Overige gegevens

1 | Definities financiële kengetallen in het financieel dashboard

Terug naar navigatie - 1 | Definities financiële kengetallen in het financieel dashboard - Definities financiële kengetallen
Dit onderdeel geeft een overzicht van de definities van de toegepaste financiële kengetallen.

 

Nr. Financieel kengetal Definitie
1. Afhankelijkheid inkomsten van het Rijk 100% x ((Inkomsten uit het gemeentefonds + Inkomsten uit specifieke uitkeringen) : Baten voor mutatie reserves)
2. Uitgaven van verbonden partijen 100% x (Uitgaven van verbonden partijen : Lasten voor mutatie reserves)
3. Afschrijvingen 100% x (lasten van afschrijvingen : Lasten voor mutatie reserves)
4. Netto schuldquote [BBV] 100% x ((Langlopende leningen + Overige langlopende schuldverplichtingen + Kortlopende leningen + Rekeningcourant kredieten + Crediteuren + Overlopende passiva – Langlopende verstrekte leningen aan verbonden partijen – Langlopende verstrekte leningen aan derden – Langlopende uitzettingen – Kortlopende verstrekte leningen – Kortlopende uitzettingen – Vorderingen – Debiteuren – Liquide middelen – Overlopende activa) : Baten voor mutatie reserves)
5. Netto rentekosten 100% x (netto lasten van rente : Lasten voor mutatie reserves)
6. Belastingcapaciteit 100% x Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde : Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in het laatst bekende begrotingsjaar
7. Eigen vermogen t.o.v. baten 100% x ((Algemene reserve + bestemmingsreserves + resultaat) : Baten voor mutatie reserves)
8. Weerstandsratio [BBV] Beschikbare weerstandscapaciteit : Risico's
9. Solvabiliteitsratio [BBV] 100% x (Eigen vermogen : Passiva)
10. Grondexploitatie [BBV] 100% x (totaal van de activa van de ‘bouwgronden in exploitatie’ : Baten voor mutatie reserves)
11. Exploitatieresultaat zonder inzet van reserves 100% x (saldo van baten en lasten : Baten voor mutatie reserves)
12. Structurele exploitatieresultaat [BBV] 100% x ((Structurele baten - Structurele lasten) + (structurele onttrekkingen aan de reserves - structurele toevoegingen aan de reserves) : Baten voor mutatie reserves)
13. Netto investeringsquote 100% x ((Immateriële activa ultimo jaar t + Materiële activa ultimo jaar t) – (Immateriële activa ultimo jaar t-4 + Materiële activa ultimo jaar t-4)) : (4 x Baten voor mutatie reserves jaar t)

2 | Financiële begrippen

Terug naar navigatie - 2 | Financiële begrippen - Begrippenlijst

In dit onderdeel zijn financiële begrippen toegelicht.

 

  • Accres
    • Groei of krimp van het gemeentefonds.
  • Achterstallig onderhoud
    • Onderhoud dat niet op tijd is uitgevoerd, waardoor een onderhoudsrichtlijn is overschreden en niet (meer) wordt voldaan aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Achterstallig onderhoud kan leiden tot schade en/of onveilige situaties, hetgeen vaak leidt tot hogere herstelkosten. 
  • Activeren
    • Het op de balans presenteren van de financiële waarde van het aangeschafte of vervaardigde kapitaalgoed met meerjarig nut dat vanaf dat moment als bezitting kan worden beschouwd.
  • Afwijkingen
    • Posten die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen (fouten) en posten, waarbij voor het college van B&W een onduidelijkheid bestaat over de rechtmatigheid.
  • Afschrijven
    • Het op een methodische wijze in de boekhouding (verslaglegging en verslaggeving) tot uitdrukking brengen van de waardedaling van een kapitaalgoed over een bepaalde periode.
  • Algemene (dekkings)middelen
    • Inkomsten van de gemeente waar geen directe dienstverlening en/of bestedingsverplichtingen tegenover staan. Het zijn dan ook vrij besteedbare middelen die jaarlijks worden ingezet ter dekking van de uitgaven op de diverse programma’s.
  • Algemene uitkering
    • Uitkering uit het gemeentefonds van het Rijk dat de gemeente geheel vrij mag besteden.
  • Apparaatskosten
    • Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten bestaan onder meer uit de loonkosten voor het gehele ambtelijke apparaat en, ICT- kosten, huisvestings- en facilitaire kosten, inclusief externe inhuur. De griffie en bestuur vallen niet onder deze definitie.
  • Begrotingsoverschot
    • Een begrotingsoverschot treedt op wanneer de baten hoger zijn dan de lasten.
  • Begrotingstekort
    • Een begrotingstekort treedt op wanneer de lasten hoger zijn dan de baten.
  • Begrotingsrechtsonrechtmatigheid
    • Hiervan is sprake als het college van B&W bij de realisatie van doelen en het realiseren van activiteiten de door de gemeenteraad vastgestelde budgetten voor wat betreft de lasten of investeringsbudgetten overschrijdt , toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves die niet door de gemeenteraad zijn vastgesteld en als bij onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten dan begroot de begroting niet tijdig met begrotingswijzigingen is aangepast danwel deze afwijkingen te laat aan de raad zijn gemeld.
  • Beïnvloedbare ruimte
    • Begrotingsruimte waar de raad invloed op heeft.
  • Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
    • Provinciale en gemeentelijke wetgeving in zake besluiten, begroten en verantwoorden.
  • Bezetting
    • Het gaat hier om het werkelijk aantal fte dat werkzaam is, dus niet om de toegestane formatieve omvang uit het formatieplan.
  • BTW Compensatie Fonds (BCF)
    • Fonds bij het Rijk waar provincies en gemeenten betaalde btw kunnen terugvorderen.
  • Componentenbenadering
    • De componentenbenadering houdt in dat op verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, afzonderlijk worden afgeschreven op basis van de individuele verwachte gebruiksduur van die delen.
  • Directe opbrengstwaarde
    • Waarde van een kapitaalgoed bij directe verkoop.
  • Dividend
    • Een deel van de winst dat aan aandeelhouders wordt toegekend.
  • EMU-saldo
    • Het EMU-saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid. Niet alleen de financiën van de Overheid tellen mee maar daarnaast van decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren. De lidstaten van de EU hebben afgesproken allemaal met eenzelfde definitie van het begrotingssaldo te werken. Ze noemen dit het EMU-saldo.
  • Exogene factoren
    • Factoren/ontwikkelingen van buitenaf waar geen invloed op uitgeoefend kan worden.
  • Exploitatie(begroting)
    • Begroting van baten en lasten.
  • Externe inhuur
    • Onder externe inhuur wordt verstaan: het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de organisatie in dienst zijnde opdrachtgever, door een private organisatie met winstoogmerk, door het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst of aanstelling tussen organisatie en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt.
  • Fouten
    • Posten die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen (fouten) en posten, waarbij voor het college van B&W een onduidelijkheid bestaat over de rechtmatigheid.
  • Gemeentefonds
    • Rijksfonds waaruit gemeenten jaarlijks de algemene uitkering ontvangen.
  • Groot onderhoud
    • Uitvoering van correctieve maatregelen, als gevolg van slijtage na een langere periode van gebruik, om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Groot onderhoud dient zich in de regel aan, is daarom vaak gepland, is veelal ingrijpend van aard en betreft een groot of belangrijk deel van het object. 
  • Investeringen
    • Onder investeringen wordt verstaan het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. 
  • Investeringen met een economisch nut
    • Investeringen hebben een economisch nut als ze verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. 
  • Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
    • Investeringen met een economisch nut, waarvoor een bestemmingsheffing kan worden geheven. Bijvoorbeeld riool- en afvalinvesteringen.
  • Investeringen met een maatschappelijk nut in de openbare ruimte
    • Investeringen die geen economisch nut opleveren (geen middelen genereren en/of verhandelbaar zijn), bijvoorbeeld wegen. 
  • Investeringen, levensduur verlengend
    •  Investeringen die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging van betreffend actief. Bijvoorbeeld, het renoveren (= vernieuwen naar de huidige maatstaven en normen) van een gebouw. 
  • Investeringen: nieuwe- of uitbreidingsinvesteringen
    • Investeringen voor nieuwe activiteiten of voor uitbreiding van bestaande activiteiten. Bijvoorbeeld een nieuw gemeentehuis respectievelijk een uitbreiding van een bestaand gemeentehuis.
  • Klein onderhoud
    • Preventieve maatregelen en dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van tevoren vastgesteld kwaliteitsniveau.
  • Levensduur verlengende investeringen
    • Dit zijn investeringen die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging van betreffend actief. Bijvoorbeeld, het renoveren (= vernieuwen naar de huidige maatstaven en normen) van een gebouw. Het gaat hier dus niet om (groot)onderhoud. Onderhoud is niet levensduurverlengend, maar dient om het actief gedurende zijn levensduur in goede staat te houden. 
  • Lineaire afschrijvingssystematiek
    • Methode om de rente en afschrijvingslasten van een investering toe te rekenen. Kenmerkend voor deze methode is dat afschrijving gedurende de begrote levensduur gelijk blijft, maar dat door de rentetoerekening over de boekwaarde (aanschafprijs minus afschrijving) de lasten in totaliteit jaarlijks dalen.
  • Loon- en prijscompensatie
    • Beschikbaar gesteld budget om loon en prijsstijgingen op te kunnen vangen.
  • Meerjarenraming
    • Zie perspectief.
  • Miljoenennota
    • De Miljoenennota geeft een overzicht van het budgettaire beleid van het kabinet voor het komende begrotingsjaar, inclusief meerjarenramingen.
  • Netto budget/lasten
    • De lasten na aftrek van de baten die worden afgedekt vanuit de algemene (dekkings)middelen (zie toelichting algemene dekkingsmiddelen).
  • Onduidelijkheden
    •  Indien het college van B&W in het kader van de verslaggeving niet kan aangeven of er sprake is van een rechtmatigheidsfout of niet.
  • Overhead(skosten)
    • Het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen
  • Perspectief
    • Het financiële huishoudboekje van de gemeente voor een periode van vier jaar.
  • Programmabegroting
    • De programmabegroting geeft een overzicht van de begrote baten en lasten van de gemeente. In de programmabegroting staat per beleidsprogramma vermeld wat het college/raad wil bereiken, wat zij daarvoor gaan doen en wat het mag kosten.
  • Programmarekening
    • Na afloop van het jaar stelt het college de programmarekening (dit wordt de jaarrekening genoemd) samen en biedt deze ter besluitvorming aan de raad. In de jaarrekening staat vermeld in hoeverre de plannen zijn gerealiseerd; wat daarvoor is gedaan en wat het heeft gekost.
  • Renovatie
    • Renovatie of renoveren is herstellen en wanneer nodig gedeeltelijk vernieuwen van een investeringsgoed, waardoor het beter bruikbaar wordt naar de huidige maatstaven en normen. 
  • Restwaarde van een investering
    • De restwaarde is de schatting, tegen het prijspeil van het moment van ingebruikname, van de opbrengst die na de gebruiksduur nog gerealiseerd kan worden, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief. 
  • Routine investeringen
    • Dit zijn investeringen ter vervanging van bestaande activa met als doel de bedrijfsvoering op het huidige peil te houden. Het betreft voornamelijk investeringen in automatisering, meubilair, huisvesting, voertuigen en materieel. 
  • Specifieke uitkering
    • Bij specifieke uitkeringen gaat het om geld dat gemeenten van het Rijk ontvangen en moeten besteden aan bepaalde taken (medebewindstaken). Het Rijk heeft het geld dus geoormerkt. Gemeenten moeten bij het Rijk verantwoorden hoe ze het geld hebben besteed.
  • Stelsel van baten en lasten
    • In het stelsel van baten en lasten worden uitgaven en inkomsten toegerekend aan de jaren waarop de bijbehorende prestaties betrekking hebben. Dit betekent dat - als er bijvoorbeeld een congres is georganiseerd aan het einde van het jaar - de lasten op dat jaar worden geboekt; ook als de rekening pas in het volgende kalenderjaar binnenkomt en wordt betaald. Dit betekent ook dat uitgaven voor investeringen in bijvoorbeeld een gebouw dat x jaar meegaat niet ten laste komen van het jaar waarin de rekeningen zijn betaald, maar worden gespreid over de jaren waarin het gebouw wordt gebruikt. Achterliggend idee hierbij is dat de gebruiker betaalt en er een relatie kan worden gelegd met geleverde prestaties. Door uitgaven en inkomsten toe te rekenen aan de jaren waarop ze betrekking hebben, wordt het inzicht in de kosten van taakvelden en programma’s bevorderd.
  • Schattingswijziging van een investering
    • Een wijziging (door nieuwe inzichten) van een verwachte toekomstige gebruiksduur.
  • Single information Single audit (SiSa)
    • Systematiek voor het verantwoorden van onder andere specifieke uitkeringen tussen overheidsinstanties.
  • Social Return on Investment (SROI)
    • Methodiek om het maatschappelijke rendement van een investering in beeld te brengen.
  • Stelselwijziging
    • Een wijziging van de vrij te kiezen waarderings-(activerings-)grondslag.
  • Taakmutatie
    • Extra geld uit het gemeentefonds voor de uitvoering van nieuwe en/of bestaande taken.
  • Uitbreidingsinvesteringen
    • Investeringen voor de ontwikkeling van nieuwe activiteiten of expansie van de huidige activiteiten. Bijvoorbeeld, uitbreiding bestaand rioolstelsel, uitbreiding bestaand sportveld.
  • Vastgoed
    • Een onroerend goed of een onroerende zaak dat zich kenmerkt door vereniging met de grond. Vastgoed omvat de grond en de opstal. 
  • Vastgoed met een bedrijfseconomische functie
    • Bij vastgoed met een bedrijfseconomische functie gaat het om vastgoed dat door de gemeente wordt aangehouden om bewust winst te realiseren en/of waardestijgingen te realiseren. Bij vastgoed met een bedrijfseconomische functie bestaat de mogelijkheid dat een duurzame waardevermindering moet worden verantwoord.
  • Vastgoed met een maatschappelijke functie
    • Maatschappelijk vastgoed is vastgoed:
      • waarin maatschappelijke diensten aan burgers worden verleend of door burgers zelf worden gecreëerd,
      • waarvan de exploitatie (gedeeltelijk) door publieke middelen mogelijk wordt gemaakt,
      • waarin vraag (burgers) en aanbod (instellingen) fysiek bij elkaar komen en
      • waar iedereen (voor wie het bedoeld is) toegang toe heeft.
  • Verbonden partij
    • Een privaat of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft.
  • Vervangingsinvesteringen
    • Investeringen voor de vervanging van een bestaand actief als gevolg van economische veroudering of slijtage. Een bijzondere vervangingsinvestering is een rehabilitatie van een weg. Dit betreft een vervanging op basis van einde levensduur, waarbij groot- en klein onderhoud (economisch) niet meer toereikend is. De weg wordt weer volledig nieuw aangelegd op het oorspronkelijke structurele en functionele niveau, zonder aanpassingen in vormgeving of gebruik. Er is sprake van een nieuw actief met een nieuwe levensduur. Als de oude weg nog een boekwaarde heeft, dient deze boekwaarde geheel afgeboekt te worden.
  • Waarderen
    • De waarde die toegekend wordt aan het geactiveerde kapitaalgoed c.q. de investering op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 
  • Weerstandsvermogen
    • Het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers (risico’s) op te kunnen vangen.

3 | Controleverklaring van de accountant