Paragrafen

1 | Lokale heffingen

Terug naar navigatie - Samenvatting lokale heffingen

Het doel van deze paragraaf is om de gemeenteraad, de inwoners en de provincie inzicht te geven in de ontwikkeling van de gemeentelijke belastingen en heffingen.

 

  • Lokale heffingen hebben als doel middelen te verwerven waarmee de gemeente uitgaven kan doen om gemeentelijke taken uit te voeren. Ze vormen daarmee een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. De lokale lasten worden vooral door inwoners maar ook door bedrijven opgebracht.
  • De invoering, wijziging of intrekking van een lokale heffing vindt plaats via een door de gemeenteraad vast te stellen verordening.
    De lokale heffingen bestaan uit gemeentelijke belastingen, rechten en retributies.
  • Gemeentelijke belastingen kunnen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding ongebonden dan wel gebonden is. Ongebonden lokale heffingen, zoals de onroerendzaakbelasting (OZB) en forensenbelasting, rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding ervan is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Hiervoor geldt het uitgangspunt dat ze kostendekkend zijn.
  • Rechten en retributies zijn vergoedingen voor door de gemeente verrichte diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in deze rechten en retributies. Het beleid is gericht op een rechtvaardige verdeling van deze kosten.
  • De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat wordt gestreefd naar 100% kostendekking.
  • Volgens de Kadernota 2025 zullen de inkomsten uit lokale heffingen met € 1.500.000 toenemen, wat is deels doorberekend in de onroerendezaakbelastingen en deels in de toeristenbelasting.
  • De voor 2025 geldende tarieven voor de overige belastingen en rechten stijgen met een inflatiecorrectie van 3,5%, uiteraard met uitzondering van die tarieven, die het Rijk heeft vastgesteld of gemaximeerd. De overige uitzonderingen worden toegelicht in het voorstel tot vaststelling van de belasting- en legesverordeningen 2025. Hiermee wordt de beslisboom van het coalitieakkoord gevolgd.

Meerjarig overzicht van de opbrengst van lokale heffingen (bedragen x € 1.000)

Terug naar navigatie - Meerjarig overzicht van de opbrengst van lokale heffingen (bedragen x € 1.000)
Heffing 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Ongebonden heffingen            
01 | Onroerende zaakbelasting:            
  • Woningen
6.476 6.386 7.805 7.805 7.805 7.805
  • Niet-woningen
4.412 4.627 5.295 5.295 5.295 5.295
02 | Forensenbelasting 440 351 465 465 465 465
03 | Roerende zaakbelasting 78 78 82 82 82 82
04 | Parkeerbelasting 34 16 37 7 7 7
Gebonden heffingen            
05 | Afvalstoffenheffing 6.361 6.202 6.515 6.579 6.643 6.708
06 | Riool- en waterzorgheffing 5.055 5.514 5.759 6.006 6.257 6.511
07 | Leges wonen en bouwen 965 892 2.159 3.757 3.901 3.470
08 | Leges burgerzaken (incl. rijksleges) 564 901 899 1.049 1.130 1.065
09 | Toeristenbelasting:            
  • Landtoeristenbelasting
511 553 708 708 708 708
  • Watertoeristenbelasting
97 69 114 114 114 114
10 | Begraafplaatsrechten 311 386 431 431 431 431
11 | Overige leges 172 316 371 372 372 372
12 | Bedrijveninvesteringszones (BIZ) 111 110 110 110 110 110
13 | Marktgelden 8 58 58 59 59 59

01 | Onroerendezaakbelasting voor woningen en niet-woningen

Terug naar navigatie - 01 | Onroerendezaakbelasting voor woningen en niet-woningen
  • Algemeen

De onroerendezaakbelasting (OZB) is een algemene heffing, die wordt bepaald aan de hand van de in de begroting vastgestelde opbrengst en de WOZ-waarden van de objecten in de gemeente. In de begroting stellen we de opbrengst vast. Daarbij wordt de opbrengst van 2023 vermenigvuldigd met een indexatie en vindt er een correctie plaats naar aanleiding van de stijging van het aantal objecten (peildatum is 1 januari 2024 voor de begroting 2025). Het tarief wordt vervolgens bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de totale WOZ-waarde. Dit betekent bij een stijging van de WOZ-waarde een lager tarief en bij daling van de WOZ-waarde een hoger tarief wordt vastgesteld. Als de opbrengst achteraf hoger blijkt te zijn dan waar mee gerekend was, dan levert dit eenmalig een voordeel op, maar het jaar er na vindt een neerwaartse bijstelling van het tarief plaats. Deze werkwijze geldt voor zowel woningen als niet-woningen.

 

  • Woningen | Indicatie tarief

Ter verduidelijking van de berekening van de OZB-inkomsten en de bijbehorende tarieven, is de berekening in de onderstaande tabel weergegeven. Het belastingtarief hangt af van de ontwikkeling van de WOZ-waarden, die voortdurend worden bijgewerkt. Aan het einde van 2024 zal een tariefvoorstel worden gedaan, waarin de meest recente WOZ-waarden worden meegenomen.

 

Berekening OZB voor woningen (bedrag x € 1.000)
  • Basis opbrengst meerjarenraming
6.596
  • Areaaluitbreiding (167 woningen in 2023)
54
  • Kadernota 2025 (Verhogen inkomsten)
891
  • Indexering 3,5%
264
Gewenste opbrengst 7.805
Indicatie WOZ-waarden per 1/1/2024 10.745.000
Indicatie tarief 2025 0,0726%

 

  • Woningen | Onroerendezaakbelasting voor woningen en de relatie met de algemene uitkering
    • Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenpost voor iedere gemeente. De hoogte van de rijksbijdrage bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZB-inkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc.
    • Het genormeerde OZB-inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ-waarden in de gemeente. De aftrekpost voor 2025 is € 7,9 miljoen. Het tarief is voor alle gemeenten gelijk. Verschillen tussen gemeenten in de OZB-aftrekpost worden daardoor alleen bepaald door verschillen in de waarden van onroerende zaken. De tarieven die de gemeenten werkelijk in rekening brengen bij de gebruikers en eigenaren van onroerende zaken spelen hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat wanneer een gemeente het OZB-tarief verhoogt of verlaagt dat geen gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft. Alleen als de waarde verandert, door hertaxatie of door nieuwbouw of sloop, verandert de algemene uitkering.

 

  • Woningen | Onroerendezaakbelasting voor woningen in vergelijking met omliggende gemeenten

De grafiek hieronder toont de onroerendezaakbelastingtarieven voor woningen in 2024, vergeleken met die in omliggende gemeenten in de provincie Utrecht, gebruikmakend van de 'Atlas van de lokale lasten 2024'. Deze atlas is opgesteld door een onafhankelijk onderzoeksinstituut verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. De 'Atlas van de lokale lasten 2025' zal in het voorjaar van 2025 verschijnen, en de bevindingen zullen worden meegenomen in de volgende begroting.

 

 

  • Niet-woningen | Indicatie tarief niet-woningen

De onderstaande tabel geeft inzicht in de berekening van de OZB-inkomsten voor niet-woningen en de daarmee samenhangende tariefstelling. Het heffingstarief hangt af van de ontwikkeling van de WOZ-waarden, die voortdurend worden bijgewerkt. Aan het einde van 2024 zal een tariefvoorstel worden gepresenteerd dat de meest recente WOZ-waarden omvat.

 

Berekening OZB voor niet-woningen (bedrag x € 1.000)
  Eigenaren Gebruikers Samen
  • Basis opbrengst meerjarenraming
2.705 1.802 4.507
  • Kadernota 2025 (Verhogen inkomsten)
366 243 609
  • Indexering 3,5%
107 72 179
Gewenste opbrengst 3.178 2.117 5.295
Indicatie WOZ-waarden per 1/1/2024 1.121.000 1.026.000  
Indicatie tarief 2025 0,2835% 0,2063% 0,4898%

 

  • Niet-woningen | Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen en de relatie met de algemene uitkering
    • Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenpost voor iedere gemeente. De hoogte van de rijksbijdrage bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZB-inkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc.
    • Het genormeerde OZB-inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ-waarden in de gemeente. De aftrekpost voor 2025 is € 4,0 miljoen. Het tarief is voor alle gemeenten gelijk. Verschillen tussen gemeenten in de OZB-aftrekpost worden daardoor alleen bepaald door verschillen in de waarden van onroerende zaken. De tarieven die de gemeenten werkelijk in rekening brengen bij de gebruikers en eigenaren van onroerende zaken spelen hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat wanneer een gemeente het OZB-tarief verhoogt of verlaagt dat geen gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft. Alleen als de waarde verandert, door hertaxatie of door nieuwbouw of sloop, verandert de algemene uitkering.

 

  • Niet-woningen | Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen in vergelijking met omliggende gemeenten

Zowel de eigenaar als de gebruiker van een niet-woning betaalt onroerendezaakbelasting. De afzonderlijke tarieven voor de eigenaar en voor de gebruiker zijn niet erg interessant voor de lastenontwikkeling. Die zeggen namelijk niets over de vraag welk deel de eigenaar of de gebruiker uiteindelijk betaalt. Zo zal de verhuurder van een bedrijfspand de OZB die hij moet betalen zoveel mogelijk doorberekenen in de huur. Daarom zijn de tarieven voor niet-woningen gebundeld weergegeven. Hierbij is gebruik gemaakt van de 'Atlas van de lokale lasten 2023'. Deze atlas is samengesteld door een onafhankelijk onderzoeksinstituut die verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voorjaar van 2025 wordt de Atlas van de lokale lasten 2025 uitgebracht. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.

02 | Forensenbelasting

Terug naar navigatie - 02 | Forensenbelasting

De forensenbelasting is bedoeld om mensen die veel tijd doorbrengen in een gemeente, maar er niet wonen, bij te laten dragen aan de gemeentelijke voorzieningen. Het doel is niet om de kosten van deze voorzieningen rechtstreeks door te berekenen, maar om een bijdrage te leveren aan het algemene niveau van voorzieningen in de gemeente. De inkomsten uit de forensenbelasting zijn over het algemeen laag vergeleken met andere gemeentelijke belastingen. Echter, in gemeenten met veel tweede woningen kan de forensenbelasting een aanzienlijk deel van de begroting uitmaken. Deze belasting wordt geïnd op basis van de waarderingsmaatstaf die ook voor de onroerendezaakbelasting woningen wordt gebruikt.

03 | Roerende zaakbelasting

Terug naar navigatie - 03 | Roerende zaakbelasting

Roerende zaakbelasting betreft een gemeentelijke heffing op verplaatsbare woon- en bedrijfsruimten, zoals woonboten, woonarken en woonwagens. Deze belasting is opgesplitst in twee componenten: de eigenarenbelasting en de gebruikersbelasting.

04 | Parkeerbelasting

Terug naar navigatie - 04 | Parkeerbelasting

De parkeerbelasting betreft het betaald parkeren in Vinkeveen en het verstrekken van vrijstellingen voor 'blauwe zones', welke vijf jaar geldig zijn. In 2025 wordt een piek verwacht door de introductie van een meerjarige vrijstelling. Vanaf dat jaar worden ook leges geheven voor een gehandicaptenparkeerkaart, medische keuringen en de aanleg van parkeerplaatsen.

05 | Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - 05 | Afvalstoffenheffing

Uitgangspunten:

  1. Herijking grondstoffenbeleid 2020 (oktober 2022).
  2. De afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend.
  3. Vanaf 1 januari 2024 betaalt iedereen in De Ronde Venen afvalstoffenheffing op basis van een kleine of grote restafvalcontainer. Op deze manier beloont de gemeente inwoners als ze afval goed scheiden en zo min mogelijk restafval aanbieden.
  4. Via de voorziening afvalstoffenheffing worden incidentele tegenvallers in de kosten en de opbrengsten van afval opgevangen zonder dat er tariefsaanpassingen nodig zijn. Zie voor de ontwikkeling van deze voorziening de 'Financiële begroting' bij het onderdeel 08 | De stand en het verloop van voorzieningen.

 

Afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)
  2025 2026 2027 2028
Opbrengsten:        
  • Afvalstoffenheffing
6.515 6.579 6.643 6.708
  • Overige opbrengsten
545 515 515 515
Totaal opbrengsten 7.060 7.094 7.158 7.223
Kosten:        
  • Directe kosten
5.467 5.447 5.484 5.489
  • Verrekening met voorziening afvalstoffenheffing
-160 -99 -79 -27
  • Toegerekende kosten overhead
694 687 694 702
  • Toegerekende kosten straatreiniging
186 186 186 186
  • Toegerekende kosten heffing en invordering
148 148 148 148
  • Toegerekende BTW
725 725 725 725
Totaal kosten 7.060 7.094 7.158 7.223
Dekkingspercentage 100% 100% 100% 100%
Indicatie tarieven:        
140 liter container 288,00 288,00 288,00 288,00
240 liter container 388,00 388,00 388,00 388,00

06 | Riool- en waterzorgheffing

Terug naar navigatie - 06 | Riool- en waterzorgheffing

Uitgangspunten:

  • Water- en Rioleringsplan De Ronde Venen 2023 - 2027.
  • De rioolheffing is 100% kostendekkend.
  • De rioolheffing wordt geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen.
  • De verordening op de heffing en invordering rioolheffing is zo opgebouwd dat alle eigenaren van panden met een WOZ-waarde hoger dan € 30.000 rioolheffing moeten betalen om de gemeentelijke watertaken te kunnen bekostigen. Deze watertaken zijn het inzamelen van afvalwater, verwerken van hemelwater en het treffen van maatregelen om structureel grondwateroverlast te voorkomen. Dus het gaat niet alleen om het object maar over de waterhuishouding binnen de gehele gemeente.
  • Bij een waterverbruik boven de 300 kuub ontvangt de gebruiker een aanslag voor het meerverbruik.
  • Via de voorziening rioolheffing worden incidentele tegenvallers in de kosten en de opbrengsten van riool opgevangen zonder dat er tariefsaanpassingen nodig zijn. Zie voor de ontwikkeling van deze voorziening de 'Financiële begroting' bij het onderdeel  08 | De stand en het verloop van voorzieningen.
  • De stijging van onderhoudskosten van riool in de periode 2025 - 2028 werken door in de tarieven.

 

Rioolheffing (bedragen x € 1.000)
  2025 2026 2027 2028
Opbrengsten:        
  • Rioolheffing
5.759 6.006 6.257 6.511
Totaal opbrengsten 5.759 6.006 6.257 6.510
Kosten:        
  • Directe kosten
4.761 4.672 4.711 4.836
  • Verrekening met voorziening rioolheffing
-386 -43 162 285
  • Toegerekende kosten overhead
655 648 655 662
  • Toegerekende kosten straatreiniging
59 59 59 59
  • Toegerekende kosten van baggeren
82 82 82 82
  • Toegerekende kosten heffing en invordering
148 148 148 148
  • Toegerekende BTW
440 440 440 440
Totaal kosten 5.759 6.006 6.257 6.511
Dekkingspercentage 100% 100% 100% 100%
Indicatie tarieven:        
  • Woningen en niet-woningen
244,20 253,20 262,20 271,20

07 | Leges bouwen en wonen

Terug naar navigatie - 07 | Leges bouwen en wonen

Dit onderdeel omvat de leges voor de fysieke leefomgeving en de omgevingsvergunning. Een deel hiervan hangt af van de bouw van woningen op locaties die eigendom zijn van derden, wat leidt tot variatie in de opbrengst van leges binnen het financiële meerjarenperspectief.

08 | Leges burgerzaken

Terug naar navigatie - 08 | Leges burgerzaken

Voor de uitgifte van een paspoort, rijbewijs of identiteitskaart worden leges geheven. De tarieven voor akten van de burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen en de verklaring omtrent het gedrag worden door het Rijk vastgesteld. In de schattingen wordt ervan uitgegaan dat burgers elke tien jaar een paspoort en elke vijf jaar een rijbewijs aanvragen.

09 | Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - 09 | Toeristenbelasting

Er bestaan twee typen toeristenbelasting: landtoeristenbelasting en watertoeristenbelasting. Voor landtoeristenbelasting zijn er verschillende tarieven voor permanente accommodaties en mobiele kampeeronderkomens. In de provincie Utrecht heft het merendeel van de gemeenten toeristenbelasting. De bijgevoegde grafiek toont de kosten per hotelovernachting in een gemeente binnen de provincie Utrecht.

 

10 | Begraafplaatsen

Terug naar navigatie - 10 | Begraafplaatsen

Er zijn drie gemeentelijke begraafplaatsen: aan de Bijdorplaan in Abcoude, aan de Rijksstraatweg in Baambrugge en aan de Ringdijk in Wilnis. Voor het gebruik van de begraafplaats en de diensten die de gemeente verleent bij een begrafenis, worden heffingen in rekening gebracht. De tarieven voor eigen graven, grafkelders, kindergraven, urnen en het kopen en plaatsen van een blaadje aan de gedenkboom zijn vastgelegd in de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten.

12 | Bedrijveninvesteringszones (BIZ)

Terug naar navigatie - 12 | Bedrijveninvesteringszones (BIZ)

De BIZ-bijdrage vormt geen inkomsten voor de gemeente; deze wordt geïnd en als subsidie doorgegeven aan Stichting Koopcentrum Mijdrecht. De regeling is van toepassing voor de periode 2020 tot en met 2024. In de begroting wordt uitgegaan van de voortzetting van deze regeling.

13 | Marktgelden

Terug naar navigatie - 13 | Marktgelden

Voor het gebruik van standplaatsen op de wekelijkse markten wordt 'marktgeld' in rekening gebracht. Dit is vastgelegd in de Verordening op de heffing en invordering van marktgelden.

Ontwikkeling woonlasten voor inwoners

Terug naar navigatie - Ontwikkeling woonlasten voor inwoners

De tabel hieronder toont de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een grote restafvalcontainer. De onroerendezaakbelasting (OZB), rioolheffing en afvalstoffenheffing samen bepalen de gemeentelijke woonlasten voor deze huishoudens. Voor de vergelijking zijn de woonlasten voor het jaar 2024 inbegrepen.

 

  2024 2025

OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde (2024: € 605.000 en 2025: € 625.000)

376 454
Afvalstoffenheffing (240 liter container) 378 388
Rioolheffing 235 244
Totale woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning 990 1.086
Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO) 1.103 Nog niet bekend
Landelijk gemiddelde (Bron: COELO) 994 Nog niet bekend

 

In het voorjaar van 2025 wordt de Atlas van de lokale lasten 2025 uitgebracht. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.

Ontwikkeling lokale lasten voor ondernemers

Terug naar navigatie - Ontwikkeling lokale lasten voor ondernemers

Bij het vaststellen van de programmabegroting 2021 is de motie “Ondernemers in beeld” aangenomen. Op basis van deze motie zijn de lasten voor de ondernemer in De Ronde Venen (zoveel mogelijk) in beeld gebracht.

 

De lokale heffingen voor ondernemers bestaan uit OZB niet-woningen, rioolheffing, afvalstoffenheffing, marktgelden en Bedrijven investeringszone (BIZ)-bijdrage. De BIZ-bijdrage is geen inkomsten voor de gemeente maar wordt door de gemeente geheven en als subsidie overgedragen aan de Stichting Koopcentrum Mijdrecht. Er zijn ook lokale heffingen die niet ten laste komen van de ondernemers maar wel via de ondernemer worden geheven, dat zijn land- en watertoeristenbelasting. 

 

Ondernemers worden ingedeeld naar winkel, kantoor, hotel, agrarisch bedrijf, groothandel en productiebedrijf. Door de variatie in ondernemers ontstaan verschillen in de gemiddelde WOZ-waarden, waterverbruik en afval. Hierdoor is er geen benchmark beschikbaar op gemeentelijk niveau. Van de lokale lasten is de onroerendezaakbelasting de belangrijkste voor ondernemers. Uit de vergelijking met omliggende gemeenten blijkt dat we een laag tarief hanteren.

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Kwijtscheldingsbeleid

Inwoners met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, waardoor zij deze niet of slechts gedeeltelijk hoeven te betalen. Voor het jaar 2025 is er € 151.000 gereserveerd voor kwijtscheldingen. Deze uitgaven zijn onderdeel van het gemeentelijke minimabeleid.

2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Samenvatting

Terug naar navigatie - Samenvatting

De bijgewerkte verhouding tussen risico's en de capaciteit om deze op te vangen vanuit het weerstandsvermogen is gewijzigd van "uitstekend" in 2024 naar "ruim voldoende" in 2025. Meer informatie over de financiële situatie vindt u in het 'financieel dashboard' onder het onderdeel Bestuurlijke Hoofdlijnen.

Beleidskader

Terug naar navigatie - Beleidskader

Deze paragraaf gaat over hoe we onze financiën gezond houden. We kijken naar onze inkomsten en uitgaven, maar ook naar ons spaargeld (reserves) en risico’s. We gebruiken kengetallen om onze financiële positie te beoordelen. Die kengetallen laten zien hoeveel schuld we hebben, hoeveel eigen vermogen we hebben, hoeveel ruimte we hebben om meer of minder uit te geven, hoeveel geld we hebben voor de grond, en hoeveel belasting we kunnen heffen. We hebben ook een lijst opgenomen van de risico’s die onze financiën kunnen bedreigen. We proberen die risico’s zo goed mogelijk te beheersen.

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Financiële kengetallen

Landelijk is bepaald dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument, maar zijn juist bedoeld om de gemeentelijke financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken en de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. Deze kengetallen zijn opgenomen in het Financieel dashboard in het onderdeel Bestuurlijke hoofdlijnen.

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio van de weerstandscapaciteit en de risico's. Een ratio hoger dan 2 wordt bestempeld als 'uitstekend' en boven de 1 als 'voldoende'. 

 

Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit De middelen en mogelijkheden waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.
Risico's Een risico is een kans op het optreden van een positieve of negatieve gebeurtenis van materieel belang die niet is voorzien in de begroting. Beleidswensen vallen niet onder risico's.

 

Weerstandsvermogen 2023 tot en met 2028
    2023 2024 2025 2026 2027 2028
1 Beschikbare weerstandscapaciteit (x € 1.000) 30.268 24.014 17.413 17.364 21.429 19.766
2 Risico's (x € 1.000) 10.812 10.963 11.924 11.924 11.924 11.924
3 Weerstandsvermogen 2,8 2,2 1,5 1,5 1,8 1,7

Weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandscapaciteit

De middelen waarover de gemeente De Ronde Venen kan beschikken om niet begrote kosten te dekken zijn weergegeven in onderstaande tabel.

 

Weerstandscapaciteit 2023 tot en met 2028
    2023 2024 2025 2026 2027 2028
1 Begrotings- of rekeningresultaat -4.098 -6.021 6 -3.432 -1.935 -2.607
2 Post onvoorzien 0 0 134 135 136 137
3 Algemene reserve 22.013 16.782 4.020 7.408 9.975 8.983
4 Onbenutte belastingcapaciteit 7.700 8.600 8.600 8.600 8.600 8.600
5 Stille reserves 4.653 4.653 4.653 4.653 4.653 4.653
Totaal 30.268 24.014 17.413 17.364 21.429 19.766

Toelichting:

  1. Hierin zijn opgenomen het rekeningresultaat van 2023 en de te verwachte begrotingsresultaten 2024 - 2028. Hierbij geldt de kanttekening dat de begrotingsresultaten van 2024 - 2028 nog aan verandering onderhevig zijn.
  2. Dit betreft een budget om onvoorziene uitgaven op te vangen.
  3. De algemene reserve is het niet-bestemde deel van het eigen vermogen van de gemeente. Deze reserve speelt een belangrijke rol in de weerstandscapaciteit van de gemeente. 
  4. De gemeente kan structureel (extra) middelen genereren door belastingen te verhogen en heffingen meer kostendekkend te maken (voor zover daar nog mogelijkheden voor bestaan). Het structureel genereren van extra middelen kan worden ingezet om de weerstandscapaciteit te versterken. De belastingruimte is hoofdzakelijk te vinden bij de onroerendezaakbelasting, omdat kostendekkende tarieven het uitgangspunt is bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing. De onbenutte belastingcapaciteit is afgeleid uit de norm die het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor 2024 hanteert voor het aanvragen van financiële steun.  De berekening voor de jaren 2025 - 2028 is afhankelijk van de gegevens van alle 342 gemeenten, waardoor het laatst bekende bedrag voor 2024 gebruikt wordt.
  5. De stille reserves worden gevormd door de voorraden grond waarvan de taxatiewaarde hoger ligt dan de boekwaarde. Deze reserves zijn van betekenis in relatie tot het balanstotaal, dan wel de financiële positie. De omvang van de stille reserves bedraagt per 1 januari 2024 € 4.653.000. Naast de voorraden grond bezit de gemeente aandelen van BNG Bank en Vitens. Doordat de aandelen van deze partijen in het bezit zijn van het Rijk, provincies en gemeenten is hiervoor geen ‘markt’. Hierdoor wordt volstaan met een melding in deze paragraaf.

Risico's

Terug naar navigatie - Risico's
Naam van het programma Financieel risico x € 1.000
1 | Wonen 1.433
2 | Samenleven 2.991
3 | Veiligheid 1.037
4 | Bestuur en bedrijfsvoering 2.562
5 | Financiën 3.900
Totaal 11.924

 

  • Vanaf 2024 zijn de risico's geïnventariseerd met behulp van de tool Key2Control. Hierdoor kunnen de kans en impact van de risico's beter ingeschat worden wat leidt tot een betere risicoweergave. Verder kunnen hier ook beheersmaatregelen worden ontwikkeld om de risico's te beperken en te mitigeren.
  • Het financieel risico is gestegen ten opzichte van de programmarekening 2023 (€ 10.812.000). Dit komt voornamelijk door nieuwe risico's en de herijking van de financiële impact. De grootste veranderingen hebben plaatsgevonden binnen de clusters borgstellingen, sociaal domein en vastgoed. 

3 | Kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - Samenvatting
  • Het doel van deze paragraaf is om de gemeenteraad, de inwoners en de provincie inzicht te geven in de ontwikkeling van de gemeentelijke kapitaalgoederen.
  • Belangrijkste resultaten:
    • Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte legt beslag op een substantieel deel van de financiële middelen in de programmabegroting. Daarom is het belangrijk dat meerjarig de kaders voor het beheer zijn vastgesteld en de financiële gevolgen inzichtelijk zijn en vertaald in de gemeentebegroting.
    • Actuele beleids- en beheerplannen is een voorwaarde voor het inzichtelijk hebben van toekomstige investeringen en onderhoudsbudgetten om de kapitaalgoederen in stand te houden.
    • De openbare ruimte wordt ook komend jaar beheerd en onderhouden op basis van wettelijke regels, zorgplicht en de bedoelde functionaliteit en kwaliteit zoals die in de beleids- en beheerplannen is benoemd.
    • Voor kunstwerken is in 2024 gestart met de inspectie  en het actualiseren van het bestand kunstwerken ter voorbereiding van een nieuw beheerplan 2025 - 2029.

Wegen | Beleid

Terug naar navigatie - Wegen | Beleid
  • Het wegenbeheerplan 2023 - 2027 is in december 2022 in de raad vastgesteld. Dit beheerplan is opgesteld op basis van assetmanagement en is de leidraad voor het wegenbeheer in deze periode.
  • Jaarlijks wordt er een risicoanalyse opgesteld om de (nieuwe) prioritering voor het wegenonderhoud op te stellen.
  • Onder het onderdeel wegen vallen ook de civieltechnische kunstwerken. Hiervoor heeft de raad in november 2019 een beheerplan voor de periode 2020 - 2024 vastgesteld op basis van assetmanagement. In 2025 wordt een nieuw beheerplan kunstwerken 2025-2029 aan de raad aangeboden.
  • Het beheerplan (verduurzaming) openbare verlichting 2024 - 2030 is in februari 2024 door de raad vastgesteld.

Wegen | Uitvoering

Terug naar navigatie - Wegen | Uitvoering

Voor wegen staan in 2025 de volgende projecten gepland:

  • Herinrichting Rijksstraatweg
  • Reconstructie deel Veldweg;
  • Reconstructie 2e Velddwarsweg;
  • Voorbereiden Dukaton;
  • Voorbereiden Burgemeester Padmosweg;
  • Voorbereiden Baambrugse Zuwe;
  • Voorbereiden Botholsedwarsweg.

Voor kunstwerken staan in 2025 de volgende projecten gepland:

  • Nellesteinsebrug (beweegbare brug), uitvoering 2025;
  • Voetangel (beweegbare brug), uitvoering 2025;
  • Stokkelaarsbrug (beweegbare brug), uitvoering 2025;
  • Heulbrug (beweegbare brug), uitvoering 2025;
  • Diverse vaste betonnen en houten bruggen.

Voor de openbare verlichting gaan we in 2025 circa 600 masten en circa 1.100 armaturen vervangen.

Wegen | Financiën

Terug naar navigatie - Wegen | Financiën
  • In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 2.1 Verkeer en vervoer zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud wegen, kunstwerken en openbare verlichting opgenomen.
  • De investeringsbudgetten uit het wegenbeheerplan 2023 - 2027 zijn verwerkt in het overzicht nieuwe investeringen 2025 - 2028 van deze programmabegroting. De onderhoudsbudgetten zijn aangepast aan de indexering voor open en gesloten verharding. Gemiddeld zijn de kosten in een jaar tijd met 5,95% toegenomen.

Riolering | Beleid

Terug naar navigatie - Riolering | Beleid

Een goede riolering draagt bij aan de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met het gemeentelijk water en rioleringsplan (geactualiseerd en vastgesteld bij raadsbesluit van 26 januari 2023) geeft de gemeente aan hoe zij op een doelmatige manier omgaat met de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.

Riolering | Uitvoering

Terug naar navigatie - Riolering | Uitvoering

Het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel omvat onder meer het reinigen, ontstoppen en repareren van riolen, dagelijks beheer van rioolgemalen en het vegen van straten. In 2025 worden de acties uit het gemeentelijk water en rioleringsplan (WRP) opgepakt. Deze acties zijn het vervangen /renoveren van de riolering n.a.v. inspecties en indien mogelijk het treffen van klimaatadaptieve maatregelen.

Riolering | Financiën

Terug naar navigatie - Riolering | Financiën

In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 7.2 Riolering zijn de jaarlijkse kosten en opbrengsten van riolering opgenomen. Zoals blijkt uit de paragraaf Lokale heffingen zijn de tarieven van rioolheffing kostendekkend.

Water | Beleid

Terug naar navigatie - Water | Beleid

Water is van grote betekenis voor maatschappij, mens en milieu. Om "droge voeten" te houden is het van belang dat de gemeente haar watergangen goed beheert. Dit betekent dat de watergangen tijdig gebaggerd en geschoond moet worden. Daarnaast moet de gemeente de oevers in stand houden. Het waterschap stelt door middel van de waterschapsverordening eisen aan de watergangen. De gemeente heeft ontvangstplicht voor de vrijgekomen bagger en maaisel. 

Water | Uitvoering

Terug naar navigatie - Water | Uitvoering

Voor de beschoeiingen verhelpen we de ernstige gebreken. De watergangen schonen we van vegetatie. Daarnaast verwerken we de vrijgekomen bagger, conform de wettelijke ontvangstplicht.

Water | Financiën

Terug naar navigatie - Water | Financiën

In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 2.4 Economische havens en waterwegen zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud aan beschoeiingen en baggeren opgenomen.

Groen | Beleid

Terug naar navigatie - Groen | Beleid

In november 2022 is het raadsvoorstel 'Hart voor Groen' vastgesteld. Hierin zijn uitgangspunten opgenomen voor het verbeteren van de kwaliteit van het groenonderhoud. Deze uitgangspunten zijn:

  • We intensiveren het dagelijks groenonderhoud met als resultaat een kwaliteitsniveau B in 2026.
  • Samen met inwoners en de buitendienst bepalen we op welke wijze het groenonderhoud wordt geïntensiveerd. 
  • We investeren in onkruidbestrijding op verharding.
  • We zetten structureel in op vervanging van groen en bomen met aandacht voor biodiversiteit en klimaatadaptatie.

 

Groen | Uitvoering

Terug naar navigatie - Groen | Uitvoering
  • De gemeente zorgt voor het in stand houden van het openbaar groen, zodanig dat deze veilig, heel en schoon is. En voldoet aan de huidige functies, zoals sierfunctie, afschermende functie of gebruiksfunctie.
  • Daarbij gaan we het onderhoud van dit openbaar groen dusdanig intensiveren, zodat we in 2026 gemiddeld op een kwaliteitsniveau B zitten.
  • Er is een nieuw bestek aanbesteed voor het gazon. Hierin is het maaibeleid aangepast, waarbij er een betere balans is tussen de onderhoudskwaliteit en het vergroten van de biodiversiteit.

Groen | Financiën

Terug naar navigatie - Groen | Financiën
  • In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 5.7 Openbaar groen en recreatie zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud van groen en speelvoorzieningen opgenomen.
  • Vanuit het coalitieakkoord 'In het hart' is € 700.000 aan onderhoudsbudgetten 2025 toegevoegd. Dit zal worden besteed aan het intensiveren van het dagelijks onderhoud. 

Gebouwen | Beleid

Terug naar navigatie - Gebouwen | Beleid

In 2023 is het vastgoedbeheerplan voor de komende vier jaar vastgesteld. In het nieuwe vastgoedbeheerplan zijn de ambities, technische en financiële kaders opgenomen. De kosten verbonden aan de verduurzaming van de gemeentelijke vastgoedportefeuille is hierin ook inzichtelijk gemaakt. Uitvoering wordt gegeven aan de nota Vastgoed. Objecten die niet bestemd zijn voor de gemeentelijke taak worden op een natuurlijk moment afgestoten.

Gebouwen | Uitvoering

Terug naar navigatie - Gebouwen | Uitvoering

De gemeentelijke vastgoedportefeuille bestaat uit kantoorgebouwen, onderwijshuisvesting/gymzalen, Veenweidebad, maatschappelijk vastgoed en gebouwen/gronden die te koop staan of komen. Deze laatste categorie is toegelicht in de paragraaf Grondbeleid, bij het onderdeel Gronden die niet voor de publieke taak bestemd zijn. In 2025 wordt uitvoering gegeven aan het vastgoedbeheerplan en het integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP).

Gebouwen | Financiën

Terug naar navigatie - Gebouwen | Financiën

In de verschillende domeinen en programma's staan toevoegingen aan de "Onderhoudsvoorziening gemeentelijk vastgoed". Deze voorzieningen zijn toegelicht in de Financiële begroting. Naast deze toevoeging aan de voorziening zijn voor verschillende gebouwen budgetten beschikbaar voor regulier contractonderhoud, verzekeringen, energie en belastingen.

4 | Financiering

Terug naar navigatie - Samenvatting

Het doel van deze paragraaf is om de gemeenteraad, de inwoners en de provincie inzicht te geven in de ontwikkeling van financiering. Belangrijkste resultaten:

  • Voor de periode 2025 - 2028 wordt uitgegaan van het aangaan van nieuwe geldleningen ter waarde van 90 miljoen euro. Deze zijn voornamelijk nodig voor het financieren van investeringen. Voor deze nieuwe leningen wordt een rentepercentage van 3,5% verwacht.
  • Er is een risico van 0,3 miljoen euro voor rentestijgingen ingecalculeerd, welke is meegenomen in de risico-inventarisatie van programma 5 | Financiën.
  • De kasgeldlimiet en renterisiconorm voldoen aan de landelijke normen.

Financieringsbeleid

Terug naar navigatie - Financieringsbeleid
  • Het uitvoeren van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de landelijke kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden, de Wet houdbare overheidsfinanciën en de regeling schatkistbankieren voor decentrale overheden.
  • De aanvullende regels vanuit het lokale Treasurystatuut zijn medebepalend voor het uitvoeren van het financieringsbeleid.
  • Het gemeentelijke financieringsbeleid is erop gericht om:
    • Te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn.
    • Het beheersen van de risico’s die met deze transacties verbonden zijn.
    • Het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen.
    • Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
  • De gemeente De Ronde Venen moet voldoen aan twee nationale risicobeheersingsrichtlijnen: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Risicobeheersing - Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Risicobeheersing - Kasgeldlimiet
  • Voor korte financiering (looptijd tot 1 jaar) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. Dit risico wordt beperkt door een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet financiering decentrale overheden. Dit houdt in dat de omvang van de kortlopende schuld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag zijn.
  • Binnen de kasgeldlimiet wordt een deel van de financieringsbehoefte afgedekt uit kortlopende leningen (kasgeldleningen). De kasgeldlimiet wordt optimaal benut vanuit de gedachte dat rente van kortlopend geld, zoals daggeld en kasgeld, lager is dan van langlopende leningen.
  • Een kasstroomoverzicht geeft inzicht in de geldstromen. Deze geldstromen hebben effecten op de omvang van de liquide middelen. Hieronder wordt verstaan het totaal van de kas en banksaldi. De geldstromen zijn hierna vermeld.

 

Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)
    2024 2025 2026 2027 2028
1 Kas- en banksaldi per 1 januari 46 -1.602 -4.839 -1.918 -698
2 Kasstroom uit operationele activiteiten -3.669 -2.003 5.604 10.826 5.694
3 Kasstroom uit investeringsactiviteiten -23.520 -20.849 -11.464 -12.886 -34.642
4 Kasstroom uit financieringsactiviteiten 25.541 19.615 8.781 3.280 32.946
5 Kas- en banksaldi per 31 december -1.602 -4.839 -1.918 -698 3.300
  Toets op de kasgeldlimiet          
6 Kasgeldlimiet -10.100 -11.900 -11.100 -11.000 -11.100
7 Ruimte onder de kasgeldlimiet (6 >5) 8.498 7.061 9.182 10.302 14.400
8 Overschrijding van de kasgeldlimiet (5>6) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Toelichting:

  1. Dit betreft de kas en banksaldi per 1 januari van de jaren 2024 tot en met 2028.
  2. De operationele activiteiten omvatten onder andere het effect van het begrotingsresultaat, de aanwending van reserves en voorzieningen, en de ontwikkelingen in vorderingen en schulden.
  3. Dit betreft de bestedingen aan investeringen.
  4. Hierin is opgenomen de aflossingen op de geldleningen en het aantrekken van langlopende leningen.
  5. Dit betreft de kas en banksaldi per 31 december van de jaren 2024 tot en met 2028.
  6. De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal.
  7. Dit valt binnen de nationale kasgeldlimiet. We mogen de kasgeldlimiet voor twee kwartalen overschrijden, waarna we onze toezichthouder informeren, namelijk het College van Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Risicobeheersing - Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Risicobeheersing - Renterisiconorm

Bij het aantrekken van langlopende leningen moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Onder renteherzieningen wordt verstaan het bedrag aan leningen waarvan op grond van de leningsvoorwaarden de rente in het lopende kalenderjaar eenzijdig door de tegenpartij kan worden herzien. In de leningenportefeuille zijn er geen contracten met een eenzijdige renteherziening door de geldgever.

 

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
    2024 2025 2026 2027 2028
1 Renterisiconorm (20% van het oorspronkelijke begrotingstotaal)  23.790 27.980 26.220 25.850 28.060
2 Renterisico = aflossingen + renteherzieningen 4.437 5.362 6.195 6.695 7.028
3 Ruimte onder renterisiconorm (1 min 2) 19.353 22.618 20.025 19.155 21.032

 

In de afgelopen jaren heeft de gemeente De Ronde Venen de vastgestelde normen ruimschoots niet overschreden. Ook voor de periode 2024 - 2028 zal de norm niet worden overschreden.

Ontwikkeling langlopende leningen

Terug naar navigatie - Ontwikkeling langlopende leningen

De grafiek hieronder toont de omvang van leningen voor de periode 2024 - 2028. Er is een bedrag van € 90 miljoen euro inbegrepen voor nieuwe geldleningen die tussen 2025 en 2028 aangetrokken moeten worden. Deze leningen zijn vereist om de facturen van investeringen te voldoen.

 

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Schatkistbankieren

De regeling schatkistbankieren verplicht gemeenten hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Dit behoudens een drempelbedrag wat bepaald is op 2% van het begrotingstotaal. Dat is voor 2025 € 2.800.000.

 

Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen mag een gemeente gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector. Dit verlaagt namelijk de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, hetgeen zich weer vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.

Rente- en treasuryresultaat

Terug naar navigatie - Rente- en treasuryresultaat

De kosten en baten van rente zijn conform de nationale verslagleggingsrichtlijnen toegewezen aan bouwgronden in exploitatie en investeringen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een renteresultaat en een treasuryresultaat. Het laatstgenoemde resultaat omvat de opbrengsten uit dividend.

 

Rente- en treasuryresultaat (bedragen x € 1.000)
    Begroting 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028
1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering 3.010 3.484 3.711 4.664
2 De externe rentebaten over de korte en lange financiering 37 37 37 37
3 Saldo rentelasten en rentebaten -2.973 -3.447 -3.674 -4.627
  Toerekening:        
4 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -3.015 -3.396 -3.677 -4.609
5 Renteresultaat (- = voordeel en + nadeel) 42 -51 3 -18
6 Ontvangen dividend BNG Bank  70 70 70 70
7 Ontvangen dividend Vitens [1] 0 0 0 0
8 Treasuryresultaat (- = voordeel en + nadeel) 112 19 73 52

 

[1] Voor de jaren 2025 - 2028 wordt geen dividend uitgekeerd om daarmee de kosten van verouderde waterleidingen te kunnen opvangen en het verbeteren van de financiële positie van Vitens.

5 | Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Samenvatting bedrijfsvoering

De organisatie werkt blijvend aan de ambities van het gemeentebestuur. Op deze manier blijft De Ronde Venen een fijne plek om te wonen, werken en verblijven voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Om deze ambities uit te voeren kijken we blijvend kritisch naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de organisatie. We besparen, onder andere vanwege de financiële uitdagingen, 700.000 euro op de capaciteitskosten en 150.000 euro op onze bedrijfsvoering. Dit betekent dat we kijken naar taken die verschuiven en in het licht hiervan kijken we kritisch bij het opnieuw openstellen van ontstane vacatures. Om grip te blijven houden op de organisatie en prestaties ontwikkelen we het komende jaar de monitoring en sturing op verschillende onderwerpen.

Ontwikkeling van de organisatie

Terug naar navigatie - Ontwikkeling van de organisatie

Wij willen een doelmatige en doeltreffende gemeentelijke organisatie zijn. Op deze manier kunnen we blijvend inspelen op de uitdagingen die op ons afkomen. En meebewegen met de samenleving die continue in beweging is.

De ontwikkeling van de organisatie zetten we voort op basis van onze kernwaarden: durf, resultaat en verbinding. Medewerkers van de organisatie tonen eigenaarschap en nemen verantwoordelijkheid voor de resultaten. Resultaten die direct van invloed zijn op de dienstverlening richting onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We doen dit zorgvuldig, proactief en met een blik naar buiten. We spreken elkaar aan op de afspraken die we maken en tonen durf om van gebaande paden af te wijken om onze resultaten te behalen. Op deze manier werken we blijvend aan een lerende organisatie. Daarnaast blijven we stevig inzetten op het ontwikkelen van een veilige, stimulerende en bovenal prettige werkomgeving.

 

Aantrekkelijke werkgever

Er is ook het komende jaar blijvend aandacht voor aantrekkelijk werkgeverschap. We blijven investeren in de ontwikkeling van onze huidige medewerkers en hun gezondheid. Door een aantrekkelijke, inclusieve werkgever te zijn zorgen we er ook voor dat nieuw talent graag bij gemeente De Ronde Venen wil werken. Naast het aanbieden van voldoende opleidings- en ontwikkelmogelijkheden is het van groot belang dat de organisatie vitaal is. Om die reden investeren we het komende jaar extra in de vitaliteit van onze medewerkers en introduceren we onder andere een fietsplan. Op deze manier stimuleren we medewerkers om in beweging te zijn en te blijven.

Huisvesting van de organisatie

Terug naar navigatie - Huisvesting van de organisatie

Passende huisvesting is van groot belang voor een organisatie die toekomstbestendig kan werken. Een gemeentehuis is niet alleen een werkplek voor onze medewerkers, maar is ook het visitekaartje van de gemeente aan inwoners, ondernemers en overige bezoekers. Daarnaast moet een werkplek voldoen aan wettelijke eisen. Om die reden doen we het komende jaar opnieuw de hoogstnoodzakelijke aanpassingen aan het gemeentehuis. Op deze manier blijft het huidige gemeentehuis een werkplek die voldoet aan de eisen van deze tijd.

Naast de hoogstnoodzakelijke aanpassingen in het huidige gemeentehuis werken we verder aan het plan voor een nieuw gemeentehuis op het bedrijventerrein Mijdrecht.

Informatieveiligheid en privacy

Terug naar navigatie - Informatieveiligheid en privacy

De gemeente beheert veel gegevens van inwoners. We gaan zorgvuldig met deze gegevens om en houden dit veilig. Ook in 2025 worden diverse maatregelen voortvarend aangepakt. Er is extra aandacht voor de bewustwording van de medewerkers, er zijn diverse activiteiten en leermomenten ingepland om het kennisniveau op het gebied van privacy en informatieveiligheid te verhogen. Op het gebied van de bedrijfscontinuïteit wordt er in 2025 uitvoering gegeven aan de plannen en wordt er een nieuwe cybercrisisoefening ingepland. Het komende jaar worden er hogere eisen gesteld aan onze cyberbeveiliging (NIS2-verordening, Cybersecuritywet). Om hieraan te voldoen nemen we de nodige beveiligingsmaatregelen.

Financiële rechtmatigheid

Terug naar navigatie - Financiële rechtmatigheid

Het college heeft via de programmarekening 2023 voor het eerst verantwoording afgelegd over de rechtmatigheid. Komend jaar gaat het college aan de slag met het verder naar beneden brengen van de onrechtmatigheid op de onrechtmatige inkopen boven de Europese drempelbedragen. 

Bedrijfsvoeringsindicatoren

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoeringsindicatoren
Naam van de indicator 2021 2022 2023 2024 2025
Bestuur en organisatie          
1 Toegestane formatie per 1.000 inwoners 6,8 7,0 7,1 7,4 7,8
2 Werkelijke bezetting per 1.000 inwoners 6,5 6,3 6,9 7,2 7,6
3 Apparaatskosten in euro's per inwoner 661 727 831 875 849
4 Externe inhuurkosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen 10% 16% 23% 19% 17%
5 Overhead als percentage van totale lasten 13% 14% 15% 16% 15%

Toelichting:

  1. De toegestane formatie omvat het gemiddelde aantal formatieplekken welke binnen de organisatie gevuld zouden kunnen worden. Dit omvat de totale bezetting plus vacatureruimtes.
  2. Dit betreft de gemiddelde werkelijke bezetting van het betreffende jaar. Gedurende het jaar vinden wijzigingen plaats in de werkelijke bezetting door in- en uitdiensttreding. De schattingen van 2024 en 2025 zijn gebaseerd op de werkelijke cijfers 2023.
  3. De apparaatskosten per inwoner zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (alle loonkosten voor het ambtelijk apparaat en alle inhuurkosten) en de materiele kosten voor overhead exclusief griffie en bestuur.
  4. De externe inhuurkosten als % van de totale loonsom geeft aan hoeveel kosten er voor Externe inhuur wordt gemaakt ten opzichte van de loonsom. Deze inhuur dient ter dekking van vacatureruimte of extra inzet voor projecten of piekbelasting.
  5. De overhead als percentage van de totale lasten geeft weer welk deel van de lasten betrekking hebben op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Met het primaire proces worden de activiteiten bedoeld die rechtstreeks een bijdrage leveren aan de totstandkoming van de producten en diensten voor onze burgers en bedrijven. De overheadkosten bestaan uit:
    • Personele capaciteitskosten overhead (management, bestuur- en managementondersteuning primair proces, alle kosten van personele inzet voor personeel en organisatiebeleid, inkoop, communicatie, juridische zaken, informatievoorziening en automatisering, documentaire informatievoorziening, huisvesting, facilitaire zaken, financiën etc.).
    • Materiële kosten (goederen en diensten) voor:
      • Bestuurszaken en bestuursondersteuning (exclusief de griffie omdat die geen onderdeel uitmaakt van de ambtelijke organisatie)
      • Documentaire informatievoorziening (DIV)
      • Facilitaire zaken en Huisvesting (incl. beveiliging)
      • Financiën, toezicht en controle voor de eigen organisatie
      • Informatievoorziening en automatisering
      • Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement)
      • Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie
      • Juridische zaken
      • Personeel en organisatie

 

 

6 | Verbonden partijen

Terug naar navigatie - Samenvatting

Voor 2025 tot en met 2028 worden geen wijzigingen verwacht anders dan bijstellingen van de bijdragen aan de verbonden partijen. Deze bijdrage wordt jaarlijks gebaseerd op de begrotingen van de verbonden partijen.

Beleidskader voor verbonden partijen

Terug naar navigatie - Beleidskader voor verbonden partijen

Voor het uitvoeren van gemeentelijk beleid vindt samenwerking plaats met andere partijen. Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft.

  • Bestuurlijk en financieel belang
    • Bestuurlijk belang is zeggenschap, ofwel via vertegenwoordiging in het bestuur ofwel via stemrecht. Er is sprake van bestuurlijk belang als een bestuurder of een ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt.
    • Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, ofwel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.
  • Aangaan en beëindigen van verbonden partijen
    • In de Gemeentewet staat in artikel 160, lid 2 een bepaling voor het aangaan van verbonden partijen. Deze bepaling luidt als volgt: “Het college besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen."
    • In de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de bevoegdheden opgenomen voor het aangaan of beëindigen van een gemeenschappelijke regelingen. Hiervoor geldt dat de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters niet over gaan tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Dit geldt tevens voor het wijzigen of het uittreden uit een regeling.
  • Begroting en jaarrekening gemeenschappelijke regelingen
    • Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijk regeling zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen

De gemeenschappelijke regelingen voeren verschillende taken en regelingen uit namens de gemeente De Ronde Venen. Per gemeenschappelijke regeling zijn gegevens opgenomen over:

  • De vestigingsplaats van de gemeenschappelijke regeling;
  • Een toelichting op het openbaar belang;
  • Aan welk programma de verbonden partij een bijdrage levert;
  • Welke deelnemers uitmaken van de gemeenschappelijke regeling.

Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen zijn opgenomen in een totaaloverzicht.

Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden
Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Bovenlokale openluchtrecreatie; beheer & onderhoud, toezicht & handhaving, en ontwikkeling van de betreffende gebieden.
Programma 1 | Wonen
Deelnemers De gemeenten Utrecht, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Woerden, Houten, IJsselstein, Lopik, De Bilt, De Ronde Venen, alsmede provincie Utrecht.

Gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
Vestigingsplaats Soest
Openbaar belang Namens de gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling AVU de regie op de overslag, het transport, de bewerking en de verwerking van het door de inwoners van de provincie Utrecht aangeboden huishoudelijk afval. Daarnaast is in 1995 een NV opgericht waarvan de gemeenschappelijk regeling AVU de enige aandeelhouder is. De N.V. AVU biedt de mogelijkheid tot maatwerkcontracten waaraan niet alle gemeenten hoeven deel te nemen.
Programma 1 | Wonen
Deelnemers De provincie Utrecht en 25 gemeenten binnen de provincie Utrecht.

Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU)

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU)
Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Het behartigen van de belangen van de gemeenten tezamen en van elke deelnemende gemeente afzonderlijk op het gebied van omgeving in de ruimste zin.
Programma 1 | Wonen
Deelnemers De gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist.

Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)
Vestigingsplaats Zeist
Openbaar belang De gemeente is wettelijk verplicht een Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in te stellen en in stand te houden. De GGD regio Utrecht is een gemeenschappelijke regeling en werd in 2013 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Namens de gemeenten voert de GGDrU de gemeentelijke verplichtingen van de Wet Publieke Gezondheid uit. Het gaat onder andere om infectieziektebestrijding, medische milieukundige zorg, SOA-bestrijding, gezondheidsbeleid en -onderzoek, toezicht kinderopvang, crisisfunctie, jeugdgezondheidszorg, rijksvaccinatieprogramma en Wmo-toezicht. Daarnaast nemen gemeenten een maatwerkpakket af. Hierin zitten voor De Ronde Venen bijvoorbeeld het Meldpunt Bezorgd en trajecten Stevig Ouderschap.
Programma 2 | Samenleven
Deelnemers De provincie Utrecht en de 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht.

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht
Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang De VRU behartigt de belangen van de gemeenten op de brandweerzorg, de organisatie van de Geneeskundige Hulpverlening Organisatie in de Regio (GHOR), de rampenbestrijding, crisisbeheersing en de meldkamer. Daarnaast heeft de VRU de zorg voor een adequate samenwerking met politie en de regionale ambulancevervoersvoorziening ten aanzien van onder meer de gemeenschappelijke meldkamer; een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Programma 3 | Veiligheid
Deelnemers De 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht.

Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen
Vestigingsplaats Breukelen
Openbaar belang Het gezamenlijk uitvoeren van de Archiefwet en het stimuleren van de lokale en regionale geschiedbeoefening en het daartoe aanleggen, beheren en bewaren van een zo compleet mogelijke collectie bronnenmateriaal op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis.
Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering
Deelnemers De gemeenten Stichtse Vecht, De Bilt en De Ronde Venen.

Amstelland Meerlanden overleg

Terug naar navigatie - Amstelland Meerlanden overleg
Vestigingsplaats Haarlemmermeer
Openbaar belang Het Amstelland-Meerlandenoverleg (AM) fungeert als platform, waardoor de zeven deelnemende gemeenten elkaar op diverse terreinen snel en effectief kunnen vinden wanneer dat nodig is. Het gebied van AM vormt de zuidflank van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en is aangewezen als deelregio binnen MRA. Het platform wordt benut om de gezamenlijke belangen van het AM-gebied te behartigen in de MRA en in de vervoersregio Amsterdam.
Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn, De Ronde Venen, Aalsmeer en Haarlemmermeer.

Gemeentebelastingen Amstelland

Terug naar navigatie - Gemeentebelastingen Amstelland
Vestigingsplaats Amstelveen
Openbaar belang De gemeenschappelijke ambtelijke belastingorganisatie is belast is met zowel de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen als de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken. In deze belastingorganisatie is voldoende kennis, kunde en personele capaciteit om de belastingwetten en -regels te kunnen uitvoeren. Elke gemeenteraad blijft het eigen belastingbeleid en de belastingtarieven bepalen.
Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn en De Ronde Venen. De gemeente Aalsmeer is daarnaast een rechtstreekse deelnemer van de gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland.

Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen (x € 1.000)

Terug naar navigatie - Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen (x € 1.000)
Naam

Eigen vermogen 2023

Vreemd vermogen 2023 Resultaat 2023 Bijdrage
2023 2024 2025

Recreatieschap Stichtse Groenlanden

- - - 644 522 651

Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

- - - 1.629 1.836 1.768

Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU)

475 5.889 -644 2.871 3.173 3.173

Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)

4.619 32.286 1.341 1.912 2.067 2.272

Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

28.319 64.945 4.510 2.965 3.146 3.278

Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

423 638 -141 385 583 785

Amstelland Meerlanden overleg

n.v.t. n.v.t. n.v.t. 4 4 4

Gemeentebelastingen Amstelland

n.v.t. n.v.t. n.v.t. 1.094 1.154 1.169

Deelnemingen

Terug naar navigatie - Deelnemingen

Naast de gemeenschappelijke regelingen zijn er twee deelnemingen:

  1. BNG Bank
    Aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, elf provincies en een hoogheemraadschap. De gemeente De Ronde Venen bezit 37.323 aandelen BNG Bank. In de ramingen 2025 - 2028 is rekening gehouden met € 70.000 aan te ontvangen dividend.
  2. Vitens
    De aandelen van Vitens zijn eigendom van vijf provincies en tweeënnegentig gemeenten. De gemeente De Ronde Venen heeft 40.426 (0,700%) aandelen in Vitens. Gezien de financiële situatie van Vitens en de investeringsbehoeften voor de komende jaren, is versterking van het eigen vermogen cruciaal om financiering te kunnen aantrekken tegen sociaal aanvaardbare kosten. Daarom zal er de komende jaren geen dividend worden uitgekeerd.

Overige deelnemingen

Terug naar navigatie - Overige deelnemingen

Naast de gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen werken we samen met de overige verbonden partijen.

  • Programma 1| Wonen:
    • Mooisticht
    • Marickenland
    • Gebiedsprogramma Utrecht-West
  • Programma 2 | Samenleven:
    • Kansis (Stichting Beschut Werk)
    • Kansis Groen (Stichting Groenwerk)
    • Stichting Ons Dorpshuis (sociaal cultureel centrum De Boei)
  • Programma 3 | Veiligheid:
    • Het Zorg- en Veiligheidshuis Regio Utrecht (ZVHRU)
    • Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen (SBB)
  • Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering
    • Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond & Kennemerland (RIJK)
    • Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
    • U10

Hun bijdragen aan onze doelstellingen zijn toegelicht bij de programma's.

7 | Grondbeleid

Faciliterend grondbeleid

Terug naar navigatie - Faciliterend grondbeleid

De gemeente heeft in 2025 geen actieve grondexploitaties. Wel heeft de gemeente een faciliterende rol bij de ontwikkeling van nieuwbouwlocaties. Deze paragraaf geeft een toelichting op het faciliterend grondbeleid. 

 

Algemeen

Bij een faciliterend grondbeleid bezit de gemeente geen grond en voert zij ook niet de grondexploitatie uit; Initiatieven tot ruimtelijke ontwikkelingen worden in hoofdzaak aan ontwikkelende partijen overgelaten en de gemeente zelf opereert in beperkte mate op de markt vanwege haar beperkte grondpositie.  De gemeente heeft een regisserende en (aan)sturende rol met als doel om de beleidsdoelstelling van het realiseren van 4.800 woningen te bereiken. De kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op deze private partijen.  De gemeente schiet kosten voor die vervolgens privaatrechtelijk (op basis van een anterieure overeenkomst) of publiekrechtelijk (op basis van het omgevingsplan, of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die de functie van de grond wijzigt) teruggevorderd worden bij een derde partij. 

 

De gemeente heeft in het recente verleden een aantal grondexploitaties gehad. Het betrof de grondexploitaties voor de woningbouwplannen in de Maricken, de Stationslocatie en het Land van Winkel. De gemeente heeft deze locaties risicodragend samen met marktpartijen ontwikkeld. Deze grondexploitaties zijn inmiddels afgesloten. Voor de huidige woningbouwplannen zijn geen grondexploitaties geopend. We leggen het ontwikkelrisico, in lijn met de nota grondbeleid, primair bij marktpartijen neer. Met de ontwikkelaars van woningen worden afspraken gemaakt in anterieure overeenkomsten over het soort en het aantal te bouwen woningen, de inrichting van de openbare ruimte en de financiën. Financiële afspraken zien in ieder geval toe op het vergoeden van de kosten die de gemeente maakt voor het begeleiden van de ontwikkeling (de zogenaamde plankosten). Daarnaast kunnen financiële afspraken worden gemaakt over de verkoop van gemeentegrond, het meebetalen aan toerekenbare bovenwijkse voorzieningen en het betalen van een afdracht aan het vereveningsfonds (bij het niet-bouwen van sociale huurwoningen). 

 

Naast het sluiten van anterieure overeenkomsten past de gemeente nog een vorm van kostenverhaal toe. Die vorm van kostenverhaal gaat uit van de verkoop van een locatie aan een marktpartij waarbij de marktpartij verantwoordelijk wordt voor de ontwikkeling van de woningen én de openbare ruimte. Daarbij kiest de gemeente normaliter de zogenaamde tenderprocedure (een openbare verkoop op basis van een plan en een prijs) Deze manier van werken is o.a. bij de ontwikkeling van de voormalige Twistvliedschool toegepast en wordt ook bij de Argonlocatie en de Hoflandschoollocatie toegepast. 

 

Woningbouwprojecten

Hierna volgt een kort overzicht van de huidige woningbouwprojecten. Daarbij beperken we ons tot de grotere projecten (>100 woningen) waarvoor de raad een ruimtelijk kader heeft vastgesteld.  

 

Oosterland
Aantal woningen Naar verwachting zullen er circa 800 woningen worden gebouwd in het gebied. Het bestemminhgsplan is vastgesteld, in werking getreden en onherroepelijk.
Looptijd project In 2025 start het bouwrijpmaken van het gebied zodat in 2026 kan worden gestart met het bouwen van de eerste woningen. De ontwikkeling zal gefaseerd plaats vinden over een periode van 8 tot 10 jaar. 
Anterieure overeenkomst Er is een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar van het gebied. In deze overeenkomst is vastgelegd dat (gefaseerd) betaald wordt voor de aankoop van de grond van de gemeente (bij benadering € 11.314.000), de plankosten (€ 1.200.000), bovenwijkse infrastructuur (€ 1.000.000). Daarnaast heeft de gemeente aangegeven dat maximaal 2 miljoen euro wordt geïnvesteerd in het project “Groen groei mee” hetgeen een voorwaarde was voor de provincie om medewerking te verlenen aan de gebiedsontwikkeling. 
Risico's Het project wordt voor rekening en risico van ontwikkelaar Kavel Vastgoed ontwikkeld. Zij laten de woningen bouwen, ze maken het gebied bouw- en woonrijp en leveren de openbare ruimte na afronding om niet aan de gemeente.
De Maricken II
Aantal woningen

Naar verwachting worden er maximaal 650 woningen gebouwd in het gebied. Het uitwerkingsplan en het bestemmingsplan zijn vastgesteld. Het uitwerkingsplan is inmiddels in werking getreden.

Looptijd project

Het bouwrijpmaken start in 2024 zodat in 2026 gestart kan worden met de bouw van de eerste woningen. De ontwikkeling zal gefaseerd plaatsvinden in een periode van 6 tot 8 jaar.

Anterieure overeenkomst Er is een anterieure overeenkomst(AO) gesloten met de ontwikkelaars van het gebied. In deze overeenkomst is vastgelegd dat (gefaseerd) betaald wordt voor de aankoop van de grond van de gemeente (€ 3.947.775), de plankosten (€ 900.000), bijdrage voor natuurontwikkeling, klimaatadaptatie en recreatie in Marickenland (bovenwijkse voorzieningen) (€ 2.700.000).
Risico's

Het project wordt voor rekening en risico van ontwikkelaars BPD Ontwikkeling B.V. en Blauwhoed Projectontwikkeling III B.V. ontwikkeld. Zij laten de woningen bouwen, ze maken het gebied bouw- en woonrijp en leveren de openbare ruimte na afronding om niet aan de gemeente.  

In de AO is onder meer een inspanningsplicht opgenomen ten aanzien van de aanleg van de rotonde/ HOV haltes en het verleggen van de kabels en leidingen. Om hier uitvoering aan te geven, is afgesproken dat vanuit de gemeente opdracht wordt gegeven voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Dit betekent dat de gemeente – naast de opdrachtverlening – ook de facturen betaalt. De totale aanlegkosten (inclusief de kosten t.b.v. de zijaansluiting van het Shell-perceel) bedragen 2,4 miljoen euro. De kosten worden volledig vergoed door de ontwikkelaar. Voor de gemeente is dit budgetneutraal. Om de afspraken over de kosten van de rotonde te borgen is, aanvullend op de AO, een allonge tussen de ontwikkelaars en de gemeente opgesteld. De ondertekening heeft plaatsgevonden in de zomer 2024.   

Argon

Aantal woningen De gemeenteraad heeft een ruimtelijk kader vastgesteld dat uitgaat van de bouw van circa 114 woningen.
Looptijd project

De verkoopprocedure voor de locatie is in het voorjaar van 2024 gestart en kan eind 2024 worden afgerond. Het bouwrijpmaken start in 2026, hierna volgt de start van de bouw van de woningen. De ontwikkeling zal plaatsvinden in een periode van 3 tot 4 jaar.

Anterieure overeenkomst

Voor dit project is (nog) geen anterieure overeenkomst.  Naar verwachting ligt de opbrengst van de verkoop van de grond  € 600.000 hoger dan de kosten. Die kosten bestaan uit de vergoeding aan Argon, het instellen van een verduurzamingsfonds voor sportverenigingen en de kosten voor de voorbereiding en begeleiding van het project.  

Risico's

Het project wordt voor rekening en risico van ontwikkelaars ontwikkeld.

De Meijert

Aantal woningen

Het ruimtelijk kader voor de locatie van De Meijert gaat uit van de bouw van 202 woningen.

Looptijd project

Nog in 2024 wordt omgevingsvergunning aangevraagd voor de eerste 43 sociale huurwoningen binnen het plan. Die kunnen gebouwd worden na sloop van de tennishal die naar verwachting ook in 2024 kan starten. Na realisatie van de deels overkapte nieuwe tennis- en padelbanen kunnen de volgende woningen worden gebouwd. Dat zijn 47 sociale huurwoningen en circa 50 vrije sectorwoningen. De verkoopprocedure voor de grond onder de vrije sectorwoningen kan nog in 2024 worden afgerond. De ontwikkeling zal plaatsvinden in een periode van 4 a 5 jaar. Naar verwachting levert het project een positief financieel resultaat op van € 2.000.000.

Anterieure overeenkomst

Er is een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaars in dit plangebied.

Risico's

In dit project zijn de risico's verdeeld op basis van de eigendomsverhouding in het plangebied van projectontwikkelaars en gemeente

Centrumplan Vinkeveen

Aantal woningen

Het centrumplan Vinkeveen biedt ruimte aan ruim 200 woningen en circa 1.000 m2 aan voorzieningen. Voor het grootste gebied, ten noorden van de N201, is een eerste uitwerking gemaakt.

Anterieure overeenkomst

Eind 2024 wordt, naar verwachting, een anterieure overeenkomst gesloten met de grondeigenaar van het gebied. Daarbij is het vertrekpunt dat een belangrijk deel van de gemeentelijke kosten voor met name de ingrepen in de infrastructuur gedekt worden door de bouw van de woningen. 

 

Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

Terug naar navigatie - Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

De gemeente bezit diverse eigendommen (grond en gebouwen), die niet voor een publieke taak zijn bestemd en waarbij het voornemen is om deze te verkopen.

  • Verkochte eigendommen
    1. Glastuinbouw Wickelhof Mijdrecht -> hiervoor is een anterieure/koopovereenkomst gesloten in 2023 en de verkoop/levering volgt later
    2. Marickenzijde 2e fase Wilnis -> hiervoor is een anterieure/koopovereenkomst gesloten in 2023 en de verkoop/levering volgt later
    3. Baambrugse Zuwe achter 116 Vinkeveen is verkocht en wordt geleverd in 2024 na onherroepelijk worden bestemmingsplan.

 

  • Eigendommen, die nog geen bestemming hebben

Conform de bepalingen van het BBV wordt in de jaarrekening bepaald of er sprake is van duurzame waardevermindering. Hiervan is sprake als de taxatiewaarde lager is dan de boekwaarde. Als de taxatiewaarde hoger is dan de boekwaarde is er sprake van een stille reserve. De volgende eigendommen vallen onder de noemer eigendommen niet voor de publieke taak bestemd:

    1. Bedrijventerrein N201 in Mijdrecht
    2. Stationsgebied Abcoude (Bovenkamp 1 - 3)
    3. Baambrugse Zuwe 143b te Vinkeveen
    4. Herenweg 196 en 196A te Vinkeveen
    5. Ontspanningsweg /Wilnisser Dwarsweg Mijdrecht
    6. Provincialeweg N201 Mijdrecht (agrarisch perceel)
    7. Provincialeweg 7A te Mijdrecht.

 

  • Stille reserve
    • De boekwaarde van gronden en verspreide percelen kan lager zijn dan de actuele waarden, waardoor er binnen de gronden niet voor de publieke taak bestemd sprake is van stille reserves. Deze reserves kunnen van substantiële betekenis zijn in relatie tot het balanstotaal dan wel de financiële positie van de gemeente. De omvang van de stille reserves is € 4.653.000 op 1 januari 2024. 

8 | Openbaarheidsparagraaf

Doel van de Wet open overheid (Woo)

Terug naar navigatie - Doel van de Wet open overheid (Woo)

Het doel van de Wet open overheid (Woo) is:

  • een transparanter en actief openbaar makende overheid;
  • het dienen van het belang van openbaarheid;
  • publieke informatie openbaar maken.

Dit versterkt de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en de economische ontwikkeling.

Beleidskader

Terug naar navigatie - Beleidskader

In de Woo staat aangegeven dat de Woo-invoering gefaseerd plaatsvindt. De VNG heeft de gefaseerde invoering opgenomen in ‘Meerjarenplan om de Wet open overheid bij gemeenten te implementeren’. Het betreffende Meerjarenplan, gecombineerd met het BBV en het lokaal bepaalde beleid is de basis voor deze verantwoording. De implementatie van de Wet open overheid (Woo) gebeurt in fasen en concentreert zich op drie hoofdthema's.

  1. Actief openbaar maken van informatie;
  2. Passief openbaar maken van informatie;
  3. Informatiehuishouding op orde.

1 | Actief openbaar maken van de informatie

Terug naar navigatie - 1 | Actief openbaar maken van de informatie

De 11 informatie categorieën die de Woo verplicht voorschrijft om openbaar te maken uit eigen beweging, staan hierna in een overzicht weergegeven. Achter elke informatiecategorie is aangegeven om welk artikel uit de Woo het gaat plus een beschrijving van de documenten. Daarna volgt per categorie de inventarisatie van:

  • wat er al openbaar wordt gemaakt;
  • in hoeverre is aangesloten op de landelijke Woo-index;
  • de voorgenomen planning van het actief openbaar maken van de informatiecategorie.

De voorgenomen planning wijzigt op moment dat bij koninklijk besluit het openbaar beschikbaar maken van een informatiecategorie eerder verplicht wordt. 

Informatiecategorie Artikel Wat

Openbaar op lokale site (Ja/Nee)

Openbaar landelijke
Woo-index (Ja/Nee)

Planning Openbaar landelijke Woo-index (Jaartal)

1 Wet en regelgeving  1.a Besluiten, beleidsregels en verordeningen nee ja  
1.b Andere algemeen verbindende voorschriften nee ja  
1.c Ontwerpen van besluiten, beleidsregels, verordeningen en overige besluiten van algemene strekking waarover een extern advies is gevraagd, met inbegrip van de adviesaanvraag nee ja  
2 Organisatiegegevens 1.d Inzicht in de organisatie en haar werkwijze, waaronder de taken en bevoegdheden van organisatieonderdelen.  ja ja 2024
1.e Hoe de organisatie en haar onderdelen te bereiken zijn en hoe een informatieverzoek kan worden ingediend ja ja 2024
3 Raadsstukken 2.a Bij de gemeenteraad ingekomen stukken, tenzij deze gaan over individuele gevallen ja nee 2024
2.c Vergaderstukken en verslagen van de raad, behalve waarop geheimhouding geldt. ja nee 2024
4 Bestuursstukken 2.d Agenda’s, besluiten en besluitenlijsten van vergaderingen van colleges van B&W, tenzij geheimhouding geldt ja nee 2024
5 Adviezen van adviescolleges 2.e Adviezen van officiële adviescolleges (door besluit van een bestuursorgaan vastgesteld): nee nee 2025 
  • Adviesvoorstel, advies
nee nee 2025
  • Adviesaanvraag
nee nee 2025
  • Adviesvoorstel
nee nee 2025
  • Advies
nee nee 2025
Behalve adviezen/aanvragen die gaan over individuele gevallen      
6 Convenanten 2.f Convenanten, overeenkomsten, verbintenissen en soortgelijke afspraken van een bestuursorgaan met andere partij(en) nee nee 2025
7 Jaarplannen en -verslagen 2.g De jaarplannen en -verslagen van het bestuursorgaan, behalve de jaarplannen en -verslagen van afzonderlijke afdelingen of directies ja nee 2024
8 Woo-verzoeken 2.i Inhoud van het verzoek nee nee 2024
Schriftelijke beslissing op het verzoek nee nee 2024
De verstrekte informatie nee nee 2024
9 Onderzoeken 2.j Onderzoeksrapporten die: nee nee 2025
  • Intern en extern zijn uitgevoerd
nee nee 2025
  • Voornamelijk uit feitenmateriaal bestaan
nee nee 2025
  • Gaan over het functioneren van de eigen organisatie, voorbereiding of evaluatie van beleid, inclusief de uitvoering, naleving en handhaving 
nee nee 2025
10 Beschikkingen 2.k Beschikkingen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vallen hieronder: nee nee 2026
  • Schriftelijke beslissingen van een bestuursorgaan
nee nee 2026
  • Die een publiekrechtelijke rechtshandelingen inhouden
nee nee 2026
  • Voor een specifiek geval gelden 
nee nee 2026
Behalve beschikkingen die zijn uitgezonderd van de Woo (artikel 3.3 tweede lid, onderdeel k van de Woo) nee nee 2026
2.h Verplichtingen tot verstrekking van subsidies, anders dan met een beschikking nee nee 2026
11 Klachten 2.l Schriftelijke oordelen n.a.v. klachtenprocedures over gedragingen van de organisatie nee nee 2026

2 | Passief openbaar maken van informatie

Terug naar navigatie - 2 | Passief openbaar maken van informatie

De gemeente maakt informatie uit eigen beweging openbaar. Daarnaast krijgt de organisatie ook verzoeken om informatie openbaar te maken. In onderstaande overzichten maken wij inzichtelijk:

  • het aantal ontvangen Woo-verzoeken;
  • het percentage verzoeken dat binnen de termijn is afgehandeld;
  • de gemiddelde behandelingstermijn;
  • het aantal Woo-verzoeken dat buiten de Woo-procedure is afgehandeld;
  • het percentage verzoeken waarbij contact is opgenomen met de indiener van de vraag om de vraag scherper te krijgen en zo tot een betere beantwoording van de vraag te komen.

 

Woo-verzoeken
 

Realisatie 2023

Indicatie 2024 Indicatie 2025
Aantal Woo-verzoeken ontvangen op jaarbasis 34 30 30
De verzoeken zijn:      
  • Informeel afgedaan
14    
  • Toegekend
12    
  • Afgewezen
2    
  • Buiten behandeling gesteld

1

 

 

  • Doorgestuurd naar ander bestuursorgaan

4

 

 

  • Nog in behandeling
1    
       
Behandeld door de gemeente binnen de in de wet gestelde beslistermijn (inclusief eventuele opschortingen en verdagingen), in % 33% 75%  
Gemiddelde behandelingstermijn, in weken (inclusief opschortingen en verdagingen). 8 6  
Aantal verzoeken waarbij precisering is gevraagd van de verzoeker, in % 27% 20%  

 

Als een informatieverzoek binnenkomt en de informatie is al openbaar, dan krijgt de verzoeker deze zo snel mogelijk of hij wordt verwezen naar de vindplaats van de openbare informatie. Is de informatie nog niet openbaar, dan wordt de informatie via een Woo-beschikking geleverd, afhankelijk van het verzoek en de geldende uitzonderingsgronden. De inhoudelijk betrokken medewerker neemt in de meeste gevallen eerst contact op met de verzoeker. Een deel van de Woo-verzoeken wordt wel als zodanig ingediend en ingeboekt, maar blijkt in overleg met de verzoeker vaak ook informeel afgedaan te kunnen worden, zonder formele Woo-procedure. Deze aanpak leidt tot lagere afhandelingskosten, snellere doorlooptijden en grotere tevredenheid bij verzoeker en behandelend ambtenaar. Het verschil tussen een informatieverzoek en een verzoek op basis van de Woo staat uitgebreid uitgelegd op de website. Mogelijk nemen hierdoor de initiële Woo-verzoeken af. 

3 | Informatiehuishouding op orde

Terug naar navigatie - 3 | Informatiehuishouding op orde
  • De informatiehuishouding zorgt ervoor dat de gemeente weet waar welke documenten volgens de definitie uit de Woo (art. 2.1 en 2.2) te vinden zijn. Documenten kennen een voorgeschreven bewaartermijn waarop deze worden geselecteerd en overgedragen naar de archiefbewaarplaats bij het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV) of vernietigd.
  • Door digitalisering is informatie aan verandering onderhevig: denk aan teksten, Geo-informatie, 3D-bestanden, appberichten en dergelijke. Dit zorgt ervoor dat er nieuwe opgaven ontstaan om die informatie volgens de geldende eisen duurzaam en digitaal toegankelijk te houden.  Dit is een complex proces dat tijd nodig heeft om te ontwerpen en te implementeren. Het vraagt aanpassing van werkprocessen, functies en rollen over de volle breedte van de organisatie.
  • In het Woo-Meerjarenplan, opgesteld door de VNG, zijn indicatoren opgenomen die inzicht geven in de voortgang van de ontwikkeling van de informatiehuishouding. In onderstaande tabel zijn deze indicatoren opgenomen en weergegeven in hoeverre onze gemeente hieraan voldoet ten opzichte van de streefwaarde. Daarnaast geven wij aan in welk jaar wij verwachten te voldoen aan de streefwaarde.

 

Indicatoren Informatiehuishouding Realisatie 2023 Planning gereed
(jaar)
  • Er is de beschikking over, of is aangesloten op, een e-depotvoorziening
Het RHCVV beschikt over een e-depotvoorziening waar onze gemeente op aan gaat sluiten. Er zijn verschillende applicaties die gereed worden gemaakt om informatie op de juiste manier te kunnen exporteren en daarmee een proefoverdracht te realiseren.  2025 
  • In de applicaties gebruikt door de gemeente zijn selectielijsten geïmplementeerd. 

Applicaties met de grootste opslag en waardevolle informatieprocessen zijn voorzien van selectielijsten en dus informatiebeheer. Denk hierbij aan het RIS Notubiz, een gedeelte van teams/sharepoint het zaaksysteem, en het documentmanagement systeem. 

2027
  • Het beheer van emailarchivering is georganiseerd en sluit aan bij een landelijke aanpak
Beleid voor emailbewaring is vastgesteld op basis van de capstone methodiek. We volgen hiermee de voorgestelde aanpak vanuit VNG die ook bij het Rijk veelvuldig wordt toegepast. Technisch is de oplossing medio 2024 gerealiseerd.  Gereed
  • Beheer op tekstberichten is georganiseerd
Er is geen beheer op tekstberichten georganiseerd 2025
  • Informatiebeheerplan is vastgesteld. Dit bevat minimaal:
    • inzicht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld
Nog niet compleet 2026
  • Het kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer is vastgesteld en voldoet aan in artikel 16 van de Archiefregeling
voldoet Gereed
  • Het metagegevensschema is vastgelegd en aan elk blijvend te bewaren informatieobject zijn metagegevens gekoppeld
voldoet  Actualiseren naar nieuw model en uitbreiding van applicaties in 2024

9 | Subsidies en bijdragen

Subsidies en bijdragen

Terug naar navigatie - Subsidies en bijdragen

In deze paragraaf wordt een financieel beeld weergegeven van de verstrekte subsidies en bijdragen.

 

  • De Ronde Venen ondersteunt veel initiatieven op het gebied van wonen, werken, welzijn, onderwijs, kunst, cultuur, sport, recreëren, enz. Allemaal activiteiten die ten goede komen aan de Rondeveense samenleving. De gemeente doet dit onder andere door het verstrekken van subsidies en bijdragen.
  • De wettelijke basis voor het verstrekken van subsidies is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (titel 4.2), voorts de Algemene subsidieverordening. De subsidieverordening vormt de grondslag voor de verleende subsidies. Daarnaast is een aantal nadere regels opgesteld voor het verstrekken van subsidies. Hierbij kan gedacht worden aan 'Beleidsregels Subsidie Sportstimulering', 'Beleidsregels subsidieaanvragen bewoners en bewonersorganisaties' en 'Nadere regels ten aanzien van het eigen vermogen en de reserves van de subsidieontvangers van de gemeente De Ronde Venen 2013'.
  • In 2023 is € 8.754.000 aan subsidies en bijdragen verstrekt. Een specificatie hiervan per beleidsonderwerp en instelling is opgenomen in de gemeentelijke planning en control portal bij het onderdeel subsidieregister. Deze werkwijze draagt bij aan een compacte verantwoording. 
  • Voor 2025 is € 7.493.000 begroot voor subsidies en bijdragen. Voor twee van deze subsidies is een Begrotingssubsidie toegekend.

 

Begrotingssubsidies 2025

Subsidies die worden toegekend aan één specifieke partij kunnen als begrotingssubsidie in de begroting worden opgenomen. Begrotingssubsidies zijn subsidies die mogen worden verstrekt vanwege een specifieke vermelding in de begroting zoals bepaald in artikel 4:23 lid 3 sub c van de Algemene wet bestuursrecht. Met de vermelding van zowel de subsidieontvanger als het maximaal aan subsidie te ontvangen bedrag is het subsidieplafond voor deze organisaties geborgd.

 

Subsidieontvanger Maximaal subsidiebedrag 2025 (bedrag x € 1.000) Doel van de subsidie

Stichting Servicepunt en Tympaan-De Baat

1.835 Structurele basissubsidie ten behoeve van Servicepunt, Jongerenwerk, Sociaal Werk, Sociaal Cultureel Werk.

Stichting regionale bibliotheek Angstel, Vechten Venen

740

Structurele basissubsidie ten behoeve van de uitvoering van het lokaal openbaar bibliotheekwerk conform de Wet stelsel Openbare Bibliotheken en de maatschappelijke opgaven uit het netwerkconvenant.