Paragrafen

Lokale heffingen

Samenvatting

Het heffen van lokale belastingen en heffingen stelt de gemeente in staat om maatschappelijke voorzieningen op een evenwichtige wijze in stand te houden. Daarnaast stellen belastingen en heffingen de gemeente in staat maatschappelijke kosten door te belasten aan specifieke veroorzakers, zoals bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In het verlengde hiervan stelt het heffen van lokale belastingen en heffingen de gemeente in staat een sluitend meerjarenperspectief te bereiken. Aanpassing van de belastingtarieven zorgt ervoor dat de koopkracht van de gemeentelijke middelen gehandhaafd blijft.

 

Onze lokale heffingen behoren tot één van de laagste in de provincie Utrecht. Ondanks dat de financiële positie van alle gemeente onder druk staan stijgen de woonlasten in 2022 niet harder dan de inflatie van 1,6%. Vanaf 2022 heffen we geen precariobelasting aan nutsbedrijven en vervalt de teruggave aan onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. Deze kosten worden door de nutsbedrijven niet meer in rekening gebracht.

 

Naast de reguliere autonome ontwikkelingen op de lokale heffingen is in verband met de begrotingsopgave 2022 - 2025 de gewenste OZB opbrengst niet woningen met € 2.000.000 structureel verhoogd. Deze verhoging is aan de hand van het aangenomen amendement "beperking verhoging OZB bedrijven i.v.m. Corona" gereduceerd van € 2.000.000 verhoging naar € 1.700.000 voor begrotingsjaar 2022.

 

De belastingtaken zijn uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland (GBA). Het gaat om taken op het gebied van de uitvoering van de Wet WOZ, de heffing en invordering van de belastingen onroerende zaakbelastingen, roerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting, forensenbelasting, toeristenbelasting en de Bedrijven Investeringszone Zone belasting.

Meerjarig overzicht van de opbrengsten van lokale heffingen (bedragen x € 1.000)

Nr. Naam van de heffing 2020 2021 2022 2023 2024 2025
1 Onroerendezaakbelasting voor woningen 5.760 5.940 6.050 6.050 6.050 6.050
2 Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen 2.049 3.150 3.900 4.200 4.200 4.200
3 Rioolheffing 4.938 4.990 5.146 5.146 5.146 5.146
4 Afvalstoffenheffing 4.648 5.792 5.918 5.918 5.918 5.918
5 Precariobelasting 2.261 2.253 0 0 0 0
6 Leges wonen en bouwen 2.512 2.125 1.966 2.359 1.662 1.456
7 Leges burgerzaken 470 445 384 346 716 793
8 Begraafplaatsrechten 354 337 367 367 367 367
9 Forensenbelasting 249 322 327 327 327 327
10 Landtoeristenbelasting 159 298 378 378 378 378
11 Watertoeristenbelasting 52 55 70 70 70 70
12 Hondenbelasting 164 174 180 180 180 180
13 Overige leges 161 143 165 165 165 165
14 Roerende zaakbelasting 75 82 83 83 83 83
15 Bedrijveninvesteringszones (BIZ)  112 110 110 110 110 110
16 Marktgelden 8 55 55 55 55 55
17 Parkeerheffingen 35 6 6 6 6 35

Onroerende zaakbelasting voor woningen en niet-woningen

De Onroerende zaakbelasting (OZB) is een algemene heffing, die wordt bepaald aan de hand van de in de begroting vastgestelde opbrengst en de WOZ-waarden van de objecten in de gemeente. In de begroting stellen we de opbrengst vast. Daarbij wordt de opbrengst van 2021 vermenigvuldigd met een indexatie en vindt er een correctie plaats naar aanleiding van de stijging van het aantal objecten (peildatum is 1 januari 2021 voor de begroting 2022). Het tarief wordt vervolgens bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de totale WOZ-waarde. Dit betekent bij een stijging van de WOZ-waarde een lager tarief en bij daling van de WOZ-waarde een hoger tarief wordt vastgesteld. Indien de opbrengst achteraf hoger blijkt te zijn dan waar mee gerekend was, dan levert dit eenmalig een voordeel op, maar het jaar er na vindt een neerwaartse bijstelling van het tarief plaats.

Om inzicht te geven in de berekening van de OZB inkomsten en de daaraan gekoppelde tariefstelling is in onderstaande tabel de berekening opgenomen. Het heffingstarief is afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ waarde. Deze WOZ wordt continue geactualiseerd. Eind 2021 wordt een tariefvoorstel gedaan waarbij de meest actuele WOZ wordt betrokken.

 

Toelichting

OZB voor woningen

OZB voor niet-woningen

Eigenaar Gebruiker Samen
Berekening opbrengst:        

Basis meerjarenbegroting 2021

5.940.000 1.990.000 1.160.000 3.150.000

Areaaluitbreiding

18.000 0 0 0

Indexering 1,6%

95.000 32.000 19.000 51.000

Amendement: 'Beperking verhoging OZB bedrijven i.v.m. corona' [1]

0 350.000 350.000 700.000

Afronding

-3.000 -2.000 1.000 -1.000
Gewenste opbrengst voor 2022 6.050.000 2.370.000 1.530.000 3.900.000
Indicatie WOZ-waarden per 1/1/2021 [2] 8.538.500.000 937.500.000 780.750.000 -
Voorlopig tarief 2022 0,0709% 0,2528% 0,1960% 0,4488%
   
[1]  In de begrote belastingopbrengsten OZB niet-woningen is in verband met de begrotingsopgave 2021 - 2024 de gewenste opbrengst verhoogd met 2.000.000 euro per jaar. Door het aangenomen amendement "Beperking verhoging OZB bedrijven i.v.m. corona" is deze verhoging voor de begrotingsjaren 2021 en 2022 naar beneden bijgesteld. Voor begrotingsjaar 2021 betreft de verhoging nu afgerond 1.000.000 euro en voor begrotingsjaar 2022 1.700.000 euro.
[2]  Bij de WOZ-waarden voor gebruikers van niet-woningen is rekening gehouden met leegstand en de correctie voor woondelen conform amendement De Pater van 2006.

 

Onroerende zaakbelastingen en de relatie met de algemene uitkering

Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenpost voor iedere gemeente. Voor De Ronde Venen gaat het om € 56 miljoen. De hoogte van dit bedrag bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZB inkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc.

 

Het genormeerde OZB inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ waarden in de gemeente. In onderstaand overzicht is de aftrekpost opgenomen voor onze gemeente voor 2022.

 

Onderdeel Woz-waarden Landelijke factor Landelijk tarief Aftrekpost

Woningen | eigenaren

8.538.500.000 0,8% -0,0838 -5.724.000

Niet-woningen | eigenaren

937.500.000 0,7% -0,1631 -1.070.000

Niet-woningen | gebruikers [1]

867.500.000 0,7% -0,1315 -799.000
Totaal       -7.593.000

 

De bovenstaande drie tarieven zijn voor alle gemeenten gelijk. Verschillen tussen gemeenten in de OZB-aftrekpost worden daardoor alleen bepaald door verschillen in de waarde van onroerende zaken. De tarieven die de gemeenten werkelijk in rekening brengen bij de gebruikers en eigenaren van onroerende zaken spelen hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat wanneer een gemeente de OZB-tarieven verhoogt of verlaagt dat geen gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft. Alleen als de waarde verandert, door hertaxatie of door nieuwbouw of sloop, verandert de algemene uitkering.

 

[1] Correctie bij niet-woningen voor woondelen conform amendement De Pater van 2006

Onroerende zaakbelastingen in vergelijking met omliggende gemeenten

In onderstaande grafieken zijn de tarieven 2021 van Onroerende zaakbelastingen vergeleken met omliggende gemeenten. Hierbij is gebruik gemaakt van  de 'Atlas van de lokale lasten 2021'.  Deze atlas is samengesteld door een onafhankelijk onderzoeksinstituut die verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voorjaar van 2022 wordt de Atlas van de lokale lasten 2022 uitgebracht. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.

 

Woningen

 

Niet-woningen

Zowel de eigenaar als de gebruiker van een niet-woning betaalt onroerende zaakbelasting. De afzonderlijke tarieven voor de eigenaar en voor de gebruiker zijn niet erg interessant voor de lastenontwikkeling. Die zeggen namelijk niets over de vraag welk deel de eigenaar of de gebruiker uiteindelijk betaalt. Immers, belasting wordt als het even kan afgewenteld. Zo zal de verhuurder van een bedrijfspand de ozb die hij moet betalen zoveel mogelijk doorberekenen in de huur. Daarom zijn de tarieven voor niet-woningen gebundeld weergegeven. 

 

 

 

Rioolheffing

Uitgangspunten:

  • De rioolheffing is 100% kostendekkend.
  • De rioolheffing wordt geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen.
  • De verordening op de heffing en invordering rioolheffing is zo opgebouwd dat alle eigenaren van panden met een WOZ-waarde hoger dan € 30.000 rioolheffing moeten betalen om de gemeentelijke watertaken te kunnen bekostigen. Deze watertaken zijn het inzamelen van afvalwater, verwerken van hemelwater en het treffen van maatregelen om structureel grondwateroverlast te voorkomen. Dus het gaat niet alleen om het object maar over de waterhuishouding binnen de gehele gemeente.
  • Bij een waterverbruik boven de 300 kuub ontvangt de gebruiker een aanslag voor het meerverbruik

 

Specificatie rioolheffing (bedragen maal € 1.000)
  2021 2022 2023 2024 2025
Opbrengsten:          
  • Rioolheffing
4.990 5.146 5.146 5.146 5.146
Totaal opbrengsten 4.990 5.146 5.146 5.146 5.146
Kosten:          
  • Directe kosten
3.386 3.418 3.347 3.273 3.248
  • Verrekening met voorziening rioolheffing
221 439 543 625 649
  • Toegerekende kosten overhead, BTW e.d.
1.383 1.289 1.256 1.248 1.249
Totaal kosten 4.990 5.146 5.146 5.146 5.146
Dekkingspercentage 100% 100% 100% 100% 100%
           
Tarieven 2021 2022 2023 2024 2025
  • Vast bedrag per perceel
216,60 220,20 220,20 220,20 220,20
  • Variabel bedrag voor het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd voor zo ver dat meer bedraagt dan driehonderd (300) kuub
0,85 0,85 0,85 0,85 0,85

 

Afvalstoffenheffing

Uitgangspunten:

  • De afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend.
  • Het uitvoeren van het Grondstoffenbeleidsplan wordt in 2022 voortgezet. Keuzes voor tariefdifferentiatie worden in 2022 gemaakt.
  • De inzameling van huishoudelijk afval is ten opzichte van 2021 ongewijzigd. De kosten zijn geactualiseerd en het tarief voor de afvalstoffenheffing is geïndexeerd met 1,6%.
  • De afvalstoffenheffing wordt geheven van gebruikers van eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens en recreanten.

 

Specificatie afvalstoffenheffing (bedragen maal € 1.000)
  2021 2022 2023 2024 2025
Opbrengsten:          
  • Afvalstoffenheffing
5.792 5.918 5.918 5.918 5.918
  • Overige opbrengsten
354 444 444 444 444
Totaal opbrengsten 6.146 6.362 6.362 6.362 6.362
Kosten:          
  • Directe kosten
4.551 4.789 4.353 4.509 4.521
  • Verrekening met voorziening afvalstoffenheffing
77 82 537 381 366
  • Toegerekende kosten overhead, BTW e.d.
1.518 1.491 1.472 1.472 1.475
Totaal kosten 6.146 6.362 6.362 6.362 6.362
Dekkingspercentage 100% 100% 100% 100% 100%
           
Tarieven 2021 2022 2023 2024 2025
  • Eenpersoonshuishouden
256,20 260,40 260,40 260,40 260,40
  • Meerpersoonshuishouden
332,40 337,80 337,80

337,80

337,80
  • Recreatiewoningen
256,20 260,40 260,40 260,40 260,40
  • Extra container 140 liter (grijs)
150,00 152,40 152,40 152,40 152,40
  • Extra container 240 liter (grijs)
195,60 198,00 198,00 198,00 198,00

Precariobelasting

Gemeenten die op 10 februari 2017 in hun belastingverordening een tarief hadden voor nutsnetwerken, mogen uiterlijk tot 1 januari 2022 nog precariobelasting op nutsnetwerken blijven heffen. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal het tarief in rekening brengen dat op 10 februari 2016 gold. Vanaf 2022 wordt er dus geen precariobelasting meer geheven. 

Overige heffingen en tarieven

De overige heffingen en tarieven zijn verhoogd met 1,6 % tenzij er sprake is van vastgestelde rijkstarieven.

 

Ondernemers binnen een Bedrijven Investeringszone (BI-zone) moeten belasting betalen in de vorm van een BIZ-bijdrage. De gemeente geeft dit geld via een subsidie aan de stichting Koopcentrum Mijdrecht.

Forensenbelasting

Onder de naam "forensenbelasting" wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De WOZ-waarde dient als grondslag voor de heffing.  

Landtoeristenbelasting

Onder de naam 'landtoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. De landtoeristenbelasting wordt geheven als algemeen dekkingsmiddel en als een bijdrage in de lasten van gemeentelijke voorzieningen. De wettelijke basis is de gemeentewet en de Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting. Op grond van de verordening is per persoon en per overnachting een bedrag verschuldigd.

Het tarief voor landtoeristenbelasting is per 1 januari 2022  verhoogd  met 1,6 % naar € 1,52.  Bij deze tariefbepaling is er rekening mee gehouden dat het amendement "Aanpassen toeristenbelasting" alleen voor 2021 geldig was.

De uitvoering van deze belastingtaak is uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland.

Watertoeristenbelasting

Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Ook watertoeristenbelasting wordt geheven als algemeen dekkingsmiddel en als een bijdrage in de lasten van gemeentelijke voorzieningen. De wettelijke basis is de gemeentewet en de Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting. Op grond van de verordening is per gemiddeld aantal personen en per gemiddeld aantal dagen dat verblijf op het water wordt gehouden een bedrag verschuldigd.

Het tarief voor watertoeristenbelasting is per 1 januari 2022 structureel verhoogd met 1,6 % naar € 1,52. Er is rekening mee gehouden dat het amendement "Aanpassen toeristenbelasting" alleen voor 2021 geldig was. 

De uitvoering van deze belastingtaak is uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland.

Hondenbelasting

Onder de naam hondenbelasting wordt door de gemeente De Ronde Venen een belasting geheven ter zake van het houden van honden. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Het belastingtarief 2021 is met 1,6% verhoogd om het belastingtarief 2022 te bepalen. Het belastingtarief 2022 bedraagt  € 65 euro per hond. Daarnaast is er een afwijkend tarief van € 296 voor honden gehouden in een kennel die is geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland.

De hondenbelasting is een belasting die, net als de OZB, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. Dat neemt niet weg dat deze inkomsten voor honden voornamelijk worden gebruikt voor de hieraan gerelateerde kosten.

De wettelijke basis is de gemeentewet en de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting. De uitvoering van deze belastingtaak is uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland.

Ontwikkeling woonlasten voor inwoners

In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten opgenomen van een meerpersoonshuishouden. De OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing vormen samen de gemeentelijke woonlasten voor huishoudens. Ter vergelijk zijn de woonlasten over het jaar 2021 weergegeven. Voor de jaren 2019 - 2021 bedroeg de teruggave als compensatie voor precariobelasting 40 euro per jaar. Vanaf 2022 vervalt deze teruggave in verband met de wettelijke afschaffing van de precariobelasting.

 

Nr. Omschrijving 2021 2022
1 OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde (2021: € 400.000  en 2022: € 438.000)   306 311
2 Rioolheffing 217 220
3 Afvalstoffenheffing 332 338
4 Teruggaaf precario -40 0
5 Totale woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde 815 869
       
  Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO) 898 Nog niet bekend
  Landelijk gemiddelde (Bron: COELO) 811 Nog niet bekend

 

De benchmark betreft een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten (ozb, riool- en afvalstoffenheffing) binnen de provincie Utrecht. Ook de landelijke en provinciale gemiddelden worden vergeleken. Middels deze (grafische) vergelijking worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker gemaakt. 

 

 

 

 

Ontwikkeling belastingdruk voor ondernemers

Bij het vatststellen van de programmabegroting 2021 is het amendement “Ondernemers in beeld” aangenomen. Op basis van dit amendement worden de lasten voor de ondernemer in De Ronde Venen (zoveel mogelijk) in beeld gebracht.

De lokale heffingen voor ondernemers bestaan uit:

  • OZB niet-woningen,
  • rioolheffing
  • afvalstoffenheffing
  • marktgelden
  • Bedrijven investeringszone (BIZ)-bijdrage.

 

De BIZ-bijdrage is geen inkomsten voor de gemeente maar wordt door de gemeente geheven en als subsidie overgedragen aan de Stichting Koopcentrum Mijdrecht. Er zijn ook lokale heffingen die niet ten laste komen van de ondernemers maar wel via de ondernemer worden geheven, dat zijn land- en watertoeristenbelasting.

 

Ondernemers worden ingedeeld naar:

  • winkel
  • kantoor
  • hotel
  • agrarisch bedrijf
  • groothandel
  • productiebedrijf.

Door de variatie in ondernemers ontstaan verschillen in de gemiddelde WOZ-waarden, waterverbruik en afval. Hierdoor is er geen benchmark beschikbaar op gemeentelijk niveau. Van de lokale lasten is de onroerende zaakbelasting de belangrijkste voor ondernemers. Uit de vergelijking met omliggende gemeenten blijkt dat we een laag tarief hanteren. 

Kwijtscheldingsbeleid

Niet iedere inwoner van De Ronde Venen is in staat om de gemeentelijke belastingen en heffingen te betalen. Onder bepaalde voorwaarden kan kwijtschelding worden verleend voor:

  1. Onroerende zaakbelastingen;
  2. Belasting op roerende ruimten;
  3. Afvalstoffenheffing;
  4. Rioolheffing;
  5. Hondenbelasting (kwijtschelding is beperkt tot één hond).

 

Voor kwijtschelding van lokale heffingen is structureel € 105.000 opgenomen in domein 1 | Sociaal domein.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Samenvatting

Voor de jaren 2022 - 2025 is er sprake van een structureel sluitende begroting. 

 

Als gemeente brengen we zoveel mogelijk relevante risico’s die we lopen in beeld, zodat we adequate maatregelen kunnen treffen. We streven ernaar dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarvoor stimuleren we het risicobewustzijn van medewerkers en het tijdig treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van risico’s. Als toch een financieel risico zich voortdoet dan kunnen we het weerstandsvermogen inzetten. De geactualiseerde verhouding tussen risico's en de mogelijkheid om deze te kunnen opvangen vanuit het weerstandsvermogen is "uitstekend" voor 2022 - 2025.

 

Er zijn drie kanttekeningen bij de bovenstaande beoordeling:

  1. Door nog uit te voeren investeringen in wegen, sportvelden, kindcentrum Hofland en beschoeiingen van de legakkers nemen de kosten van afschrijvingen toe met € 1,1 miljoen van  € 4,1 miljoen in 2020 naar € 5,2 miljoen in 2025. Dit zorgt ervoor dat de gemeentelijke kosten steeds meer een langdurig karakter hebben. Hierdoor neemt de wendbaarheid in de begroting af.
  2. Door onze ambities in de openbare ruimte is er sprake van een oplopende omvang van de boekwaarden van investeringen met een maatschappelijk nut. Hierdoor overschrijden we vanaf 2022 onze eigen norm.
  3. Om de investeringsactiviteiten uit te voeren gaan we geldleningen aantrekken om de activiteiten te financieren. Hierdoor neemt de schuldenpositie toe en dat is zichtbaar in het financieel kengetal 'netto schuldquote'.
  4. Door de geplande afname van de algemene reserve naar de ondergrens van € 10 miljoen zijn er minder mogelijkheden om incidentele kosten op te vangen. We zullen we in samenwerking met de auditcommissie een voorstel voorbereiden over de wijze waarop we omgaan met incidentele kosten.

Beleidskader voor weerstandsvermogen en risicobeheersing

We willen bereiken dat er sprake is van een gezonde financiële positie om voldoende slagkracht te hebben voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Dat vergt niet alleen een structureel sluitende begroting en jaarrekening, maar daarnaast voldoende weerstandscapaciteit in relatie tot de risico's. Informatie over de financiële positie, het weerstandsvermogen en de risico's zijn beschreven in deze paragraaf.

Financiële kengetallen

Landelijk is bepaald dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing vijf kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument, maar zijn juist bedoeld om de gemeentelijke financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken en de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. 

 

Nr.

Kengetal

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1

Netto schuldquote

45%

65%

91%

93%

97%

93%

2

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

43%

63%

88%

91%

95%

91%

3

Solvabiliteitsratio

26%

23%

18%

16%

14%

15%

4

Structurele exploitatieruimte

-1,8%

-0,9%

0,0%

0,2%

0,1%

0,4%

5

Grondexploitatie

-2%

-1%

0%

0%

0%

0%

6

Belastingcapaciteit

97%

101%

107%

107%

107%

107%

7

Afschrijvingen x € 1.000

4.128

4.180

4.342

4.655

5.248

5.236

8

Afschrijvingen uitgedrukt in een percentage t.o.v. de lasten

3,3%

4,0%

4,5%

4,8%

5,5%

5,5%

 

Toelichting:

  1. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De schuldpositie neemt toe om de geplande investeringen te kunnen financieren.
  2. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, zoals het startersfonds SVn, vertoont hetzelfde beeld.
  3. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente.
  4. Voor de structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger het percentage, hoe beter. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten geeft meer slagkracht om maatschappelijke vraagstukken op te lossen.
  5. Voor de structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger het percentage, hoe beter. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten geeft meer slagkracht om maatschappelijke vraagstukken op te lossen.
  6. De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het landelijk gemiddelde in 2021 is € 811 aan gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Onze woonlasten voor 2022 zijn 7% boven het landelijke gemiddelde van 2021. In het voorjaar van 2022 wordt de Atlas van de lokale lasten uitgebracht door de COELO waarin het landelijk gemiddelde van 2022 is opgenomen. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.
  7. In overleg met de auditcommissie is het kengetal 'afschrijvingen' voor de eerste keer toegevoegd in deze begroting.
  8. Een procentuele toename van de afschrijvingen ten opzichte van de totale lasten geeft aan een vermindering van de wendbaarheid in de begroting.

Ontwikkeling investeringsplafond met een maatschappelijk nut

Bij het behandelen van de Kadernota 2018 is een amendement aangenomen om te komen tot een investeringsplafond voor investeringen met een maatschappelijk nut. Door aanpassing van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zorgen deze investeringen namelijk voor nieuwe kosten van afschrijvingen en rente in het meerjarenperspectief. Bij investeringen met een maatschappelijk nut gaat het om investeringen in de openbare ruimte: (water)wegen, straten, pleinen, viaducten, geluidswallen, parken en openbare verlichting.

 

Door onszelf een norm op te leggen die gebaseerd is op het investeringsvolume in relatie tot de onbenutte belastingcapaciteit ontstaat automatisch een waarschuwingsmechanisme. Dit mechanisme houdt in dat naarmate er minder onbenutte belastingcapaciteit is – en dus minder mogelijkheden om meer inkomsten te genereren – er minder risico’s genomen kan worden op het gebied van investeringen.

 

Als maatstaf voor het investeringsvolume werkt daarbij het beste om uit te gaan van de totale boekwaarde van investeringen met een maatschappelijk nut. Immers, de boekwaarde en daarmee het risico voor de gemeente loopt ieder jaar per investering af. Zo ontstaat er bij een continu onderhoudscyclus steeds ruimte voor vervangingsinvesteringen. Aangezien we vanaf 2017 zijn begonnen met het activeren van investeringen met een maatschappelijk nut is er nog geen sprake van een continu niveau.

 

Het is niet aannemelijk dat de raad besluit om in enig jaar de volledige onbenutte belastingcapaciteit in te zetten. Daarom is deze belastingcapaciteit op 50% gesteld maal de factor 7. We zijn de eerste gemeente die een investeringsplafond koppelen aan de onbenutte belastingcapaciteit.

 

In 2021 is het investeringsplafond besproken in de auditcommissie en daarin is aangegeven om de komende jaren de huidige werkwijze voort te zetten. Wel met de aanvulling om het totaal van afschrijvingen op te nemen bij de financiële kengetallen.

Door onze ambities in de openbare ruimte is er sprake van een oplopende omvang van de boekwaarden van investeringen met een maatschappelijk nut. Hierdoor overschrijden we vanaf 2022 onze eigen norm. 

Relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen

In december 2017 heeft de raad het Treasurystatuut 2018 - 2021 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat in zowel de begroting als in de verantwoording inzicht wordt verstrekt tussen de relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen. Vanaf 2022 eindigen de bouwgronden in exploitatie en dan komt de omvang van aflossingen en afschrijvingen meer naar elkaar toe.

 

 

 

Ratio weerstandsvermogen

    2022 2023 2024 2025
1 Beschikbare weerstandscapaciteit 24.015.000 22.325.000 21.292.000 21.696.000
2 Risico's 9.013.000 9.013.000 9.013.000 9.013.000
3 Ratio weerstandsvermogen 2,7 2,5 2,4 2,4

 

Een ratio hoger dan 2 wordt bestempeld als uitstekend.

Beschikbare weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsvermogen

De weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel van middelen en mogelijkheden om niet begrote, onvoorziene en (mogelijk) materiële kosten te dekken. De weerstandscapaciteit kan structureel en incidenteel van aard zijn. Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het vermogen van de gemeente om eenmalige risico’s te dekken, zonder dat dit invloed heeft op het bestaande beleid. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die permanent kunnen worden ingezet om risico’s af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van het beleid.

 

 

Top tien van de risico's

In het onderstaande overzicht is de top tien van de totale risico-inventarisatie opgenomen. Daarnaast zijn onder nummer 11 de overige risico's (totaal 32) samengevoegd.

Samenvatting kwantificering – bedragen x € 1.000
  Onderwerp Gemiddeld Beheersmaatregelen
1 Algemene uitkering  2.000 Ontwikkelingen vanuit het Rijk worden nauwlettend gevolgd.
2 Covid-19 500 Monitoren van inkomsten & uitgaven, ontwikkelingen volgen vanuit het Rijk.
3 Gevolgen uitspraak Programma Aanpak Stikstof (PAS) 500 Samen met diverse belanghebbenden wordt een praktische werkwijze vormgegeven zodat vergunningverlening voor de meeste bouwplannen kan worden gecontinueerd. Voor de grotere projecten wordt per project bekeken en gerekend aan de stikstofdepositie.
4 Revitalisering en huurkwestie woonwagens 500 Aan de hand van een extern onderzoek de behoeftestelling voor de 2e en 3e generatie vaststellen
5 Openeinderegelingen sociaal domein - Jeugdwet 450 Gebruik sociale basis versterken en meer regie voeren op inzet jeugdhulp
6 Financiering 300
  • Spreiding van leningenportefeuille.
  • Periodiek overleg met de bank.
7 Openeinderegelingen sociaal domein - Wet WMO 200 Per 2021 wordt het normenkader van bureau HHM gehanteerd. 
8 Openeinderegelingen sociaal domein - Participatiewet/Werk en inkomen  200 Inzet op snelle uitstroom van het bijstandsbestand.
9 Kwetsbaarheid personeel (door ziekte/kennis) 175 Focus op voorkomen van ziekteverzuim; indien verzuim optreedt vroegtijdig aandacht om zieke werknemer weer aan het werk te houden/ te krijgen.
10 Cybercrime 175
  • Voorzien van veilige verbindingen en toegang.
  • Vergroten risicobewustzijn bij medewerkers.
  • Aansluiten bij informatiebeveiligingsdienst van de VNG.
11 Overige risico's 4.013 Dit betreft de kwantificering van de overige 32 risico's.
  Totaal 9.013  

Beschikbare weerstandscapaciteit

 De middelen waarover de gemeente De Ronde Venen kan beschikken per 31 december 2022 - 2025 om niet begrote kosten te dekken zijn weergegeven in onderstaande tabel.

 

Berekening beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2022 -2025 (bedragen in euro’s)
    2022 2023 2024 2025
1 Post onvoorzien  113.000 114.000 116.000 117.000
2 Begrotingsresultaat 2022 - 2025 11.000 181.000 50.000 403.000
3 Algemene reserve 12.474.000 10.613.000 9.709.000 9.759.000
4 Onbenutte belastingcapaciteit 7.500.000 7.500.000 7.500.000 7.500.000
5 Stille reserves 3.917.000 3.917.000 3.917.000 3.917.000
  Totaal 24.015.000 22.325.000 21.292.000 21.696.000

 

Toelichting:

  1. In overeenstemming met het begrotingstoezicht van de provincie Utrecht is budget opgenomen voor het opvangen van onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare kosten voor de jaren 2022 - 2025.
  2. De begrotingsresultaten van de jaren 2022 - 2025 maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit.
  3. De algemene reserve is het niet-bestemde deel van het eigen vermogen van de gemeente. Dat betekent niet dat dit vermogen geen functie heeft. De algemene reserve speelt een belangrijke rol in de weerstandscapaciteit van de gemeente.
  4. De gemeente kan structureel (extra) middelen genereren door belastingen te verhogen en heffingen meer kostendekkend te maken (voor zover daar nog mogelijkheden voor bestaan). Het structureel genereren van extra middelen kan worden ingezet om de weerstandscapaciteit te versterken. De belastingruimte is hoofdzakelijk te vinden bij de onroerende zaakbelasting, omdat kostendekkende tarieven het uitgangspunt is bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing.

    De onbenutte belastingcapaciteit van € 7.500.000 is afgeleid uit de norm die het Ministerie van Binnenlandse Zaken hanteert voor het aanvragen van financiële steun ex artikel 12. In de berekening is uitgegaan van de meest recente gegevens over 2021. Hierdoor komen onze belastingmaatregelen voor 2022 op de onbenutte belastingcapaciteit tot uitdrukking in de begroting 2023.

  5. De stille reserves worden gevormd door de voorraden grond waarvan de taxatiewaarde hoger ligt dan de boekwaarde. Deze reserves zijn van betekenis in relatie tot het balanstotaal, dan wel de financiële positie. De omvang van de stille reserves bedraagt per 1 januari 2021 € 3.917.000 euro. Zie hiervoor de paragraaf Grondbeleid. Naast de voorraden grond bezit de gemeente aandelen van de BNG en Vitens. Deze kunnen op termijn verkocht worden. Doordat de aandelen van deze partijen in het bezit zijn van het Rijk, provincies en gemeenten is hiervoor geen ‘markt’. Hierdoor wordt volstaan met een melding in deze paragraaf.

 

Kapitaalgoederen

Samenvatting

Voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, groen en gebouwen zijn eerder beleidskaders c.q. beheerplannen vastgesteld. In 2021 wordt het beheerplan gebouwen geactualiseerd.  De actualisatie van het gemeentelijk rioleringsplan wordt in 2022 opgepakt.

Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte legt beslag op een substantieel deel van de financiële middelen in de gemeentebegroting. Daarom is het belangrijk dat meerjarig de kaders voor het beheer zijn vastgesteld en de financiële gevolgen inzichtelijk zijn en vertaald in de programmabegroting.

Actuele beleids- en beheerplannen is een belangrijke stap  naar het inzichtelijk hebben van toekomstige investeringen  en structureel beschikbare onderhoudsbudgetten om de kapitaalgoederen in stand te houden.

Wegen | Beleid

  • Het wegenbeheerplan 2018 - 2022 is opgesteld op basis van assetmanagement en is de leidraad voor het wegenbeheer in deze periode.
  • Jaarlijks wordt er een risicoanalyse opgesteld om de (nieuwe) prioritering voor het wegenonderhoud op te stellen.
  • Onder het onderdeel wegen vallen ook de civieltechnische kunstwerken. Hiervoor heeft de raad in november 2019 een beheerplan 2020 - 2024 vastgesteld op basis van assetmanagement.
  • Het beleidsplan openbare verlichting 2020 - 2024 is in december 2019 door de raad vastgesteld.

Wegen | Uitvoering

Voor wegen staan in 2022 de volgende projecten gepland voor uitvoering:

  • Reconstructie Ringdijk 2e Bedijking -> doorgeschoven vanuit 2021;
  • Reconstructie Bovendijk;
  • Voorbereiding reconstructie Baambrugse Zuwe.

 

Voor kunstwerken staan in 2022 de volgende projecten gepland:

  • Heulbrug (beweegbare brug), Stokkelaarsbrug (beweegbare brug), Geuzenbrug (beweegbare brug);
  • Diverse betonnen en houten vaste bruggen

 

Voor verlichting gaan we in 2022 circa 250 masten en circa 1.100 armaturen vervangen.

Wegen | Financiën

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 2  "Verkeer, vervoer en waterstaat" zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud wegen, kunstwerken en openbare verlichting opgenomen.

De investering Baambrugse Zuwe van 5,0 mln. euro doet vanaf 2025 de lasten toenemen met 100.000 euro aan jaarlijkse afschrijvingen.

Riolering | Beleid

Een goede riolering draagt bij aan de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met het gemeentelijk rioleringsplan (geactualiseerd en vastgesteld bij raadsbesluit van 30 november 2017) geeft de gemeente aan hoe zij op een doelmatige manier omgaat met de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.

Riolering | Uitvoering

Het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel omvat onder meer het reinigen, ontstoppen en repareren van riolen, dagelijks beheer van rioolgemalen en het vegen van straten. In 2022 worden de acties uit het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) opgepakt. Deze acties zijn  het actualiseren van het GRP en het vervangen / renoveren van  de riolering n.a.v. inspectie 2020.

Riolering | Financiën

In het budgetoverzicht van programma 7 "milieu en duurzaamheid" zijn de jaarlijkse kosten en opbrengsten van riolering opgenomen. Zoals blijkt uit de paragraaf Lokale heffingen zijn de tarieven van rioolheffing kostendekkend.

Water | Beleid

Water is van grote betekenis voor maatschappij, mens en milieu. Om "droge voeten" te houden is het van belang dat de gemeente haar watergangen goed beheert. Dit betekent dat de watergangen tijdig gebaggerd en geschoond moet worden. Daarnaast moet de gemeente de oevers in stand houden. Het waterschap stelt door middel van haar Keur eisen aan de watergangen. De gemeente heeft ontvangstplicht voor de vrijgekomen bagger en maaisel. Het huidige beleid beperkt zich op calamiteitenonderhoud van beschoeiingen en baggeren.

Water | Uitvoering

Voor de beschoeiingen worden alleen de calamiteiten uitgevoerd. De watergangen worden geschoond van vegetatie. Daarnaast wordt de vrijgekomen bagger verwerkt, conform de wettelijke ontvangstplicht.

Groen | Uitvoering

In 2021 zijn we gestart met het bestrijden van de Japanse duizendknoop op een aantal risicolocaties. Alle locaties die bekend zijn worden gemonitord. In 2022 zetten we dit voort.  Het vervangingsplan van populieren in de buitengebieden wordt voortgezet. 

Gebouwen | Beleid

De nota Vastgoed en het beheerplan gebouwen zijn in 2017 vastgesteld. In 2021 vindt actualisatie van het beheerplan gebouwen plaats (besluitvorming 2e helft 2021). Deze plannen vormen het beleid voor de komende jaren. In 2018 is een voorstel voor verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed aan de raad aangeboden. In dit voorstel zijn ambitie, technische en financiële kaders voor de toekomst opgenomen.

Gebouwen | Uitvoering

Het gemeentelijke vastgoed bestaat uit, kantoorgebouwen, onderwijshuisvesting/gymzalen, maatschappelijk vastgoed en gebouwen/gronden die te koop staan of komen. Deze laatste categorie is toegelicht in de paragraaf Grondbeleid bij het onderdeel Eigendommen die niet voor de publieke taak zijn bestemd.

In 2021 worden de werkzaamheden uitgevoerd conform het huidige beheerplan gebouwen. Momenteel vindt er een actualisatie plaats van het beheerplan gebouwen waar besluitvorming van wordt verwacht in de tweede helft van 2021. Op grond van de BBV dient deze eenmaal per 4 jaar geactualiseerd te worden.

Gebouwen | Financiën

In de verschillende domeinen en programma's staan toevoegingen aan de onderhoudsvoorziening "Onderhoud gemeentelijk vastgoed".  Deze voorziening is toegelicht in de Financiële begroting. Naast deze toevoeging aan de voorziening zijn voor verschillende gebouwen budgetten beschikbaar voor regulier contractonderhoud, verzekeringen, energie en belastingen.

Financiering

Samenvatting

  • Voor 2022 is rekening gehouden met het aantrekken van 30 miljoen euro aan nieuwe geldleningen. Dit is onder meer nodig om de investeringen te kunnen betalen.
  • Voor de rentekosten is uitgegaan van 1,0%. Risico bij 100% stijging van rentepercentage is structureel 0,3 miljoen euro. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
  • Landelijk gelden er twee risicobeheersingsrichtlijnen waaraan de gemeente De Ronde Venen moet voldoen, te weten de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Aan beide normen voldoet de gemeente De Ronde Venen.

Beleidskader

Het uitvoeren van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden, de Wet houdbare overheidsfinanciën en wet verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden. De aanvullende regels vanuit het Treasurystatuut zijn mede bepalend voor het uitvoeren van de financieringsfunctie. In december 2017 heeft de gemeenteraad het Treasurystatuut 2018 - 2021 vastgesteld. 

Het gemeentelijke financieringsbeleid is erop gericht om:

  1. te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn;
  2. het beheersen van de risico’s die met deze transacties verbonden zijn;
  3. het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen;
  4. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Risicobeheersing - Algemeen

Onder renterisico wordt verstaan de onzekerheid over de hoogte van toekomstige rente uitgaven. Deze onzekerheid geldt alleen voor de nieuw aan te trekken geldleningen. Voor 2022 is rekening gehouden met 30 miljoen euro aan nieuwe langlopende geldleningen. Voor de rentekosten is uitgegaan van 1,0%. Risico bij 100% stijging van rentepercentage is structureel 0,3 miljoen euro. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Landelijk gelden er twee andere risicobeheersingsrichtlijnen waaraan de gemeente De Ronde Venen moet voldoen, te weten de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Aan beide normen voldoet de gemeente De Ronde Venen.

Risicobeheersing - Kasgeldlimiet

Voor korte financiering (looptijd tot 1 jaar) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. Dit risico wordt beperkt door een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet financiering decentrale overheden. Dit houdt in dat de omvang van de kortlopende schuld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag zijn.

 

Binnen de kasgeldlimiet wordt een deel van de financieringsbehoefte afgedekt uit kortlopende leningen (kasgeldleningen). Voor 2022 betekent dit een limietbedrag van 8,2 miljoen euro. De kasgeldlimiet wordt optimaal benut vanuit de gedachte dat rente van kortlopend geld, zoals daggeld en kasgeld, lager is dan van langlopende leningen.

Berekening geldstromen en toets op de kasgeldlimiet

Een kasstroomoverzicht geeft inzicht in de geldstromen. Deze geldstromen hebben effecten op de omvang van de liquide middelen. Hieronder wordt verstaan het totaal van de kas en banksaldi. De geldstromen van 2021 tot en met 2025 zijn hierna vermeld.

 

 

 

2021

2022

2023

2024

2025

1 Kas- en banksaldi per 1 januari 10.208 -10.899 -6.460 -6.892 -10.040
  Geldstromen:          
2 Operationele activiteiten -8.500 2.614 3.453 4.708 5.485
3 Investeringsactiviteiten -7.137 -23.905 -4.303 -8.315 -2.460
4 Financieringsactiviteiten -5.470 25.730 418 459 409
5 Kas- en banksaldi per 31 december  -10.899  -6.460 -6.892 -10.040 -6.606
             
6 Kasgeldlimiet 8.200 8.200 8.200 8.100 8.000
7 Ruimte onder de kasgeldlimiet    1.740 1.308   1.394
8 Overschrijding van de kasgeldlimiet  2.699     1.940  
Toelichting          
1 Dit betreft de kas en banksaldi per 1 januari van de jaren 2021 tot en met 2025.
2 In de operationele activiteiten zijn onder meer verwerkt de effecten van bouwgronden in exploitatie, de inzet van reserves en voorzieningen, ontwikkelingen in de vorderingen en schulden.
3 De bestedingen aan investeringen, de effecten van desinvesteringen en bijdragen van derden vallen onder de investeringsactiviteiten. Dit is in de balans toegelicht bij het onderdeel (im)materiële vaste activa.
4 Hierin is opgenomen de aflossingen op de geldleningen en het aantrekken van langlopende leningen.
5 Dit betreft de kas en banksaldi per 31 december van de jaren 2021 tot en met 2025.
6 De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal.
7

Beschikbare ruimte binnen de kasgeldlimiet.

8

We mogen het kasgeldlimiet 2 kwartalen overschrijden. Als we ook daarna boven deze grens zitten, moeten we onze toezichthouder informeren. Dat is het college van gedeputeerde staten van Utrecht.

 

Risicobeheersing - Renterisiconorm

Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken wordt jaarlijks een renterisiconorm aangegeven. De jaarlijkse aflossingen en het aantrekken van nieuwe leningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het doel is dat op deze wijze gemeenten hun leningenportefeuille zo moeten spreiden, dat de te lopen renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden verspreid.

 

Renterisiconorm 2022 - 2025 bedragen x € 1.000
    2022 2023 2024 2025
1 Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal) 19.400 19.200 19.100 18.900
2 Renterisico = aflossingen + renteherzieningen 4.270 4.582 4.541 4.591
3 Ruimte onder renterisiconorm (1 min 2) 15.130 14.618 14.559 14.309

 

Onder renteherzieningen wordt verstaan het bedrag aan leningen waarvan op grond van de leningsvoorwaarden de rente in het lopende kalenderjaar eenzijdig door de tegenpartij kan worden herzien. In de leningenportefeuille zijn er geen contracten met een eenzijdige renteherziening door de geldgever.

 

In de afgelopen jaren is de gemeente De Ronde Venen ruimschoots onder de vastgestelde norm gebleven. Voor de jaren 2022 - 2025 gaan we de norm niet overschrijden.

Leningenportefeuille

De opbouw van de leningenportefeuille is hierna vermeld per 1 januari 2022 met daarbij het oorspronkelijk bedrag, de geldgever, het laatste jaar van aflossing en het rentepercentage.

Oorspronkelijk Geldgever Jaar van laatste aflossing Rente Saldo op 1 januari 2022
4.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2031 4,150% 1.600.000
4.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 4,560% 1.840.000
5.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2022 2,650% 125.000
8.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2032 2,745% 4.400.000
6.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 2,800% 3.375.000
10.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 2,860% 6.000.000
8.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2034 2,180% 5.100.000
11.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2029 1,215% 5.867.000
1.500.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2024 4,190% 225.000
2.500.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2023 5,045% 333.000
2.500.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2028 5,035% 875.000
10.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2039 1,062% 9.000.000
10.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2060 0,540% 9.563.000
Totaal     48.303.000

 

Schatkistbankieren

De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Dit behoudens een drempelbedrag wat bepaald is vanaf juli 2021 op 2% van het begrotingstotaal. Voor De Ronde Venen geldt voor 2022 als drempelbedrag € 1.940.000. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen mag een gemeente gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU schuld van de collectieve sector. Dit verlaagt namelijk de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, hetgeen zich weer vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.

Rente- en treasuryresultaat

De kosten van rente is in overeenstemming met landelijke verslagleggingsrichtlijnen toegerekend aan bouwgronden in exploitatie en investeringen. Er is sprake van een renteresultaat en een treasuryresultaat. In het laatste resultaat is opgenomen de opbrengst van dividend.

 

    Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025
1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering 1.121 1.001 1.044 1.125 1.082 1.017
2 De externe rentebaten over de korte en lange financiering -38 -134 -29 -29 -29 -29
3 Saldo 1.083 867 1.015 1.096 1.053 988
  Toerekening:            
4 De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -351 -21 22 0 0 0
5 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -801 -977 -1.026 -1.242 -1.238 -1.271
6 Renteresultaat (afrondingsverschillen in de toe te rekenen rente) -69 -131 11 -146 -185 -283
7 Ontvangen dividend BNG Bank  -17 -47 -47 -47 -47 -47
8 Ontvangen dividend Vitens 0 -36 -0 -0 -36 -36
9 Treasuryresultaat (- = voordeel en + nadeel) -86 -214 -36 -193 -268 -366

 

Bedrijfsvoering

Samenvatting

De gemeentelijke organisatie werkt in en voor een politieke omgeving met als doel te zorgen voor een goede leef- en werkomgeving met en voor onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Naast de wettelijke taken bereidt de gemeentelijke organisatie op onafhankelijke wijze besluitvorming voor het college en de gemeenteraad voor en voert hetgeen door hen besloten is uit.

 

Goede dienstverlening aan inwoners en bestuur vereist een wendbare organisatie, goede bedrijfsvoering en aansprekend personeelsbeleid. Op onderdelen zijn hierin de afgelopen jaren verbeteringen gerealiseerd. Door taakstellingen, coronamaatregelen en het zoveel mogelijk vasthouden aan de ambities, is de organisatie tegelijkertijd op de proef gesteld. In 2022 werken we een aantal nieuwe initiatieven en plannen uit om een meer toekomstbestendige organisatie te realiseren die de dienstverlening en de kwaliteit kan vergroten. Het gaat hierbij vooral om het aanbrengen van samenhang tussen organisatiestructuur, leiderschap, resultaatsturing, samenwerking, digitalisering en huisvesting. De ontwikkelingen op deze onderdelen moeten elkaar versterken.

Beleidskader voor bedrijfsvoering

Goede bedrijfsvoering blijft de ruggengraat van de organisatie. Alleen door goed lopende ondersteunende processen kan de dienstverlening worden gewaarborgd. We bouwen voort op de in 2021 gekozen speerpunten en zetten verdere stappen op het gebied van digitalisering en de control van onze organisatie.

 

De uitgangspunten die gelden voor het aansturen van - en het werken in de organisatie, welke in 2018 met de Besturingsvisie zijn vastgesteld, blijven op hoofdlijnen één van de uitgangspunten voor deze ontwikkeling.

Bedrijfsvoering | Personeel & organisatie

Personeel en organisatie

De arbeidsmarkt trekt na een onzeker coronajaar weer aan waardoor het voor sommige functies moeilijker is om goede mensen te vinden. De arbeidsmarkt wordt voorlopig alleen maar krapper. Een deel van de oplossing moet komen uit het zelf opleiden van medewerkers. De organisatie van de gemeente De Ronde Venen heeft een goede schaalgrootte om kansen te bieden aan ambitieuze jonge mensen, die met de ervaring die zij bij ons opdoen, ook op een gegeven moment weer kunnen uitstromen. Bij deze ontwikkeling past ook dat managers meer ruimte krijgen om binnen de vastgestelde personeelskosten, budget vrij te maken voor scholing van minder ervaren medewerkers.

 

Strategische personeelsplanning en opleiden en ontwikkelen van medewerkers blijven belangrijke pijlers van het personeelsbeleid. Het gaat hierbij om meer dan alleen het bijhouden van vakkennis van de bestaande medewerkers: het eigen maken van nieuwe (digitale) werkwijzen en ontwikkelen van competenties op gebied van samenwerking en eigenaarschap hebben een prominente plek in het opleidingsaanbod. Deze ontwikkeling draagt ook bij aan het verbreden van de inzetbaarheid van medewerkers. Het stimuleren en sturen van de ontwikkeling van medewerkers wordt steeds belangrijker. Vanaf 2022 wordt gewerkt met een vernieuwde methode van personeelsgesprekken, welke de medewerkers meer zal uitdagen om kennis en vaardigheden die in de nabije toekomst nodig zijn, te ontwikkelen.

 

Ziekteverzuim blijft een belangrijk aandachtspunt. Het langdurig ziekteverzuim is ongeveer gelijk gebleven. Het kortdurend verzuim is afgenomen. Het thuiswerken heeft hieraan bijgedragen.

 

Organisatieontwikkeling

Doelstelling is, zoals in de inleiding gesteld, om meer samenhang aan te brengen in de ontwikkeling van de organisatie. In de afgelopen jaren zijn er in de afdelingen verschillende keuzes gemaakt ten aanzien van het aantal leidinggevenden en de ondersteuning binnen de organisatie. In 2022 voeren we een aanpassing van de structuur door. We maken keuzes ten aanzien van de aansturing, leiderschap en ondersteuning die hiermee in lijn zijn. Ook de afwegingen tussen de taken die wij zelf uitvoeren en welke wij uitbesteden moeten passen bij de lijn die wij voor de organisatie als geheel willen volgen.

 

Een ander belangrijk speerpunt vormt het zogenaamde hybride werken in relatie tot de huisvesting. De ervaringen die zijn opgedaan met het thuiswerken als gevolg van corona hebben ons geleerd dat medewerkers voor wie dit mogelijk is, het liefst ‘hybride’ werken. Dit wil zeggen dat zij het werken op kantoor, werken op locatie en thuiswerken combineren. Arbeidsvoorwaarden, devices en huisvesting worden hier structureel op aangepast. In het gemeentehuis zijn minder werkplekken en meer ruimtes voor overleg nodig, projectteams en ontmoeting. Binnen de bestaande huisvesting wordt hier al zoveel mogelijk op voorgesorteerd, maar de mogelijkheden zijn beperkt. Voor de plannen voor de verbouwing van het gemeentehuis zal het hybride werken uitgangspunt zijn. Besluitvorming over modernisering van het gemeentehuis is in 2022 noodzakelijk en levert een bijdrage aan het werkplezier van medewerkers en de professionele uitstraling van de organisatie.

Bedrijfsvoering | Informatievoorziening & automatisering

Een goede, digitale en veilige informatievoorziening moet de dienstverlening en de interne processen zo goed mogelijk ondersteunen. We werken aan toekomstgerichte oplossingen voor onze ICT-infrastructuur. Dit betekent onder meer dat wij de digitale werkplek zodanig inrichten dat deze ondersteunend is aan het hybride (samen)werken en de digitalisering. Ook bewegen we mee met ontwikkelingen in de markt zoals het migreren van onze applicaties naar de Cloud. Hierdoor wordt het mogelijk om op termijn de eigen datacenters uit te faseren. De eerstvolgende grootschalige vervanging van de ICT-infrastructuur (servers e.d.) is nodig per 2024. Het uit faseren van de eigen datacenters per 2024 is alleen realistisch als we in 2022 en 2023 het overgrote deel van onze applicaties migreren naar de Cloud en hierdoor nauwelijks meer eigen servers voor applicaties en data nodig hebben.

 

Naast de techniek ontwikkelen we organisatiebreed kennis en kunde op het gebied van informatiemanagement, dataveiligheid, informatiebeheer en functioneel beheer van applicaties. Ook zetten we in op het vergroten van de digitale vaardigheden.

Bedrijfsvoering | Juridische zaken

Het onder de aandacht brengen van het vroegtijdig inschakelen van juridische zaken blijft van groot belang. Daarnaast wordt met ingang van 2022 een nieuwe start gemaakt met de uitvoering van legal audits, die de juridische kwaliteit van processen en besluiten waarborgen. Nieuw is  de invoering van de Wet open overheid (Woo). Hieruit volgt de verplichting om documenten actief openbaar te maken. Dit heeft een grote impact op de informatiehuishouding binnen onze hele organisatie.

Bedrijfsvoering | Communicatie

De ingeslagen weg om de inzet van onze sociale media-kanalen verder te professionaliseren zetten we voort. De inzet van tools om berichten snel en efficiënt te plaatsen en eventuele vragen te beantwoorden wordt verder verfijnd. We gaan de impact van berichten (views, likes) beter monitoren. Op die manier kunnen we beter bepalen welke middelen het beste aansluiten bij welke doelgroepen. Daarnaast zetten we verder in op duidelijk taalgebruik door de gemeente. Zo worden collega’s die zijn getraind in Helder Schrijven geholpen bij het herschrijven van standaardbrieven.

Bedrijfsvoering | Facilitaire zaken & huisvesting

Er wordt gewerkt aan plannen voor de lange termijn voor het gemeentehuis. Om die reden wordt voor de korte termijn alleen het hoogst noodzakelijke gedaan. Dit betekent dat het in stand houden en beheren van het gebouw binnen de raming van het Meerjaren Onderhouds Plan (MJOP) uiteraard het uitgangspunt vormt. Dit neemt niet weg dat extra uitgaven niet worden uitgesloten als bijvoorbeeld blijkt dat bepaalde voorzieningen in het gebouw stuk gaan, omdat ze technisch zijn afgeschreven en reparatie niet mogelijk is.

Interbestuurlijk toezicht

De provincie is toezichthouder voor meerdere beleidsonderwerpen op basis van de Wet Revitalisering Generiek Toezicht. De laatst bekende beoordelingen van de provincie Utrecht over onze gemeente zijn:

  • Financieel toezicht | repressief
  • Huisvesting vergunninghouders | redelijk adequaat
  • Informatie- en archiefbeheer | redelijk adequaat
  • Monumenten en archeologie | adequaat
  • Ruimtelijke ordening | adequaat
  • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) | adequaat

 

De provincie Utrecht heeft op haar website een overzicht opgenomen van de resultaten van de uitvoering van de wettelijke taken van de gemeente De Ronde Venen en overige gemeenten binnen de provincie Utrecht. Deze resultaten zijn raadpleegbaar via https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/interbestuurlijk-toezicht/.

Ontwikkeling formatie

Het aantal formatieplaatsen wordt uitgedrukt in voltijdbanen (op basis van een volledige werkweek) oftewel fulltime equivalenten (fte).

 

Nr. Omschrijving 2021 2022 2023 2024 2025 Cumulatief
1 Startpositie 304,8 305,5 313,2 311,4 309,8  
2 Terugvordering en verhaal binnen sociaal domein 0,7         0,7
3 Generalisten   2,7       2,7
4 Tijdelijke formatie   -1,5 -0,8     -2,3
5 Kadernota 2022   8,7       8,7
6 1e bestuursrapportage 2021   1,6       1,6
7 Ombuigingen   -5,2 -1,0 -1,6   -7,8
8 Overige   1,4       1,4
9 Eindpositie 305,5 313,2 311,4 309,8 309,8  

Toelichting bij formatie ontwikkeling 2021 – 2025

 

[1] Startpositie: Dit is de formatie in ieder jaar voorafgaand aan de mutaties in datzelfde jaar. De startpositie komt overeen met de eindpositie van het jaar daarvoor.

[2] Terugvordering en verhaal: Het begrootte bedrag was wel opgenomen in de begroting 2021, de formatie-aanpassing nog niet.

[3] Generalisten: Dit betreft geen nieuwe functies. Conform de BBV-regels moeten deze functionarissen in de formatie worden opgenomen. De loonkosten worden doorbelast aan (incidentele) projectbudgetten.

[4] Tijdelijke formatie: Vanaf 2022 vervalt 1,5 fte tijdelijke formatie. Het betreft de functie van functioneel beheerder Burgerzaken (1 fte). Deze functie is bij de Kadernota 2022 structureel ingevuld. De overige functie betreft een adviseur Juridische zaken / communicatie (0,5 fte). De 0,8 fte in 2023 betreft een adviseur voor het project datagestuurd werken. Afhankelijk van besluitvorming over de voortgang van dit project wordt een voorstel gedaan om deze functie structureel in te vullen.

[5] Kadernota 2022: Conform Kadernota zijn de mutaties verwerkt.

[6] Mutaties vanuit 1e bestuursrapportage 2021: Conform de 1e bestuursrapportage 2021 zijn de mutaties verwerkt.

[7] Ombuigingen en taakstellingen: De ombuigingen worden gerealiseerd door natuurlijk verloop. Het betreft functies in beleid en ondersteuning. Deze raken niet de dienstverlening aan bewoners.

[8] Overige mutaties: Dit betreft diverse kleine mutaties. Deze aanpassingen zijn vrijwel volledig budgetneutraal.

Bedrijfsvoeringskosten | Definities

De hieronder beschreven definities zijn landelijk bepaald en gelden voor alle gemeenten.

  1. Capaciteitskosten zijn de totale kosten die de organisatie maakt aan salarissen, sociale lasten, werkkostenregeling en inhuur. Hierbij wordt buiten beschouwing gelaten de griffie en het bestuur. Deze kosten worden niet afzonderlijk toegelicht omdat ze onderdeel zijn van overhead en apparaatskosten. 
  2. Overhead betreft alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Een groot deel hiervan bestaat uit capaciteitskosten van medewerkers van ondersteunende afdelingen en leidinggevenden. Daarnaast zijn er kosten voortkomend uit ondersteunende taken die gedekt worden uit voor die taken opgenomen budgetten, zoals informatievoorziening en ICT. De kosten van overhead zijn opgenomen in programma 9 Bestuur en dienstverlening.
  3. Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (capaciteitskosten), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten (zoals meubilair) die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.

Overhead

Onder de overheadkosten vallen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Met het primair proces worden de activiteiten bedoeld die rechtstreeks een bijdrage leveren aan de totstandkoming van de producten en diensten voor onze burgers en bedrijven.

 

Overhead bestaat uit:

  • Personele capaciteitskosten overhead (management, bestuur- en managementondersteuning primair proces, alle kosten van personele inzet voor personeel en organisatiebeleid, inkoop, communicatie, juridische zaken, informatievoorziening en automatisering, documentaire informatievoorziening, huisvesting, facilitaire zaken, financiën etc.).
  • Materiële kosten (goederen en diensten) voor:
    • Bestuurszaken en bestuursondersteuning (exclusief de griffie omdat die geen onderdeel uitmaakt van de ambtelijke organisatie)
    • Documentaire informatievoorziening (DIV)
    • Facilitaire zaken en Huisvesting (incl. beveiliging)
    • Financiën, toezicht en controle voor de eigen organisatie
    • Informatievoorziening en automatisering
    • Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement)
    • Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie
    • Juridische zaken
    • Personeel en organisatie


De onderstaande kosten van overhead bij programma 9 Bestuur en ondersteuning maken onderdeel uit van de apparaatskosten. Uit deze tabel blijkt dat de kosten van overhead in de jaren tot 2025 afnemen. Deze afname wordt grotendeels gerealiseerd door het reduceren van personele capaciteitskosten overhead. De reductie van personele capaciteitskosten overhead bestaan uit afgesproken ombuigingen, de verwerking van het amendement “taakstelling apparaatskosten” en incidentele projecten die aflopen. Door natuurlijk verloop in combinatie met het anders organiseren van werkzaamheden worden de personeelskosten overhead verlaagd.

De materiële kosten overhead variëren in de loop van de tijd. Deze fluctuatie heeft te maken doordat verschillende activiteiten niet elk kalenderjaar zich voordoen en met projecten die in de loop van de tijd van start gaan. Hogere lasten voor afschrijving en rente verklaren de stijging in 2025 bij het onderdeel E046 I&A.

Bedragen x €1.000
Exploitatie Rekening 2020 Begroting 2021 na wijziging Begroting 2022 Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025
E040 E040 Overhead 9.015 9.564 9.181 8.826 8.608 8.608
E041 E041 Personeel en organisatiebeleid 641 710 1.005 810 710 710
E042 E042 Regionaal inkoopbureau 139 157 157 155 155 155
E043 E043 Communicatie 156 148 133 121 110 110
E044 E044 Juridische zaken 98 121 223 218 254 269
E045 E045 Bestuurszaken bestuursonderst 33 88 110 85 85 85
E046 E046 I&A 2.261 2.648 2.563 2.276 2.340 2.491
E047 E047 DIV 524 475 583 503 505 505
E048 E048 Facilitaire zaken huisvesting 687 647 611 699 671 670
E049 E049 Financiële adminstratie 654 193 262 262 262 262

Apparaatskosten

Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (alle loonkosten voor het ambtelijk apparaat en alle inhuurkosten) en de materiele kosten voor overhead exclusief griffie en bestuur.

 

In de begroting 2022 - 2025 is rekening gehouden met een loonkostenontwikkeling (CAO + premieontwikkeling) van totaal 4,5% ten opzichte van 2020, bestaande uit 2,5% voor 2021 en 2% voor 2022. In de begroting 2021 - 2024 was rekening gehouden met 4%. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 - 2025 was er nog geen CAO akkoord voor 2021 en verder.

 

Kosten voor diensten die zijn uitbesteed, zoals de belastingsamenwerking en ODRU vallen niet onder de apparaatskosten. Gemeenten die veel diensten uitbesteden hebben daardoor relatief lage apparaatskosten ten opzichte van gemeenten met weinig uitbestede taken.


De reducties die vermeld zijn bij het onderdeel overheadkosten komen ook terug bij de apparaatskosten.

Bedragen x €1.000
Exploitatie Begroting 2021 na wijziging Begroting 2022 Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025
Lasten 31.068 31.424 30.027 29.472 29.638
Baten 147 112 52 52 52

Verbonden partijen

Samenvatting

De gemeente heeft bestuurlijke en financiële belangen in meerdere gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen. In december 2018 heeft de raad de Nota Verbonden partijen vastgesteld en is het instrument van 'raadsrapporteurs' ingevoerd. In 2022 zal de Nota Verbonden partijen worden geactualiseerd. Daarnaast neemt de raad in 2022 een besluit over de toekomst van de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden.

Beleidskader voor verbonden partijen

Voor het uitvoeren van gemeentelijk beleid vindt samenwerking plaats met andere partijen. Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. De gemeente heeft bestuurlijke en financiële belangen in meerdere gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen. De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de mate van verbondenheid en beschrijft belangrijke ontwikkelingen.

Bestuurlijk belang is zeggenschap, ofwel via vertegenwoordiging in het bestuur ofwel via stemrecht. Er is sprake van bestuurlijk belang als een bestuurder of een ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, ofwel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

In de Gemeentewet staat in artikel 160, lid 2 een bepaling voor het aangaan van verbonden partijen. Deze bepaling luidt als volgt: “Het college besluit slechts tot de oprichting van en deelnemingen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. Het besluit tot beëindiging van verbonden partijen wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen."

In de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de bevoegdheden opgenomen voor het aangaan of beëindigen van een gemeenschappelijke regelingen. Hiervoor geldt dat de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters niet over gaan tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Dit geldt tevens voor het wijzigen of het uittreden uit een regeling.

De Ronde Venen kent de Nota Verbonden partijen  2018. Deze nota beschrijft de aard van verbonden partijen, het kader aan wet- en regelgeving en is bedoeld als instrument ten behoeve van de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad.

Gemeenschappelijke regelingen

De gemeenschappelijke regelingen voeren verschillende taken en regelingen uit namens de gemeente. Per gemeenschappelijke regeling zijn gegevens opgenomen over:

  • De vestigingsplaats van de gemeenschappelijke regeling;
  • Een toelichting op het openbaar belang;
  • Aan welk domein de verbonden partij een bijdrage levert;
  • Welke deelnemers uitmaken van de gemeenschappelijke regeling;
  • Eventuele risico’s die van invloed zijn op onze (financiële) positie.


Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen zijn opgenomen in een totaaloverzicht "Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen". Dit betreft onder andere de gemeentelijke bijdrage, de omvang van het eigen vermogen (EV) en de omvang van het vreemd vermogen (VV). Deze twee vormen samen het totaal van een balans.

Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)

Vestigingsplaats Zeist
Openbaar belang De gemeente is wettelijk verplicht een Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in te stellen en in stand te houden. De GGD regio Utrecht is een gemeenschappelijke regeling en werd in 2013 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Namens de gemeenten voert de GGDrU de gemeentelijke verplichtingen van de Wet Publieke Gezondheid uit. Het gaat onder andere om infectieziektebestrijding, medische milieukundige zorg, SOA-bestrijding, gezondheidsbeleid en -onderzoek, toezicht kinderopvang, crisisfunctie, jeugdgezondheidszorg, rijksvaccinatieprogramma en Wmo-toezicht. Daarnaast nemen gemeenten een maatwerkpakket af. Hierin zitten voor De Ronde Venen bijvoorbeeld het Meldpunt Bezorgd en trajecten Stevig Ouderschap.
Domein Sociaal domein
Deelnemers De provincie Utrecht en de 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht
(Financiële) risico's  

Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Het belang van de deelnemers bij de intergemeentelijke openluchtrecreatie en de bescherming van natuur en landschap
Domein Economie, wonen en fysieke leefomgeving
Deelnemers De gemeenten De Bilt, De Ronde Venen, Houten, Lopik, Stichtse Vecht, Nieuwegein, Utrecht, Woerden en IJsselstein, alsmede provincie Utrecht
(Financiële) risico's Momenteel wordt gekeken in welke vorm de deelnemers in de toekomst samen gaan werken. Daar zullen transitiekosten of liquidatiekosten bij komen kijken.

Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU)

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Het behartigen van de belangen van de gemeenten tezamen en van elke deelnemende gemeente afzonderlijk op het gebied van omgeving in de ruimste zin
Domein Economie, wonen en fysieke leefomgeving
Deelnemers De gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vianen, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist
(Financiële) risico's  

Gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Vestigingsplaats Soest
Openbaar belang Namens de gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling AVU de regie op de overslag, het transport, de bewerking en de verwerking van het door de inwoners van de provincie Utrecht aangeboden huishoudelijk afval. Daarnaast is in 1995 een NV opgericht waarvan de gemeenschappelijk regeling AVU de enige aandeelhouder is. De N.V. AVU biedt de mogelijkheid tot maatwerkcontracten waaraan niet alle gemeenten hoeven deel te nemen.
Domein Economie, wonen en fysieke leefomgeving
Deelnemers De provincie Utrecht en de 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht
(Financiële) risico's  

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang

De VRU behartigt de belangen van de gemeenten op de brandweerzorg, de organisatie van de Geneeskundige Hulpverlening Organisatie in de Regio (GHOR), de rampenbestrijding, crisisbeheersing en de meldkamer. Daarnaast heeft de VRU de zorg voor een adequate samenwerking met politie en de regionale ambulancevervoersvoorziening ten aanzien van onder meer de gemeenschappelijke meldkamer; een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing

Domein Veiligheid, bestuur, dienstverlening en financiën
Deelnemers De 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht
(Financiële) risico's  

Gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Vecht en Venen

Vestigingsplaats Breukelen
Openbaar belang Het gezamenlijk uitvoeren van de Archiefwet en het stimuleren van de lokale en regionale geschiedbeoefening en het daartoe aanleggen, beheren en bewaren van een zo compleet mogelijke collectie bronnenmateriaal op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis.
Domein Veiligheid, bestuur, dienstverlening en financiën
Deelnemers De gemeenten Stichtse Vecht, De Bilt, Weesp en De Ronde Venen
(Financiële) risico's

 

Amstelland Meerlanden overleg

Vestigingsplaats Haarlemmermeer
Openbaar belang Het Amstelland-Meerlandenoverleg (AM) fungeert als platform, waardoor de zeven deelnemende gemeenten elkaar op diverse terreinen snel en effectief kunnen vinden wanneer dat nodig is. Het gebied van AM vormt de zuidflank van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en is aangewezen als deelregio binnen MRA. Het platform wordt benut om de gezamenlijke belangen van het AM-gebied te behartigen in de MRA en in de vervoersregio Amsterdam.
Domein Veiligheid, bestuur, dienstverlening en financiën
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn, De Ronde Venen, Aalsmeer en Haarlemmermeer
(Financiële) risico's  

Gemeentebelastingen Amstelland

Vestigingsplaats Amstelveen
Openbaar belang Het vormen van een gemeenschappelijke ambtelijke belastingorganisatie die belast is met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen alsmede de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken
Domein Veiligheid, bestuur, dienstverlening en financiën
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn en De Ronde Venen. De gemeente Aalsmeer is daarnaast een rechtstreekse deelnemer van de gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland.
(Financiële) risico's  

Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen (x € 1.000 )

Naam

2020

2021

2022

Financieel

resultaat

Eigen

vermogen

Vreemd

vermogen

Bijdrage gemeente

Bijdrage gemeente 

Bijdrage gemeente

Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

2.129

17.732

47.178

2.530

2.597

2.632

Recreatieschap Stichtse Groenlanden (RSGL)

-192

4.722

5.313

470

486

495

Gezondheidsdienst Regio Utrecht

2.264

5.143

35.524

1.554

1.669

1.669

Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

166

696

22.327

1.449

1.968

1.697

Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU)

126

1.158

7.863

2.716

2.608

2.668

Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHC)

-13

11

355

285

301

335

Amstelland Meerlanden overleg

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4

4

4

Gemeentebelastingen Amstelland

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

955

941

967

Deelnemingen

Naast de gemeenschappelijke regelingen zijn er twee deelnemingen:

  1. De gemeente bezit 37.323 aandelen BNG Bank. In 2022 is rekening gehouden met een nog te ontvangen dividend van € 47.000 over 2021.
  2. De gemeente bezit 40.426 aandelen Vitens. Voor de jaren 2021 - 2023  ontvangen we geen dividend om om daarmee de kosten van verouderde waterleidingen te kunnen opvangen en het verbeteren van de financiële positie van Vitens. 

Overige deelnemeningen

Naast de gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen werken we samen met overige verbonden partijen:

  • Kansis (Stichting Beschut Werk)
  • Kansis Groen (Stichting Groenwerk)
  • Stichting Mooisticht
  • Marickenland (Groenfonds)
  • Gebiedsprogramma Utrecht-West
  • Het Zorg- en Veiligheidshuis Regio Utrecht (ZVHRU)
  • Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen (SBB)
  • Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond & Kennemerland (RIJK)
  • Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)

Hun bijdragen aan onze doelstellingen zijn toegelicht bij de drie domeinen.

Grondbeleid

Samenvatting

De drie grondexploitaties zijn in de afrondende fasen. Vrijwel alle gronden zijn verkocht, waarmee de financiële risico's beperkt zijn. De resterende werkzaamheden richten zich met name op het woonrijp maken van gronden.

  • Voor De Maricken betreffen de resterende werkzaamheden het woonrijp maken van Deelplan 4 en 5. Deelplan 4 wordt naar verwachting in 2021 afgerond. Die van Deelplan 5 in 2021 en 2022. Medio mei 2022 zijn deze afgerond.
  • Voor Land van Winkel moeten de delen van het openbaar gebied waar de woningen nog in aanbouw zijn, nog woonrijp worden gemaakt.  Het grootste deel gebeurt in 2021, maar mogelijk ook in 2022.
  • De gronden van de Stationslocatie zijn verkocht. De ontwikkelaar maakt de gronden bouw- en woonrijp. De gemeente verzorgt de goede ontsluiting van het gebied aan de Rondweg en aansluitende wandelpaden.

Voor de grondexploitaties zijn nog plankosten te maken. 

Bouwgronden in exploitatie | Algemeen

Jaarlijks vindt de actualisatie van de grondexploitaties plaats. Uitgangspunt voor de actualisatie zijn de door de raad vastgestelde grondexploitaties, vastgestelde plannen en woningbouwprogramma's. De grondexploitaties zijn een financiële weergave van eerder genomen besluiten, waarbij de voortgang van de projecten is verwerkt en de onderliggende aannames van kosten, opbrengsten en parameters zijn geactualiseerd.

 

Risicoanalyses worden binnen de projecten op een gestructureerde manier aangepakt. Risico's worden geïnventariseerd en waar mogelijk voorzien van een beheersmaatregel. Niet alle risico's vertalen zich in directe tegenvallers. Bij winstgevende grondexploitaties gaan de risico's in eerste instantie ten koste van de winst. Bij een verliesgevende exploitatie is een buffer nodig binnen het weerstandsvermogen van de gemeente.

 

Momenteel heeft de gemeente nog drie lopende grondexploitaties te weten De Maricken, Land van Winkel en Stationslocatie Mijdrecht. Deze zijn alledrie in de afrondende fasen. Vrijwel alle gronden zijn verkocht en daarmee zijn de risico's beperkt. De Maricken wordt eind 2022 afgesloten. Voor Land van Winkel en Stationslocatie wordt gestreefd naar afsluiting in 2021.

Bouwgronden in exploitatie | Beleidskader

Allerlei ontwikkelingen op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied hebben invloed op het grondbeleid van de gemeente. De woningmarkt heeft de afgelopen periode veel beweging gekend. De nota grondbeleid 2018 - 2021, vastgesteld op 22 februari 2018, bevat een actualisatie van het grondbeleid. Uitgangspunt van het beleid is een regisserende houding binnen het faciliterende grondbeleid. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als aankoop of het dragen van kosten noodzakelijk is om een maatschappelijk gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.

De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken) alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Van de bouwgronden in exploitatie zijn actuele grondexploitaties aanwezig. Zodra sprake is van een verwacht verlies dan wordt daarvoor een verliesvoorziening getroffen, die op de voorraden in mindering wordt gebracht.

Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn het toerekeningbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten. Baten en lasten – en het daaruit vloeiende resultaat – moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat (de verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd, maar gedurende de looptijd van het project tot stand komt en ook als zodanig moet worden verantwoord. Het verantwoorden van tussentijdse winst is daarmee geen keuze maar een verplichting die voortvloeit uit het realisatiebeginsel. Bij het bepalen van de tussentijdse winst is het wel noodzakelijk de nodige voorzichtigheid te betrachten. Hierdoor wordt de winst genomen naar rato van de voortgang van het complex (POC-methode; percentage of completion methode).

De winsten en verliezen van de grondexploitaties worden via resultaatbestemming verrekend met de algemene reserve.

Bouwgronden in exploitatie | Financieel totaaloverzicht

Verloopoverzicht grondexploitaties (bedragen x € 1.000)
 

De

Maricken

Land van
Winkel

Stations-

locatie 

Mijdrecht

Totaal
Boekwaarden per 1/1/2021 -2.761 -1.204 5.235 1.270
Nog te maken kosten 3.023 1.059 528 4.610
Nog te realiseren opbrengsten -1.570 0 -1.698 -3.268
Tussentijdse winstnemingen 656 145   801
Inzet verliesvoorziening     -4.065 -4.065
Boekwaarden per 1/1/2022 -652 0 0 -652
Nog te maken kosten 335     355
Nog te realiseren opbrengsten 0     0
Tussentijdse winstnemingen 317     317
Boekwaarden per 1/1/2023 0 0 0 0
         
Geraamd eindresultaat 6.603 3.925 0 10.528
Winstnemingen:        
2017 - 2020 5.630 3.780 0 9.410
2021 656 145 0 801
2022 317 0 0 317
Totaal winstneming 6.603 3.925 0 10.528

De Maricken | Stand van zaken

  • Alle kavels zijn verkocht. Van het totaal van 518 woningen zijn er inmiddels 360 gerealiseerd
  • De werkzaamheden voor 2021 en 2022 richten zich met name op het woonrijp maken van de laatste deelgebieden 4 en 5 en de realisatie van het park aan de noordoostzijde. In het tweede kwartaal van 2021 wordt de autobrug naar Wilnis gerealiseerd.
  • De grondexploitatie wordt naar verwachting in 2022 afgesloten.  In dat jaar wordt het woonrijp maken van deelplan 5 afgerond en het park gerealiseerd.

Land van Winkel | Stand van zaken

  • Alle kavels (195) zijn verkocht. Het grootste deel is inmiddels bebouwd en bewoond. Er zijn nog zes woningen in aanbouw (2021).
  • Waar de woningen in zijn geheel bewoond zijn, is het openbaar gebied woonrijp gemaakt. Dit is naar verwachting medio 2022 afgerond. Alle bruggen en de hoofdrijweg (Lindewetering) zijn klaar.
  • Naar verwachting kan de grondexploitatie eind 2021 worden afgesloten.

Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

De gemeente bezit diverse eigendommen (grond en gebouwen), die niet voor een publieke taak zijn bestemd en waarbij het voornemen is om deze te verkopen.

Conform de bepalingen van het BBV wordt in de jaarrekening bepaald of er sprake is van duurzame waardevermindering. Hiervan is sprake als de taxatiewaarde lager is dan de boekwaarde. Als de taxatiewaarde hoger is dan de boekwaarde is er sprake van een stille reserve.

De volgende eigendommen vallen onder de noemer Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd:

  1. Glastuinbouw Wickelhof Mijdrecht
  2. Marickenzijde 2e fase Wilnis
  3. Bedrijventerrein N201 Mijdrecht
  4. Stationsgebied Abcoude (Bovenkamp 1 - 3)
  5. Baambrugse Zuwe 143b te Vinkeveen
  6. Herenweg 196 en 196A te Vinkeveen
  7. Centrum Oost, Herenweg 70 Vinkeveen
  8. Ontspanningsweg /Wilnisser Dwarsweg Mijdrecht
  9. Provincialeweg N201 Mijdrecht (agrarisch perceel)
  10. Twistvliedschool, Kwikstaart 44 Mijdrecht
  11. Baambrugse Zuwe achter 116 Vinkeveen
  12. De Hoeksteen, Eendracht 6 Mijdrecht.

De boekwaarde van gronden en verspreide percelen kan lager zijn dan de actuele waarden, waardoor er binnen de gronden niet voor de publieke taak bestemd sprake is van stille reserves. Deze reserves kunnen van substantiële betekenis zijn in relatie tot het balanstotaal dan wel de financiële positie van de gemeente. De omvang van de stille reserves is € 3.917.000 op 1 januari 2021.

Verstrekte en ontvangen subsidies en bijdragen

Financieel overzicht van te verstrekken subsidies en bijdragen

De Ronde Venen ondersteunt veel initiatieven op het gebied van wonen, werken, welzijn, onderwijs, kunst, cultuur, sport, recreëren, enz. Allemaal activiteiten die ten goede komen aan de Rondeveense samenleving. De gemeente doet dit onder andere door het verstrekken van subsidies en bijdragen.

De wettelijke basis voor het verstrekken van subsidies is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (titel 4.2), voorts de Algemene subsidieverordening. De subsidieverordening vormt de grondslag voor de verleende subsidies. Daarnaast is een aantal nadere regels opgesteld voor het verstrekken van subsidies. Hierbij kan gedacht worden aan 'Beleidsregels Subsidie Sportstimulering', 'Beleidsregels subsidieaanvragen bewoners en bewonersorganisaties' en 'Nadere regels ten aanzien van het eigen vermogen en de reserves van de subsidieontvangers van de gemeente De Ronde Venen 2013'.

Bedragen x €1.000
Exploitatie Rekening 2020 Begroting 2021 na wijziging Begroting 2022 Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025
XT-01 0.1 Bestuur 0 0 0 0 0 0
XT-04 0.4 Overhead 156 161 163 166 169 169
XT-12 1.2 Openbare orde en veiligheid 75 88 90 90 90 90
XT-21 2.1 Verkeer en vervoer 5 0 0 0 0 0
XT-25 2.5 Openbaar vervoer 5 5 5 5 5 5
XT-31 3.1 Economische ontwikkeling 3 0 0 0 0 0
XT-33 3.3 Bedr.loket en bedr.regelingen 112 110 110 110 110 110
XT-34 3.4 Economische promotie 26 0 0 0 0 0
XT-42 4.2 Onderwijshuisvesting 32 0 14 2 2 2
XT-43 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 539 588 567 567 567 567
XT-51 5.1 Sportbeleid en activering 197 203 201 201 201 201
XT-52 5.2 Sportaccommodaties 637 634 640 640 640 640
XT-53 5.3 Cultuurpresentatie, prod.partic. 169 255 168 168 168 168
XT-54 5.4 Musea 0 0 0 0 0 0
XT-55 5.5 Cultureel erfgoed 11 0 0 0 0 0
XT-56 5.6 Media 721 695 630 630 630 630
XT-57 5.7 Openbaar groen en recreatie 45 12 12 12 12 12
XT-61 6.1 Samenkracht en burgerparticip. 2.469 2.055 1.611 1.561 1.561 1.561
XT-62 6.2 Wijkteams 464 414 464 464 464 464
XT-63 6.3 Inkomensregelingen 98 70 70 70 70 70
XT-64 6.4 Begeleide participatie 351 294 290 234 234 234
XT-65 6.5 Arbeidsparticipatie 160 65 0 0 0 0
XT-671 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 2 155 155 155 155 155
XT-672 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- 125 148 98 98 98 98
XT-681 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ 0 0 0 0 0 0
XT-682 6.82 Geëscaleerde zorg 18- 0 1.088 0 0 0 0
XT-71 7.1 Volksgezondheid 130 113 113 113 113 113
XT-72 7.2 Riolering 0 0 0 0 0 0
XT-73 7.3 Afval 30 0 0 0 0 0
XT-74 7.4 Milieubeheer 99 8 0 0 0 0
XT-82 8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen) 1 0 0 0 0 0
XT-83 8.3 Wonen en bouwen 17 23 23 23 23 23

Toelichting op de te verstrekken subsidies en bijdragen

Voor 2021 is een budget beschikkaar voor subsidies en bijdragen van 7.183.000 euro. Dit budget daalt naar 5.474.000 euro in 2022. Dit wordt veroorzaakt door de volgende ontwikkelingen:

  • Op het taakveld 5.3 is in 2021 de regeling coronasteun voor de versteviging van de culturele sector begroot.
  • Er is een daling van 65.000 euro op het taakveld 5.6 door de verlaging van de subsidie aan de bibliotheek.
  • Door de omzetting van subsidies naar formatie is er een daling van de subsidies op het taakveld 6.1.
  • Met het beëindigen van de bijdrage aan de leerwerkplaats daalt het budget voor subsidies en bijdragen op het taakveld 6.5 naar nul euro.
  • Vanuit het taakveld 6.82 wordt de bijdrage aan SAVE bekostigd. Er is geconcludeerd dat een andere grootboekcategorie beter aansluit bij het soort kosten. Vandaar dat er een technische wijziging heeft plaatsgevonden en het budget in dit overzicht verdwijnt.

 

 

Financieel overzicht van te ontvangen subsidies en bijdragen

De belangrijkste bijdrage die we ontvangen betreft de algemene uitkering. Deze bijdrage van het Rijk is opgenomen bij taakveld 0.7 Algemene uitkering en en overige uitkeringen gemeentefonds. 

 

De daarop volgende belangrijke bijdragen betreffen de rijksmiddelen voor het uitvoeren van bijstandsuitkeringen en onderwijsachterstandenbeleid. Deze bijdragen zijn opgenomen bij taakveld 6.3 inkomensregelingen respectievelijk 4.3 Onderwijsbeleid en en leerlingzaken.

 

Bedragen x €1.000
Exploitatie Rekening 2020 Begroting 2021 na wijziging Begroting 2022 Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025
XT-03 0.3 Beheer ov. gebouwen en gronden -2 0 0 0 0 0
XT-04 0.4 Overhead -15 0 0 0 0 0
XT-07 0.7 Alg. uitk. e ov. uitk. gem.fonds -53.965 -55.470 -58.250 -57.156 -57.436 -57.986
XT-12 1.2 Openbare orde en veiligheid -2 -30 0 0 0 0
XT-21 2.1 Verkeer en vervoer -34 -18 -18 -18 -18 -18
XT-25 2.5 Openbaar vervoer -10 -5 -5 -5 -5 -5
XT-42 4.2 Onderwijshuisvesting -7 0 0 0 0 0
XT-43 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken -165 -367 -368 -368 -368 -368
XT-51 5.1 Sportbeleid en activering -15 0 0 0 0 0
XT-52 5.2 Sportaccommodaties -97 -46 -46 -46 -46 -46
XT-55 5.5 Cultureel erfgoed -15 0 0 0 0 0
XT-57 5.7 Openbaar groen en recreatie 0 -775 0 0 0 0
XT-61 6.1 Samenkracht en burgerparticip. 0 0 -320 -480 -520 -520
XT-63 6.3 Inkomensregelingen -12.950 -10.116 -7.523 -7.523 -7.523 -7.523
XT-64 6.4 Begeleide participatie -85 -57 -59 -59 -59 -59
XT-65 6.5 Arbeidsparticipatie -4 0 0 0 0 0
XT-66 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) -46 -56 -40 -25 -25 -25
XT-681 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ -81 -403 0 0 0 0
XT-73 7.3 Afval -79 -116 -116 -116 -116 -116
XT-74 7.4 Milieubeheer -277 -300 0 0 0 0
XT-75 7.5 Begraafplaatsen en crematoria -274 -277 -307 -307 -307 -307