Bestuurlijke hoofdlijnen

Inleiding en financiële positie

Samenvatting

Terug naar navigatie - Inleiding en financiële positie - Samenvatting
De Kadernota 2027 schetst hoe eerdere raadsbesluiten en autonome ontwikkelingen doorwerken in de begroting voor de jaren 2027–2030. Daarmee vormt de nota het financiële fundament onder de Programmabegroting 2027. De gevolgen van het nieuwe coalitieakkoord worden verwerkt in deze begroting. Tegelijkertijd blijft de financiële koers beïnvloed door twee belangrijke onzekerheden: de precieze uitwerking van het coalitieakkoord en de komende circulaires van het Rijk over de algemene uitkering.
 

 

De startpositie laat zien hoe de begroting zich ontwikkelt na verwerking van de belangrijkste financiële mutaties. Deze startpositie vormt het uitgangspunt voor de Programmabegroting 2027 – 2030. Het resultaat van de Kadernota komt uit op:

  • 2027: + € 243.000

  • 2028: – € 3.792.000

  • 2029: – € 4.723.000

  • 2030: – € 2.825.000

 

Op basis van de uitspraak van de onafhankelijke commissie van Ark hebben gemeenten via het Gemeentefonds extra middelen ontvangen voor de jaren 2026 en 2027, en zelfs met terugwerkende kracht voor 2023 en 2024. Deze middelen verbeteren de financiële positie op korte termijn en zijn al opgenomen in de ramingen. De commissie van Ark komt begin 2027 met een nieuwe uitspraak voor de jaren vanaf 2028, wat opnieuw grote invloed kan hebben op de meerjarenbegroting.

 

De combinatie van deze bijstellingen en de aanhoudende onzekerheden maakt dat de financiële vooruitblik voorzichtig blijft. Waar 2027 nog een positief resultaat laat zien, tonen de jaren daarna oplopende tekorten. De uiteindelijke ontwikkeling hangt sterk af van landelijke keuzes en toekomstige herijkingen.

Startpositie 2027 - 2030

Terug naar navigatie - Inleiding en financiële positie - Startpositie 2027 - 2030

De begrotingsresultaten worden bepaald door de volgende onderdelen:

  1. Startpositie 2026 – 2029

    • De doorwerking van de huidige begroting vormt het vertrekpunt.

  2. Raadsbesluiten

    • Diverse besluiten leiden tot lastenstijgingen, onder andere door speelbeleid, zienswijzen op regionale begrotingen en investeringen in sportaccommodaties.

  3. Autonome ontwikkelingen

    • Structurele mutaties omvatten onder meer:

      • hogere ICT- en datakosten door personeelsgroei

      • stijgende kosten voor huishoudelijke hulp

      • hogere kosten voor bediening van bruggen

      • extra lasten binnen jeugd

      • een positieve bijstelling van de algemene uitkering vanaf 2030

    • Incidentele mutaties worden volledig verrekend met reserves.

  4. Verrekening met reserves

    • Alle incidentele mutaties worden verrekend met de reserves, waardoor ze geen structurele druk op de begroting leggen.

  5. Eindstand Kadernota 2027
    • Deze stand vormt het uitgangspunt voor de Programmabegroting 2027 – 2030. 

 

 

Ontwikkeling begrotingsresultaten 2027 - 2030 (bedragen x € 1.000)
    2027 2028 2029 2030
1. Startpositie begroting 2026 - 2029 (+ = voordeel, – = nadeel) 1.262 -2.840 -3.509 -3.509
2. Raadsbesluiten -580 -579 -897 -916
3. Autonome ontwikkeling:        
 
  • Structureel
-439 -373 -317 1.600
 
  • Incidenteel 
13.907 646 -1.817 0
4. Verrekening met reserves -13.907 -646 1.817 0
5. Eindstand Kadernota 2027 (+ = voordeel, – = nadeel) 243 -3.792 -4.723 -2.825

 

De onderdelen 2 tot en met 4 worden hierna toegelicht.

2. Raadsbesluiten

Terug naar navigatie - Inleiding en financiële positie - 2. Raadsbesluiten
Raadsbesluiten (bedragen x € 1.000 en - = nadeel en + = voordeel) 
    2027 2028 2029 2030
1. Speelbeleid Spelen in het Hart 2026 -50 -50 -50 -50
2. Ruimtelijk kader seniorenhof De Trekvogel in Mijdrecht | verrekend met reserves 0 0 0 0
3. Ruimtelijk kader BON gronden 39 173 -137 -137
4. Energiebesparende maatregelen en onderhoud Veenweidebad -17 -127 -135 -135
5. Zienswijze toekomstscenario's VRU -255 -278 -278 -297
6. Zienswijze ontwerpbegroting Stichtse Groenlanden 2027 -297 -297 -297 -297
  Totaal -580 -579 -897 -916

3. Autonome ontwikkelingen | Structureel

Terug naar navigatie - Inleiding en financiële positie - 3. Autonome ontwikkelingen | Structureel
Autonome ontwikkelingen (bedragen x € 1.000 en - = nadeel en + = voordeel) 
    2027 2028 2029 2030
1. Hogere ICT- en datakosten zijn ontstaan doordat het aantal medewerkers is gegroeid. Meer personeel betekent meer benodigde accounts, licenties, apparatuur en dataverwerking om de organisatiedoelen goed te kunnen uitvoeren. -169 -169 -169 -169
2.

Door een groei van het aantal inwoners dat gebruikmaakt van huishoudelijke hulp nemen de kosten structureel toe. In de jaren 2027–2029 stijgen de uitgaven met € 100.000 per jaar, gevolgd door een verdere toename van € 150.000 vanaf 2030. Hierdoor lopen de totale kosten op van € 3.050.000 in 2027 naar € 3.200.000 vanaf 2030.

-100 -100 -100 -150
3. Binnen de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) worden schuren, net als andere bijgebouwen, geregistreerd wanneer zij voldoen aan de vastgestelde criteria. Om deze schuren correct en volledig in beeld te brengen, worden extra kosten van € 75.000 gemaakt. -75 0 0 0
4. Diversen mutaties kleiner dan € 50.000. -134 -50 -48 -131
5.

De kosten voor de bediening van bruggen en pontveren vallen hoger uit, vooral door stijgende CAO-lonen. Deze hogere kosten gelden tot het einde van de huidige contractperiode. Voor de jaren 2029 en 2030 is daarom geen aanvullende kostenstijging opgenomen.

-71 -54 0 0
6. Uit de raadsinformatiebrief van 27 januari 2026 over de decembercirculaire gemeentefonds 2025 blijkt dat er voor 2027 sprake is van een voordeel van € 110.000. 110 0 0 0
7. Het actualiseren van de berekening van de algemene uitkering — waarbij het jaar 2029 is doorgeschoven naar 2030 — leidt tot een opbrengstenstijging van € 2.050.000. 0 0 0 2.050
  Totaal -439 -373 -317 1.600

3. Autonome ontwikkelingen | Incidenteel

Terug naar navigatie - Inleiding en financiële positie - 3. Autonome ontwikkelingen | Incidenteel

In deze Kadernota zijn meerdere aanpassingen gedaan aan de incidentele budgetten. Deze wijzigingen worden niet structureel in de begroting verwerkt, maar verrekend met de reserves. Onderstaand overzicht toont alle incidentele verrekeningen die in deze Kadernota zijn opgenomen.

 

Mutaties (bedragen x € 1.000 en - = nadeel en + = voordeel) 
    2027 2028 2029 2030
Programma 1 Verschuiving opbrengsten Argonlocatie van 2026 naar 2027  8.700 0 0 0
Programma 1 Actualisatie Hofland 4.067 -83 -817 0
Programma 1 Nettoresultaat van Verkoop Herenweg 196 en 196A 550 0 0 0
Programma 1 Verschuiving bijdragen vereveningsfonds woningbouw van 2026 naar 2027 462 0 0 0
Programma 1 Actualisatie ruimtelijk kader CSW-Jumbo | Verrekend met reserves 31 0 0 0
Programma 1 Actualisatie De Meijert -119 -271 0 0
Programma 1 Maatregelenpakket project Toekomst N201 | 0 1.000 -1.000 0
Programma 1 Ruimtelijk kader seniorenhof De Trekvogel in Mijdrecht 266 0 0 0
Programma 2 Energiebesparende maatregelen buitensportaccommodaties -50 0 0 0
  Totaal 13.907 646 -1.817 0

Meerjareninvesteringsplan 2027 - 2030

Terug naar navigatie - Inleiding en financiële positie - Meerjareninvesteringsplan 2027 - 2030

In de komende jaren blijft de gemeente gericht investeren in voorzieningen die de leefbaarheid, veiligheid en kwaliteit van onze kernen versterken. In elk programma is daarom opgenomen welke nieuwe investeringsbudgetten nodig zijn om deze ambities waar te maken. Het gaat om projecten die meerdere jaren meegaan — van het verbeteren van wegen en bruggen tot het vernieuwen van maatschappelijk vastgoed en het ondersteunen van groeiende woonwijken.

 

Voor de periode 2027 tot en met 2030 is per programma uitgewerkt welke investeringen gepland staan en welke middelen daarvoor nodig zijn. Deze specificaties geven inzicht in de keuzes die we maken om onze gemeente toekomstbestendig te houden.

 

Meerjareninvesteringsplan (bedragen x € 1.000)
  2027 2028 2029 2030
Programma 1 | Wonen 10.044 16.604 7.600 2.462
Programma 2 | Samenleven 1.352 12.810 0 0
Programma 3 | Veiligheid 0 34 0 0
Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering 335 613 335 460
Totaal 11.731 30.061 7.935 2.922

Begrotingsuitgangspunten

Gemeentefonds

Terug naar navigatie - Begrotingsuitgangspunten - Gemeentefonds

De inkomsten uit de algemene uitkering van het gemeentefonds blijven onzeker en beperken de financiële ruimte voor de uitvoering van wettelijke taken. In de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk zijn geen structurele extra middelen opgenomen om gemeenten te compenseren voor het ravijnjaar 2028.

 

De eerstvolgende circulaire voor gemeenten over het gemeentefonds wordt verwacht via de meicirculaire 2026. Op basis van deze circulaire wordt een raadsinformatiebrief opgesteld, zodat de raad deze informatie kan betrekken bij de besluitvorming over de Kadernota.

 

Voor de jaren 2027 tot en met 2030 is aangesloten bij de uitkomsten van de decembercirculaire 2025. Voor 2027 is daarbij een verwachte extra opbrengst van € 110.000 opgenomen. Daarnaast is de berekening voor 2030 toegevoegd, eveneens gebaseerd op deze circulaire.

Geopolitieke spanningen

Terug naar navigatie - Begrotingsuitgangspunten - Geopolitieke spanningen

De aanhoudende geopolitieke spanningen, waaronder het conflict in Iran en de daarmee samenhangende stijging van de olieprijzen, zorgen voor toenemende onzekerheden. Deze ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor de uitgaven van de gemeente, evenals voor de financiële positie van inwoners en bedrijven in De Ronde Venen. De landelijke en internationale ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd. Op dit moment is de impact voor de gemeentelijke begroting nog onvoldoende concreet om te vertalen naar bijstellingen. Indien deze onzekerheden zich vertalen naar structurele of incidentele financiële effecten voor de gemeente, wordt de raad daarover geïnformeerd en indien nodig bijstellingen gedaan bij de Programmabegroting 2027 en/of de bestuursrapportages 2027.

Loon- en prijsontwikkeling 2027

Terug naar navigatie - Begrotingsuitgangspunten - Loon- en prijsontwikkeling 2027
Bij het maken van de programmabegroting voor 2027 tot en met 2030 houdt de gemeente rekening met stijgende lonen en prijzen. Daardoor worden gemeentelijke taken duurder om uit te voeren. Het Rijk verwacht dat de prijzen in 2027 gemiddeld met 2,5 procent stijgen. Het grootste deel van deze kostenstijging wordt opgevangen via de algemene uitkering van het Rijk. Daarnaast wordt een deel gecompenseerd door lokale heffingen aan te passen.

Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Begrotingsuitgangspunten - Toeristenbelasting
In 2025 is afgesproken dat ondernemers op tijd worden geïnformeerd over de tarieven voor de toeristenbelasting en de watertoeristenbelasting. Zo kunnen zij deze tarieven meenemen bij het maken van reserveringen. In de onderstaande tabel staan de tarieven voor 2026 en 2027. De tarieven voor 2027 zijn verhoogd met een inflatiepercentage van 2,5 procent. Bedragen boven de € 100 zijn daarbij naar beneden afgerond op hele euro’s.
 
 
Tarieven toeristenbelasting in hele euro's
Verblijf/arrangement  Tarief 2026 Tarief 2027
Vast onderkomen  3,80 3,90
Mobiel onderkomen 2,05 2,10
Arrangement laag tarief (4 weken – 3 maanden)  258,00 264,00
Arrangement laag tarief (3 – 6 maanden)  385,00 394,00
Arrangement laag tarief (6 – 9 maanden)  467,00 478,00
Arrangement laag tarief (9 – 12 maanden) 518,00 530,00
Arrangement hoog tarief (4 weken – 3 maanden)  585,00 599,00
Arrangement hoog tarief (3 – 6 maanden)  885,00 907,00
Arrangement hoog tarief (6 – 9 maanden) 1.061,00 1.087,00
Arrangement hoog tarief (9 – 12 maanden) 1.182,00 1.211,00
 
Tarieven watertoeristenbelasting in hele euro's
Verblijf/ligplaats Tarief 2026 Tarief 2027
Per persoon en per verblijf 2,05 2,10
Vaartuig oppervlakte tot 15 vierkante meter 100,00 102,00
Vaartuig oppervlakte van 15 – 25 vierkante meter 150,00 153,00
Vaartuig oppervlakte groter dan 25 vierkante meter 200,00 205,00
Weekendschip  500,00 512,00