzieningen maken onderdeel uit van de balans van de gemeente. De balans geeft op een bepaald moment inzicht in de bezittingen, schulden en het eigen vermogen van de gemeente.

 

Een voorziening wordt gevormd voor toekomstige verplichtingen, verliezen of risico’s waarvan de omvang nog niet exact bekend is, maar wel redelijkerwijs kan worden ingeschat. Voorzieningen zorgen ervoor dat deze kosten tijdig worden meegenomen in de financiële positie van de gemeente.
 

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt in artikel 44 dat voorzieningen kunnen worden gevormd voor:

  • verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs kan worden geschat;
  • bestaande risico’s die naar verwachting leiden tot verplichtingen of verliezen, waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
  • kosten die in toekomstige jaren worden gemaakt, wanneer deze mede hun oorsprong vinden in het huidige of een eerder begrotingsjaar en de voorziening bedoeld is om de lasten gelijkmatig over meerdere jaren te verdelen.

Overige uitgangspunten:

  • Tot de voorzieningen behoren ook van derden ontvangen middelen die verplicht aan een specifiek doel moeten worden besteed, zoals opbrengsten uit de rioolheffing en afvalstoffenheffing.
  • Een voorziening moet naar beste schatting voldoende zijn om de betreffende verplichting of het risico af te dekken. De omvang mag daarom niet groter of kleiner zijn dan noodzakelijk. Een voorziening mag geen negatief saldo hebben.
  • De omvang van de voorzieningen wordt zichtbaar gemaakt op de balans. Hierop gelden twee uitzonderingen:
    • de voorziening dubieuze debiteuren;
    • de voorziening verlieslatende grondexploitaties.

Deze voorzieningen worden als correctiepost in mindering gebracht op de betreffende balanspost.

  •  
De gemeenteraad heeft in september 2024 de Nota Reserves en Voorzieningen vastgesteld. De uitgangspunten uit deze nota zijn samengevat in onderstaand overzicht.

Verloopoverzicht van de voorzieningen

Terug naar navigatie - 07 | De stand en het verloop van voorzieningen - Verloopoverzicht van de voorzieningen
Verloopoverzicht voorzieningen 2026 - 2030 (bedragen x € 1.000)
1. Bijdrage akoestische maatregelen Stationslocatie Mijdrecht 2026 2027 2028 2029 2030
  Stand per 1 januari 220 220 220 220 220
  Toevoegingen 0 0 0 0 0
  Bestedingen 0 0 0 0 0
  Stand per 31 december 220 220 220 220 220
2. Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA) 2026 2027 2028 2029 2030
  Stand per 1 januari 3.163 3.481 0 0 0
  Toevoegingen 318 318 0 0 0
  Bestedingen 0 -3.799 0 0 0
  Stand per 31 december 3.481 0 0 0 0
3. Verlofsparen 2026 2027 2028 2029 2030
  Stand per 1 januari 1.754 2.004 2.254 2.504 2.754
  Toevoegingen 250 250 250 250 250
  Bestedingen 0 0 0 0 0
  Stand per 31 december 2.004 2.254 2.504 2.754 3.004
4. Gemeentelijke gebouwen 2026 2027 2028 2029 2030
  Stand per 1 januari 2.341 1.996 2.135 2.242 1.548
  Toevoegingen 331 331 331 331 331
  Bestedingen -676 -192 -224 -1.025 -195
  Stand per 31 december 1.996 2.135 2.242 1.548 1.684
5. Begraafplaatsen 2026 2027 2028 2029 2030
  Stand per 1 januari 144 167 166 201 236
  Toevoegingen 35 35 35 35 35
  Bestedingen -12 -36 0 0 0
  Stand per 31 december 167 166 201 236 271
6. Afvalstoffenheffing 2026 2027 2028 2029 2030
  Stand per 1 januari 1.701 1.391 760 625 637
  Toevoegingen 0 0 0 12 128
  Bestedingen -310 -631 -135 0 0
  Stand per 31 december 1.391 760 625 637 765
7. Riool- en waterzorgheffing 2026 2027 2028 2029 2030
  Stand per 1 januari 600 729 870 986 1.006
  Toevoegingen 129 141 116 20 48
  Bestedingen 0 0 0 0 0
  Stand per 31 december 729 870 986 1.006 1.054
8. Wonen 2026 2027 2028 2029 2030
  Stand per 1 januari  121 114 114 114 114
  Toevoegingen 0 0 0 0 0
  Bestedingen -7 0 0 0 0
  Stand per 31 december 114 114 114 114 114

Toelichting per voorziening

Terug naar navigatie - 07 | De stand en het verloop van voorzieningen - Toelichting per voorziening
Toelichting per voorziening
Nr. Naam van de voorziening Toelichting
1. Bijdrage akoestische maatregelen Stationslocatie Mijdrecht Als het transformatorstation in de periode 2021 - 2031 wordt vergroot door toegenomen energievraag, dan draagt de gemeente maximaal 220.000 euro bij voor akoestische maatregelen. Dit is contractueel vastgelegd tussen Stedin en de gemeente.
2. Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA)

De gemeente is zelf verantwoordelijk voor de pensioenen van (oud-)wethouders. Deze verantwoordelijkheid volgt uit de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Anders dan bij reguliere medewerkers loopt dit pensioen (nu nog) niet via het ABP, maar wordt het door de gemeente in eigen beheer opgebouwd. Om ervoor te zorgen dat hiervoor voldoende geld beschikbaar is, vormt de gemeente een pensioenvoorziening. Dit is een bedrag op de balans dat aangeeft hoeveel geld naar verwachting nodig is om de toekomstige pensioenverplichtingen te kunnen betalen.

 

De hoogte van deze voorziening wordt vastgesteld met behulp van een actuariële berekening. Zo’n berekening houdt onder andere rekening met levensverwachting en rentestanden. 

 

Overgang naar nieuw pensioenstelsel

Vanaf 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel. Dit betekent dat de pensioenverplichtingen worden overgedragen aan het ABP. De feitelijke overdracht van de opgebouwde rechten vindt plaats in 2027.

Bij deze overdracht kan blijken dat de gemeente meer geld heeft gereserveerd dan nodig is. In dat geval kan (een deel van) de pensioenvoorziening vrijvallen. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een hogere rente of aangepaste uitgangspunten in de berekening. Een eventuele vrijval leidt tot een eenmalig financieel voordeel voor de gemeente.

 
Na 2028 betaalt niet langer de individuele gemeente rechtstreeks de APPA-pensioenen; het ABP keert deze uit, terwijl de overheden daarvoor premie betalen en de bestaande rechten overdragen aan het fonds.
 3. Verlofsparen

In de gemeentelijke CAO is vastgelegd dat ambtenaren verlof mogen opsparen. Dit stelt hen in staat om langere tijd vrij te nemen of eventueel eerder met pensioen te gaan. Deze regeling is van toepassing op alle gemeenten.

4. Gemeentelijke gebouwen

Deze voorziening is gevormd om de meerjarige onderhoudskosten van diverse gemeentelijke gebouwen op een gelijkmatige en planmatige wijze te kunnen opvangen. Hiermee wordt voorkomen dat grote onderhoudsuitgaven in één begrotingsjaar een onevenredige druk leggen op het begrotingsresultaat.

In 2023 heeft de gemeenteraad het Integraal Vastgoedbeheerplan 2023 – 2027 vastgesteld. Dit plan vormt de basis voor de omvang en inzet van deze voorziening. De voorziening heeft betrekking op het planmatig onderhoud van de volgende gebouwen en objecten:

  • Brugwachterswoningen;
  • Diverse gemeentelijke woningen;
  • Brandweerkazernes;
  • Gemeentehuis inclusief werkcentrum;
  • Werkplaatsen in Abcoude, Baambrugge en Mijdrecht;
  • Sporthal De Eendracht en De Phoenix;
  • Kerktorens in Abcoude, Mijdrecht en Wilnis;
  • Piet Mondriaangebouw (Integraal kindcentrum) Abcoude;
  • Jongerencentrum Tumult;
  • NME-centrum;
  • Brede School Present;
  • Veenweidebad;
  • Gebouw op begraafplaats Abcoude en Baambrugge;
  • Herenweg 196;
  • Brugwachtersverblijven;
  • Geitenwei;
  • Hertenkamp.
5. Begraafplaatsen

In januari 2017 heeft de raad ingestemd met het voorstel 'Financiële onderbouwing van de voorziening en tarieven met betrekking tot de algemene begraafplaatsen in De Ronde Venen'. De voorziening is voor het opvangen van meerjarige onderhoudskosten en het ruimen van graven.

6. Afvalstoffenheffing

Uit deze voorziening worden incidentele tegenvallers in de kosten en de opbrengsten van afval opgevangen zonder dat er tariefsaanpassingen nodig zijn. Zie voor meer informatie de paragraaf Lokale heffingen.

7. Riool- en waterzorgheffing

Uit deze voorziening worden incidentele tegenvallers in de kosten en de opbrengsten van riolering en waterzorg opgevangen zonder dat er tariefsaanpassingen nodig zijn. Zie voor meer informatie de paragraaf Lokale heffingen.

8. Wonen

In een overeenkomst Koopgarantregeling met woningbouwvereniging Cazas Wonen is afgesproken dat de ontvangen bijdragen door de gemeente worden ingezet voor sociale volkshuisvesting. Uit deze voorziening worden incidentele kosten voor sociale volkshuisvestelijke doeleinden opgevangen. 

08 | Totaaloverzicht meerjareninvesteringsprogramma 2027 - 2030

Landelijke en lokale kaders over investeringen

Terug naar navigatie - 08 | Totaaloverzicht meerjareninvesteringsprogramma 2027 - 2030 - Landelijke en lokale kaders over investeringen
  • Onder investeringen wordt verstaan het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. De investeringen worden op de balans verantwoord. De lasten voortvloeiende uit de investeringen, zoals onderhoud, afschrijvingen, toegerekende rente, verzekeringen, behoren tot de jaarlijkse exploitatielasten.
  • Bij een bestaand actief is sprake van een investering als de uitgaven:
    • leiden tot een significante kwaliteitsverbetering; en/of
    • leiden tot het verlengen van de levensduur; en/of
    • aanpassingen betreffen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijvoorbeeld investeringen in een gebouw om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften).
  • Wanneer uitgaven worden gedaan voor het behoud van de oorspronkelijke kwaliteit en levensduur van een actief, dan is er sprake van onderhoud.
  • Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan 25.000 euro worden niet geactiveerd. Uitzondering hierop is dat gronden en terreinen altijd worden geactiveerd.
  • In 2025 heeft de gemeenteraad de Nota activeren, waarderen en afschrijven vastgesteld.
  • De jaarlijkse waardevermindering (afschrijving) start na het jaar van afronden.
  • In onderstaande tabel zijn de nieuwe investeringsbudgetten van 2027 tot en met 2030 opgenomen.
  • Daarnaast zijn er investeringsbudgetten die in 2025 en de jaren daarvoor beschikbaar zijn gesteld en doorlopen tot in 2026 en verder. Deze reeds toegekende investeringsbudgetten zijn niet opgenomen in de onderstaande tabel.

Meerjareninvesteringsprogramma 2027 - 2030

Terug naar navigatie - 08 | Totaaloverzicht meerjareninvesteringsprogramma 2027 - 2030 - Meerjareninvesteringsprogramma 2027 - 2030
Meerjareninvesteringsprogramma 2027 - 2030 (bedragen x € 1.000)
Nr. Onderwerp Investering Afschrijvingskosten Opmerking
2027 2028 2029 2030 2028 2029 2030
Programma 1 | Wonen
1. Afval 100 170 80 0 0 14 30 Onderdeel van tarief afvalstoffenheffing
2. Bruggen 1.707 1.350 555 715 0 78 149 Onderdeel van begrotingsresultaat
3. Riolering 620 400 400 0 0 31 42 Onderdeel van tarief riool- en waterzorgheffing
4. Vastgoed 57 180 0 0 0 21 27 Onderdeel van begrotingsresultaat
5. Voertuigen en materialen 531 118 514 155 0 57 74 Onderdeel van begrotingsresultaat
6. Wegen 10.376 15.882 6.051 1.592 0 183 410 Onderdeel van begrotingsresultaat
7. Speelvoorzieningen 120 0 0 0 0 12 12 Onderdeel van begrotingsresultaat
  Totaal programma 1 13.511 18.100 7.600 2.462 0 396 744  
Programma 2 | Samenleven
8. Binnensportaccommodaties 0 658 0 0 0 0 27 Onderdeel van begrotingsresultaat
9. Buitensportaccommodaties 1.559 790 0 0 0 71 150 Onderdeel van begrotingsresultaat
10. Onderwijshuisvesting 1.261 11.362 0 0 0 0 293 Onderdeel van begrotingsresultaat
11. Vastgoed 91 0 0 0 0 4 4 Onderdeel van begrotingsresultaat
  Totaal programma 2 2.911 12.810 0 0 0 75 474  
Programma 3 | Veiligheid
12. Vastgoed 0 34 0 0 0 0 1 Onderdeel van begrotingsresultaat
  Totaal programma 3 0 34 0 0 0 0 1  
Programma 4 | Bedrijfsvoering
13. Automatisering 335 613 335 460 0 63 201 Onderdeel van begrotingsresultaat
  Totaal programma 4 335 613 335 460 0 63 201  
  Totaal 16.757 31.557 7.935 2.922 0 534 1.420  

09 | Verdeling programma's naar landelijke taakvelden

Verdeling taakvelden over de 5 programma's

Terug naar navigatie - 09 | Verdeling programma's naar landelijke taakvelden - Verdeling taakvelden over de 5 programma's
Programma 1 | Wonen
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 5.5 Cultureel erfgoed
2.1 Verkeer en vervoer 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
2.2 Parkeren 7.2 Riolering
2.4 Economische havens en waterwegen 7.3 Afval
2.5 Openbaar vervoer 7.4 Milieubeheer
3.1 Economische ontwikkeling 7.5 Begraafplaatsen en crematoria
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 8.1 Ruimte en leefomgeving
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
3.4 Economische promotie 8.3 Wonen en bouwen
Programma 2 | Samenleven
4.1 Openbaar basisonderwijs 6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
4.2 Onderwijshuisvesting 6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal
5.1 Sportbeleid en activering 6.753 Jeugdhulp ambulant lokaal
5.2 Sportaccommodaties 6.761 jeugdhulp met verblijf lokaal
5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
5.4 Musea 6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk
5.6 Media 6.791 PGB Wmo
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.792 PGB Jeugd
6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal 6.811 Beschermd wonen (Wmo)
6.3 Inkomensregelingen 6.812 Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo)
6.4 WSW en beschut werk 6.821 Jeugdbescherming
6.5 Arbeidsparticipatie 6.822 Jeugdreclassering
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) 6.91 Coördinatie en beleid Wmo
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo) 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd
6.712 Begeleiding (Wmo) 7.1 Volksgezondheid
6.713 Dagbesteding  
Programma 3 | Veiligheid
1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid
Programma 4 | Bedrijfsvoering
0.1 Bestuur 0.4 Overhead
0.2 Burgerzaken  
Programma 5 | Financiën
0.5 Treasury 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
0.61 OZB woningen 0.8 Overige baten en lasten
0.62 OZB niet-woningen 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
0.63 Parkeerbelasting 0.10 Mutaties reserves
0.64 Belastingen overig 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

Taakvelden 2026 - 2030

Terug naar navigatie - 09 | Verdeling programma's naar landelijke taakvelden - Taakvelden 2026 - 2030
Bedragen x €1.000
Programmabudget Begroting 2026 na wijziging Begroting 2027 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2028 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2029 na Kadernota 2027 en mutaties Raming 2030 na Kadernota 2027 en mutaties
XT-01 Bestuur
Lasten 3.404 3.397 3.396 3.395 3.395
XT-010 Mutaties reserves
Stortingen 7.558 18.145 2.038 2.262 3.393
Onttrekkingen 8.319 3.162 2.184 2.381 419
Totaal saldo inzet reserves 761 -14.983 146 119 -2.974
XT-011 Res. v.de rek. van baten lasten
Stortingen 0 446 0 0 0
Onttrekkingen 865 0 2.248 4.118 4.205
Totaal saldo inzet reserves 865 -446 2.248 4.118 4.205
XT-02 Burgerzaken
Lasten 1.932 2.068 1.999 1.781 1.868
Baten 1.089 1.151 1.083 675 596
Totaal saldo van baten en lasten -843 -916 -915 -1.105 -1.271
XT-03 Beheer overige gebouwen en gronden
Lasten 1.027 2.340 840 1.867 851
Baten 254 1.559 250 252 254
Totaal saldo van baten en lasten -772 -781 -590 -1.615 -598
XT-04 Overhead
Lasten 21.133 21.710 21.145 21.944 22.032
Baten 25 25 25 25 25
Totaal saldo van baten en lasten -21.108 -21.686 -21.120 -21.919 -22.008
XT-05 Treasury
Lasten 114 83 62 79 137
Baten 98 98 98 123 123
Totaal saldo van baten en lasten -16 15 36 44 -14
XT-061 OZB woningen
Lasten 784 793 793 793 793
Baten 8.270 8.480 8.480 8.480 8.480
Totaal saldo van baten en lasten 7.486 7.687 7.687 7.687 7.687
XT-062 OZB niet-woningen
Baten 5.660 5.800 5.800 5.800 5.800
XT-063 Parkeerbelasting
Lasten 15 0 0 0 0
Baten 22 22 22 22 22
Totaal saldo van baten en lasten 7 22 22 22 22
XT-064 Belastingen overig
Lasten 561 560 560 560 560
Baten 177 187 187 187 187
Totaal saldo van baten en lasten -384 -373 -373 -373 -373
XT-07 Algemene uitkering
Baten 86.090 89.170 86.970 85.900 87.470
XT-08 Overige baten en lasten
Lasten 151 188 189 189 189
XT-09 Vennootschapsbelasting (VpB)
Lasten 25 25 25 25 25
XT-11 Crisisbeheersing en brandweer
Lasten 4.138 4.397 4.495 4.494 4.513
Baten 304 4 4 4 4
Totaal saldo van baten en lasten -3.834 -4.393 -4.491 -4.490 -4.509
XT-12 Openbare orde en veiligheid
Lasten 828 1.087 1.262 1.237 1.212
Baten 75 75 75 75 75
Totaal saldo van baten en lasten -752 -1.012 -1.187 -1.162 -1.137
XT-21 Verkeer en vervoer
Lasten 12.768 12.524 13.776 14.178 14.573
Baten 447 496 496 442 442
Totaal saldo van baten en lasten -12.322 -12.027 -13.279 -13.735 -14.131
XT-22 Parkeren
Lasten 40 53 53 53 53
XT-24 Economische havens en waterwegen
Lasten 633 661 661 757 757
XT-25 Openbaar vervoer
Lasten 285 299 274 274 274
Baten 32 32 32 32 32
Totaal saldo van baten en lasten -253 -267 -242 -242 -242
XT-31 Economische ontwikkeling
Lasten 314 365 395 315 265
XT-32 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
Lasten 0 4.275 0 8.097 8.097
Baten 0 4.275 0 8.097 8.097
Totaal saldo van baten en lasten 0 0 0 0 0
XT-33 Bedr.loket en bedr.regelingen
Lasten 228 261 261 261 261
Baten 175 175 175 175 175
Totaal saldo van baten en lasten -53 -86 -86 -86 -86
XT-34 Economische promotie
Lasten 107 207 157 127 127
Baten 1.400 1.433 1.433 1.433 1.433
Totaal saldo van baten en lasten 1.293 1.226 1.276 1.306 1.306
XT-41 Openbaar basisonderwijs
Lasten 194 159 159 159 159
XT-42 Onderwijshuisvesting
Lasten 2.536 2.489 2.527 2.865 3.613
Baten 154 154 154 154 154
Totaal saldo van baten en lasten -2.382 -2.335 -2.373 -2.711 -3.460
XT-43 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
Lasten 3.539 3.893 4.013 4.131 4.249
Baten 750 940 1.010 1.078 1.146
Totaal saldo van baten en lasten -2.789 -2.953 -3.003 -3.053 -3.103
XT-51 Sportbeleid en activering
Lasten 411 373 373 373 373
Baten 247 210 210 210 210
Totaal saldo van baten en lasten -164 -163 -163 -163 -163
XT-52 Sportaccommodaties
Lasten 3.734 3.942 4.181 4.225 4.252
Baten 1.242 1.281 1.277 1.277 1.277
Totaal saldo van baten en lasten -2.492 -2.660 -2.904 -2.948 -2.975
XT-53 Cultuurpresentatie
Lasten 357 364 364 364 364
Baten 5 0 0 0 0
Totaal saldo van baten en lasten -352 -364 -364 -364 -364
XT-54 Musea
Lasten 0 0 0 0 0
XT-55 Cultureel erfgoed
Lasten 261 298 298 298 298
Baten 7 7 7 7 7
Totaal saldo van baten en lasten -254 -291 -291 -291 -291
XT-56 Media
Lasten 1.181 1.074 1.074 1.074 1.074
Baten 30 30 30 30 30
Totaal saldo van baten en lasten -1.151 -1.044 -1.044 -1.044 -1.044
XT-57 Openbaar groen en recreatie
Lasten 6.858 7.034 6.809 6.875 6.939
Baten 35 0 0 0 0
Totaal saldo van baten en lasten -6.823 -7.034 -6.809 -6.875 -6.939
XT-61 Samenkracht en burgerparticip.
Lasten 12.449 13.452 13.194 13.310 13.317
Baten 8.398 9.124 9.124 9.124 9.124
Totaal saldo van baten en lasten -4.050 -4.327 -4.070 -4.186 -4.192
XT-62 Toegang en eerstelijnsvoorz(tm 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-623 Toegang en eerstelijnsv. Integraal
Lasten 4.227 4.935 4.735 4.685 4.685
Baten 25 0 0 0 0
Totaal saldo van baten en lasten -4.202 -4.935 -4.735 -4.685 -4.685
XT-63 Inkomensregelingen
Lasten 11.877 12.151 12.151 12.151 12.151
Baten 9.470 9.672 9.672 9.672 9.672
Totaal saldo van baten en lasten -2.407 -2.479 -2.479 -2.479 -2.479
XT-64 WSW en beschut werk
Lasten 2.473 2.538 2.528 2.518 2.518
Baten 140 140 140 140 140
Totaal saldo van baten en lasten -2.333 -2.398 -2.388 -2.378 -2.378
XT-65 Arbeidsparticipatie
Lasten 1.537 1.647 1.637 1.601 1.601
Baten 0 0 0 0 0
Totaal saldo van baten en lasten -1.537 -1.647 -1.637 -1.601 -1.601
XT-66 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
Lasten 0 1.596 545 0 0
Baten 0 79 0 0 0
Totaal saldo van baten en lasten 0 -1.517 -545 0 0
XT-660 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
Lasten 1.759 117 1.168 1.713 1.713
Baten 160 81 160 160 160
Totaal saldo van baten en lasten -1.599 -36 -1.008 -1.553 -1.553
XT-6711 Huishoudelijk hulp (Wmo)
Lasten 3.000 3.150 3.200 1.490 1.520
Baten 175 100 520 520 520
Totaal saldo van baten en lasten -2.825 -3.050 -2.680 -970 -1.000
XT-6712 Begeleiding (Wmo)
Lasten 2.300 2.325 2.325 2.375 2.375
XT-6713 Dagbesteding (Wmo)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-6714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-671A Huishoudelijk hulp (Wmo) (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
Baten 0 0 0 0 0
Totaal saldo van baten en lasten 0 0 0 0 0
XT-671B Begeleiding (WMO) (t/m 2024)
Lasten 0 -15 0 0 0
XT-671C Dagbesteding (WMO) (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-671D Overige maatwerkarrang. (t/m 2024)
Lasten 0 15 0 0 0
XT-672A Jeugdhulp begeleiding (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-672B Jeugdhulp behandeling (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-672C Jeugdhulp dagbesteding (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-672D Jeugdhulp zonder verblijf (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-673A Pleegzorg (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-673B Gezinsgericht (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-673C Jeugdhulp met verblijf (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-674A Jeugdh. GGZ zonder verblijf(tm 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-674B Jeugdh crisis/LTA/GGZ-verbl.(tm2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-674C Gesloten plaatsing (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-6751 Jeugdhulp ambulant lokaal
Lasten 40 40 40 40 40
Baten 0 0 0 0 0
Totaal saldo van baten en lasten -40 -40 -40 -40 -40
XT-6752 Jeugdhulp ambulant regionaal
Lasten 9.200 9.250 8.940 8.940 8.940
Baten 0 0 420 420 420
Totaal saldo van baten en lasten -9.200 -9.250 -8.520 -8.520 -8.520
XT-6753 Jeugdhulp ambulant landelijk
Lasten 250 260 260 260 260
XT-6761 Jeugdhulp met verblijf lokaal
Lasten 0 0 0 0 0
XT-6762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
Lasten 2.100 2.175 2.175 2.175 2.175
XT-6763 Jeugdhulp met verblijf landelijk
Lasten 10 10 10 10 10
XT-6791 PGB Wmo
Lasten 300 250 250 250 250
XT-6792 PGB Jeugd
Lasten 200 250 250 250 250
XT-6811 Beschermd wonen
Lasten 700 700 700 700 700
Baten 700 700 700 700 700
Totaal saldo van baten en lasten 0 0 0 0 0
XT-6812 Maatschappelijke- en vrouwenopvang
Lasten 300 300 300 300 300
Baten 300 300 300 300 300
Totaal saldo van baten en lasten 0 0 0 0 0
XT-681A Beschermd wonen (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-681B Maatsch.- en vrouwenopvang(t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-6821 Jeugdbescherming
Lasten 1.650 1.700 1.700 1.700 1.700
XT-682A Jeugdbescherming (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-682B Jeugdreclassering (t/m 2024)
Lasten 0 0 0 0 0
XT-691 Coördinatie en beleid Wmo
Lasten 1.675 1.852 1.852 1.852 1.852
XT-692 Coördinatie en beleid Jeugd
Lasten 2.105 1.944 1.944 1.744 1.744
XT-71 Volksgezondheid
Lasten 2.048 2.387 1.987 1.987 1.987
Baten 1.200 1.400 1.000 1.000 1.000
Totaal saldo van baten en lasten -848 -987 -987 -987 -987
XT-72 Riolering
Lasten 4.664 4.867 4.901 4.936 4.976
Baten 6.092 6.290 6.330 6.380 6.420
Totaal saldo van baten en lasten 1.429 1.423 1.429 1.444 1.444
XT-73 Afval
Lasten 5.413 6.642 7.077 7.122 7.188
Baten 7.172 8.559 9.004 9.069 9.135
Totaal saldo van baten en lasten 1.759 1.917 1.927 1.947 1.947
XT-74 Milieubeheer
Lasten 3.646 3.034 3.068 3.018 3.018
Baten 957 8 8 8 8
Totaal saldo van baten en lasten -2.689 -3.026 -3.060 -3.010 -3.010
XT-75 Begraafplaatsen en crematoria
Lasten 384 462 462 462 462
Baten 444 455 455 455 455
Totaal saldo van baten en lasten 60 -7 -7 -7 -7
XT-81 Ruimte en leefomgeving
Lasten 4.435 1.812 1.400 1.202 1.132
Baten 3.086 2.421 1.532 2.375 3.506
Totaal saldo van baten en lasten -1.349 609 131 1.173 2.374
XT-82 Grondexploitatie
Lasten 959 742 214 817 0
Baten 5.120 6.127 0 0 0
Totaal saldo van baten en lasten 4.161 5.385 -214 -817 0
XT-83 Wonen en bouwen
Lasten 10.094 7.616 7.333 6.860 6.883
Baten 5.700 17.491 6.911 6.221 6.221
Totaal saldo van baten en lasten -4.394 9.875 -422 -639 -662

10 | Meerjarige prognose van de balans en het EMU-saldo

Landelijke kaders voor meerjarenprognose balans en EMU-saldo

Terug naar navigatie - 10 | Meerjarige prognose van de balans en het EMU-saldo - Landelijke kaders voor meerjarenprognose balans en EMU-saldo

Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo is landelijk voorgeschreven dat bij de uiteenzetting van de financiële positie een geprognosticeerde balans moet worden opgenomen. Deze balans moet meerjarig zijn en geeft inzicht in de ontwikkeling van onder meer investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte. De presentatie van de geprognosticeerde balans moet aansluiten op de balans in de jaarrekening, maar behoeft niet dezelfde mate van detail te kennen. Bij de prognoses is rekening gehouden met de mutaties voortvloeiend uit het investeringsprogramma en de mutaties in de reserves en voorzieningen.

Meerjarenprognose balans 2025 - 2030

Terug naar navigatie - 10 | Meerjarige prognose van de balans en het EMU-saldo - Meerjarenprognose balans 2025 - 2030
Meerjarenprognose balans (balans x € 1.000)
  Eind 2025 Eind 2026 Eind 2027 Eind 2028 Eind 2029 Eind 2030
  Balans op hoofdlijnen            
  Activa:            
1. Immateriële vaste activa 4.910 4.993 6.647 6.482 7.466 8.468
2. Materiële vaste activa 121.727 135.102 173.884 195.291 204.401 200.823
3. Financiële vaste activa: 4.087 5.112 5.137 5.162 5.187 5.212
4. Voorraden 2.137 2.351 1.072 1.820 -360 -1.891
5. Uiteenzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 20.615 13.007 13.007 13.007 13.007 13.007
6. Liquide middelen 161 1.318 0 0 3.979 13.248
7. Overlopende activa 10.211 10.211 10.211 10.211 10.211 10.211
  Totaal activa 163.848 172.094 209.958 231.973 243.891 249.078
             
  Passiva:            
8. Eigen vermogen (reserves) 31.537 33.490 48.919 46.524 42.286 41.006
9. Voorzieningen 10.045 10.100 6.517 6.889 6.511 7.106
10. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 101.506 107.744 133.683 156.821 174.334 180.206
11. Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar 8.114 8.114 8.193 9.093 8.114 8.114
12. Overlopende passiva 12.646 12.646 12.646 12.646 12.646 12.646
  Totaal passiva 163.848 172.094 209.958 231.973 243.891 249.078

EMU-saldo

Terug naar navigatie - 10 | Meerjarige prognose van de balans en het EMU-saldo - EMU-saldo
  • Het begrotingssaldo van een land geeft weer of een land een overschot of een tekort heeft bij zijn overheidsuitgaven. Als de uitgaven in een bepaald jaar groter zijn dan de inkomsten, is er in dat jaar sprake van een tekort en groeit de staatsschuld. Het begrotingssaldo geeft daarmee een indicatie van de staat waarin het huishoudboekje van de overheid in een bepaald jaar verkeert. De lidstaten van de Europese Unie hebben afgesproken allemaal met eenzelfde definitie van het begrotingssaldo te werken. Ze noemen dit het EMU-saldo.
  • Gemeenten zijn verplicht om in hun begroting een berekening van het EMU-saldo op te nemen voor de begrotingsjaren 2026 – 2028.
  • De EMU-systematiek werkt evenwel op een andere manier dan het baten-lastenstelsel dat decentrale overheden hanteren. Investeringen en uitgaven die worden gedekt uit reserves tellen bijvoorbeeld niet mee in de uitkomst in het baten-lastenstelsel, maar tellen wel door in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben.
  • Het EMU-saldo voor De Ronde Venen voor 2027 komt uit op € -27.311.000. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven groter zijn dan de inkomsten. Dat blijkt uit onderstaande berekening. 

 

Berekening EMU-saldo (bedragen x € 1.000)
Omschrijving 2026 2027 2028
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves -1.455 15.429 -2.394
2. Mutatie (im)materiële vaste activa -13.458 -40.436 -21.242
3. Mutatie voorzieningen 55 -3.583 372
4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -214 1.279 -748
5. Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa 0 0 0
Berekend EMU-saldo -15.072 -27.311 -24.012

11 | Borg- en garantstellingen

Terug naar navigatie - 11 | Borg- en garantstellingen - Borg- en garantstellingen

De gemeente De Ronde Venen heeft garanties verstrekt voor de betaling van rente en aflossing op leningen. Deze leningen zijn aangegaan door woningbouwvereniging Cazas en verschillende sport- en welzijnsorganisaties voor de financiering van hun vaste activa. Hierbij volgen we de richtlijnen die zijn vastgesteld in de Nota borg- en garantstellingen.

 

Borg- en garantstellingen (bedragen x € 1.000)
Nr. Naam van de instelling Rekening 2025 Prognose 2026 Prognose 2027
  Woningbouw:      
1. Stichting Cazas Wonen 268.348 300.000 340.000
2. Hypotheekfonds overheidspersoneel 479 230 230
  Sport, welzijn en zorg:      
3. FC Abcoude 374 342 310
4. Stichting Ons Dorpshuis (De Boei) 1.064 1.008 952
5. Sporthuis Abcoude 4.686 4.558 4.439
6. Abcouder Lawn Tennis Club 304 288 272
Totaal 275.255 306.426 346.203

 

Toelichting:

  • De geborgde leningen van Stichting Cazas Wonen gaan via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW):
    • De achtervang van de gemeenten en het Rijk is het sluitstuk van de zekerheidsstructuur binnen het borgstelsel voor woningbouw. Pas als het WSW niet aan hun betaalverplichtingen kan voldoen, verstrekken de gemeenten en het Rijk renteloze leningen aan het WSW.
    • Het WSW is nog nooit aangesproken op de borg en schat het risico van de gemeenten en het Rijk in als zeer klein.
  • Hypotheekfonds overheidspersoneel
    • Door landelijke wetgeving is het hypotheekfonds overheidspersoneel vervallen en worden geen nieuwe garanties verstrekt.

12 | Landelijke indicatoren BBV

Terug naar navigatie - 12 | Landelijke indicatoren BBV - Inleiding landelijke indicatoren

Gemeenten nemen landelijke beleidsindicatoren op in hun begroting en jaarverslag. Deze indicatoren bestrijken een breed scala aan onderwerpen, variërend van criminaliteit en afvalverwerking tot bijstandsuitkeringen en nieuwbouwprojecten. De data zijn afkomstig uit verschillende bronnen, zoals gemeenten, burger- en ondernemerspeilingen, het CBS, COELO, DUO, GGD, Kadaster, de Kamer van Koophandel, de Kiesraad, NOC*NSF, Logius, het RIVM en Veiligheid.nl. De gegevens zijn beschikbaar op de website Waarstaatjegemeente.nl, die regelmatig wordt bijgewerkt met nieuwe informatie.

Landelijke indicatoren

Terug naar navigatie - 12 | Landelijke indicatoren BBV - Landelijke indicatoren
Landelijke indicatoren
Economie
1. Functiemenging De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 49,8% 57,4% 53,4%
2022 50,1% 57,9% 53,9%
2023 50,3% 58,4% 54,3%
2024 50,3% 58,7% 54,5%
2025 50,7% 59,0% 54,6%
2026 - - -
2. Vestigingen (van bedrijven) De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 210,5 184,4 165,5
2022 224,4 194,7 174,4
2023 237,2 205,3 183,1
2024 247,5 212,7 191,4
2025 255,4 217,7 196,1
2026 - - -
Volksgezondheid en milieu
3. Huishoudelijk afval per gemeente per inwoner De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 163 kg 166 kg 164 kg
2022 150 kg 159 kg 153 kg
2023 149 kg 155 kg 148 kg
2024 140 kg 154 kg 148 kg
2025 - - -
2026 - - -
4. Hernieuwbare elektriciteit De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 15,6% 13,6% 24,9%
2022 23,0% 19,3% 32,7%
2023 26,5% 21,7% 40%
2024 30,2% - 42,5%
2025 - - -
2026 - - -
Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
5. Gemiddelde WOZ-waarde (alle woningen) De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 € 399.000 € 349.000 € 290.000
2022 € 440.000 € 382.000 € 317.000
2023 € 515.000 € 447.000 € 368.000
2024 (voorlopig) € 515.000 € 450.000 € 378.000
2025 (voorlopig) € 543.000 € 480.000 € 398.000
2026 (voorlopig) € 583.000 € 534.000 € 439.000
6. Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 5,9 10,6 8,9
2022 8,0 11,2 9,3
2023 8,3 9,8 9,1
2024 2,0 8,2 8,4
2025 - - -
2026 - - -
7. Demografische druk De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 75,2% 67,8% 70,1%
2022 76,5% 68,0% 70,3%
2023 77,3% 67,9% 70,3%
2024 77,9% 67,8% 70,4%
2025 79,0% 68,1% 70,7%
2026 80,6% 68,6% 71,3%
8. Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 € 739 € 768 € 733
2022 € 856 € 868 € 823
2023 € 877 € 923 € 860
2024 € 890 € 972 € 928
2025 € 988 € 1.034 € 957
2026 € 1.034 € 1.074 € 993
9. Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 € 815 € 860 € 810
2022 € 933 € 964 € 905
2023 € 956 € 1.019 € 942
2024 € 990 € 1.094 € 1.014
2025 € 1.088 € 1.174 € 1.050
2026 € 1.134 € 1.220 € 1.091
Onderwijs
10. Absoluut verzuim per 1.000 leerlingen De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 2,7 2,2 2,7
2022 - 5,2 4,2
2023 3,4 5,2 6,3
2024 3,0 6,2 6,7
2025 6,0 5,6 7,4
2026 - - -
11. Relatief verzuim per 1.000 leerlingen De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 18 18 20
2022 12 21 24
2023 23 25 27
2024 11 25 28
2025 34 28 28
2026 - - -
12. Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv'ers) De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 1,3% 1,6% 1,9%
2022 1,9% 2,1% 2,4%
2023 1,7% 2,0% 2,4%
2024 2,0% 2,0% 2,3%
2025 - - -
2026 - - -
 Sport 
13. Niet-sporters ten opzichte van de bevolking van 19 jaar en ouder De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 - - -
2022 39,3% 40,2% 46,4%
2023 - - -
2024 36,8% 36,8% 42,5%
2025 - - -
2026 - - -
Sociaal domein
14. Banen per 1.000 inwoners van 15 - 64 jaar De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 649,9 895,3 807,6
2022 666,8 922,4 827,6
2023 671,9 940,5 839,9
2024 680,6 954,9 850,2
2025 696,6 970,4 858,8
2026 - - -
15. Jongeren met een delict voor de rechter De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 1% 1% 1%
2022 1% 1% 1%
2023 1% 1% 1%
2024 - - -
2025 - - -
2026 - - -
16. Kinderen in uitkeringsgezin De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 4% 5% 6%
2022 4% 5% 6%
2023 4% 5% 6%
2024 - - -
2025 - - -
2026 - - -
17. Werkloze jongeren De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 0% 1% 2%
2022 1% 1% 1%
2023 1% 1% 2%
2024 - - -
2025 - - -
2026 - - -
18. Netto arbeidsparticipatie De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 71,9% 73,0% 70,4%
2022 73,8% 75,0% 72,2%
2023 74,8% 75,6% 73,1%
2024 75,2% 75,8% 73,2%
2025 75,5% 76,0% 73,2%
2026 - - -
19. Personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 169,9 287,4 349,5
2022 129,0 239,4 297,9
2023 123,7 232,1 280,7
2024 130,4 235,8 285,2
2025 132,8 234,7 281,2
2026 - - -
20. Lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners van 15 - 64 jaar De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 130,7 183,7 197,7
2022 131,2 175,6 197,7
2023 161,9 170,3 191,5
2024 151,6 173,6 203,1
2025 191,5 177,7 217,8
2026 - - -
21. Jongeren met jeugdhulp als percentage van alle jongeren tot 18 jaar De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 9,4% 13,9% 13,2%
2022 9,9% 14,2% 13,5%
2023 10,7% 14,3% 13,9%
2024 10,6% 14,0% 14,0%
2025 10,1% 13,2% 13,7%
2026 - - -
22. Jongeren met jeugdbescherming als percentage van alle jongeren tot 18 jaar De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 1,0% 1,0% 1,2%
2022 0,9% 1,0% 1,2%
2023 0,9% 0,9% 1,1%
2024 0,9% 0,9% 1,0%
2025 0,8% 0,8% 1,0%
2026 - - -
23. Jongeren met jeugdreclassering als percentage van alle jongeren van 12 tot 23 jaar De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 0,2% 0,3% 0,3%
2022 0,0% 0,2% 0,3%
2023 0,0% 0,2% 0,3%
2024 0,2% 0,2% 0,4%
2025 0,2% 0,2% 0,4%
2026 - - -
24. Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo per 10.000 inwoners De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 470 589 702
2022 480 576 710
2023 490 571 700
2024 530 582 720
2025 510 577 720
2026 - - -
Veiligheid
25. Verwijzingen Halt De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 4 6 8
2022 7 6 8
2023 5 7 9
2024 8 7 9
2025 7 7 10
2026 - - -
26. Winkeldiefstallen De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 0,6 1,7 1,8
2022 0,6 2,3 2,3
2023 0,9 2,3 2,5
2024 0,8 1,9 2,2
2025 0,4 1,8 2,1
2026 - - -
27. Geweldsmisdrijven De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 2,5 3,2 4,4
2022 2,2 3,3 4,5
2023 2,4 3,2 4,3
2024 2,2 3,3 4,4
2025 2,5 3,7 4,6
2026 - - -
28. Diefstallen uit woning De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 1,3 1,8 1,4
2022 1,8 1,7 1,4
2023 1,2 1,4 1,3
2024 1,2 1,3 1,2
2025 1,4 1,4 1,2
2026 - - -
29. Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) De Ronde Venen Provincie Utrecht Nederland
2021 3,8 6 6,1
2022 4,1 5,5 6,0
2023 3,1 5,5 5,8
2024 4,1 5,2 5,7
2025 3,8 5,4 5,7
2026 - - -

Toelichting op de landelijke indicatoren

Terug naar navigatie - 12 | Landelijke indicatoren BBV - Toelichting op de landelijke indicatoren
Nr. Naam van de indicator Toelichting
1. Functiemenging De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen.
2. Vestigingen (van bedrijven) Deze indicator geeft weer het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 - 65 jaar.
3. Omvang huishoudelijk afval Deze indicator geeft weer het aantal kg huishoudelijk afval per inwoner. De hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner kan per gemeente sterk variëren. Daarvoor zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. Zo zal in een gemeente met veel hoogbouw minder GFT-afval en grof tuinafval vrijkomen omdat er minder tuinen zijn. In gemeenten met een diftar-systeem, waarbij de huishoudens meer moeten betalen als ze meer afval afgeven, komt vaak minder afval per inwoner vrij. 
4. Hernieuwbare elektriciteit Hernieuwbare energie, ook wel duurzame of groene energie genoemd, is energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld. Dit is energie uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa. Fossiele energie en kernenergie vallen niet onder hernieuwbare energie, omdat deze afkomstig zijn uit bronnen die niet worden aangevuld.
5. Gemiddelde WOZ-waarde Deze indicator geeft weer de gemiddelde WOZ-waarden van alle woningen. Het gaat om zowel koop- als huurwoningen.
6. Nieuw gebouwde woningen De indicator nieuw gebouwde woningen geeft weer het percentage nieuwe woningen ten opzichte van het totaal aantal woningen.
7. Demografische druk Demografische druk geeft de verhouding aan tussen de som van het aantal personen van 0 - 19 jaar en 65 jaar of ouder en de personen in de zogenaamde 'productieve leeftijdsgroep' van 20 - 64 jaar. Het cijfer van de demografische druk geeft inzicht in de verhouding tussen het niet-werkende deel van de bevolking en het werkende deel van de bevolking.
8. Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden Deze indicator geeft weer het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan gemeentelijke woonlasten. Zie voor meer informatie de paragraaf Lokale heffingen.
9. Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden Deze indicator geeft weer het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan gemeentelijke woonlasten. Zie voor meer informatie de paragraaf Lokale heffingen.
10.  Absoluut verzuim Het aantal leer- of kwalificatieplichtige jongeren dat absoluut verzuimer is (geweest) gedurende het schooljaar: de jongere is niet ingeschreven bij een onderwijsinstelling en beschikt niet over een vrijstelling. De periodeaanduiding '2024' staat voor schooljaar '2023/2024'.
11. Relatief verzuim Het aantal leer- of kwalificatieplichtige leerlingen (per 1.000 leerlingen) waarbij sprake is van meer dan 16 uur ongeoorloofd verzuim gedurende 4 opeenvolgende lesweken. De periodeaanduiding '2024' staat voor schooljaar '2024/2025'. 
12. Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv'ers) Vsv’ers zijn jongeren van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of minimaal een mbo-2 diploma. Het vsv-percentage staat voor het aantal vsv’ers als percentage van het aantal onderwijsdeelnemers dat aan het begin van het schooljaar ingeschreven staat. De periodeaanduiding '2024' staat voor schooljaar '2023/2024'. 
13. Niet-sporters Deze indicator geeft aan de omvang van de bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. De meting van deze indicator vindt om de vier jaar plaats. De meest recente cijfers zijn die over 2024.
14. Banen Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. De meest recente cijfers zijn die over 2024.
15. Jongeren met een delict voor de rechter Het percentage jongeren (12 - 16 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen. De meest recente cijfers zijn die over 2023.
16. Kinderen in uitkeringsgezin Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. De meest recente cijfers zijn die over 2024.
17. Werkloze jongeren Personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben. De meest recente cijfers zijn die over 2024.
18. Netto arbeidsparticipatie Deze indicator geeft weer het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking.
19 Personen met een bijstandsuitkering Het aantal personen (per 10.000 inwoners) met een uitkering op grond van de Participatiewet en Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo).
20. Lopende re-integratievoorzieningen Deze indicator geeft weer het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15 - 64 jaar. De meest recente cijfers zijn die over 2024.
21. Jongeren met jeugdhulp Deze indicator geeft weer het percentage van jongeren per januari met jeugdhulp. Het gaat om hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale problemen en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jeugdige, of opvoedingsproblemen van ouders. 
22. Jongeren met jeugdbescherming

Deze indicator geeft weer het percentage van jongeren per januari met jeugdbescherming. Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Het doel van de kinderbeschermingsmaatregelen is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of 'onder voogdij geplaatst'.

23. Jongeren met jeugdreclassering

Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder de overtreding of het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of de officier van Justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart. 

24. Cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo

Deze indicator geeft weer het aantal cliënten (per 10.000 inwoners) met een maatwerkvoorziening via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Maatwerkvoorzieningen zijn hulpmiddelen als een rolstoel, een woningaanpassing of een vervoersdienst. Daarnaast vallen diensten zoals hulp bij het huishouden en persoonlijke verzorging of dagbesteding onder een maatwerkvoorziening.

25. Verwijzingen Halt

Deze indicator geeft weer het aantal jongeren van 12 t/m 18 jaar (per 1.000 jongeren) die een licht strafbaar vergrijp plegen en die vervolgens door de politie of leerplichtambtenaren naar Halt worden verwezen voor een passende Halt-straf. Zij krijgen leeropdrachten en er volgen gesprekken met de jongere en de ouders. Op deze manier kunnen jongeren rechtzetten wat zij fout hebben gedaan, zonder dat zij in aanraking komen met het Openbaar Ministerie.

26. Winkeldiefstallen

Deze indicator geeft aan het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners.

27. Geweldsmisdrijven

Deze indicator geeft weer het aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners. Hieronder valt misdrijven tegen het leven, bedreiging, mishandeling, afpersing en seksuele misdrijven (exclusief schennis der eerbaarheid).

28. Diefstallen uit woning

Deze indicator geeft aan het aantal diefstallen uit woning per 1.000 inwoners.

29. Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)

Hieronder vallen brandstichting, alle vormen van vernieling en misdrijven tegen de openbare orde en het openbaar gezag per 1.000 inwoners.

13 | Financiële begrippen

Terug naar navigatie - 13 | Financiële begrippen - Begrippenlijst
In dit onderdeel worden belangrijke financiële begrippen toegelicht.

 

Begrip Toelichting

1. Begroting en financiën

Begrippen die te maken hebben met de gemeentelijke begroting en financiële sturing.
Exploitatie(begroting)

Overzicht van baten en lasten.

Programmabegroting
Wat wil de gemeente bereiken, wat gaat ze doen, wat kost het en wat zijn de financiële risico's.
Programmarekening (jaarrekening)
Wat is gerealiseerd en wat heeft het gekost.
Begrotingsoverschot Een begrotingsoverschot treedt op wanneer de baten hoger zijn dan de lasten.
Begrotingstekort Een begrotingstekort treedt op wanneer de lasten hoger zijn dan de baten.
Meerjarenraming/perspectief
Financieel overzicht voor meerdere jaren.
Netto budget/lasten

De lasten na aftrek van de baten die worden afgedekt vanuit de algemene (dekkings)middelen (zie toelichting algemene dekkingsmiddelen).

Loon- en prijscompensatie

Budget om loon en prijsstijgingen op te kunnen vangen.

Beïnvloedbare ruimte Begrotingsruimte waar de raad invloed op heeft.
Algemene (dekkings)middelen Inkomsten van de gemeente waar geen directe dienstverlening en/of bestedingsverplichtingen tegenover staan. Het zijn dan ook vrij besteedbare middelen die jaarlijks worden ingezet ter dekking van de uitgaven op de diverse programma’s.

2. Inkomsten en uitkeringen

Begrippen over geldstromen vanuit het Rijk en andere bronnen.
Gemeentefonds

Rijksfonds waaruit gemeenten jaarlijks de algemene uitkering ontvangen.

Algemene uitkering Uitkering uit het gemeentefonds van het Rijk die de gemeente geheel vrij mag besteden.
Specifieke uitkering

Bij specifieke uitkeringen gaat het om geld dat gemeenten van het Rijk, provincie of andere gemeenten ontvangen en moeten besteden aan bepaalde taken (medebewindstaken). Het Rijk heeft het geld dus geoormerkt. Gemeenten moeten bij het Rijk verantwoorden hoe ze het geld hebben besteed.

Accres Groei of krimp van het gemeentefonds
Taakmutatie

Extra geld uit het gemeentefonds voor de uitvoering van nieuwe en/of gewijzigde taken.

Dividend

Een deel van de winst dat aan aandeelhouders wordt toegekend.

BTW Compensatie Fonds (BCF)

Fonds bij het Rijk waar provincies en gemeenten betaalde btw kunnen terugvorderen.

3. Investeringen en activa

Begrippen over investeringen en bezittingen.
Investeringen

Uitgaven met een meerjarig nut.

Investeringen met een economisch nut

Investeringen die inkomsten genereren of verhandelhebben een economisch nut als ze verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.

Investeringen met een maatschappelijk nut

Investeringen die geen economisch nut opleveren (geen middelen genereren en/of verhandelbaar zijn), bijvoorbeeld wegen. 

Vervangingsinvesteringen

Investeringen voor de vervanging van een bestaand actief als gevolg van economische veroudering of slijtage. 

Levensduurverlengende investeringen

Dit zijn investeringen die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging van betreffend actief. Bijvoorbeeld, het renoveren (= vernieuwen naar de huidige maatstaven en normen) van een gebouw. Het gaat hier dus niet om (groot)onderhoud. Onderhoud is niet levensduurverlengend, maar dient om het actief gedurende zijn levensduur in goede staat te houden. 

Routine investeringen

Dit zijn investeringen ter vervanging van bestaande activa met als doel de bedrijfsvoering op het huidige peil te houden. Het betreft voornamelijk investeringen in automatisering, meubilair, huisvesting, voertuigen en materieel. 

Activeren Het op de balans presenteren van de financiële waarde van het aangeschafte of vervaardigde kapitaalgoed met meerjarig nut dat vanaf dat moment als bezitting kan worden beschouwd.
Waarderen

De waarde die toegekend wordt aan het geactiveerde kapitaalgoed c.q. de investering op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 

Restwaarde
Verwachte waarde aan het einde van de levensduur.
Directe opbrengstwaarde

Waarde van een kapitaalgoed bij directe verkoop.

4. Afschrijven en waardering

Begrippen over waardevermindering en boekhoudkundige verwerking.
Afschrijven Verdeling van de kosten over gebruiksjaren.
Componentenbenadering

Afschrijven per afzonderlijk onderdeel.

Lineair afschrijven

Jaarlijks een vast bedrag aan waardevermindering.

Schattingswijziging

Aanpassing van de levensduurschatting.

Stelselwijziging

Wijziging in waarderingsmethodiek.

5. Onderhoud en beheer

Begrippen over onderhoud van gemeentelijke bezittingen.
Achterstallig onderhoud Onderhoud dat niet op tijd is uitgevoerd, waardoor een onderhoudsrichtlijn is overschreden en niet (meer) wordt voldaan aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Achterstallig onderhoud kan leiden tot schade en/of onveilige situaties, hetgeen vaak leidt tot hogere herstelkosten.
Groot onderhoud

Uitvoering van correctieve maatregelen, als gevolg van slijtage na een langere periode van gebruik, om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Groot onderhoud dient zich in de regel aan, is daarom vaak gepland, is veelal ingrijpend van aard en betreft een groot of belangrijk deel van het object. 

Klein onderhoud

Preventieve maatregelen en dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van tevoren vastgesteld kwaliteitsniveau.

Renovatie

Renovatie of renoveren is herstellen en wanneer nodig gedeeltelijk vernieuwen van een investeringsgoed, waardoor het beter bruikbaar wordt naar de huidige maatstaven en normen. 

6. Organisatie en kosten

Begrippen over de gemeentelijke organisatie en kostenstructuur.
Apparaatskosten Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten bestaan onder meer uit de loonkosten voor het gehele ambtelijke apparaat en, ICT- kosten, huisvestings- en facilitaire kosten, inclusief externe inhuur. De griffie en bestuur vallen niet onder deze definitie.
Bezetting

Het gaat hier om het werkelijke aantal fte dat werkzaam is, dus niet om de toegestane formatieve omvang uit het formatieplan.

Externe inhuur

Onder externe inhuur wordt verstaan: het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de organisatie in dienst zijnde opdrachtgever, door een private organisatie met winstoogmerk, door het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst of aanstelling tussen organisatie en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt.

Overhead

Het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen.

7. Rechtmatigheid en verantwoording
Begrippen over controle en regelgeving.
Afwijkingen/fouten Posten die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen (fouten) en posten, waarbij voor het college van B&W een onduidelijkheid bestaat over de rechtmatigheid
Begrotingsonrechtmatigheid Hiervan is sprake als het college van B&W bij de realisatie van doelen en het realiseren van activiteiten de door de gemeenteraad vastgestelde budgetten voor wat betreft de lasten of investeringsbudgetten overschrijdt, toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves die niet door de gemeenteraad zijn vastgesteld en als bij onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten dan begroot de begroting niet tijdig met begrotingswijzigingen is aangepast dan wel deze afwijkingen te laat aan de raad zijn gemeld.
Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Landelijke wetgeving over begroten en verantwoorden voor gemeenten.
Stelsel van baten en lasten

In het stelsel van baten en lasten worden uitgaven en inkomsten toegerekend aan de jaren waarop de bijbehorende prestaties betrekking hebben. Dit betekent dat - als er bijvoorbeeld een congres is georganiseerd aan het einde van het jaar - de lasten op dat jaar worden geboekt; ook als de rekening pas in het volgende kalenderjaar binnenkomt en wordt betaald. Dit betekent ook dat uitgaven voor investeringen in bijvoorbeeld een gebouw dat x jaar meegaat niet ten laste komen van het jaar waarin de rekeningen zijn betaald, maar worden gespreid over de jaren waarin het gebouw wordt gebruikt. Achterliggend idee hierbij is dat de gebruiker betaalt en er een relatie kan worden gelegd met geleverde prestaties. Door uitgaven en inkomsten toe te rekenen aan de jaren waarop ze betrekking hebben, wordt het inzicht in de kosten van taakvelden en programma’s bevorderd.

Single information Single audit (SiSa)

Systematiek voor het verantwoorden van onder andere specifieke uitkeringen tussen overheidsinstanties.

8. Risico en weerbaarheid
Begrippen over financiële stabiliteit.
EMU-saldo

Het EMU-saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid. Niet alleen de financiën van de Overheid tellen mee maar daarnaast van decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren. De lidstaten van de EU hebben afgesproken allemaal met eenzelfde definitie van het begrotingssaldo te werken. Ze noemen dit het EMU-saldo.

Exogene factoren

Factoren/ontwikkelingen van buitenaf waar geen invloed op uitgeoefend kan worden.

Weerstandsvermogen

Het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers (risico’s) op te kunnen vangen.

9. Vastgoed, verbonden partijen en overige begrippen
Begrippen over eigendommen, samenwerkingen en overige begrippen.
Vastgoed

Een onroerend goed of een onroerende zaak dat zich kenmerkt door vereniging met de grond. Vastgoed omvat de grond en de opstal. 

Vastgoed met een bedrijfseconomische functie

Bij vastgoed met een bedrijfseconomische functie gaat het om vastgoed dat door de gemeente wordt aangehouden om bewust winst te realiseren en/of waardestijgingen te realiseren. Bij vastgoed met een bedrijfseconomische functie bestaat de mogelijkheid dat een duurzame waardevermindering moet worden verantwoord.

Vastgoed met een maatschappelijke functie

Maatschappelijk vastgoed is vastgoed:

  • waarin maatschappelijke diensten aan burgers worden verleend of door burgers zelf worden gecreëerd,
  • waarvan de exploitatie (gedeeltelijk) door publieke middelen mogelijk wordt gemaakt,
  • waarin vraag (burgers) en aanbod (instellingen) fysiek bij elkaar komen en
  • waar iedereen (voor wie het bedoeld is) toegang toe heeft.
Verbonden partij

Een privaat of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft.

Miljoenennota

De Miljoenennota geeft een overzicht van het budgettaire beleid van het kabinet voor het komende begrotingsjaar, inclusief meerjarenramingen.

Social Return on Investment (SROI)

Methodiek om het maatschappelijke rendement van een investering in beeld te brengen.

14 | Definities financiële kengetallen in het financieel dashboard

Terug naar navigatie - 14 | Definities financiële kengetallen in het financieel dashboard - Definities financiële kengetallen
In dit onderdeel worden de definities en berekeningswijzen van de in het financieel dashboard opgenomen kengetallen toegelicht.
 
Nr. Definitie financieel kengetal Berekeningswijze
1. Afhankelijkheid inkomsten van het Rijk 100% x ((inkomsten uit het gemeentefonds + Inkomsten uit specifieke uitkeringen) : baten voor mutatie reserves)
2. Uitgaven van verbonden partijen 100% x (uitgaven van verbonden partijen : lasten voor mutatie reserves)
3. Afschrijvingen 100% x (lasten van afschrijvingen : lasten voor mutatie reserves)
4. Netto schuldquote [BBV] 100% x ((langlopende leningen + overige langlopende schuldverplichtingen + kortlopende leningen + rekeningcourant kredieten + crediteuren + overlopende passiva – langlopende verstrekte leningen aan verbonden partijen – langlopende verstrekte leningen aan derden – langlopende uitzettingen – kortlopende verstrekte leningen – kortlopende uitzettingen – vorderingen – debiteuren – liquide middelen – overlopende activa) : baten voor mutatie reserves)
5. Netto rentekosten 100% x (netto lasten van rente : lasten voor mutatie reserves)
6. Belastingcapaciteit 100% x totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde : Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in het laatst bekende begrotingsjaar
7. Weerstandsratio [BBV] beschikbare weerstandscapaciteit : risico's
8. Solvabiliteitsratio [BBV] 100% x (eigen vermogen : passiva)
9. Grondexploitatie [BBV] 100% x (totaal van de activa van de ‘bouwgronden in exploitatie’ : baten voor mutatie reserves)
10. Exploitatieresultaat zonder inzet van reserves 100% x (saldo van baten en lasten : baten voor mutatie reserves)
11. Structureel exploitatieresultaat [BBV] 100% x ((structurele baten - structurele lasten) + (structurele onttrekkingen aan de reserves - structurele toevoegingen aan de reserves) : baten voor mutatie reserves)
12. Netto investeringsquote 100% x ((immateriële activa ultimo jaar t + materiële activa ultimo jaar t) – (immateriële activa ultimo jaar t-4 + materiële activa ultimo jaar t-4)) : (4 x baten voor mutatie reserves jaar t)

15 | Overzicht aangenomen amendementen en moties bij de begrotingsbehandeling

Terug naar navigatie - 15 | Overzicht aangenomen amendementen en moties bij de begrotingsbehandeling - Algemeen amendementen en moties begrotingsbehandeling

Dit onderdeel geeft een overzicht van de amendementen en moties die tijdens de begrotingsbehandeling 2027–2030 zijn aangenomen. Deze besluiten maken onderdeel uit van het vastgestelde financiële en beleidsmatige kader en geven richting aan de verdere uitwerking van de programmabegroting.

 

De voortgang en uitvoering van deze amendementen en moties worden toegelicht in de Eerste en Tweede bestuursrapportage 2027.