Inleiding

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Na de verkiezingen in maart 2022 hebben wij in het coalitieakkoord ‘In het hart’ – vanuit de visie die wij delen op onze dorpen en de ontwikkelingen die wij zien – keuzes gemaakt voor de toekomst. Keuzes die daarna ook breed gedragen werden door u als raad. In de afgelopen periode hebben we met elkaar een inhaalslag gemaakt en geïnvesteerd in grote opgaven voor onze gemeente. Onder andere op het gebied van wonen, veiligheid, groenonderhoud, wegen en schoolgebouwen. Thema’s die voor onze inwoners en ondernemers er toe doen, zichtbaar zijn en onze gemeente een aantrekkelijke plek maken om te wonen, werken en verblijven.

Op dit moment, in het voorjaar van 2024, kijken we niet terug, maar verder vooruit. We kijken vooruit met een realistische blik. En deze realistische blik schetst het beeld dat gemeenten in Nederland de komende jaren voor een stevige financiële opgave staan. De kosten stijgen en de inkomsten vanuit het Rijk lopen terug. Dit vraagt van ons heldere keuzes voor de toekomst. Heldere keuzes, zodat De Ronde Venen ook de komende jaren een aantrekkelijke plek is om te wonen, werken en verblijven.

Het is van belang dat ook de komende jaren de gemeente een betrouwbare en slagvaardige lokale overheid is voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Hiervoor is het noodzakelijk om in deze Kadernota een aantal keuzes voor te leggen. Op basis van deze keuzes stellen wij de komende maanden de programmabegroting voor 2025 en volgende jaren op.

Om tot deze heldere keuzes te komen heeft het college samen met de ambtelijke organisatie de financiële uitgangspunten uit het coalitieakkoord ‘In het hart’ stapsgewijs doorlopen. In de inleiding van deze Kadernota maken wij graag inzichtelijk hoe wij tot de voorliggende keuzes zijn gekomen. Keuzes die ertoe leiden dat we ook de komende jaren kunnen blijven bouwen aan een toekomstperspectief voor De Ronde Venen.

De meest recente financiële afspraken met het Rijk leiden niet tot een structurele oplossing
De Voorjaarsnota van het Rijk biedt geen oplossing voor structurele tekorten die zich nu of in de toekomst voordoen. Op basis van de resultaten blijft de inzet van VNG richting de vier partijen die spreken over de vorming van een nieuw Kabinet ongewijzigd. Deze gesprekken hebben nog altijd als doel om een goede balans te vinden tussen taken en middelen.

Op het moment dat de Tweede Kamer instemt met de Voorjaarsnota leidt dit in 2025 tot een (extra) korting van ongeveer 2 miljoen euro voor onze gemeente. Vanaf 2026 dalen de inkomsten van het Rijk minder hard. Dit resulteert in een voordeel van 1,4 miljoen euro als gevolg van het afschaffen van een gedeelte van de eerder voorgestelde opschalingskorting. De definitieve effecten van de Voorjaarsnota presenteren wij, indien deze verwerkt worden in de meicirculaire, bij het opstellen van het raadsvoorstel. Bij ongewijzigd beleid is vanaf 2025 nog altijd sprake van een oplopend begrotingstekort, zoals gepresenteerd in de prognose financieel meerjarenperspectief.

We presenteren een sluitende begroting voor het begrotingsjaar 2025
Zoals in de prognose financieel meerjarenperspectief gepresenteerd, is er in deze Kadernota sprake van een begrotingstekort voor 2025. Bij de behandeling van de programmabegroting in het najaar presenteert het college een sluitende begroting voor 2025. Afhankelijk van de uitkomsten van de meicirculaire, de septembercirculaire en definitieve afspraken met het (nieuwe) Kabinet ontstaat een meer reëel beeld.

Bij het opstellen van de programmabegroting  treedt het college in overleg met de toezichthouder over de begrotingsrichtlijnen. Deze begrotingsrichtlijnen geven ons mogelijk de ruimte om de eenmalige korting van het Rijk op het Gemeentefonds – zoals aangekondigd in de Voorjaarsnota – (deels) incidenteel op te lossen. Op basis van de afspraken met de toezichthouder biedt het college één of meerdere oplossingsrichtingen aan bij het vaststellen van de definitieve programmabegroting door de raad.

Onderstaand worden de verschillende keuzes voor het begrotingsjaar 2025 en de scenario’s voor 2026 en verder beschreven.

We hanteren de financiële uitgangspunten uit het coalitieakkoord ‘In het hart’
Er is een reëel risico dat de begrotingstekorten voor de komende jaren blijvend zijn. Om die reden is het noodzakelijk om kritisch te kijken naar onze uitgaven en onze ambtelijke organisatie. In het coalitieakkoord ‘In het hart’ is hiervoor een stappenplan opgesteld met de volgende stappen:

  1. Mogelijkheden bekijken binnen bestaande budgetten;
  2. Opnieuw prioriteren / oud beleid schrappen voor het nieuw voorgestelde beleid;
  3. Aanpassingen in het voorzieningenniveau;
  4. Vanuit begrotingsoverschot (structureel), vanuit algemene reserve (incidenteel);
  5. Verhogen van de OZB.

De uitkomsten van deze vijf stappen, en de mate waarin we deze stappen wel of niet toepassen, lichten wij onderstaand toe. Hiervoor is het noodzakelijk om aan te geven dat een aantal van onze uitgaven beïnvloedbaar zijn, andere uitgaven zijn dat niet. Om die reden is onderscheid gemaakt tussen autonome ontwikkelingen en beleidsontwikkelingen. Daarnaast kijken we niet alleen naar waar het minder kan. We kijken ook naar uitgaven die, ondanks de financiële situatie, noodzakelijk zijn.

Stap 1.    We kijken naar mogelijkheden binnen bestaande budgetten
Binnen de bestaande budgetten is gekeken naar ombuigingen die volgend jaar direct uitvoerbaar zijn en hiermee direct leiden tot lagere kosten. Deze ombuigingen tellen op tot € 1,2 miljoen en worden verdeeld over de beleidsprogramma's (Wonen, Samenleven en Veiligheid) voor € 500.000 en de bedrijfsvoeringsprogramma's (Bestuur en bedrijfsvoering en Financiën) voor € 700.000 euro. Een aantal van deze bijstellingen leidt ook tot een aanpassing van het voorzieningenniveau en staan ook benoemd in stap 3.

Onderwerp Bedrag Toelichting
‘Klein’ onderhoud Wegen € 200.000 Het onderhoud van wegen is opgedeeld in verschillende categorieën. Door deze maatregel kunnen we minder adequaat reageren op bijvoorbeeld meldingen van (lichte) schade aan verharding, maar ontstaan er geen acute onveilige situaties op onze wegen.
Duurzaamheid € 100.000 We benutten de CDOKE-subsidie gedeeltelijk om de vaste capaciteit te bekostigen. Dit betekent dat we minder budget beschikbaar hebben voor tijdelijke uitbreiding.
Erfgoed en cultuurhistorie € 15.000 Hiermee worden de acties uit het vastgestelde beleidskader Cultuurhistorie & Monumenten getemporiseerd.
Nullijn subsidies € 35.000 Door de nullijn voor subsidies (zonder looncomponent) te hanteren zorgen we ervoor dat de subsidies het komende jaar niet stijgen.
Gehandicaptenparkeerkaart (incl. aanleg voorzieningen) € 50.000 Op dit moment worden bij aanvragers van voorzieningen voor een gehandicaptenparkeerkaart of -plaats geen kosten in rekening gebracht. Voorgesteld wordt om de leges voor 2025 kostendekkend te maken. Dit levert een extra opbrengst op van naar schatting € 50.000. Inwoners met een inkomen tot 120% van het minimumloon kunnen kwijtschelding aanvragen voor de leges van de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart of -parkeerplaats.
Bijzondere bijstand en minimabeleid  € 50.000 De regeling voor bijzondere bijstand en het minimabeleid wordt teruggebracht van 120% van het minimuminkomen naar 110% van het minimuminkomen. Dit is in lijn met de regelingen voor andere minimaregeling.
Schoolbegeleiding € 50.000 Het blijft voor kinderen mogelijk om begeleiding te krijgen bij schooluitval. Ook bij kinderen die op een andere manier vastlopen in het onderwijsproces blijft hulp en ondersteuning mogelijk. In de praktijk betekent dit wel dat er kritisch gekeken wordt welke kinderen deze hulp en ondersteuning ontvangen.
Subtotaal (Programma 1, 2 en 3) € 500.000  
Bedrijfsvoering (incl. capaciteitskosten) € 700.000 We brengen de kosten van de bedrijfsvoering terug met € 700.000. Dit betekent dat we kritisch zijn bij het openstellen van vacatures naar aanleiding van natuurlijk verloop. Daarnaast betekent dit onder andere dat de ondersteuning voor de organisatie bij een aantal taken minder gefaciliteerd wordt, bij ziekte niet altijd sprake is van vervanging door inhuur en andere projecten mogelijk getemporiseerd worden.
Subtotaal (Programma 4 en 5) € 700.000  
Totaal € 1.200.000  

Stap 2.    We kijken opnieuw naar onze prioriteiten
Vanwege de financiële situatie is kritisch gekeken naar de mogelijkheden die er zijn om nieuwe beleidsontwikkelingen te starten. Voor een aantal beleidsontwikkelingen geldt dat het zeer gewenst is als hiermee in het komende jaar gestart kan worden, onder andere vanwege het feit dat deze ontwikkelingen in lijn zijn met eerdere afspraken en toezeggingen of waarmee we eerder ingezette ontwikkelingen continueren. Op deze manier blijven we op koers met een realistisch ambitieniveau. De noodzakelijke beleidsontwikkelingen staan bij de diverse programma’s nader beschreven.

Voor een aantal van deze beleidsontwikkelingen geldt dat deze reeds zijn bijgesteld naar een lager ambitieniveau. Dit geldt onder andere voor de budgetten voor het opstellen van omgevingsplannen, het uitvoeringsplan bestemmingsplan Plassengebied en het beleidsplan Armoede en Schulden. Andere beleidsontwikkelingen zijn komen te vervallen, zoals de uitbreiding van Boa’s, het structureel vervangen van bomen en de Banenafspraak (meer banen voor mensen met een arbeidsbeperking). Hieronder volgt een overzicht van beleidsontwikkelingen die niet zijn opgenomen in deze Kadernota.

Onderwerp Bedrag Toelichting
Uitvoeringsplan bestemmingsplan Plassengebied - € 400.000 Met de keuze blijft voor de komende jaren structureel € 600.000 beschikbaar voor het uitvoeringsplan bestemmingsplan Plassengebied in plaats van het gewenste budget van € 1.000.000.
Opstellen Omgevingsplan - € 100.000 Met deze keuze blijft voor de komende jaren structureel € 150.000 beschikbaar voor het opstellen van het Omgevingsplan. Hiermee vertraagt de uitvoering van het opstellen van een Omgevingsplan. De deadline (2030) wordt naar verwachting met het beschikbare budget gehaald.
Structureel vervanging bomen - € 170.000 Met deze keuze blijft er sprake van vervanging van bomen, maar niet op structurele basis. We vervangen bomen conform het reeds vastgestelde groenbeleid en de bestaande budgetten.
Subtotaal (Programma 1 - Wonen) - € 670.000  
Inkomensondersteuning - € 150.000 Met deze keuze verhogen we de inkomensondersteuning niet van 110% naar 120%. Dit is in lijn met de staande praktijk en ligt ook in lijn met het terugbrengen van de bijzondere bijstand van 120% naar 110%, zoals beschreven in stap 1.
Banenafspraak - € 200.000 Met deze keuze voldoen we blijvend aan onze wettelijke taak, omdat onze inwoners via de oude Wsw werkzaam zijn bij onder andere Kansis, KansisGroen en Kringkoop. Door dit budget niet beschikbaar te stellen, investeren we niet verder in het creëren van arbeidsplaatsen in het gemeentehuis voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Intensive Home Treatment - € 170.000 Met deze keuze is het niet mogelijk om extra te investeren intensieve behandelingen thuis bij inwoners die in een acute psychiatrische crisis terecht is gekomen.
Subtotaal (Programma 2 - Sociaal) - € 520.000  
Uitbreiding Boa - € 70.000 We breiden het handhavingsteam niet verder uit. Dit betekent dat we met de bestaande Boa-capaciteit keuzes maken en prioriteren in de werkzaamheden.
Subtotaal (Programma 3 - Veiligheid) - € 70.000  
Totaal - € 1.260.000  

Stap 3.    We kijken naar aanpassingen in het voorzieningenniveau 
De financiële tekorten voor 2025 zijn minder groot dan de opvolgende jaren. Om die reden kiest het college er op dit moment voor om in 2025 nog geen grote ingrepen te doen in het voorzieningenniveau. Dit komt onder andere vanwege de onzekerheid over de inkomsten van het Rijk aan gemeenten op de lange termijn. Als op dit moment wordt gekozen voor aanpassingen in het voorzieningenniveau is dit niet zonder grote maatschappelijke effecten. Deze keuzes richten schade aan die in de eerstvolgende jaren tijd vragen om te herstellen. Deze stap is nadrukkelijk wel uitgewerkt in de scenario’s voor 2026 en verder. Voor 2026 is het op dit moment onvermijdelijk om deze keuzes wel te maken vanwege het oplopende begrotingstekort vanaf 2025. Voor 2025 geldt dat er beperkte gevolgen zijn voor het voorzieningenniveau als gevolg van de budgetbijstellingen uit stap 1 en het niet indexeren van de subsidies (met uitzondering van de loonkosten). Dit heeft als mogelijk gevolg dat een aantal activiteiten van onder andere Tympaan-De Baat en de bibliotheek geen of beperkt doorgang kunnen vinden.

Stap 4.    We kijken naar mogelijkheden om onze tekorten te dekken uit de algemene reserve (incidenteel)
In deze Kadernota wordt een tekort gepresenteerd van afgerond € 1.200.000. Op het moment dat de meicirculaire, septembercirculaire en de afspraken met het Rijk niet tot voldoende opbrengsten leiden en het tekort hiermee niet wordt teruggebracht, stelt het college voor om het tekort te dekken uit de algemene reserve. Hierover vindt overleg plaats met de provincie Utrecht als toezichthouder. Op het moment dat wij met de toezichthouder geen overeenstemming bereiken over deze oplossing, dan is het onvermijdelijk om bij een ongewijzigd tekort een aantal voorstellen uit de scenario's voor 2026 en verder naar voren te halen. Indien dit noodzakelijk is, worden deze keuzes bij het vaststellen van de programmabegroting 2025 aan de raad voorgelegd.

Stap 5.    We kijken naar het verhogen van onze inkomsten
Ondanks de inspanningen om kritisch te zijn op onze uitgaven is het niet mogelijk om een sluitende begroting te presenteren zonder pijnlijke en verdergaande keuzes te maken. Vanwege de onzekerheid over de inkomsten van het Rijk en de verdergaande keuzes die anders gemaakt moeten worden, stelt het college voor om de eigen inkomsten te verhogen. Op deze manier blijft De Ronde Venen een aantrekkelijke gemeente om te wonen, werken en verblijven. Zonder deze extra eigen inkomsten moeten nu al onomkeerbare besluiten genomen worden, vooruitlopend op de extra inspanningen die we voor komend jaar moeten doen om de uitgaven verder omlaag te brengen.

Een OZB-verhoging is voor het college alleen bespreekbaar als het risico ontstaat dat de begroting niet sluitend gepresenteerd kan worden. Dit risico doet zich op dit moment voor. Ondanks de inspanningen om kritisch te zijn op onze uitgaven is het niet mogelijk om een sluitende begroting te presenteren zonder pijnlijke en verdergaande keuzes te maken. 

In de onderhandelingen door VNG met het Rijk wordt door het Rijk regelmatig benadrukt dat gemeenten onvoldoende hun eigen belastingcapaciteit gebruiken. Om die reden is het Rijk niet op voorhand bereid om gemeenten ruimhartig tegemoet te komen om de teruglopende inkomsten van het Rijk te verzachten. Om de begroting sluitend te kunnen presenteren, wordt voorgesteld om de komende jaren een extra verhoging van de lokale lasten door te voeren. Wij beschrijven hiervoor twee opties. Met deze inhaalslag overbruggen we het verschil tussen de reële inflatie en de doorgevoerde indexatie van de afgelopen jaren. Bij beide opties benutten we niet volledig de belastingcapaciteit en behoren de lokale lasten binnen gemeente De Ronde Venen nog altijd tot één van de laagste lokale lasten binnen de provincie Utrecht. Onderstaand wordt dit grafisch weergegeven. Hierbij dient opgemerkt te worden dat voor de overige gemeenten in onderstaande weergave gerekend wordt met de tarieven van dit jaar. 

Zonder de eigen inkomsten te verhogen, is het onvermijdelijk om nu al onomkeerbare besluiten te nemen. Deze besluiten zijn in dat geval vooruitlopend op de extra inspanningen die we voor komende jaren moeten doen om de uitgaven verder omlaag te brengen. Deze extra inspanningen worden nader beschreven bij de scenario’s voor 2026 en verder.

Optie 1
Bij optie 1 stijgen de lokale lasten met 12% extra ten opzichte van het cijfer uit de meicirculaire. Er is bij deze optie vanaf 2025 sprake van  afgerond € 1.500.000 aan extra inkomsten. Met deze inkomsten verlagen we het begrotingstekort in de Kadernota 2025 tot een niveau met zicht op een sluitende begroting voor 2025. Desondanks is met deze maatregel nog altijd sprake van een begrotingstekort voor 2026 en verder.

Jaren 2025 2026 2027 2028
Percentuele stijging + 12% + 0% + 0% + 0%
Extra opbrengst € 1.500.000 € 1.500.000 € 1.500.000 € 1.500.000

Optie 2
Deze optie biedt voor het komende jaar een grotere uitdaging voor het sluitend presenteren van de begroting. De extra inkomsten voor 2025 zijn bij deze optie afgerond € 925.000. Oplopend tot een bedrag van € 1.950.000 in 2028. Bij optie 2 zijn de opbrengsten in het jaar 2025 lager dan in optie 1. Voor 2028 geldt dat in deze optie dat de lokale lasten in 2028 uiteindelijk hoger zijn voor de inwoners en ondernemers ten opzichte van de eenmalige verhoging van 12% uit optie 1. Beide opties brengen over de jaren 2025 tot en met 2028 een bedrag op van afgerond € 6.000.000.

Jaren 2025 2026 2027 2028
Percentuele stijging + 7,5% + 2,5% + 2,5% + 2,5%
Extra opbrengst € 925.000 € 1.250.000 € 1.600.000 € 1.950.000

Het college stelt voor om te kiezen voor optie 1
Hiermee is het mogelijk om (een deel van) de stijgende kosten op te vangen en het voorzieningenniveau voor onze inwoners en ondernemers op peil te houden. De lokale lasten stijgen het komende jaar, zoals afgesproken, met het indexatiecijfer uit de meicirculaire. Bij optie 1 stijgen de lokale lasten met 12% bovenop het indexatiecijfer uit de meicirculaire. 

Voor beide opties geldt dat de lokale lasten voor inwoners en ondernemers stijgen
Om een beeld te geven wat dit betekent voor de portemonnee van onze inwoner is onderstaand een aantal rekenvoorbeelden toegevoegd. In deze rekenvoorbeelden wordt duidelijk wat de verhoging van de OZB betekent voor huiseigenaren met uiteenlopende WOZ-waarden.

Woningwaarde Huidige situatie Optie 1 - 12% Optie 2 - 7,5%
€ 250.000 € 155,00 € 174,00 (+19) € 167,00 (+12)
€ 400.000 € 249,00 € 279,00 (+30) € 267,00 (+18)
€ 600.000 € 373,00 € 418,00 (+45) € 401,00 (+28)
€ 800.000 € 498,00 € 557,00 (+59) € 535,00 (+37)

De extra opbrengsten voor het begrotingsjaar 2025 in één oogopslag
In onderstaande tabel is weergegeven wat de extra opbrengsten zijn voor het begrotingsjaar 2025 bij een stijging van de lokale belastingen van 12% (optie 1) en 7,5% (optie 2). Deze stijging is, zoals eerder beschreven, bovenop de verhoging van de lokale belastingen met het indexatiecijfer van de meicirculaire. Deze opties gelden niet voor de leges en heffingen. Voor de leges en heffingen geldt dat deze kostendekkend zijn.

Belasting Opbrengst 2024

Optie 1 - 12%

Optie 2 - 7,5%
Onroerendezaakbelasting (woningen) € 6.596.000 € 791.520 € 494.700
Onroerendezaakbelasting (niet-woningen) € 4.507.000 € 540.840 € 338.025
Forensenbelasting € 351.000 € 42.120 € 26.325
Roerende zaakbelasting € 88.000 € 10.560 € 6.600
Parkeerbelasting € 35.000 € 4.200 € 2.625
Landtoeristenbelasting € 598.000 € 70.680 € 44.850
Watertoeristenbelasting € 97.000 € 11.640 € 7.275
Marktgelden € 58.000 € 6.960 € 4.350
Totaal extra opbrengsten 2025 € 12.330.000 € 1.479.600 € 924.750

De begrotingsresultaten 2026 en verder dwingen ons tot het verder terugbrengen van onze uitgaven
Ondanks de structurele maatregelen die worden voorgesteld voor het begrotingsjaar 2025 is voor 2026 en verder sprake van een fors begrotingstekort. Om die reden zijn verschillende scenario’s (A t/m D) uitgewerkt. De doelstelling van alle scenario's blijft om de begrotingen voor de komende jaren sluitend te presenteren.

Er zijn drie onderdelen die van invloed zijn op een sluitende begroting voor de komende jaren, namelijk:

  1. Inkomsten van het Rijk (niet beïnvloedbaar);
  2. Uitgaven (beïnvloedbaar);
  3. Eigen inkomsten (beïnvloedbaar).

De inkomsten van het Rijk zijn van invloed op de scenario's
De middelen die de gemeente van het Rijk ontvangt, zijn niet beïnvloedbaar. Ondanks het feit dat deze inkomsten niet beïnvloedbaar zijn, hebben deze inkomsten veel invloed op de verschillende scenario's. De verwachting is dat het Rijk niet het volledige begrotingstekort oplost met meer financiële middelen. Om die reden wordt uitgegaan van de huidige financiële afspraken met het Rijk. Daarnaast is ook een scenario ontwikkeld dat het Rijk nog eens 1,5 miljoen euro toevoegt aan het Gemeentefonds voor De Ronde Venen. In dat geval dienen de eigen uitgaven minder fors te worden verlaagd.

NB. Er wordt ook rekening gehouden met het feit dat de inkomsten van het Rijk onvoldoende zijn om de kostenstijgingen (autonome ontwikkelingen), waar elke gemeente mee geconfronteerd wordt, te dekken. In dit geval is er sprake van relatief minder inkomsten van het Rijk. Dit zorgt voor extra druk op onze begrotingsresultaten.

Het college legt definitieve keuzes voor bij de Kadernota 2026
Bij de behandeling van de programmabegroting 2024 heeft het college aangegeven scenario’s te presenteren voor de ravijnjaren. De scenario's voor 2026 en verder zijn uitgewerkt in ‘Bijlage 1. Scenario’s 2026 en verder’. In deze bijlage wordt een eerste indicatie gegeven van de noodzakelijke keuzes die komend jaar moeten worden gemaakt om te komen tot een sluitende begroting voor 2026 en verder op basis van de informatie over de inkomsten van het Rijk die voor dit moment beschikbaar is en verwerkt is in de prognose financieel meerjarenperspectief.

De scenario’s voor 2026 zijn onderstaand getalsmatig nader toegelicht en zijn oplopend voor wat betreft het terugbrengen van de eigen uitgaven.

Scenario Begrotingsresultaat 2026-2028 Inkomsten Rijk Eigen uitgaven Eigen inkomsten
A + € 1.500.000 - € 1.500.000 - € 2.500.000 + € 1.500.000
B 0 0 - € 4.000.000 0
C 0 0 - € 5.500.000 0
D + € 1.500.000 - € 1.500.000 - € 4.000.000 + € 1.500.000

NB. In alle scenario’s is rekening gehouden met het terugbrengen van de eigen uitgaven met € 1.200.000, zoals verwerkt in de prognose financieel meerjarenperspectief (J).