Jaarverslag 2025 | Paragrafen

1 | Lokale heffingen

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - Algemeen lokale heffingen

De paragraaf lokale heffingen geeft een overzicht van de verschillende heffingen die de gemeente int om haar taken te kunnen uitvoeren. Deze heffingen zijn onderverdeeld in gemeentelijke belastingen, rechten en retributies.

 

Gemeentelijke belastingen

Gemeentelijke belastingen kunnen ongebonden of gebonden zijn:

  • Ongebonden heffingen, zoals de onroerendezaakbelasting (OZB) en de forensenbelasting, behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn niet gekoppeld aan een specifiek programma.

  • Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, zijn wél aan specifieke programma’s verbonden en moeten kostendekkend worden uitgevoerd.

 

Rechten en retributies

Rechten en retributies zijn vergoedingen voor diensten die de gemeente levert. Het uitgangspunt is een rechtvaardige en evenwichtige verdeling van de kosten over de gebruikers van deze diensten.

 

Inzicht in opbrengsten en woonlasten

De paragraaf geeft daarnaast inzicht in de meerjarig gerealiseerde opbrengsten van de lokale heffingen en in de ontwikkeling van de woonlasten voor inwoners.

Meerjarig overzicht van de opbrengsten van lokale heffingen met formules

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - Meerjarig overzicht van de opbrengsten van lokale heffingen met formules
Meerjarig overzicht van de opbrengsten van lokale heffingen (bedragen x € 1.000)
Heffing 2022 2023 2024 2025
Ongebonden heffingen        
01 | Onroerendezaakbelasting:        
  • Woningen
6.224 6.476 6.369 7.912
  • Niet-woningen
3.650 4.412 4.627 5.209
02 | Toeristenbelasting:        
  • Landtoeristenbelasting
338 511 661 612
  • Watertoeristenbelasting
52 97 88 136
03 | Forensenbelasting 377 440 150 178
04 | Roerende zaakbelasting 81 78 79 97
05 | Parkeerbelasting 8 34 31 49
Gebonden heffingen        
06 | Afvalstoffenheffing 6.141 6.361 6.209 6.377
07 | Riool- en waterzorgheffing 4.895 5.055 5.601 5.829
08 | Leges:        
  • Wonen en bouwen
1.765 965 2.148 3.754
  • Burgerzaken (incl. rijksleges)
611 564 996 1.048
  • Overige leges
126 172 234 277
09 | Begraafplaatsrechten 317 311 418 363
10 | Bedrijveninvesteringszones (BIZ) 105 111 117 110
11 | Marktgelden 7 8 7 8

01 | Onroerendezaakbelasting

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 01 | Onroerendezaakbelasting

Woningen

Tarief voor onroerendezaakbelasting (OZB) woningen

De onroerendezaakbelasting (OZB) is een algemene belasting waarvan de opbrengst jaarlijks in de begroting wordt vastgesteld. Het tarief wordt berekend door de gewenste opbrengst te delen door de totale WOZ-waarde van alle objecten in de gemeente.

  • Stijgen de WOZ-waarden, dan daalt het tarief.

  • Dalen de WOZ-waarden, dan stijgt het tarief.

Wanneer de uiteindelijke opbrengst hoger uitvalt dan begroot, levert dit eenmalig een voordeel op. In het daaropvolgende jaar wordt het tarief dan neerwaarts bijgesteld. De gemeenteraad heeft op 17 december 2024 het OZB-tarief voor 2025 vastgesteld.

 

Vergelijking met omliggende gemeenten

In de onderstaande grafiek is het OZB-tarief voor woningen in 2025 vergeleken met omliggende gemeenten in de provincie Utrecht. Hiervoor is gebruikgemaakt van de Atlas van de lokale lasten 2025, samengesteld door een onafhankelijk onderzoeksinstituut verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

 

Relatie tussen OZB en de algemene uitkering

Gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is voor alle gemeenten de belangrijkste inkomstenbron. De hoogte van deze uitkering bestaat uit:

  • een genormeerd, kosten-georiënteerd deel, gebaseerd op factoren zoals inwonertal, aantal woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandsontvangers en centrumfunctie;
  • minus de genormeerde OZB-inkomsten.

De genormeerde OZB-inkomsten worden berekend met een landelijk uniform rekentarief dat wordt toegepast op de WOZ-waarden in de gemeente. Voor 2025 bedraagt de aftrek voor woningen 8,0 miljoen euro. Omdat dit tarief landelijk gelijk is, worden verschillen tussen gemeenten uitsluitend veroorzaakt door verschillen in WOZ-waarden — niet door de OZB-tarieven die gemeenten zelf hanteren.

 

Niet-woningen

Tarief voor onroerendezaakbelasting (OZB) niet-woningen

Voor niet-woningen wordt dezelfde systematiek toegepast als bij woningen.

 

Vergelijking met omliggende gemeenten

Eigenaren én gebruikers van niet-woningen betalen OZB. De afzonderlijke tarieven zijn minder relevant voor de lastenontwikkeling, omdat de eigenaar de OZB doorgaans doorberekent in de huur. Daarom worden de tarieven voor niet-woningen gebundeld weergegeven. 

De grafiek toont het OZB-tarief voor niet-woningen in 2025 in vergelijking met omliggende gemeenten in de provincie Utrecht. Ook hiervoor is gebruikgemaakt van de Atlas van de lokale lasten 2025.

 

Relatie tussen OZB en de algemene uitkering

Dezelfde werkwijze als bij woningen is van toepassing. Voor 2025 bedraagt de aftrekpost voor niet-woningen 4,3 miljoen euro.

02 | Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 02 | Toeristenbelasting

De gemeente kent twee vormen van toeristenbelasting: landtoeristenbelasting en watertoeristenbelasting. Voor de landtoeristenbelasting gelden gedifferentieerde tarieven voor vaste onderkomens en mobiele kampeeronderkomens. De gemeenteraad heeft op 17 december 2024 de tarieven voor 2025 vastgesteld.

 

In 2025 is gestart met een intensievere controle op de naleving van de toeristenbelasting. Doel hiervan is het terugdringen van ontdoken heffingen en het creëren van een gelijk speelveld voor alle ondernemers. Deze aanpak heeft geleid tot een toename van het aantal belastingplichtigen.

 

Door de uiteenlopende vormen van toeristenbelasting is het niet mogelijk om de tarieven van gemeenten in één overzicht goed te vergelijken. Daarom toont de onderstaande grafiek de kosten van toeristenbelasting per hotelovernachting in 2025 voor een gemeente binnen de provincie Utrecht. Hiervoor is gebruikgemaakt van de Atlas van de lokale lasten 2025, samengesteld door een onafhankelijk onderzoeksinstituut verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

 

03 | Forensenbelasting

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 03 | Forensenbelasting

Forensenbelasting wordt geheven van personen die meer dan 90 dagen per jaar in de gemeente verblijven zonder hier hun hoofdverblijf te hebben. Met deze belasting dragen niet-ingezetenen die wel gebruikmaken van gemeentelijke voorzieningen bij aan de kosten daarvan.

 

De gemeenteraad heeft op 17 december 2024 het tarief voor 2025 vastgesteld.

04 | Roerende zaakbelasting

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 04 | Roerende zaakbelasting

De roerende zaakbelasting wordt geheven op roerende woon- en bedrijfsruimten, zoals woonboten, woonarken en woonwagens. De belasting kent twee onderdelen: een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting.

 

De gemeenteraad heeft op 17 december 2024 het tarief voor 2025 vastgesteld.

06 | Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 06 | Afvalstoffenheffing
  • Actualisatie grondstoffenbeleid
    In oktober 2022 heeft de gemeente het Grondstoffenbeleid 2020 geactualiseerd. Deze herijking vormt de basis voor het huidige afvalbeleid.
  • Kostendekkende afvalstoffenheffing
    De afvalstoffenheffing is volledig kostendekkend. Dit betekent dat de tarieven zo worden vastgesteld dat zij de kosten dekken die de gemeente maakt voor het inzamelen en verwerken van afval.
  • Nieuwe tariefstructuur vanaf 1 januari 2024
    Sinds 1 januari 2024 betaalt iedere inwoner van De Ronde Venen afvalstoffenheffing op basis van de keuze voor een kleine of grote restafvalcontainer. Hiermee stimuleert de gemeente het scheiden van afval en beloont zij inwoners die minder restafval aanbieden.
  • Inzet van de voorziening afvalstoffenheffing
    De voorziening afvalstoffenheffing wordt gebruikt om incidentele financiële tegenvallers in de afvalkosten of -opbrengsten op te vangen. Hierdoor zijn tussentijdse aanpassingen van het tarief niet nodig. De ontwikkeling van deze voorziening is terug te vinden in de Jaarrekening 2025, bij het onderdeel 09 | Stand en verloopoverzicht voorzieningen.

 

Specificatie afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)
  Begroting 2025 Jaarrekening 2025 Verschil

Opbrengsten

     
  • Afvalstoffenheffing
6.414 6.377 37
  • Overige opbrengsten
593 742 -149
Totaal opbrengsten 7.007 7.119 -112
Kosten      
  • Directe kosten
5.168 5.395 -227
  • Toegerekende kosten overhead, BTW e.d.
1.753 1.753 0
  • Verrekening met voorziening rioolheffing
86 -29 115
Totaal kosten 7.007   -112
Dekkingspercentage 100% 100% 0%

07 | Riool- en waterzorgheffing

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 07 | Riool- en waterzorgheffing
  • Water- en rioleringsplan
    In januari 2023 heeft de raad het Water- en Rioleringsplan De Ronde Venen 2023 – 2027 vastgesteld.
  • Kostendekkende rioolheffing
    De rioolheffing is volledig kostendekkend. De tarieven worden jaarlijks zodanig vastgesteld dat zij de kosten van de gemeentelijke watertaken volledig dekken.

  • Wie betaalt rioolheffing
    De rioolheffing wordt opgelegd aan eigenaren van woningen en niet-woningen. De verordening bepaalt dat alle eigenaren van panden met een WOZ-waarde hoger dan € 30.000 rioolheffing betalen.

  • Wat wordt met de heffing bekostigd
    De rioolheffing financiert alle gemeentelijke watertaken, waaronder:

    • het inzamelen en afvoeren van afvalwater;
    • het verwerken van hemelwater;
    • het nemen van maatregelen om structurele grondwateroverlast te voorkomen.
      Hiermee gaat de heffing dus verder dan alleen het object; zij ondersteunt de waterhuishouding in de hele gemeente.
  • Heffing bij meer dan 300 m³ watergebruik
    Gebruikers met een waterverbruik van meer dan 300 m³ per jaar ontvangen een aanvullende aanslag voor het meerverbruik.

  • Voorziening riool- en waterzorgheffing
    Eventuele incidentele tegenvallers in kosten of opbrengsten worden opgevangen via de voorziening rioolheffing. Hierdoor zijn tussentijdse tariefaanpassingen niet nodig. De ontwikkeling van deze voorziening is terug te vinden in de Jaarrekening 2025, bij het onderdeel 09 | Stand en verloopoverzicht voorzieningen.

 

Specificatie riool- en waterzorgheffing (bedragen x € 1.000)
  Begroting 2025 Jaarrekening 2025 Verschil

Opbrengsten

     
  • Riool- en waterzorgheffing
5.759 5.829 -70
  • Overige opbrengsten
0 6 -6
Totaal opbrengsten 5.759 5.835 -76
Kosten      
  • Directe kosten
4.577 4.568 9
  • Toegerekende kosten overhead, BTW e.d.
1.384 1.384 0
  • Verrekening met voorziening riool- en waterzorgheffing
-202 -117 -85
Totaal kosten 5.759 5.835 -76
Dekkingspercentage 100% 100% 0%

08 | Leges

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 08 | Leges

Leges zijn vergoedingen voor diensten die de gemeente verleent, zoals het behandelen van vergunningaanvragen en het verstrekken van officiële documenten. Gemeenten mogen met leges uitsluitend de gemaakte kosten dekken; winst maken is niet toegestaan.

 

De opbrengsten uit leges worden gebruikt om de kosten van gemeentelijke dienstverlening te bekostigen, zoals personeel, huisvesting en materialen. De hoogte van de opbrengsten varieert per jaar, afhankelijk van het aantal aanvragen en verstrekte documenten.

09 | Begraafplaatsen

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 09 | Begraafplaatsen

De gemeente beheert drie begraafplaatsen: aan de Bijdorplaan in Abcoude, de Rijksstraatweg in Baambrugge en de Ringdijk in Wilnis. Voor het gebruik van deze begraafplaatsen en voor de diensten die de gemeente verleent bij een begrafenis worden begraafrechten in rekening gebracht.

 

De gemeenteraad heeft op 17 december 2024 de tarieven voor 2025 vastgesteld. De opbrengsten uit begraafrechten variëren per jaar, afhankelijk van het aantal begravingen.

11 | Marktgelden

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 11 | Marktgelden

Marktgeld is de retributie voor het gebruik van standplaatsen op wekelijkse markten. De gemeente brengt deze heffing in rekening om de kosten van organisatie, toezicht, onderhoud en faciliteiten te dekken. De tarieven zijn vastgelegd in de Verordening op de heffing en invordering van marktgelden.

Ontwikkeling woonlasten voor inwoners

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - Ontwikkeling woonlasten voor inwoners

De tabel hieronder laat de ontwikkeling zien van de gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een grote restafvalcontainer. De totale woonlasten bestaan uit de onroerendezaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

 

Tussen 2023 en 2024 stegen de totale woonlasten met 34 euro, tussen 2024 en 2025 met 98 euro. In 2024 lagen de woonlasten onder het provinciale én landelijke gemiddelde. In 2025 blijven de woonlasten onder het provinciale gemiddelde, maar komen ze boven het landelijke gemiddelde uit.

Ontwikkeling woonlasten 2023 - 2025 voor inwoners in hele euro's

 

 

2023 2024 2025

OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde

382 376 456
Afvalstoffenheffing (240 liter container) 358 378 388
Rioolheffing 216 235 244
Totale woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning 956 990 1.088
Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO) 1.019 1.093 1.173
Landelijk gemiddelde (Bron: Waarstaatjegemeente.nl) 942  1.014 1.050

Toelichting:

  • De gemiddelde WOZ-waarde bedraagt 598.000 euro voor 2023, 605.000 euro voor 2024 en 627.000 euro voor 2025.
  • Hoewel een stijging van 4,2 procent werd verwacht, daalde de OZB in 2024 met 6 euro. Dit komt doordat de gemiddelde WOZ-waarde minder steeg dan vooraf ingeschat.
  • Als in dit voorbeeld in 2024 en 2025 was gekozen voor een kleine restafvalcontainer in plaats van een grote restafvalcontainer dan waren de lokale heffingen 100 euro lager.

Lokale heffingen voor ondernemers

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - Lokale heffingen voor ondernemers

Lokale heffingen voor ondernemers

Ondernemers betalen verschillende lokale heffingen die direct voor hun rekening komen. Het gaat om:

  • onroerendezaakbelasting (OZB) voor niet-woningen;

  • riool- en waterzorgheffing;

  • afvalstoffenheffing;

  • marktgelden;

  • de bijdrage voor de Bedrijveninvesteringszone (BIZ).

Daarnaast zijn er heffingen die via ondernemers worden geïnd, maar niet ten laste van hen komen, zoals de land- en watertoeristenbelasting.

 

Verschillen tussen ondernemers en ontbreken van een benchmark

Ondernemers worden ingedeeld in categorieën zoals winkels, kantoren, hotels, agrarische bedrijven, groothandel en productiebedrijven. Door deze variatie verschillen de gemiddelde WOZ-waarden, het waterverbruik en de hoeveelheid afval sterk per type ondernemer. Hierdoor is er geen bruikbare landelijke of regionale benchmark beschikbaar voor de totale lokale lasten van ondernemers.

 

De OZB voor niet-woningen vormt de grootste lokale last voor ondernemers. Vergeleken met omliggende gemeenten hanteert De Ronde Venen een lager OZB-tarief dan het regionale gemiddelde.

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - Kwijtscheldingsbeleid

Inwoners met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, waardoor zij deze lasten geheel of gedeeltelijk niet hoeven te betalen.

 

In 2025 is hiervoor 132.000 euro besteed, voornamelijk aan kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. In 2024 bedroegen deze kosten 157.000 euro.

 

De uitgaven voor kwijtschelding maken onderdeel uit van het gemeentelijk minimabeleid en zijn opgenomen in programma 2 | Samenleven.

2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Algemeen weerstandsvermogen

Deze paragraaf beschrijft hoe de gemeente haar financiële positie bewaakt en versterkt. Daarbij wordt gekeken naar de ontwikkeling van de inkomsten en uitgaven, de omvang van de reserves, de hoogte van de schulden en de risico’s die van invloed kunnen zijn op de financiële stabiliteit.

 

Voor het beoordelen van de financiële positie maken we gebruik van financiële kengetallen. Deze geven inzicht in onder meer de schuldpositie, het eigen vermogen, de begrotingsruimte, de waarde van de grondposities en de beschikbare belastingcapaciteit. De kengetallen zijn opgenomen in het Financieel dashboard in de Leeswijzer en bestuurlijke hoofdlijnen.

 

Daarnaast bevat deze paragraaf een overzicht van de belangrijkste risico’s die de gemeentelijke financiën kunnen beïnvloeden. Deze risico’s worden periodiek geactualiseerd en actief beheerst.

 

Voor 2025 wordt de verhouding tussen de geïdentificeerde risico’s en de beschikbare middelen om deze op te vangen — het weerstandsvermogen — als uitstekend beoordeeld. Dit betekent dat de gemeente voldoende financiële ruimte heeft om eventuele financiële tegenvallers op te vangen.

Uitgangspunten voor weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risico's

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Uitgangspunten voor weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risico's

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio van de weerstandscapaciteit en de risico's. Een ratio hoger dan 2 wordt landelijk bestempeld als 'uitstekend'.

 

Definities:

  • Weerstandscapaciteit
    • De middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om onverwachte kosten te dekken die niet in de begroting zijn opgenomen.
  • Risico's:
    • Een risico is de kans op een belangrijke gebeurtenis, positief of negatief, die niet in de begroting is opgenomen. Beleidswensen worden niet als risico's beschouwd.

 

Weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandscapaciteit

Het onderstaande overzicht toont welke financiële middelen de gemeente De Ronde Venen beschikbaar heeft om in de periode 2022 – 2025 onverwachte tegenvallers op te vangen.

 

Weerstandscapaciteit 2025 tot en met 2025 (bedragen x € 1.000)
    2022 2023 2024 2025
1. Rekeningresultaat 3.137 -4.098 -890 8.781
2. Algemene reserve 21.706 22.013 15.166 13.886
3. Onbenutte belastingcapaciteit 7.500 7.700 8.100 8.600
4. Stille reserves 4.238 4.653 4.014 3.833
Totaal 36.581 30.268 26.390 35.100

Toelichting:

  1. De rekeningresultaten over de jaren 2022–2025 maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. Positieve resultaten vergroten de beschikbare ruimte om risico’s op te vangen; negatieve resultaten verkleinen deze ruimte.
  2. De algemene reserve vormt het niet-bestemde deel van het eigen vermogen van de gemeente. Deze reserve is een belangrijke pijler van de weerstandscapaciteit, omdat zij direct inzetbaar is voor het opvangen van financiële tegenvallers.
  3. De onbenutte belastingruimte zit vooral bij de onroerendezaakbelasting (OZB). Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing geldt het principe van kostendekkende tarieven, waardoor daar nauwelijks ruimte bestaat. De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit sluit aan bij de norm die het Ministerie van Binnenlandse Zaken hanteert voor gemeenten die financiële steun aanvragen.
  4. De stille reserves worden gevormd door de voorraden grond en gebouwen waarvan de taxatiewaarde hoger ligt dan de boekwaarde. Deze reserves zijn van betekenis in relatie tot het balanstotaal, dan wel de financiële positie. Per 31 december bedraagt de omvang van de stille reserves bedraagt 3.833.000 euro. Zie voor meer toelichting de paragraaf Grondbeleid.

Totaaloverzicht van de risico's per programma

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Totaaloverzicht van de risico's per programma
Totaaloverzicht van de risico's van de programma's (bedragen x € 1.000)
Programma Omvang 2024 Omvang 2025
1 | Wonen 1.190 2.575
2 | Samenleven 2.529 2.260
3 | Veiligheid 650 25
4 | Bestuur en bedrijfsvoering 1.960 2.500
5 | Financiën 3.900 3.900
Totaal 10.229 11.260

Toelichting:

  • De totale impact van de geïnventariseerde risico’s is ten opzichte van de programmarekening 2024 met circa € 1 miljoen toegenomen. Deze toename wordt met name veroorzaakt door de opname van twee nieuwe risico’s en een hogere inschatting van het risico op het gebied van cybersecurity en informatieveiligheid. De omvang van de borgstellingen daalt jaarlijks als gevolg van aflossingen. Daarnaast is de risico-expositie met betrekking tot verbonden partijen afgenomen. Het verschil binnen programma 3 wordt verklaard door de herindeling van een aantal risico’s naar programma 1 en 4, aangezien deze risico’s daar inhoudelijk beter aansluiten. Tot slot zijn diverse processen aangescherpt en zijn aanvullende mitigerende maatregelen geïmplementeerd om de risico’s en de daarmee samenhangende financiële impact verder te beperken.

3 | Onderhoud van kapitaalgoederen

Wegen | Beleid

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Wegen | Beleid

Beleidsmatige afspraken:

  • Het wegenbeheerplan 2023 - 2027 is in december 2022 door de raad vastgesteld. Dit beheerplan is opgesteld op basis van assetmanagement en is de leidraad voor het wegenbeheer in deze periode.
  • Jaarlijks wordt er een risicoanalyse opgesteld om de (nieuwe) prioritering voor het wegenonderhoud te bepalen.
  • Onder het onderdeel wegen vallen ook de civieltechnische kunstwerken. Hiervoor is in juli 2025 het beheerplan civiele kunstwerken 2026 - 2030 door de raad vastgesteld.
  • Het beheerplan (verduurzaming) openbare verlichting 2024 - 2030 is in februari 2024 door de raad vastgesteld.

Wegen | Uitvoering

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Wegen | Uitvoering

Voor wegen zijn de volgende projecten gestart/uitgevoerd:

  • Herinrichting Rijksstraatweg is in uitvoering;
  • Reconstructie deel Veldweg wordt in 2026 uitgevoerd;
  • Reconstructie 2e Velddwarsweg is door bezwaren uit de omgeving niet uitgevoerd. Men verwacht geluidshinder door het toepassen van een betonnen verharding. Om de eventuele geluidshinder in beeld te brengen wordt een gedeelte van de weg in 2026 aangelegd en worden geluidsmetingen gedaan. Op basis daarvan wordt bepaald hoe de andere fase gaat worden uitgevoerd;
  • De voorbereiding van de  Dukaton is gestart;
  • De voorbereiding van de Burgemeester Padmosweg is gestart;
  • De voorbereiding van de Baambrugse Zuwe is gestart;
  • De voorbereiding van de Botholsedwarsweg is gestart.

Voor kunstwerken zijn de volgende projecten gestart/uitgevoerd:

  • Nellesteinsebrug (beweegbare brug), is in uitvoering en voor het vaarseizoen 2026 gereed;
  • Voetangel (beweegbare brug), is in uitvoering en voor het vaarseizoen 2026 gereed;
  • Stokkelaarsbrug (beweegbare brug), is in uitvoering en voor het vaarseizoen 2026 gereed;
  • Heulbrug (beweegbare brug), is in uitvoering en voor het vaarseizoen 2026 gereed;
  • Diverse vaste betonnen en houten bruggen, is in voorbereiding en in 2026 gereed.

Voor de openbare verlichting zijn 210 masten en 1.354 armaturen vervangen.

Riolering | Beleid

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Riolering | Beleid

Een goede riolering draagt bij aan de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met het gemeentelijk water en rioleringsplan (geactualiseerd en vastgesteld bij raadsbesluit van 26 januari 2023) geeft de gemeente aan hoe zij op een doelmatige manier omgaat met de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.

Riolering | Uitvoering

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Riolering | Uitvoering
  • Het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel bestond onder andere uit inspectie, reiniging, reparatie van riolen, dagelijks beheer van rioolgemalen en het vegen van straten.
  • De riolering op bedrijventerrein Voorbancken, in de wijk Zuiderwaard te Vinkeveen, in de kern Waverveen en in de straat Holland en aangrenzende straten in  Mijdrecht is gereinigd en geïnspecteerd.
  • Op een aantal  locaties is het riool vervangen.
  • Het hoofdrioolgemaal aan de Kievitslaan te Vinkeveen is gerenoveerd.
  • Een NEN3140-inspectie is uitgevoerd op een kwart van het areaal rioolgemalen en besturingskasten. 
  • Het herstellen van de geconstateerde gebreken uit NEN3140-inspectie.

Riolering | Financiën

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Riolering | Financiën

In programma 1 | Wonen, zijn de jaarlijkse kosten en baten van de riolering weergegeven. Een gedetailleerde specificatie hiervan vindt u in de paragraaf 'Lokale heffingen'. Zoals blijkt uit de paragraaf Lokale heffingen zijn de tarieven van rioolheffing kostendekkend. Daarnaast zijn er diverse investeringen, die zijn opgenomen in de jaarrekening, bij onderdeel 10 | Voortgang investeringen.

Water | Beleid

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Water | Beleid

Water is van grote betekenis voor maatschappij, mens en milieu. Om "droge voeten" te houden is het van belang dat de gemeente haar watergangen goed beheert. Dit betekent dat de watergangen tijdig gebaggerd en geschoond moet worden. Daarnaast moet de gemeente de oevers in stand houden. Het waterschap stelt door middel van haar Keur eisen aan de watergangen. De gemeente heeft ontvangstplicht voor de vrijgekomen bagger en maaisel. Het huidige beleid beperkt zich op calamiteitenonderhoud van beschoeiingen en baggeren. Op 30 oktober 2025 heeft de gemeenteraad het Beheerplan Oppervlaktewater en Oeverconstructies 2026 – 2030 vastgesteld.

Water | Uitvoering

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Water | Uitvoering
  • De watergangen zijn geschoond van vegetatie.
  • De vrijgekomen bagger is verwerkt, volgens de wettelijke ontvangstplicht. Hiervoor is een baggerdepot aangelegd.
  • Er is onderzoek verricht naar de baggerkwaliteit.
  • Voor het onderdeel beschoeiingen is calamiteitenonderhoud gedaan
  • Bij de Westerlandweg is door afkalving een drinkwaterleiding bloot komen te liggen. Om dit probleem te verhelpen is langs het bewuste gedeelte een beschoeiing aangebracht. 
  • Bij de straat Proosdijland in Vinkeveen is in samenwerking met het waterschap AGV een natuurvriendelijke oever aangelegd.

Groen | Beleid

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Groen | Beleid

In 2023 is gestart met een traject om de kwaliteit van het groenonderhoud te verbeteren, met als doel om in 2026 toe te werken naar kwaliteitsniveau B. De voortgang monitoren we jaarlijks via de groenschouw. Daarnaast voeren we periodiek groeninspecties uit om de staat van plantvakken en de vervangingsopgave inzichtelijk te maken en planmatig te kunnen programmeren.

Bij vervanging van beplanting besteden we nadrukkelijk aandacht aan biodiversiteit en klimaatbestendigheid, onder andere door sortimentskeuzes die bijdragen aan een robuust en gevarieerd groenbeeld. Het vernieuwen van verouderde groenvakken is noodzakelijk om de onderhoudskwaliteit structureel te verbeteren en de gewenste kwaliteit duurzaam te kunnen borgen.

Groen | Uitvoering

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Groen | Uitvoering

De gemeente is verantwoordelijk voor het in stand houden van het openbaar groen, zodat dit veilig, heel en schoon is en blijvend voldoet aan de beoogde functies, zoals sierwaarde, afscherming en gebruikswaarde.

Om in 2026 toe te werken naar het gewenste kwaliteitsniveau B is het onderhoud de afgelopen periode geïntensiveerd. Binnen het bomenbeheer geven we uitvoering aan het bomenvervangingsplan: bomen die door slechte conditie, verminderde vitaliteit of hoge leeftijd niet toekomstbestendig zijn, worden planmatig vervangen.

Daarnaast sturen we op basis van de groeninspectie gericht op de vervangingsopgave van plantvakken, zodat verouderde of niet-levensvatbare beplanting tijdig wordt vernieuwd en de onderhoudskwaliteit structureel kan worden geborgd.

Gebouwen | Uitvoering

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Gebouwen | Uitvoering

De gemeentelijke vastgoedportefeuille bestaat uit kantoorgebouwen, onderwijshuisvesting/gymzalen, Veenweidebad, maatschappelijk vastgoed en gebouwen/gronden die te koop staan of komen. Deze laatste categorie is toegelicht in de paragraaf Grondbeleid, bij het onderdeel Gronden die niet voor de publieke taak bestemd zijn. In 2026 wordt uitvoering gegeven aan het vastgoedbeheerplan en het integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP).

Gebouwen | Financiën

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud van kapitaalgoederen - Gebouwen | Financiën

In de verschillende programma's staan toevoegingen aan de onderhoudsvoorziening "Onderhoud gemeentelijk vastgoed". Deze voorziening is toegelicht in de financiële begroting bij onderdeel 09 | De stand en het verloop van voorzieningen. Naast deze toevoeging aan de voorziening zijn voor verschillende gebouwen budgetten opgenomen voor regulier contractonderhoud, verzekeringen, energie en belastingen.

4 | Financiering

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Financiering algemeen

De paragraaf Financiering geeft inzicht in de geldstromen, de ontwikkeling van de langlopende leningenportefeuille en de wijze waarop de gemeente voldoet aan de wettelijke normen voor risicobeheersing.

 

Een belangrijk onderdeel hiervan is de kasgeldlimiet: de kortlopende schuld mag maximaal 8,5% van het begrotingstotaal bedragen. Daarnaast geldt de renterisiconorm, die ervoor zorgt dat aflossingen en renteherzieningen voldoende gespreid zijn om toekomstige renterisico’s te beperken.

 

Verder biedt de paragraaf inzicht in:

  • de kasstromen gedurende het jaar;

  • de ontwikkeling van de langlopende leningen;

  • het rente- en treasuryresultaat.

Landelijke en lokale kaders voor financiering

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Landelijke en lokale kaders voor financiering

Landelijke en lokale kaders voor financiering

  • Het uitvoeren van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de landelijke kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden, de Wet houdbare overheidsfinanciën en de regeling schatkistbankieren voor decentrale overheden.
  • De aanvullende regels vanuit het lokale Treasurystatuut zijn medebepalend voor het uitvoeren van het financieringsbeleid.

 

Doelstelling van het gemeentelijk financieringsbeleid

  • Voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn.
  • Beheersen van de risico’s die met deze transacties verbonden zijn.
  • Zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen.

 

Risicobeheersingsmaategelen

De gemeente De Ronde Venen moet voldoen aan twee landelijke risicobeheersingsnormen:

  • Kasgeldlimiet: maximale stand van kortlopende schuld ten opzichte van de begroting.
  • Renterisiconorm: maximum toegestane renterisico voor de leningenportefeuille.

Risicobeheersing | Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Risicobeheersing | Kasgeldlimiet
  • Voor korte financiering (looptijd tot 1 jaar) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. Dit risico wordt beperkt door een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet financiering decentrale overheden. Dit houdt in dat de omvang van de kortlopende schuld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag zijn.
  • Binnen de kasgeldlimiet wordt een deel van de financieringsbehoefte afgedekt uit kortlopende leningen (kasgeldleningen). De kasgeldlimiet wordt optimaal benut vanuit de gedachte dat rente van kortlopend geld, zoals daggeld en kasgeld, lager is dan van langlopende leningen.
  • We mogen de kasgeldlimiet in uitzonderlijke situaties voor maximaal twee opeenvolgende kwartalen overschrijden. Zodra een overschrijding plaatsvindt, informeren we onmiddellijk onze toezichthouder: het College van Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Een kasstroomoverzicht geeft inzicht in de geldstromen. Deze geldstromen hebben effecten op de omvang van de liquide middelen. Hieronder wordt verstaan het totaal van de kas en banksaldi. De geldstromen van de jaren 2022 tot en met 2025 zijn hierna vermeld.

 

Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)
    2022 2023 2024 2025
1. Kas- en bankrekeningen per 1 januari -1.779 431 46 659
2. Kasstroom uit operationele activiteiten 3.914 4.690 -5.021 1.871
3. Kasstroom uit investeringsactiviteiten -7.789 -15.701 -19.907 -11.692
4. Kasstroom uit financieringsactiviteiten 6.085 10.626 25.541 9.323
5. Kas- en bankrekeningen per 31 december 431 46 659 161
           
6. Kasgeldlimiet -8.300 -8.900 -10.100 -11.900
           
7. Ruimte binnen kasgeldlimiet -8.731 -8.946 -10.759 -12.061

Toelichting:

  1. Dit betreft de kas- en banksaldi per 1 januari van de jaren 2022 tot en met 2025. Deze beginstand vormt het startpunt voor de berekening van de kasstromen in het betreffende jaar.
  2. De kasstroom uit operationele activiteiten weerspiegelt de dagelijkse financiële bewegingen van de gemeente. Deze omvatten onder andere het effect van het rekeningresultaat, toevoegingen en onttrekkingen aan reserves en voorzieningen en veranderingen in vorderingen en schulden.
  3. Dit onderdeel laat de bestedingen aan investeringen zien. Het gaat om uitgaven voor kapitaalgoederen die meerdere jaren meegaan, zoals infrastructuur, gebouwen of ICT-middelen.
  4. In deze kasstroom zijn opgenomen de aflossingen op bestaande geldleningen en het aantrekken van nieuwe langlopende leningen om investeringen te financieren of liquiditeit te waarborgen.
  5. Dit betreft de kas- en banksaldi per 31 december van de jaren 2022 tot en met 2025. Deze eindstand is het resultaat van de beginstand plus de drie kasstromen.

Risicobeheersing | Renterisiconorm

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Risicobeheersing | Renterisiconorm

Bij het aantrekken van langlopende leningen moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm. Deze norm heeft als doel het toekomstige renterisico te beperken door aflossingen en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren te spreiden.

 

Het is belangrijk te voorkomen dat in één jaar een te grote concentratie van aflossingen en renteherzieningen plaatsvindt. Onder renteherzieningen wordt verstaan: het bedrag aan leningen waarvan de rente in het lopende kalenderjaar eenzijdig door de geldverstrekker kan worden aangepast op basis van de leningsvoorwaarden.

 

In onze leningenportefeuille zijn geen contracten opgenomen waarbij de geldgever eenzijdig de rente kan herzien.

 

Uit onderstaande berekening blijkt dat in de periode 2022–2025 is voldaan aan de landelijke renterisiconorm.

 

Berekening renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
    2022 2023 2024 2025
1. Renterisiconorm (20% van het oorspronkelijke begrotingstotaal)  19.400 20.830 23.790 25.850
2. Renterisico = aflossingen + renteherzieningen -3.895 -4.103 -4.436 -5.362
3. Ruimte onder renterisiconorm (1 min 2) 15.505 16.727 19.354 20.488

Ontwikkeling langlopende leningen

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Ontwikkeling langlopende leningen

In 2024 is een langlopende lening van 16 miljoen euro aangetrokken met een looptijd van 40 jaar tegen een rente van 3,7 procent. Deze lening, evenals de overige leningen, zijn afkomstig van de huisbankier BNG Bank N.V.

 

De onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de langlopende leningen in de periode 2022 tot en met 2025.

 

Ontwikkeling langlopende leningen (bedragen x € 1.000)
    2022 2023 2024 2025
1. Saldo per 1 januari 48.302 54.407 65.304 90.868
2. Aflossingen -3.895 -4.103 -4.436 -5.362
3. Nieuwe leningen 10.000 15.000 30.000 16.000
4. Saldo per 31 december 54.407 65.304 90.868 101.506

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Schatkistbankieren

De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden om hun overtollige liquide middelen en beleggingen onder te brengen bij het Ministerie van Financiën. Alleen een beperkt bedrag mag buiten de schatkist worden aangehouden: het drempelbedrag, vastgesteld op 2% van het begrotingstotaal. Voor 2025 bedraagt dit 2.800.000 euro.

 

Om het dagelijkse kasbeheer werkbaar te houden, mag een gemeente gemiddeld per kwartaal maximaal dit drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. Uit de kwartaaloverzichten van 2025, opgenomen in onderdeel 16 | Toelichting op de balans, blijkt dat de gemeente aan deze norm heeft voldaan.

Rente- en treasuryresultaat

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - Rente- en treasuryresultaat

De kosten en baten van rente zijn conform de landelijke verslaggevingsrichtlijnen (BBV) toegerekend aan grondexploitaties en investeringen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • het renteresultaat: het saldo van rentelasten en rentebaten, inclusief de toerekening aan taakvelden voor grondexploitaties en investeringen;

  • het treasuryresultaat: het renteresultaat plus de ontvangen dividenden.

 

Rente- en treasuryresultaat (bedragen x € 1.000)
    2022 2023 2024 2025
1. De externe rentelasten over de korte en lange financiering 962 1.502 2.408 2.392
2. De externe rentebaten over de korte en lange financiering 92 308 727 188
3. Saldo rentelasten en rentebaten -870 -1.194 -1.681 -2.204
  Toerekening aan taakvelden        
4. Toegerekende rente aan investeringen 915 1.142 2.237 2.442
5. Toegerekende rente aan grondexploitaties 17 -24 0 0
6. Renteresultaat (+ = voordeel en - nadeel) 62 -76 556 238
7. Bij: Ontvangen dividend BNG Bank  86 93 69 80
8. Bij: Ontvangen dividend Vitens [1] 0 0 0 0
9. Treasuryresultaat (+ = voordeel en - nadeel) 148 17 625 318

 

[1] Vitens heeft in de jaren 2022 – 2025 geen dividend uitgekeerd. Dit besluit is genomen om de kosten van verouderde waterleidingen op te vangen en de financiële positie van Vitens te versterken.

5 | Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Algemeen

Als gemeentelijke organisatie streven we naar een goede samenwerking met het gemeentebestuur en de samenleving. We faciliteren het bestuur, zodat het beleid wordt uitgevoerd en aansluit bij de behoefte van de inwoner.

Wanneer (wettelijke) taken wijzigen, nieuwe (wettelijke) taken op ons afkomen of de vraag vanuit de lokale samenleving verandert, veranderen wij mee. We zijn betrouwbaar en werken met professionele en zelfstandige medewerkers. Dit vraagt om een goed functionerende bedrijfsvoering die blijvend kan voldoen aan ontwikkelingen. 

In deze paragraaf is de stand van zaken opgenomen over 2025.

Ontwikkeling van personeel en organisatie

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Ontwikkeling van personeel en organisatie

In 2025 hebben we de organisatie versterkt met nieuwe collega’s in verschillende domeinen. Deze versterking vond ook plaats in het managementteam door de komst van nieuwe teammanagers en in de directie, door de komst van een interim directeur Uitvoering. De functie van directeur Uitvoering willen we structureel invullen. Hiervoor starten we begin 2026 de in-en externe werving. Door te investeren in het aantrekken van nieuwe medewerkers zorgen we ervoor dat we genoeg mensen hebben om ons werk goed te kunnen doen.

Ook in 2025 hebben we de organisatieontwikkeling Samen Verder voortgezet. Dit gaven we onder andere vorm door middel van verschillende bijeenkomsten waarin we met elkaar in gesprek gingen en afspraken maakten over hoe we samen het verschil kunnen maken. De organisatieontwikkeling krijgt blijvend aandacht, ook komend jaar weer. Dan organiseren we verschillende activiteiten die invulling geven aan de ontwikkeling naar een betrouwbare organisatie waar het niet alleen fijn werken is, maar die ook uitblinkt in vakmanschap.

Huisvesting van de organisatie

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Huisvesting van de organisatie

De huisvesting van de gemeente vraagt blijvend aandacht. In een krappe arbeidsmarkt is het essentieel om medewerkers aan te trekken en duurzaam aan ons te binden. Als goed werkgever investeren wij daarom in kwalitatieve en veilige werkplekken en voorzieningen die vitaliteit en werkplezier stimuleren.

Om dit te faciliteren zijn in 2025 diverse noodzakelijke investeringen gedaan in de instandhouding van het gebouw. Daarnaast is specifiek geïnvesteerd in de toegankelijkheid, onder andere door elektrisch te openen deuren. Ook is er continu aandacht voor veilig werken, waar een hygiënische werkplek een belangrijk onderdeel van is.

Informatievoorziening en digitalisering

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Informatievoorziening en digitalisering

In 2025 heeft een doorontwikkeling van digitalisering in de organisatie plaatsgevonden. Steeds meer communicatie vindt plaats via webformulieren. Hierdoor komt informatie direct op de juiste plaats in de organisatie terecht en is communicatie over het desbetreffende onderwerp ook navolgbaar. Veel van deze webformulieren landen in het zaaksysteem Djuma. Deze applicatie ondersteunt inmiddels meer dan 300 gemeentelijke processen. In 2025 is stevig ingezet op de monitoring van de kwaliteit van de gegevens in deze applicatie.  

Daarnaast zijn diverse nieuwe koppelingen tussen applicaties gelegd, bijvoorbeeld de applicatie voor het elektronisch ondertekenen is gekoppeld aan de applicatie voor vergunningen, toezicht en handhaving. Door deze koppeling is het proces verbeterd en efficiënter ingericht  en is er minder kans op fouten . Ook de cloudmigratie is in 2025 verdergegaan. We migreerden de applicaties van het sociaal domein, de geo applicaties en de applicatie voor datadistributie naar de cloud van de desbetreffende applicatie leverancier. De voorbereiding cloudmigratie van het financieel systeem is in 2025 gestart, naar verwachting ronden we dit in het eerste kwartaal van 2026 af. Met deze migraties komt de uitfasering van het eigen datacenter snel dichterbij.  

Informatieveiligheid en privacy

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Informatieveiligheid en privacy

De wetgeving rondom informatieveiligheid is in beweging. In kwartaal 2 van 2026 wordt naar verwachting de nieuwe cyberbeveiligingswet aangenomen en krijgt de BIOv1 (baseline informatieveiligheid voor overheden versie 1) een significante update naar BIOv2. De wijzigingen betreffen een forse uitbreiding in maatregelen die een overheidsinstantie moet treffen in zijn organisatie. De belangrijkste wijzigingen zijn: 

  1. Meldplicht binnen 24 uur van een incident aan een nieuw op te richten toezichthouder 
  2. Opstellen en bijhouden van een businesscontinuiteïtsplan.
  3. Niet alleen IT (informatie technologie) valt onder de maatregelen, maar ook OT (operationele technologie).
  4. Bestuurlijke verantwoordelijkheid
  5. Verplichte trainingen en crisisoefeningen.

In 2025 hebben zich geen ingrijpende incidenten voorgedaan op het gebied van informatieveiligheid of privacy.

 

Interbestuurlijk toezicht

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Interbestuurlijk toezicht

Eén van de kerntaken van de provincie is toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten, waterschappen en gemeentelijke regelingen. Dit gebeurt risicogericht, proportioneel, op afstand waar het kan, ingrijpen waar het moet. Het gaat om de volgende beleidsterreinen: Financieel toezicht, Informatiebeheer, Huisvesting vergunninghouders en Omgevingsrecht. 

De provincie Utrecht publiceert de resultaten van het interbestuurlijk toezicht op internet. De resultaten zijn te vinden op https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/interbestuurlijk-toezicht/.

Financiële rechtmatigheidsverklaring door het college

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Financiële rechtmatigheidsverklaring door het college

Hieronder is een nadere toelichting opgenomen op de in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen onrechtmatigheden. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de 3 criteria waarover via de rechtmatigheidsverantwoording verantwoord wordt:

  • Begrotingscriterium:
    • Het naleven van het budgetrecht van de raad.
    • Middels de financiële verordening is geregeld, dat budgetbijstellingen plaatsvinden gedurende het jaar via 2 bestuursrapportages of via los ingediende raadsvoorstellen. Deze kunnen ingediend worden tot december. Daarnaast kent elk budget een budgetbeheerder, een budgethouder en een financieel adviseur, die samen zorgdragen voor de analyses op onrechtmatige overschrijdingen op dat individuele budget. Grote budgetten zoals het budget op de personeelskosten, worden ook maandelijks gemonitord door de directie en concerncontroller. 
  • Voorwaardencriterium:
    • Het naleven van wet- en regelgeving.
    • Dit betreft het niet rechtmatige inkopen en het niet volgen van de Europese aanbestedingsregels. Met het installeren van een eigen centraal inkoopteam en het in gesprek zijn aan de voorkant met budgethouders, dragen we zorg dat we preventief voorkomen dat we onrechtmatige contracten aangaan. 3 maal per jaar controleert de verbijzonderde interne controle middels een spendanalyse (per 31 mei, per 31 augustus en per 31 december) of onrechtmatige inkopen hebben plaatsgevonden. Hier wordt over gerapporteerd aan de desbetreffende budgethouder, die vervolgens een nieuw rechtmatig inkooptraject start, zodra dit contractueel is toegestaan.
  • Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium:
    • Het waarborgen van een adequaat beleid om misbruik en/of oneigenlijk gebruik van overheidsgelden te voorkomen.
    • Middels functiescheiding, controles op autorisatiebeheer in applicaties en het uitvoeren van meerdere verschillende interne en externe controles, wordt misbruik en oneigenlijk gebruik voorkomen. Daarnaast worden alleen personeelsleden aangenomen met een VOG en wordt de eed en belofte afgenomen bij iedereen die in dienst treed.

 

Financiële rechtmatigheid (bedragen x € 1.000)
Bevindingen Bedrag Toelichting of afwijking
Begrotingscriterium:    
  • Overschrijding van lasten op programma’s die op grond van de financiële verordening als niet acceptabel zijn aangemerkt
1.023 Deze afwijking past binnen de door raad vastgestelde grens van 2% van de lasten.
  • Overschrijding van investeringsbudgetten die op grond van de financiële verordening als niet acceptabel zijn aangemerkt
207 Idem.
  • Ongeautoriseerde reservemutaties die op grond van de financiële verordening als niet acceptabel zijn aangemerkt
0  
  • Onderschrijding van lasten en/of investeringen en over- en onderschrijdingen van baten die op grond van de financiële verordening als niet tijdig zijn gemeld aan de raad
0  
Totaal begrotingscriterium 1.230  
Voorwaardencriterium:
   
  • Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed
925 Dit onderdeel laat een daling zien van 1.404.000 euro in 2024 naar 925.000 euro in 2025. Deze afname blijft binnen de door de raad vastgestelde afwijkingsgrens van 2% van de lasten.
  • Schatkistbankieren
0 Uitgevoerd binnen de wet- en regelgeving
  • Kasgeldlimiet
0 Uitgevoerd binnen de wet- en regelgeving
  • Renterisiconorm
0 Uitgevoerd binnen de wet- en regelgeving
totaal voorwaardencriterium 925  
Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium:    
  • De gemeente De Ronde Venen heeft een vastgesteld beleid om misbruik en/of oneigenlijk gebruik van overheidsgelden te voorkomen.
Ja In 2025 vastgesteld door de directie.
  • Is uit de (verbijzonderde) interne controle sprake van omissies in dit beleid of in de uitvoering daarvan?
Nee  
Totaal bevindingen 2.155  
Vastgestelde grens van 2% van de lasten 2.992 Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 2 % van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op 2.992.000 euro.
Binnen de ruimte van de vastgestelde grens 837  

Bedrijfsvoeringsindicatoren

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - Bedrijfsvoeringsindicatoren
Naam van de indicator Rekening 2023 Rekening 2024 Rekening 2025
Bestuur en organisatie      
1 Toegestane formatie per 1.000 inwoners 7,1 7,8 7,9
2 Werkelijke bezetting per 1.000 inwoners 6,9 7,2 7,6
3 Apparaatskosten in euro's per inwoner 831 896 947
4 Externe inhuurkosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen 23% 24% 21%
5 Overhead als percentage van totale lasten 15% 15% 14%

Toelichting:

  1. De toegestane formatie omvat het gemiddelde aantal formatieplekken welke binnen de organisatie gevuld zouden kunnen worden. Dit omvat de totale bezetting plus vacatureruimtes.
  2. Dit betreft de gemiddelde werkelijke bezetting van het betreffende jaar. Gedurende het jaar vinden wijzigingen plaats in de werkelijke bezetting door in- en uitdiensttreding. De schattingen van 2025 en 2026 zijn gebaseerd op de werkelijke cijfers 2024.
  3. De apparaatskosten per inwoner zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (alle loonkosten voor het ambtelijk apparaat en alle inhuurkosten) en de materiele kosten voor overhead exclusief griffie en bestuur.
  4. De externe inhuurkosten als % van de totale loonsom geeft aan hoeveel kosten er voor externe inhuur wordt gemaakt ten opzichte van de loonsom. Deze inhuur dient ter dekking van vacatureruimte of extra inzet voor projecten of piekbelasting.
  5. De overhead als percentage van de totale lasten geeft weer welk deel van de lasten betrekking hebben op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Met het primaire proces worden de activiteiten bedoeld die rechtstreeks een bijdrage leveren aan de totstandkoming van de producten en diensten voor onze burgers en bedrijven. De overheadkosten bestaan uit:
    • Personele capaciteitskosten overhead (management, bestuur- en managementondersteuning primair proces, alle kosten van personele inzet voor personeel en organisatiebeleid, inkoop, communicatie, juridische zaken, informatievoorziening en automatisering, documentaire informatievoorziening, huisvesting, facilitaire zaken, financiën etc.).
    • Materiële kosten (goederen en diensten) voor:
      • Bestuurszaken en bestuursondersteuning (exclusief de griffie omdat die geen onderdeel uitmaakt van de ambtelijke organisatie)
      • Documentaire informatievoorziening (DIV)
      • Facilitaire zaken en Huisvesting (incl. beveiliging)
      • Financiën, toezicht en controle voor de eigen organisatie
      • Informatievoorziening en automatisering
      • Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement)
      • Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie
      • Juridische zaken
      • Personeel en organisatie

6 | Verbonden partijen

Algemeen verbonden partijen

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Algemeen verbonden partijen

Deze paragraaf geeft een beknopt overzicht van verbonden partijen.

 
Het begrip ‘verbonden partij’ is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en gedefinieerd als “Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft”. In datzelfde besluit wordt een financieel belang gedefinieerd als “een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt”. Er is sprake van een bestuurlijk belang als de gemeente zeggenschap heeft via een vertegenwoordiging in het bestuur, of via stemrecht. Als de gemeente samenwerkt met een partij waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft, heet dit een verbonden partij. 

 

De raad heeft in januari 2025 de Nota verbonden partijen vastgesteld. In deze nota is beschreven hoe er afgewogen kan worden om deel te nemen aan verbonden partijen en hoe de gemeenteraad hierop grip kan houden. De Nota Verbonden Partijen is hiermee het kader waarbinnen de gemeenteraad en het college kunnen werken. 

 

Om als raad, bestuur en organisatie grip te houden op verbonden partijen werkt de gemeente met sturingsprofielen. Elke verbonden partij wordt jaarlijks in de Programmabegroting gewaardeerd volgens ondergenoemde sturingsprofielen. Deze profielen helpen om te bepalen bij welke partij het nodig is om meer te investeren in de sturing en welke instrumenten daarbij voorhanden zijn. De sturingsprofielen zijn uitgeschreven in de Nota Verbonden Partijen. Zie hieronder kort de sturingsprofielen in relatie tot de raad met daaronder de toekenning per verbonden partij.

  1. Reguliere sturing
    De P&C producten van de verbonden partij en het indienen van een zienswijze wordt gedelegeerd aan het college, met uitzondering van begrotingen. Deze worden voorgelegd aan de raad. De raad wordt via een raadsinformatiebrief geïnformeerd.
  2. Uitgebreide sturing
    Alle zienswijzen worden voorgelegd aan de raad.
  3. Intensieve sturing
    Alle zienswijzen worden voorgelegd aan de raad. De gemeenteraad kan daarnaast door inzet van nieuwe instrumenten zoals raadscommissies en dialoog met de verbonden partij, hun controlerende en kaderstellende rol uitbreiden.
  4. Situationele sturing
    Wanneer de raad of het college dit wenst en wanneer de financiële en publieke analyse hiertoe aanleiding geven, is gerichte situationele sturing mogelijk. Daarbij kunnen middelen uit de hierboven genoemde sturingsprofielen gehanteerd worden om specifieke vragen rond sturing te beantwoorden. Daarnaast kan bijvoorbeeld sprake zijn van situationele sturing bij een transitie (liquidatie of fusie) van een verbonden partij.

Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen

De gemeenschappelijke regelingen voeren verschillende taken en regelingen uit namens de gemeente De Ronde Venen. Per gemeenschappelijke regeling zijn gegevens opgenomen over:

  • De vestigingsplaats van de gemeenschappelijke regeling;
  • Een toelichting op het openbaar belang;
  • Aan welk programma de verbonden partij een bijdrage levert;
  • Welke deelnemers uitmaken van de gemeenschappelijke regeling;
  • Het sturingsprofiel volgens de Nota verbonden partijen.

Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen zijn opgenomen in een totaaloverzicht.

Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden
Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Bovenlokale openluchtrecreatie; beheer & onderhoud, toezicht & handhaving, en ontwikkeling van de betreffende gebieden.
Programma 1 | Wonen
Deelnemers De gemeenten Utrecht, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Woerden, Houten, IJsselstein, Lopik, De Bilt, De Ronde Venen, alsmede provincie Utrecht.
Sturingsprofiel Intensief

Gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
Vestigingsplaats Soest
Openbaar belang Namens de deelnemende gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling AVU de regie op de overslag, het transport, de bewerking en de verwerking van het door de inwoners van de provincie Utrecht aangeboden huishoudelijk afval. 
Programma 1 | Wonen
Deelnemers 25 gemeenten binnen de provincie Utrecht.
Sturingsprofiel Uitgebreid

Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU)

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU)
Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Het behartigen van de belangen van de gemeenten tezamen en van elke deelnemende gemeente afzonderlijk op het gebied van omgeving in de ruimste zin.
Programma 1 | Wonen
Deelnemers De gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist.
Sturingsprofiel Situationeel

Gemeenschappelijke regeling gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)
Vestigingsplaats Zeist
Openbaar belang De gemeente is wettelijk verplicht een Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in te stellen en in stand te houden. De GGD-regio Utrecht is een gemeenschappelijke regeling en werd in 2013 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Namens de gemeenten voert de GGDrU de gemeentelijke verplichtingen van de Wet Publieke Gezondheid uit. Het gaat onder andere om infectieziektebestrijding, medische milieukundige zorg, SOA-bestrijding, gezondheidsbeleid en -onderzoek, toezicht kinderopvang, crisisfunctie, jeugdgezondheidszorg, rijksvaccinatieprogramma en Wmo-toezicht. Daarnaast nemen gemeenten een maatwerkpakket af. Hierin zitten voor De Ronde Venen bijvoorbeeld het Meldpunt Bezorgd en trajecten Stevig Ouderschap.
Programma 2 | Samenleven
Deelnemers De provincie Utrecht en de 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht.
Sturingsprofiel Uitgebreid

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht
Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang De VRU behartigt de belangen van de gemeenten op de brandweerzorg, de organisatie van de Geneeskundige Hulpverlening Organisatie in de Regio (GHOR), de rampenbestrijding, crisisbeheersing en de meldkamer. Daarnaast heeft de VRU de zorg voor een adequate samenwerking met politie en de regionale ambulancevervoersvoorziening ten aanzien van onder meer de gemeenschappelijke meldkamer; een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Programma 3 | Veiligheid
Deelnemers De 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht.
Sturingsprofiel Uitgebreid

Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen
Vestigingsplaats Breukelen
Openbaar belang Het gezamenlijk uitvoeren van de Archiefwet en het stimuleren van de lokale en regionale geschiedbeoefening en het daartoe aanleggen, beheren en bewaren van een zo compleet mogelijke collectie bronnenmateriaal op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis.
Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering
Deelnemers De gemeenten Stichtse Vecht, De Bilt en De Ronde Venen. De gemeente Stichtse Vecht is centrumgemeente.
Sturingsprofiel Regulier

Gemeenschappelijke regeling Amstelland-Meerlanden Overleg

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Amstelland-Meerlanden Overleg
Vestigingsplaats Haarlemmermeer
Openbaar belang Het Amstelland-Meerlandenoverleg (AM) fungeert als platform voor onderlinge afstemming van gemeentelijke plannen. Het doel daarbij is effectief regionaal beleid en daarbinnen de behartiging van belangen van de zeven  deelnemende gemeenten. Het gebied van AM vormt de zuidflank van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en is aangewezen als deelregio binnen MRA. Het platform wordt benut om de gezamenlijke belangen van het AM-gebied te behartigen in de MRA en in de vervoersregio Amsterdam.
Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn, De Ronde Venen, Aalsmeer en Haarlemmermeer.
Sturingsprofiel Regulier

Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland
Vestigingsplaats Amstelveen
Openbaar belang Het vormen van een gemeenschappelijke ambtelijke belastingorganisatie die belast is met zowel de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen als de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken. Door de samenwerking is een belastingorganisatie ontstaan met voldoende kennis, kunde en personele capaciteit om de belastingwetten en -regels te kunnen uitvoeren. Elke gemeenteraad blijft het eigen belastingbeleid en de belastingtarieven bepalen.
Programma 5 | Financiën
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn en De Ronde Venen. De gemeente Aalsmeer is daarnaast een rechtstreekse deelnemer van de gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland.
Sturingsprofiel Regulier

Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen (x € 1.000)

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen (x € 1.000)
Naam 2024 2025
Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat Bijdrage gemeente

Recreatieschap Stichtse Groenlanden

3.895 7.415 341 3.928 6.787 105 691

Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

0 20.800 304 0 17.505 210 1.979

Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU)

1.710 6.584 843 2.879 7.885 1.169 2.986

Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)

6.217 36.061 2.477 8.953 29.840 3.987 2.305

Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

34.602 71.155 7.288 33.892 69.738 2.747 3.006

Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

433 1.114 125 683 1.527 286 788

Amstelland Meerlanden overleg

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3

Gemeentebelastingen Amstelland

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 1.149

Deelnemingen

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Deelnemingen

Naast de gemeenschappelijke regelingen zijn er drie deelnemingen:

  • BNG Bank
BNG Bank is de huisbankier van de gemeente en richt zich op het financieren van publieke voorzieningen. De aandeelhouders van BNG Bank zijn uitsluitend overheden: de Staat bezit 50% van de aandelen, de overige aandelen zijn in handen van gemeenten, elf provincies en één hoogheemraadschap. De gemeente De Ronde Venen bezit 37.323 aandelen van de in totaal 55.690.720 aandelen. Het ontvangen dividend is zichtbaar in de paragraaf Financiering.
  • Vitens N.V.
Vitens is verantwoordelijk voor de levering van betrouwbaar drinkwater en bedient circa 6 miljoen klanten in vijf provincies en enkele gemeenten. De aandelen van Vitens zijn verdeeld over vijf provincies en 92 gemeenten. De gemeente De Ronde Venen bezit 40.426 aandelen van de in totaal 5.777.247 aandelen. Voor de periode 2024 - 2028 keert Vitens geen dividend uit om investeringen in verouderde waterleidingen en versterking van de financiële positie mogelijk te maken.
  • Cyclus N.V.

Cyclus N.V. verzorgt de uitvoering van afvalbeheer. In 2025 heeft de gemeente 45.921 aandelen gekocht om zeggenschap te verkrijgen over de uitvoering van afvalinzameling en -verwerking.

Overige verbonden partijen

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - Overige verbonden partijen

Naast de gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen werken we samen met de overige verbonden partijen.

  • Programma 1| Wonen:
    • Mooisticht
    • Marickenland
  • Programma 2 | Samenleven:
      • Kansis (Stichting Beschut Werk)
      • Kansis Groen (Stichting Groenwerk)
      • Stichting Ons Dorpshuis (sociaal cultureel centrum De Boei)
  • Programma 3 | Veiligheid:
    • Het Zorg- en Veiligheidshuis Regio Utrecht (ZVHRU)
    • Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen (SBB)
  • Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering:
    • Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond & Kennemerland (RIJK)
    • Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
    • U10.


Hun bijdragen aan onze doelstellingen zijn toegelicht bij de programma's.

7 | Grondbeleid

Actief en faciliterend grondbeleid

Terug naar navigatie - 7 | Grondbeleid - Actief en faciliterend grondbeleid

De paragraaf grondbeleid heeft tot doel te informeren over het  uit te voeren grondbeleid om doelstellingen op het gebied van ontwikkeling woningbouwlocaties, aanleg bedrijventerrein en andere maatschappelijke voorzieningen te realiseren.

Deze paragraaf kent 3 onderdelen:

  1. Bouwgronden in exploitatie
  2. Faciliterend grondbeleid
  3. Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd.  

 

Bouwgronden in exploitatie

  • Bij een bouwgrond in exploitatie is er sprake van een door de gemeenteraad vaststelde grondexploitatie. De gemeente maakt de grond bouw en woonrijp  en geeft de gemeente zelf de bouwgrond uit.
  • Jaarlijks vindt de actualisatie van de grondexploitaties plaats. Uitgangspunt voor de actualisatie zijn de door de raad vastgestelde grondexploitaties, vastgestelde plannen en financiële weergave van eerder genomen besluiten, waarbij de voortgang van het  project is verwerkt en de onderliggende aannames van kosten, opbrengsten en parameters zijn geactualiseerd.
  • Risicoanalyses worden binnen het project op een gestructureerde manier aangepakt. Risico's worden geïnventariseerd en waar mogelijk voorzien van een beheersmaatregel. Niet alle risico's vertalen zich in directe tegenvallers. Bij winstgevende grondexploitaties gaan de risico's in eerste instantie ten koste van de winst. Bij een verliesgevende exploitatie is een buffer nodig binnen het weerstandsvermogen van de gemeente.
  • Er is 1 actieve grondexploitatie. In 2025 heeft de gemeenteraad de grondexploitatie Bedrijventerrein De Bocht vastgesteld.

 

Faciliterend grondbeleid

  • Bij een faciliterend grondbeleid bezit de gemeente geen grond en voert zij ook niet de grondexploitatie uit; Initiatieven tot ruimtelijke ontwikkelingen worden in hoofdzaak aan ontwikkelende partijen overgelaten en de gemeente zelf opereert in beperkte mate op de markt vanwege haar beperkte grondpositie.  De gemeente heeft een regisserende en (aan)sturende rol met als doel om de beleidsdoelstelling van het realiseren van 4.800 woningen te bereiken. De kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op deze private partijen.  De gemeente schiet kosten voor die vervolgens privaatrechtelijk (op basis van een anterieure overeenkomst) of publiekrechtelijk (op basis van het omgevingsplan, of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die de functie van de grond wijzigt) teruggevorderd worden bij een derde partij.
  • Voor de huidige woningbouwplannen zijn geen grondexploitaties geopend. We leggen het ontwikkelrisico, in lijn met de nota grondbeleid, primair bij marktpartijen neer. Met de ontwikkelaars van woningen worden afspraken gemaakt in anterieure overeenkomsten over het soort en het aantal te bouwen woningen, de inrichting van de openbare ruimte en de financiën. Financiële afspraken zien in ieder geval toe op het vergoeden van de kosten die de gemeente maakt voor het begeleiden van de ontwikkeling (de zogenaamde plankosten). Daarnaast kunnen financiële afspraken worden gemaakt over de verkoop van gemeentegrond, het meebetalen aan toerekenbare bovenwijkse voorzieningen en het betalen van een afdracht aan het vereveningsfonds (bij het niet-bouwen van sociale huurwoningen).
  • Naast het sluiten van anterieure overeenkomsten past de gemeente nog een vorm van kostenverhaal toe. Die vorm van kostenverhaal gaat uit van de verkoop van een locatie aan een marktpartij waarbij de marktpartij verantwoordelijk wordt voor de ontwikkeling van de woningen én de openbare ruimte. Daarbij kiest de gemeente normaliter de zogenaamde tenderprocedure (een openbare verkoop op basis van een plan en een prijs) Deze manier van werken is o.a.  bij de Argonlocatie en de Hoflandschoollocatie toegepast.
  • In deze paragraaf is een overzicht van de woningbouwlocaties met > 100 woningen, waarvoor de gemeenteraad het ruimtelijk kader heeft vastgesteld.

 

Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

De gemeente bezit diverse eigendommen (grond en gebouwen), die niet voor een publieke taak zijn bestemd en waarbij het voornemen is om deze te verkopen. In deze paragraaf is een overzicht van deze objecten opgenomen en de stand van de stille reserve.

Bedrijventerrein De Bocht

Terug naar navigatie - 7 | Grondbeleid - Bedrijventerrein De Bocht

In de raadsvergadering van 12 mei 2025 heeft de gemeenteraad het Ruimtelijk Kader en de Grondexploitatie Bedrijventerrein De Bocht vastgesteld. De jaren 2025 en 2026 staan in het teken van de uitwerking van de plannen en de voorbereiding van het bouwrijpmaken. Hieronder is de in 2026 geactualiseerde grondexploitatie opgenomen.

 

Bedrijventerrein De Bocht
Omschrijving Bedrag

Boekwaarde per 1 januari 2025

0
  • Inbreng boekwaarde gronden
2.059
  • Kosten
78
  • Opbrengsten
0
Boekwaarde per 31 december 2025 2.137
Nog te maken kosten 19.259
Nog te realiseren opbrengsten -31.419
Geraamd eindresultaat 10.023

Woningbouwprojecten

Terug naar navigatie - 7 | Grondbeleid - Woningbouwprojecten
Oosterland
Aantal woningen Naar verwachting zullen er circa 830 woningen worden gebouwd in het gebied. Het bestemmingsplan is vastgesteld, in werking getreden en onherroepelijk.
Looptijd project In 2025 is het bouwrijpmaken van het gebied gestart zodat in 2026 kan worden gestart met het bouwen van de eerste woningen. De ontwikkeling zal gefaseerd plaats vinden over een periode van 8 tot 10 jaar. 
Anterieure overeenkomst Er is een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar van het gebied. In deze overeenkomst is vastgelegd dat (gefaseerd) betaald wordt voor de aankoop van de grond van de gemeente (bij benadering € 11.314.000), de plankosten (€ 1.200.000), bovenwijkse infrastructuur (€ 1.000.000). Daarnaast heeft de gemeente aangegeven dat maximaal 2 miljoen euro wordt geïnvesteerd in het project “Groen groei mee” hetgeen een voorwaarde was voor de provincie om medewerking te verlenen aan de gebiedsontwikkeling. 
Risico's Het project wordt voor rekening en risico van ontwikkelaar Kavel Vastgoed ontwikkeld. Zij laten de woningen bouwen, ze maken het gebied bouw- en woonrijp en leveren de openbare ruimte na afronding om niet aan de gemeente.
De Maricken II
Aantal woningen
Naar verwachting worden er maximaal 650 woningen gebouwd in het gebied. Het uitwerkingsplan en het bestemmingsplan zijn vastgesteld en onherroepelijk.
Looptijd project
Het bouwrijpmaken is eind 2024 opgestart zodat in 2026 gestart kan worden met de bouw van de eerste woningen. De ontwikkeling zal gefaseerd plaatsvinden in een periode van 6 tot 8 jaar.
Anterieure overeenkomst
Er is een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaars van het gebied. In deze overeenkomst is vastgelegd dat (gefaseerd) betaald wordt voor de aankoop van de grond van de gemeente (€ 3.900.000), de plankosten (€ 900.000), bijdrage voor natuurontwikkeling, klimaatadaptatie en recreatie in Marickenland (bovenwijkse voorzieningen) (€ 2.700.000). 
Risico's

Het project wordt voor rekening en risico van ontwikkelaars BPD Ontwikkeling B.V. en Blauwhoed Projectontwikkeling III B.V. ontwikkeld. Zij laten de woningen bouwen, ze maken het gebied bouw- en woonrijp en leveren de openbare ruimte na afronding om niet aan de gemeente.

Argon
Aantal woningen

Deze locatie  is verkocht via een zogenaamde tenderprocedure. De projectontwikkelaar ontwikkelt de locatie met circa 118 woningen

Looptijd project

Het bouwrijpmaken start in 2026, hierna volgt de start van de bouw van de woningen. De ontwikkeling zal plaatsvinden in een periode van 3 tot 4 jaar.

Anterieure overeenkomst

De grond is verkocht aan ontwikkelaar Blink.

Risico's

Het project wordt voor rekening en risico van de ontwikkelaar ontwikkeld.

De Meijert
Aantal woningen

Het ruimtelijk kader voor de locatie van De Meijert gaat uit van de bouw van 202 woningen.

Looptijd project

De bouw van de 90 sociale huurwoningen in het gebied is in 2025 gestart. De bouw van de overige woningen in het gebied start naar verwachting in 2026. De ontwikkeling is naar verwachting over  3 tot 4 jaar afgerond.

Anterieure overeenkomst

Er is een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaars in dit plangebied. De verkoopovereenkomst voor de vrije sector- en betaalbare koopwoningen is in 2025 gesloten.

Risico's

In dit project zijn de risico's verdeeld op basis van de eigendomsverhouding in het plangebied van projectontwikkelaars en gemeente

Centrumplan Vinkeveen
Aantal woningen

Het centrumplan Vinkeveen biedt ruimte aan ruim 200 woningen en circa 1.000 m2 aan voorzieningen. Daarnaast voorziet het in maatregelen in de bestaande infrastructuur in Vinkeveen. Voor het grootste gebied, ten noorden van de N201, is een eerste uitwerking gemaakt.

Looptijd project

De ontwikkeling wordt gefaseerd uitgevoerd. Gestart wordt met het gebied aan de noordzijde van de N201. De gehele ontwikkeling duurt circa 8 jaar

Anterieure overeenkomst
In 2025 is gewerkt aan een anterieure overeenkomst.  Deze kan worden getekend zodra de provincie meer duidelijkheid geeft over het geluidsscherm en de kosten daarvan.
Risico's Het toekomstig woongebied wordt voor rekening en risico van ontwikkelaar AHV ontwikkeld. De kosten van de herinrichting van de openbare ruimte in Vinkeveen worden in belangrijke mate gedragen door de bouw van de woningen. 

Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

Terug naar navigatie - 7 | Grondbeleid - Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

De gemeente bezit diverse eigendommen (grond en gebouwen), die niet voor een publieke taak zijn bestemd en waarbij het voornemen is om deze te verkopen.

 

  • Verkochte eigendommen
    • De eigendommen Provincialeweg N201 Mijdrecht (agrarisch perceel) en Provincialeweg 7A Mijdrecht zijn in de grondexploitatie van het nieuwe Bedrijventerrein De Bocht gebracht.
  • Nog te verkopen eigendommen
    • Conform de bepalingen van het BBV wordt in de jaarrekening bepaald of er sprake is van duurzame waardevermindering. Hiervan is sprake als de taxatiewaarde lager is dan de boekwaarde. Als de taxatiewaarde hoger is dan de boekwaarde is er sprake van een stille reserve. De volgende eigendommen vallen onder de noemer eigendommen niet voor de publieke taak bestemd:
      • Glastuinbouw Wickelhof Mijdrecht -> hiervoor is een anterieure/koopovereenkomst gesloten in 2023 en de verkoop/levering volgt later
      • Marickenzijde 2e fase Wilnis -> hiervoor is een anterieure/koopovereenkomst gesloten in 2023 en de verkoop/levering volgt later
      • Bedrijventerrein N201 in Mijdrecht
      • Stationsgebied Abcoude (Bovenkamp 1 - 3)
      • Baambrugse Zuwe 143b te Vinkeveen
      • Herenweg 196 en 196A te Vinkeveen
      • Ontspanningsweg /Wilnisser Dwarsweg Mijdrecht.
  • Stille reserve
    De boekwaarde van gronden en verspreide percelen kan lager zijn dan de actuele waarden, waardoor er binnen de gronden niet voor de publieke taak bestemd sprake is van stille reserves. Deze reserves kunnen van substantiële betekenis zijn in relatie tot het balanstotaal dan wel de financiële positie van de gemeente. De omvang van de stille reserves is € 3.833.000 op 31 december 2025. Er hoeft niet te worden afgeboekt.

8 | Openbaarheid

Landelijk beleidskader van de Wet open overheid (Woo)

Terug naar navigatie - 8 | Openbaarheid - Landelijk beleidskader van de Wet open overheid (Woo)

Het doel van de Wet open overheid (Woo) is:

  • een transparanter en actief openbaar makende overheid;
  • het dienen van het belang van openbaarheid;
  • publieke informatie openbaar maken.

Dit versterkt de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en de economische ontwikkeling.

 

In de Woo staat aangegeven dat de Woo-invoering gefaseerd plaatsvindt. De VNG heeft de gefaseerde invoering opgenomen in ‘Meerjarenplan om de Wet open overheid bij gemeenten te implementeren’. Het betreffende Meerjarenplan, gecombineerd met het BBV en het lokaal bepaalde beleid is de basis voor deze verantwoording. De implementatie van de Wet open overheid (Woo) gebeurt in fasen en concentreert zich op drie hoofdthema's.

  1. Actief openbaar maken van informatie;
  2. Passief openbaar maken van informatie;
  3. Informatiehuishouding op orde.

1. Actief openbaar maken van informatie

Terug naar navigatie - 8 | Openbaarheid - 1. Actief openbaar maken van informatie

De informatie categorieën die de Woo verplicht voorschrijft om openbaar te maken uit eigen beweging, staan hierna in een overzicht weergegeven. Achter elke informatiecategorie is aangegeven om welk artikel uit de Woo het gaat plus een beschrijving van de documenten. Daarna volgt per categorie de inventarisatie van:

  • wat er al openbaar wordt gemaakt;
  • in hoeverre is aangesloten op de landelijke Woo-index;
  • de voorgenomen planning van het actief openbaar maken van de informatiecategorie.

 

We volgen hierin de wettelijke termijnen. Als de wettelijke verplichting opschuift dan wijzigt ook onze planning. Dit deel van de wet gaat gefaseerd in werking. Op 1 november 2024 werden de eerste informatie categorieën verplicht door middel van een Koninklijk Besluit. We hebben aan deze deadline voldaan. 

 

Informatiecategorie Artikel Wat

Openbaar op lokale site (Ja/Nee)

Openbaar landelijke
Woo-index (Ja/Nee)

Planning Openbaar landelijke Woo-index (Jaartal)

1. Wet- en regelgeving  1.a Besluiten, beleidsregels en verordeningen Ja overheid.nl Niet bekend
1.b Andere algemeen verbindende voorschriften Ja overheid.nl Niet bekend
1.c Ontwerpen van besluiten, beleidsregels, verordeningen en overige besluiten van algemene strekking waarover een extern advies is gevraagd, met inbegrip van de adviesaanvraag Nee Nee Niet bekend
2. Organisatiegegevens 1.d Inzicht in de organisatie en haar werkwijze, waaronder de taken en bevoegdheden van organisatieonderdelen.  Ja Nee Niet bekend
1.e Hoe de organisatie en haar onderdelen te bereiken zijn en hoe een informatieverzoek kan worden ingediend Ja Nee Niet bekend
3. Raadsstukken 2.a Bij de gemeenteraad ingekomen stukken, tenzij deze gaan over individuele gevallen Ja Nee Niet bekend
2.c Vergaderstukken en verslagen van de raad, behalve waarop geheimhouding geldt. Ja Nee Niet bekend
4. Bestuursstukken 2.d Agenda’s, besluiten en besluitenlijsten van vergaderingen van colleges van B&W, tenzij geheimhouding geldt Ja Nee Niet bekend
5. Adviezen van adviescolleges 2.e Adviezen van officiële adviescolleges (door besluit van een bestuursorgaan vastgesteld): Nee Nee Niet bekend
  • Adviesvoorstel, advies
Nee Nee Niet bekend
  • Adviesaanvraag
Nee Nee Niet bekend
  • Adviesvoorstel
Nee Nee Niet bekend
  • Advies
Nee Nee Niet bekend
Behalve adviezen/aanvragen die gaan over individuele gevallen Nee Nee Niet bekend
6. Convenanten 2.f Convenanten, overeenkomsten, verbintenissen en soortgelijke afspraken van een bestuursorgaan met andere partij(en) Nee Nee Niet bekend
7. Jaarplannen en -verslagen 2.g De jaarplannen en -verslagen van het bestuursorgaan, behalve de jaarplannen en -verslagen van afzonderlijke afdelingen of directies Nee Nee Niet bekend
8. Woo-verzoeken 2.i Inhoud van het verzoek Nee Nee Niet bekend
Schriftelijke beslissing op het verzoek Nee Nee Niet bekend
De verstrekte informatie Nee Nee Niet bekend
9. Onderzoeken 2.j Onderzoeksrapporten die:      
  • Intern en extern zijn uitgevoerd
Nee Nee Niet bekend
  • Voornamelijk uit feitenmateriaal bestaan
Nee Nee Niet bekend
  • Gaan over het functioneren van de eigen organisatie, voorbereiding of evaluatie van beleid, inclusief de uitvoering, naleving en handhaving 
Nee Nee Niet bekend
10. Beschikkingen 2.k Beschikkingen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vallen hieronder:      
  • Schriftelijke beslissingen van een bestuursorgaan
Nee Nee Niet bekend
  • Die een publiekrechtelijke rechtshandelingen inhouden
Nee Nee Niet bekend
  • Voor een specifiek geval gelden 
Nee Nee Niet bekend
Behalve beschikkingen die zijn uitgezonderd van de Woo (artikel 3.3 tweede lid, onderdeel k van de Woo)      
2.h Verplichtingen tot verstrekking van subsidies, anders dan met een beschikking Nee Nee Niet bekend
11. Klachten 2.l Schriftelijke oordelen n.a.v. klachtenprocedures over gedragingen van de organisatie Nee Nee Niet bekend

2. Passief openbaar maken van informatie

Terug naar navigatie - 8 | Openbaarheid - 2. Passief openbaar maken van informatie

De gemeente maakt informatie uit eigen beweging openbaar. Daarnaast krijgt de organisatie ook verzoeken om informatie openbaar te maken. In onderstaande overzichten maken wij inzichtelijk:

  • het aantal ontvangen Woo-verzoeken;
  • het percentage verzoeken dat binnen de termijn is afgehandeld;
  • de gemiddelde behandelingstermijn;
  • het aantal Woo-verzoeken dat buiten de Woo-procedure is afgehandeld;
  • het percentage verzoeken waarbij contact is opgenomen met de indiener van de vraag om de vraag scherper te krijgen en zo tot een betere beantwoording van de vraag te komen.

 

Woo-verzoeken 2023 - 2025
  Realisatie 2023 Realisatie 2024 Realisatie 2025
Aantal Woo-verzoeken ontvangen op jaarbasis 34 29 44
De verzoeken zijn:      
  • Informeel afgedaan
14 13 17
  • Toegekend
12 9 12
  • Afgewezen
2 1 4
  • Buiten behandeling gesteld

1

4

0
  • Doorgestuurd naar ander bestuursorgaan

4

1

1
  • Nog in behandeling
1 2 10
       
Behandeld door de gemeente binnen de in de wet gestelde beslistermijn (inclusief eventuele opschortingen en verdagingen), in % 33% 30% 40%
Gemiddelde behandelingstermijn, in weken (inclusief opschortingen en verdagingen). 8 10 13
Aantal verzoeken waarbij precisering is gevraagd van de verzoeker, in % 27% 25% 26%

3. Informatiehuishouding op orde

Terug naar navigatie - 8 | Openbaarheid - 3. Informatiehuishouding op orde
  • De informatiehuishouding zorgt ervoor dat de gemeente weet waar welke documenten volgens de definitie uit de Woo (art. 2.1 en 2.2) te vinden zijn.
  • Documenten kennen een voorgeschreven bewaartermijn waarop deze worden geselecteerd en overgedragen naar de archiefbewaarplaats bij het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV) of vernietigd.
  • Door digitalisering is informatie aan verandering onderhevig: denk aan teksten, Geo-informatie, 3D-bestanden, appberichten en dergelijke. Dit zorgt ervoor dat er nieuwe opgaven ontstaan om die informatie volgens de geldende eisen duurzaam en digitaal toegankelijk te houden.  Dit is een complex proces dat tijd nodig heeft om te ontwerpen en te implementeren. Het vraagt aanpassing van werkprocessen, functies en rollen over de volle breedte van de organisatie.
  • In het Woo-Meerjarenplan, opgesteld door de VNG, zijn indicatoren opgenomen die inzicht geven in de voortgang van de ontwikkeling van de informatiehuishouding. In onderstaande tabel zijn deze indicatoren opgenomen en weergegeven in hoeverre onze gemeente hieraan voldoet ten opzichte van de streefwaarde. Daarnaast geven wij aan in welk jaar wij verwachten te voldoen aan de streefwaarde.

 

Indicatoren Informatiehuishouding Status Status (uitgevoerd of mee bezig of nog in te plannen)
  • Er is de beschikking over, of is aangesloten op, een e-depotvoorziening

De leverancier van het zaaksysteem, Djuma, is op dit moment nog niet in staat om een directe koppeling met het e-depot van de RANU (Regionale Archiefdienst Noordwest Utrecht, voormalig RHCVV) te realiseren. Als tijdelijke oplossing worden overdrachtsbestanden rechtstreeks vanuit de database geëxporteerd in .csv-formaat. Deze bestanden kunnen via een tussenpartij worden omgezet naar het vereiste formaat voor opname in het e-depot. Deze werkwijze sluit aan bij landelijke standaarden zoals MDTO en DUTO.

Voor andere applicaties, zoals Notubiz, zijn nog technische aanpassingen door leveranciers nodig om aansluiting op het e-depot mogelijk te maken. We blijven hierover in gesprek met de betrokken partijen.

Mee bezig

Leveranciers zijn nog bezig met de technische aanpassingen om aan te kunnen sluiten op het e-depot van de RANU
  • In de applicaties gebruikt door de gemeente zijn selectielijsten geïmplementeerd. 
Bij het merendeel van de applicaties is de gemeentelijke selectielijst inmiddels geïntegreerd om de informatie op een juiste manier te beheren. Bij nieuwe aanbestedingen geldt ‘archivering by design’ als uitgangspunt, waarbij het toepassen van de selectielijst standaard wordt meegenomen. Mee bezig

Dit blijft een openstaand en doorlopend onderdeel gezien nieuwe applicaties vaak moeten worden aangepast om te kunnen voldoende aan de selectielijst
  • Het beheer van emailarchivering is georganiseerd en sluit aan bij een landelijke aanpak
De implementatie is in 2024 succesvol afgerond en voldoet aan de gestelde doelen. Uitgevoerd
  • Beheer op tekstberichten is georganiseerd
Er zijn richtlijnen opgesteld voor het gebruik van tekstberichten en de voorkeur voor bepaalde applicaties. Het beheer hiervan is deels ingericht. Uitgevoerd

Tekstberichten over werkgerelateerde zaken worden enkel verricht of geplaatst in applicaties waar het beheer al is geregeld zoals het zaaksysteem, vakapplicatie of email-Outlook
  • Informatiebeheerplan is vastgesteld
Sinds 2024 is er voortgang geboekt met het actualiseren van het informatiebeheerplan. Op dit moment wordt het applicatielandschap, inclusief de bijbehorende processen, geregistreerd in Blue Dolphin. Daarbij worden de huidige processen gekoppeld aan de processen zoals voorgeschreven door de iNavigator, conform de gemeentelijke selectielijst. Mee bezig

Het applicatielandschap en de bijbehorende processen worden vastgelegd in Blue Dolphin.
  • Het kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer is vastgesteld en voldoet aan in artikel 16 van de Archiefregeling
Het kwaliteitssysteem voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 16 van de Archiefregeling. Er wordt momenteel gewerkt aan een verdere integratie van de PDCA-cyclus binnen de vakteams, om de kwaliteit van het informatiebeheer structureel te borgen en continu te verbeteren. Uitgevoerd

Er wordt continu gewerkt aan een verdere integratie van de PDCA-cyclus binnen de vakteams
  • Het metagegevensschema is vastgelegd en aan elk blijvend te bewaren informatieobject zijn metagegevens gekoppeld
De bestaande metadataschema’s worden momenteel geactualiseerd op basis van het MDTO (Metagegevens voor Duurzaam Toegankelijke Overheidsinformatie). Hierbij wordt aangesloten op de metagegevensstructuren van verschillende nieuwe applicaties. Mee bezig

De geactualiseerde MDTO-schema’s zijn opgesteld en zullen nog ter goedkeuring worden aangeboden aan de RANU. 

9 | Verstrekte subsidies en bijdragen

Terug naar navigatie - 9 | Verstrekte subsidies en bijdragen - Verstrekte subsidies en bijdragen

In deze paragraaf wordt een financieel beeld weergegeven van de verstrekte subsidies en bijdragen.

  • De Ronde Venen ondersteunt veel initiatieven op het gebied van wonen, werken, welzijn, onderwijs, kunst, cultuur, sport, recreëren, enz. Allemaal activiteiten die ten goede komen aan de Rondeveense samenleving. De gemeente doet dit onder andere door het verstrekken van subsidies en bijdragen.
  • De wettelijke basis voor het verstrekken van subsidies is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (titel 4.2), voorts de Algemene subsidieverordening. De subsidieverordening vormt de grondslag voor de verleende subsidies. Daarnaast is een aantal nadere regels opgesteld voor het verstrekken van subsidies. Hierbij kan gedacht worden aan 'Beleidsregels Subsidie Sportstimulering' en 'Beleidsregels subsidieaanvragen bewoners en bewonersorganisaties'.
  • In 2025 is 10.533.000 euro aan subsidies en bijdragen verstrekt.
  • Een gedetailleerde specificatie per beleidsonderwerp en instelling is te vinden in het subsidieregister van de gemeentelijke planning- en controlportal. Deze aanpak zorgt voor een beknopte verantwoording.