Meer
Publicatiedatum: 11-11-2020

Inhoud

Paragrafen

Inhoud

Ombuigingen

Samenvatting

Via deze paragraaf lichten wij de ombuigingen uit de drie domeinen toe. Dit is een uitwerking van de korte toelichting die u onder de domeinen aantreft bij het onderdeel 'wat mag het kosten'. De ombuigingen hebben betrekking op zowel materiële kosten, personele kosten als het verhogen van inkomsten. 

 

Door strategische personeelsplanning en het gebruikmaken van kansen van natuurlijk verloop sturen wij zo effectief en efficiënt mogelijk op de personele kant van de ombuigingen. In de paragraaf bedrijfsvoering gaan wij uitgebreider in op de bedrijfsvoering van de organisatie.

Domein 1

*Een gedeelte van de ombuigingen beschreven bij domein 1 zijn technisch verwerkt bij domein 2 en 3. Voor een compleet beeld zijn de ombuigingen hier volledig weergegeven.

 

1. Onderwijs
Het onderwijs is een belangrijke partner in het volgen van de jeugd en om preventief op ontwikkelingen in te kunnen spelen. Het is belangrijk om de goede samenwerkingsrelatie te behouden vanuit ieders verantwoordelijkheid, waardoor de focus van de bijdrage van de gemeente meer op de wettelijke taken komt te liggen. Het bedrag voor niet wettelijke taken zetten we in op de verbinding onderwijs en preventieve jeugdhulp, nader beschreven in het uitvoeringsplan Jeugd. Op het onderwijs stellen we de volgende ombuigingen voor.

Ten eerste verlagen we de schoolbegeleidingsmiddelen structureel met 40.000 euro, waardoor een bijdrage van 50.000 euro resteert. Ten tweede stoppen we de bijdrage voor de klassenassistenten (51.500 euro in 2021 en structureel 69.000 euro vanaf 2022). Deze middelen worden ingezet voor de verbinding van jeugdhulp en onderwijs en de versterking van het netwerk rondom het kind.  Ten derde bekostigen we de taalklas samen met de scholen voor 50/50 (28.000 euro). Ten slotte zetten we de rijksmiddelen efficiënter in waardoor structureel 32.000 euro wordt bespaard. Deze bezuinigingen worden in september besproken in het bestuurlijk overleg onderwijs.

Schoolbegeleidingsgelden
De schoolbegeleidingsgelden konden de scholen van oudsher besteden aan onderzoek en begeleiding naar onderwijs gerelateerde ontwikkelingsproblematiek. Van deze schoolbegeleiding gaat een preventieve werking uit, omdat het hier gaat om onderzoek naar welke ondersteuning nodig is. Sinds de decentralisaties binnen het Sociaal Domein zijn deze schoolbegeleidingsmiddelen anders georganiseerd, er zijn veel gemeenten gestopt met het verstrekken van deze middelen. De samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs zijn samen met de schoolbesturen verantwoordelijk voor het onderzoeken en begeleiden van onderwijs gerelateerde ontwikkelingsproblematiek en het financieren hiervan. DRV is voor een deel blijven financieren, omdat wordt aangenomen dat met deze inzet de druk op maatwerkvoorzieningen afneemt. Door deze bezuiniging zal het samenwerkingsverband en de schoolbesturen meer moeten investeren in onderzoek en begeleiding.

 

Klassenassistenten
De klassenassistenten zien we als een verantwoordelijkheid van het onderwijs. Er is door de werkdrukmiddelen (deze zijn specifiek bedoelt voor bijvoorbeeld klassenassistenten) meer financiële ruimte bij het onderwijs, waardoor deze regeling afgebouwd kan worden. Als gemeente willen wij deze vrijgekomen middelen inzetten voor de verbinding van jeugdhulp en onderwijs en de versterking van het netwerk rondom het kind. Dit wordt nader uitgewerkt in het uitvoeringsplan Jeugd.

 

Taalklas
De gemeente financiert met deze subsidie de inzet van de Taalklas leerkracht. Door tot cofinanciering van de Taalklas over te gaan blijft deze voorziening in stand. De schoolbesturen en het samenwerkingsverband dragen middels een verdeelsleutel (opgesteld door het samenwerkingsverband) bij in de kosten van de taalklas.



Betrokken partners

  • Voortgezet Onderwijs VeenLandenCollege
  • Primair Onderwijs
  • Samenwerkingsverband Passenderwijs
  • KMN Kind & Co

 

Onderwijs

Budget

2020

Budget

2021

Budget

2022

Bezuiniging

2021

Bezuiniging

structureel 2022 e.v.

Schoolbegeleidingsgelden via Passend beschikbaar voor onderwijs

100.000

95.000

90.000

-45.000

-40.000

Taalklas Primair Onderwijs

55.500

55.500

55.500

-28.000

-28.000

Efficiënter benutten rijksmiddelen

 

 

 

-86.000

-32.000

Totaal

 

 

 

-159.000

-100.000

 

De ombuiging op het budget van de klassenassistenten geeft geen financieel voordeel, omdat het budget wordt ingezet voor de verbinding van jeugdhulp en onderwijs en de versterking van het netwerk rondom het kind.

 

Wat blijven we wel doen?

We blijven de wettelijke onderwijstaken uitvoeren, zoals peuteropvang VVE, Inzet JGZ toeleiding VVE, VVE monitoring en VVE evaluatie, Leerplicht en Passend Onderwijs REA. Daarnaast financieren we bovenwettelijk en gericht op preventie: logopedie, weerbaarheidstrainingen op PO en VO, Taalvisite, divers cursusaanbod en workshops (van het CJG, Pedagogisch Bureau, GGD), begeleiding bij echtscheiding, Ouders Lokaal, buurtgezinnen, gezinsbuddy’s, jongerenwerk, leerwerkplaats, dorpsacademie, Onderwijs Zorg Arrangementen, Handje Helpen, POH-GGZ Jeugd.

Hiermee geven we uitvoering aan het jeugdbeleidsplan dat verder wordt uitgewerkt in het uitvoeringsplan Jeugd.

 

2. Huishoudelijke Hulp

Op dit moment is de norm voor het aantal uren huishoudelijke hulp drie uur. In de praktijk is  het gemiddelde uren per week per beschikking twee en half uur. Voorgesteld wordt om in lijn met de landelijke trend de norm te verlagen naar twee uur. Zonder hierbij afbreuk te doen aan zorgen voor wat nodig is. Door diverse ontwikkelingen kunnen huishoudelijke taken sneller en efficiënter uitgevoerd worden dan dat berekend is in 2006. Deze ontwikkelingen zijn meegenomen in het recente normenkader van Bureau HHM hierover.

De nieuwe verordening zal worden gebruikt bij nieuwe beschikkingen en verlengingen. Vandaar dat voor 2021 1/3 van de bezuiniging wordt gerealiseerd en voor 2022 2/3.

 

Gevolgen

Het normenkader van Bureau HHM gaat uit van een gemiddelde van 125 minuten per indicatie (voor een gemiddelde situatie). In De Ronde Venen is er een gemiddelde van 148 minuten per indicatie. Onderzoek bij andere gemeenten heeft aangetoond dat een gemiddelde indicatie ongeveer uitkomt op 120 minuten. De verwachting is dat het gemiddelde aantal beschikte uren daalt naar twee, dus een kostenreductie van 20%. Het gevolg voor inwoners is dat er een groter beroep zal worden gedaan op het netwerk.

Een beschikking wordt afgegeven op basis van indicatie. Dat betekent dat er altijd ruimte is voor maatwerk.

 

Betrokken partners

De nieuwe verordening wordt samen opgesteld met het Participatieplatform. In een bijeenkomst met de lokale belanghebbenden zal besproken worden welke kansen dit normenkader biedt en welke problemen er mogelijk voorzien worden bij gebruik van dit kader. Hierbij worden betrokken: leden van het Participatieplatform (als vertegenwoordigers van de inwoners), Wmo consulenten en gecontracteerde aanbieders voor huishoudelijke hulp.

 

Huishoudelijke hulp   Begroting 2021
Ontwikkeling
Begroting 2021
Ombuiging
     
Begroting 2019 1.778.000     1.778.000    
Begroting 2020 1.715.000     1.715.000 -63.000 -3,5%
Begroting 2021 1.715.000 279.000 -127.000 1.867.000 152.000 8,9%
Begroting 2022 1.715.000 323.000 -260.000 1.778.000 -89.000 -4,8%
Begroting 2023 1.715.000 368.000 -403.000 1.680.000 -98.000 -5,5%
Begroting 2024 1.715.000 412.000 -413.000 1.714.000 34.000 2,0%
cumulatief t.o.v. voorgaand jaar         -64.000 -3,6%

 

3. Jeugdzorg

Vooral de ontwikkelingen op Jeugd (en WMO) laten goed de spagaat zien van de stijgende kosten en de noodzaak om te investeren in preventieve maatregelen. In het sociaal domein is sterk ingezet op preventie om te voorkomen dat gebruik wordt gemaakt van zwaardere (duurdere) voorzieningen in de Wmo, participatie en jeugdhulp. Dat betekent dus dat als we werken vanuit de visie die gericht is op demedicaliseren, er een maatschappelijk veld beschikbaar moet zijn om de vraag naar gespecialiseerde trajecten ‘terug’ te kunnen leggen naar het ‘normale’ leven.

 

Juist in het preventieve veld liggen de grootste mogelijkheden voor (snelle) bezuinigingen, terwijl het preventieve veld ook juist nog extra investeringen vraagt. Dit is een spanningsveld. En hierin hebben we de maatschappelijke partners hard nodig. Door met hen scherp in te zetten op preventieve maatregelen en goed te kijken welke merkbaar werken. Hiervoor zijn met een aantal partners al gesprekken gevoerd. De eerste uitdaging is om de toename van de kosten te stoppen, voor bezuinigd kan worden. Dit is een kwestie van een lange adem.

 

Naast de afgesproken beheersmaatregelen heeft een analyse waar de kosten hoog zijn heeft geleid tot inzet op WLZ en Ernstige Enkelvoudige Dyslexie. Door het jeugdzorg bestand door te lichten wordt verwacht dat enkele jeugdigen naar de WLZ (Wet Langdurige Zorg) gaan. Daarnaast wordt ingezet op een poortwachter om het aantal jeugdigen dat wordt behandeld voor Ernstige Enkelvoudige Dyslexie te verminderen. Deze groep is groot in de gemeente. De poortwachter gaat het gesprek voeren zodat er geen onnodige jeugdhulp wordt ingezet.

 

Gevolgen

Door de beheersmaatregelen die worden genomen kan na het stoppen van de toename van de kosten in 2023 en 2024 een kostenreductie van respectievelijk 2,5% en 5,0% bewerkstelligd worden. De doelstellingen zijn: waar het kan normaliseren en demedicaliseren.

 

Betrokken organisaties

Zorgverzekeraars - Zorgaanbieders - Huisartsen

 

4. Samenkracht 

Door het sociaal domein worden veel subsidies verstrekt. Het voorstel bestaat voornamelijk uit verschillende budgetten waar een onder uitputting is. Daarnaast een verlaging/stopzetten van verschillende subsidies. Het betreft de subsidies voor het CJG, Multi Mondo, kosten wijkopbouw en wijkcomités. Tevens wordt de monitor Sociale Kracht niet langer uitgevoerd.

 

Gevolgen

4.a       Website en coördinator CJG (Kwadraad): Voor de website is een efficiencyslag mogelijk. Er zit overlap tussen websites van CJG en GGD. Deze dubbeling is niet nodig. Daarom wordt de bijdrage voor deze website geschrapt.

De coördinatiefunctie binnen het CJG kan anders worden opgelost. Het CJG is een netwerk van diverse organisaties. De coördinator verbind die organisaties. Deze rol kan ook bij één van de organisaties zelf belegd worden. Daarnaast organiseert de coördinator een aantal activiteiten. Ook deze kunnen ondergebracht worden bij één van de partners. B.v. Ouders Lokaal. Door een aangenomen amendement van de raad is de voorgestelde ombuiging op het CJG van 30.000 euro teruggedraaid.

Voor inwoners betekent het dat informatie en advies vanuit één website te vinden is en niet meer versnipperd. Activiteiten worden nu al veelal onder de vlag van de diverse organisaties gehouden en  de meeste daarvan blijven  bestaan. Het budget van coördineren Verwijsindex blijft behouden.

 

Betrokken partners

Kwadraad 2021 2022
Schrappen Website CJG -13.000 -13.000
Schrappen coördinator CJG   -30.000
   Amendement coördinator CJG   30.000
Totaal -13.000 -13.000

 

4.b       Multi Mondo

Als gemeente zetten we in op inclusief sporten. We stimuleren daarom dat alle (sport)verenigingen  zich hiervoor in te zetten. Om die reden subsidiëren we niet apart één organisatie.

 

Gevolgen

Wellicht heeft deze maatregel gevolgen voor de groep gebruikers van het aanbod van Multi Mondo.

 

Budget 2020 2021 2022
Multi Mondo 7.000 -5.000 -7.000

 

4.c     Wijkopbouw

Momenteel zetten wij nog in op het stimuleren en aanjagen van nieuwe wijkcomités en bewonersgroepen. Deze bezuiniging kan door de focus te leggen op het ondersteunen van de initiatieven en bewonersgroepen die er al zijn.

 

Gevolgen

Inwoners gaan het merken dat er minder budget en ondersteuning is voor hun initiatieven. Binnen de organisatie zal er daarom voorafgaand aan projecten meer aandacht moeten zijn en blijven voor de inbreng en inzet van bewoners.

 

Wijkopbouw 2020 2021 2022
Ontwikkelkosten Wijkopbouw 122.000 -20.000 -20.000
Wijkcomités 14.000 -10.000 -10.000
Totaal 136.000 -30.000 -30.000

 

4.d       Monitor Sociale Kracht

Met de vaststelling van de maatschappelijke agenda (MAG) in maart 2017 is besloten om de monitoring in te richten op de maatschappelijke effecten zoals benoemd in de MAG. Om te bepalen waar we anno 2018 stonden met betrekking tot de te bereiken effecten hebben we de Sociale Kracht Monitor uit laten voeren. Deze meet de sociale veerkracht van mensen en daarnaast de leefbaarheid van de buurt. Het is aan de gemeente om een goed sociale infrastructuur neer te zetten. De monitor geeft zicht op of de gemeente hierbij inzet op de goede elementen, of dat er andere accenten of onderwerpen van belang zijn.
In 2018 is een nulmeting uitgevoerd, in 2020 is de eerste meting uitgevoerd.

 

Gevolgen

Door het niet meer uitvoeren van de monitor is er een instrument minder om de maatschappelijke effecten van beleid te onderzoeken. De raad heeft hierdoor minder zicht op de voortgang van het beleid en de effecten daarvan zoals die in 2017 zijn vastgesteld. Er zijn andere meetinstrumenten die zicht geven op ontwikkelingen in meer algemene zin. We denken dat we de voortgang hiermee kunnen meten.  

Voor de inwoners heeft het schrappen van de monitor geen gevolgen.

 

  2021 2022
Monitor Sociale Kracht   -25.000

 

5. Terugvordering en verhaal

Terugvordering en verhaal wordt door de gemeente slecht  beperkt capaciteit op ingezet. Door een handhaver in dienst te nemen (50.000 euro) en daarmee in te zetten op terugvordering en verhaal wordt voor 150.000 euro extra aan terugvordering en verhaal verwacht. Deze verwachting is op basis van een benchmark met vergelijkbare gemeenten. Op basis daarvan zetten wij in vergelijking met andere gemeenten hier nu weinig op in.
De keerzijde is dat er meer druk gelegd wordt op inwoners, omdat wij meer gaan  controleren en handhaven.

 

Gevolgen

Meer inkomsten, en mogelijk meer druk op inwoners door te controleren en handhaven.

 

Betrokken partners

N.v.t.

 

6. Organisatiekosten

Er wordt voorgesteld om het aantal fte`s voor het sociaal domein te verminderen met één fte in 2021, twee fte in 2022, één fte in 2023 en één fte in 2024. Dit kan op basis van natuurlijk verloop en het niet invullen van vacatures. Het betreft:

2021: Beleid 1 fte (huidige vacature)

2022: Beleid 1 fte en Informatie & Monitoring 1 fte

2023: Informatie & Monitoring 1fte

2024: Beleid 1 fte

 

Gevolgen

Het gevolg is dat er minder capaciteit is om nieuw beleid te maken, advisering wordt meer op hoofdlijnen er is minder capaciteit beschikbaar om diepgaande expertise op te bouwen binnen het Sociaal Domein. Daarnaast wordt het steeds moeilijker om afwezigheid of veranderingen binnen het team op te vangen.

 

Team Ombuiging 2021 Ombuiging 2022 Ombuiging 2023 Ombuiging 2024
Informatie & Monitoring - -75.000 -150.000 -150.000
Beleid -75.000 -150.000 -150.000 -225.000
Totaal -75.000 -225.000 -300.000 -375.000

 

7a. Maatschappelijke partners :

De subsidies voor de maatschappelijke partners Tympaan de Baat en de Bibliotheek wordt met 10% verlaagd. Door twee door de raad aangenomen amendementen zijn de ombuigingen op Tympaan de Baat en de Servicepunten teruggedraaid.

 

Gevolgen

Door de bezuinigingsopdracht bij beide organisaties te leggen, biedt dit kansen. Aantekening is  dat de bibliotheek een wezenlijke andere organisatie is dan Tympaan. Samen met gemeente Stichtse Vecht zijn wij opdrachtgever van de bibliotheek. SV is ook bezig met een bezuiniging op de bibliotheek voor 2021 e.v. De bibliotheek heeft de afgelopen jaren een efficiëntie slag gemaakt in haar organisatie. Verder bezuinigen zal gevolgen hebben voor de openingstijden van de vestigingen en wellicht een sluiting van een vestiging tot gevolg hebben.

 

In de samenwerking tussen de bibliotheek met Tympaan- de Baat zoeken we het uitdrukkelijk in de gezamenlijke huisvesting. In de in 2021 op te stellen visie op dorpshuizen zal dit onderwerp een belangrijke plek krijgen.

 

We willen graag de lokale maatschappelijke partners zoals Tympaan- de Baat en de bibliotheek behouden. Ze zijn waardevol en onmisbaar bij o.a. de nieuwe wet Inburgering.

 

De bezuinigingsopdracht zal vanuit Tympaan- de Baat gevolgen hebben voor inzet personeel. De organisatie bestaat uit zo’n 600 vrijwilligers die worden ondersteund door beroepskrachten. Het afstoten van bepaalde (beleids)onderdelen en daarmee personeel kan een keuze worden van de organisatie om de extra taakstelling te kunnen halen.  Dit kunnen andere (beleids)onderdelen zijn dan dat wij als gemeente nu voorstellen. Hierover zijn we dan ook gezamenlijk in overleg.

 

Daarnaast heeft Tympaan-de Baat  de opdracht om een businesscase op te stellen om te kijken hoe de Leerwerkplaats (zoveel mogelijk) zelfvoorzienend kan blijven bestaan. De gemeente zorgt voor een evaluatie om de noodzaak van deze voorziening voor het behalen van gemeentelijke doelstellingen vast te stellen.

 

Tot slot is de Tympaan-de Baat  bezig om de mogelijkheden te verkennen om het project Dementievriendelijk na 2022 een plek te geven binnen de eigen organisatie.

 

Inwoners gaan het merken als er wordt bezuinigd op beide organisaties. Als openingstijden worden verminderd hebben inwoners beperkter gelegenheid om langs te komen. Voor zover mogelijk kan door de organisaties mensen gemotiveerd worden om meer gebruik te maken van digitale mogelijkheden, zoals e-boeken lezen of de website raadplegen.

 

Daarnaast vervullen beide organisaties ontmoeting voor kwetsbare inwoners. Die ontmoeting willen we graag behouden binnen de dorpshuizen die er zijn. En voor Mijdrecht is dat in de bibliotheek. We behouden dan ook de taallessen. In de  gesprekken die met beide organisaties maandelijks worden gehouden worden de bezuinigingsvoorstellen verder uitgewerkt en concreet gemaakt. Er zal steeds een toets plaatsvinden op inhoud en de te behalen bezuinigingen.

 

Betrokken partners

  Budget 2020  Ombuiging 2021 Ombuiging 2022 (10% t.o.v. budget 2020)
Tympaan de Baat (exclusief Servicepunten en Opbouwwerk) 924.000   -90.000
    Amendement Tympaan de Baat     90.000
Servicepunten - terugbrengen openingstijden 414.000 -65.000 -65.000
    Amendement Servicepunten   65.000 65.000
Bibliotheek (exclusief cultuurconsulent) 645.000   -65.000
Totaal 1.983.000 0 -65.000

 

7b. Servicepunten

Voorgesteld wordt om de openingstijden van de Servicepunten terug te brengen.

 

Gevolgen

Inwoners ondervinden gevolgen van de beperking van de openingstijden. Ze kunnen op minder uren gebruik maken van fysiek contact. 

 

Betrokken partners

Tympaan-de Baat - Servicepunten

 

Wat blijven we wel doen?

Servicepunten blijven open en er blijft dus gelegenheid om fysiek met een vraag langs te gaan en hulp te vragen. De telefonische bereikbaarheid en de bereikbaarheid via de website veranderen (voorlopig) niet.

 

8. Werkgeverstaken Wsw

Momenteel worden de werkgeverstaken voor de wsw-ers uitgevoerd door WIL. Door deze taken zelf uit te voeren en de DVO met WIL (110.000 euro) op te zeggen wordt 55.000 euro bespaard. Voor het resterende bedrag kunnen de taken uitgevoerd worden.

 

Gevolgen

De taken worden niet langer door WIL uitgevoerd, maar door ons. Hiervoor zit dekking in het voorstel

 

Betrokken partners

N.v.t

 

Kunst & Cultuur (financieel verwerkt in domein 2) 

Voor het onderwerp kunst en cultuur zijn de volgende budgetten beschikbaar (zie onderstaande tabel). Het meeste wordt via subsidies verstrekt. Op verschillende onderdelen wordt de bijdrage voor kunst verlaagd. De subsidies voor Stichting Cultuurhuis Abcoude en Stichting Kunst de Ronde Venen worden per 2021 verlaagd tot respectievelijk 7.000 euro en 23.000 euro. Het door de raad aangenomen amendement 'Kunst en Cultuur' leidt tot een verlaging van de ombuiging op kunstonderwijs van 46.000 euro naar 19.000 euro. Ook worden de uren voor de cultuurconsulent verminderd.

 

Gevolgen

Bij deze voorgestelde bezuiniging op kunstonderwijs blijft het basisaanbod van Kunst Centraal over. Ook de lokale invulling van het kunst- en cultuuronderwijs blijft grotendeels in stand. Door verlaging van de subsidie aan Kunst Rond de Venen en Cultuurhuis Abcoude vervalt het aanbod van volwassenen en blijft voor deze doelgroep het commercieel aanbod over. Het verminderen van de uren voor de cultuurconsulent betekent dat er een beperkte coördinerende rol richting de diverse kunst- en cultuurorganisaties in stand blijft. Het opgebouwde netwerk kan daarom op onderdelen behouden blijven. Het is wel waarschijnlijk dat de website Uitinderondevenen.nl vervalt. Het Piet Mondriaangebouw heeft veel vaste huurders die geen onderdeel zijn van deze bezuinigingen (school, kinderdagopvang, theater, dansschool, koren). Deze vaste en ook incidentele huurinkomsten blijven.

 

 

Begroot

Begroting 2021

Ombuiging

Kunstonderwijs

97.599

51.599

-46.000

    Amendement Kunst en Cultuur

 

 

27.000

Cultuurconsulent

25.000

10.000

-15.000

Muziekverenigingen

28.859

28.859 

 

Amateurkunst

20.248

20.248 

 

Culturele manifestaties

30.500

30.500 

 

Museum

40.000

 

-40.000

Kunstuitleen

4.280

4.280 

 

Oranjeverenigingen

9.890

9.890 

 

Totaal

256.376

155.376

-74.000

 

Betrokken partners

Cultuurhuis Abcoude - Stichting Kunst De Ronde Venen - Cultuurconsulent (Bibliotheek)

 

 

Begroot

Begroting 2021

Ombuiging

Kunstonderwijs:

97.599 51.599 -19.000
  Cultuurhuis Abcoude 16.000 7.000 -9.000
  Stichting Kunst De Ronde Venen 60.000 23.000 -37.000
  Stichting Kunst Centraal 21.599 21.599 -
    Amendement Kunst en Cultuur     27.000
  Cultuurconsulent (Bibliotheek) 25.000 10.000 -15.000

 

Wat blijven we wel doen?

Kunst Centraal blijven we subsidiëren voor Kunst & Cultuureducatie. Cultuurhuis Abcoude en Stichting Kunst De Ronde Venen kunnen hier op basis van de bijgestelde subsidie nog een beperkte aanvulling op doen. De bijdrage aan Ab-Art, Straattheater, de Oranjevereniging en de Muziekverenigingen wordt gecontinueerd. Tenslotte houden we budget voor amateurkunst, zodat projecten een bijdrage kunnen ontvangen en de amateurkunst gestimuleerd kan blijven worden.

Domein 2

De volgorde in deze toelichting wijkt af van de nummering in de financiële toelichting bij de domeinen. Dit is gedaan om de ombuigingen per thema te kunnen bespreken. De specifieke nummers zorgen voor de juiste match.

 

Beheer & Onderhoud Openbare Ruimte
We doen aanpassingen in de ambitie op het niveau van onderhoud op de wegen, maar waarborgen de veiligheid. We handelen minder proactief in de schoonmaak en onderhoudstaken die de gemeente initieert.

 

Omschrijving Ombuiging 2021 Ombuiging 2022 Ombuiging 2023 Ombuiging 2024

1. Onderhoud wegen

We renoveren de Bovendijk, de Ringdijk 2e Bedijking en de Hoofdweg Waverveen. Hierdoor kunnen de onderhoudskosten de komende vier jaar naar beneden worden bijgesteld.

-200.000 -200.000 -200.000 -200.000

16. Brugbediening 

Bij het opnieuw aanbesteden van de brugbediening zien wij mogelijkheden om tot een kostenbesparing te komen. Hierbij wordt gekeken naar andere mogelijkheden van dienstverlening en andere mogelijkheden waarop de personele inzet tot stand kan komen.

    -150.000 -150.000

15. Openbaar groen

We maken scherpere keuzes in plantvak- en gazononderhoud, en ruw gras. Daarbij wordt gekeken naar de functie van het groenvak, waarbij aan een afscheiding andere eisen worden gesteld dan aan een beeldbepalend siervak.

-50.000 -50.000 -50.000 -50.000

3. Bewegwijzering

Na inventarisatie en opruimactie verwachten we 30% minder borden te hebben en daardoor minder onderhoudskosten.

-25.000 -25.000 -25.000 -25.000

4. Gladheidsbestrijding

Door ruime voorraad is de komende vier jaar minder zout nodig.

-15.000 -15.000 -15.000 -15.000

5. Straatreiniging 

Deze bezuiniging vullen we in door een nieuwe aanbesteding, waarin aangepaste eisen worden opgenomen.

-15.000 -15.000 -15.000 -15.000

7. Voertuigen en materialen

We vervangen onze voertuigen door elektrische voertuigen, hierdoor besparen we op de onderhoudskosten .

-13.000 -13.000 -13.000 -13.000

6. Onkruid op verharding

We blijven het onkruid borstelen, maar op een aantal (minder intensief gebruikte) plekken zal 1 ronde komen te vervallen.

-10.000 -10.000 -10.000 -10.000
Totaal -328.000 -328.000 -478.000 -478.000

 

Gevolgen

De bezuinigingen op o.a. openbaar groen, straatreiniging en onkruidverwijdering leiden door bijvoorbeeld hooivorming en hoger onkruid tot een minder aantrekkelijk straatbeeld. Het vuil dat langer in de goten blijft liggen kan de waterafvoer beperken. De verwachting is dat het aantal meldingen over deze onderwerpen toeneemt. De opruimactie op  het gebied van bewegwijzering leidt verkeerskundig tot een duidelijkere situatie en draagt bij aan een beter straatbeeld.

 

Betrokken partners

N.v.t.

 

Wat blijven we wel doen?

We geven zoveel mogelijk uitvoering aan het beheerplan wegen en doen jaarlijks renovatieprogramma’s. Dit gebeurt zo veel mogelijk integraal en gebiedsgericht. We plegen minder onderhoud in de openbare ruimte, maar zorgen dat het veilig blijft.

 

Verkeer

 

Omschrijving Ombuiging 2021 Ombuiging 2022 Ombuiging 2023 Ombuiging 2024

8. Fietsplan DRV fietst

We voeren nog steeds het Fietsplan uit, maar leveren geen extra inzet voor de fietsroute Amsterdam-Utrecht, er komen geen extra oplaadpunten en geen communicatiecampagne om het fietsgedrag te beïnvloeden. Het incidentele budget voor 2021 kan daardoor worden verlaagd.

-50.000      

 

Gevolgen

Door een aantal onderdelen te laten vervallen is het fietsbeleid minder optimaal en stimuleren we inwoners minder om de fiets te pakken voor langere afstanden. 

 

Betrokken partners
N.v.t.

 

Wat blijven we wel doen?
Voor verkeer houden we dezelfde ambitie en richten we ons op een goede bereikbaarheid van de gemeente, zowel met eigen vervoer als met het OV. Verkeersveiligheid blijft ook een belangrijk thema. De komende jaren is nog extra aandacht voor het verbeteren van de fietsinfrastructuur.

 

Toerisme en cultuurhistorie

 

Omschrijving Ombuiging 2021 Ombuiging 2022 Ombuiging 2023 Ombuiging 2024

19. Gebiedsmarketing

Het incidentele extra budget in 2021 voor gebiedsmarketing komt te vervallen. Er komt daardoor geen extra actie in het kader van het themajaar 'Ode aan het landschap'.

-25.000      

11. Monumenten/molens

Minder budget voor subsidies onderhoud van gemeentelijke monumenten en molens. We blijven subsidies voor onderhoud van gemeentelijke monumenten verstrekken, maar in mindere mate. Dit betekent dat we meer subsidieaanvragen niet kunnen honoreren, omdat het budget al voor het einde van het jaar op is. Dit levert een voordeel op.

-10.000 -10.000 -10.000 -10.000

10. Verhoging toeristenbelasting (land en water)

Naast bezuinigingen zien we de mogelijkheid om de toeristenbelasting te verhogen. In vergelijking met omliggende gemeenten is deze in onze gemeente relatief laag. 

  -73.000 -73.000 -73.000

10a Amendement Toeristenbelasting 10a Het door de raad aangenomen amendement "Toeristenbelasting" leidt met ingang van 2021 tot een extra verhoging van het tarief per overnachting tot 1 euro 50 en een meeropbrengst van 166.000 euro voor 2021 en voor 2022 e.v. van 93.000 euro.

-166.000 -93.000 -93.000 -93.000

20 Amendement "Andere keuze ombuiging"

Het door de raad aangenomen amendement "Andere keuze ombuiging" leidt tot een bezuiniging van 25.000 euro op het budget Economische ontwikkeling en 5.000 euro op het budget recreatie en toerisme.

-30.000
-30.000
-30.000
-30.000

21 Amendement  "Woonforensenbelasting"

De geraamde opbrengst forensenbelasting wordt verhoogd door het aangenomen amendement Forensenbelasting . De forensenbelasting is verhoogd met 46.000 euro extra ten opzichte van de begroting 2021 waarbij gerekend was met een algemene prijsindex.

 

-46.000
-46.000
-46.000
-46.000
Totaal -277.000 -252.000 -252.000 -252.00

 

Gevolgen

We geven geen extra impuls aan gebiedsmarketing rondom het thema Ode aan het Landschap. Het initiatief daarvoor ligt nu meer bij de ondernemers(verenigingen). Het is mogelijk dat eigenaren minder investeren in hun cultuurhistorische objecten door het ontbreken van cofinanciering. Daardoor bestaat risico op achteruitgang. In 2020 zijn nog nieuwe monumenten aangewezen. Deze bezuiniging kan leiden tot onbegrip bij inwoners.

 

Betrokken partners
N.v.t.

 

Wat blijven we wel doen?

We blijven we ons inzetten om de toeristisch-recreatieve potentie van onze gemeente te ontsluiten. Voor gebiedsmarketing doen we dit samen met ondernemersverenigingen en via regionale samenwerking onder andere in het Groene Hart. Op het gebied van cultuurhistorie blijven we subsidie verstrekken voor het onderhoud van gemeentelijke monumenten, maar doen hierin wel een stap terug, ondanks dat in 2020 nieuwe gemeentelijke monumenten zijn aangewezen.

 

Duurzaamheid

 

Omschrijving Ombuiging 2021 Ombuiging 2022 Ombuiging 2023 Ombuiging 2024

12. Duurzaamheid - warmtetransitie

De verlaging van het budget heeft effect op de wijkuitvoeringsplannen van de transitievisie warmte. Het gaat hierbij om o.a. voorlichting en collectieve inkoop. 

-10.000 -10.000 -10.000 -10.000

 

Gevolgen

Mogelijk treedt vertraging op in de uitvoering van het transitieplan warmte in de verschillende wijken.

 

Betrokken partners
N.v.t.

 

Wat blijven we wel doen?

Op het gebied van duurzaamheid blijven we ‘snelle volger’ en houden we de ambitie om in 2024 klimaatneutraal te zijn. We stellen ons in de regio proactief op om de keuzes in de Regionale Energie Strategie in overeenstemming met onze ideeën te kunnen sturen. We werken met transitieplannen voor elektriciteit en warmte.

 

Ruimtelijke Ordening

 

Omschrijving Ombuiging 2021 Ombuiging 2022 Ombuiging 2023 Ombuiging 2024

14. Handhaving Plassengebied

In de huidige meerjarenbegroting was veel geld gereserveerd voor handhaving bebouwing na vaststelling van het bestemmingsplan. Op basis van de ervaringen met de handhaving die we nu verrichten in de aanloop naar het nieuwe bestemmingsplan, is een aanzienlijke besparing op het gereserveerde bedrag mogelijk. Na de vaststelling van het bestemmingsplan zal de focus in eerste instantie vooral liggen op communicatie en vergunningsverlening, waardoor eigenaren een en ander zelf kunnen aanpassen conform het dan nieuw vastgestelde bestemmingsplan. Het eventueel handhaven volgt aansluitend op dit traject in de jaren daarna.

-160.000 -160.000 -110.000 -110.000

13.Ruimtelijke ordening

Minder budget voor bestemmingsplannen die vanuit de gemeente worden geïnitieerd. We zijn iets terughoudender in de uitvoering van planologische maatregelen. Daarnaast is de kans op planschade geringer, omdat dit risico de afgelopen jaren is door gelegd in overeenkomsten.

-10.000 -10.000 -10.000 -10.000

9. ODRU

We zetten in op een ombuiging op taken bij de ODRU. Dit vraagt om nader overleg en onderzoek. We zoeken daarin samenwerking met andere gemeenten. De ombuiging betekent een efficiencyslag op gebied van milieu- en bouwtaken. NB: nog eens 20.000 euro betreffende ODRU maakt onderdeel uit van domein 1.

  -100.000 -100.000 -100.000
Totaal -170.000 -270.000 -220.000 -220.000

 

Gevolgen

Doordat we andere keuzes maken en minder inzetten op handhaving wordt er mogelijk meer gebouwd op plekken waar dit niet is toegestaan en negatieve impact op de beeldkwaliteit. De kans is dat dit tot minder begrip bij inwoners en belangenverenigingen leidt met handhavingsverzoeken als gevolg. De bezuiniging op taken bij de ODRU leidt tot minder gefaciliteerde milieu- educatie voor scholieren.

 

Betrokken partners

ODRU - Provincie Utrecht - Waterschap - Recreatieschap - Scholen

 

Wat blijven we wel doen?

Tot aan de vaststelling van het bestemmingsplan voeren we preventief toezicht uit door te varen op de plassen en doorlopen handhavingsprocedures voor bouwwerken die na de luchtfoto 2018 zijn gerealiseerd. Na de vaststelling van het bestemmingsplan zal de focus in eerste instantie vooral liggen op communicatie en vergunningsverlening, waardoor eigenaren een en ander zelf kunnen aanpassen conform het dan nieuw vastgestelde bestemmingsplan. Het eventueel handhaven volgt aansluitend op dit traject in de jaren daarna. Ook blijven we initiatieven en plannen van derden faciliteren en bereiden we ons voor op de komst van de Omgevingswet.

 

Organisatiekosten

Naast bovengenoemde bezuinigingen zien we ook mogelijkheden om te bezuinigen op de interne organisatie. 

 

17. Personele capaciteit
In 2021 vervalt door pensionering  (natuurlijk verloop) 1 fte. Door herschikking van beleidstaken op het terrein van recreatie en economie (0,6 fte) en beheer openbare ruimte (1fte) verwachten wij door natuurlijk verloop deze ombuiging in te kunnen vullen.

 

2. Stelpost samenvoeging IBOR/Ruimte 
Bij samenvoeging afdeling Ruimte en IBOR achten wij het mogelijk een efficiencyslag  te maken door het scherp sturen op capaciteit en budgetten. De concrete invulling hiervan is op dit moment nog niet bekend. We verwachten onder andere op het gebied van verkeer en wegen grotere synergie te creëren.

 

Gevolgen

De samenvoeging van IBOR en Ruimte moet leiden tot verbeterde samenwerking in het fysieke domein. Door de herschikking van de beleidstaken op terrein van economie en recreatie gaat er meer aandacht naar ondernemers in het algemeen en in wat mindere mate specifiek gericht op toerisme- en recreatieondernemers. Op het gebied van beleid openbare ruimte zijn we minder flexibel om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of samenwerkingsinitiatieven in de regio

Domein 3

1. Kwaliteit vastgoed en grondzaken

Kwaliteitsimpuls is deels (voor 50.000 euro) binnen bestaande formatie gerealiseerd. Hierdoor is het oorspronkelijke bedrag (van 110.000 euro) niet geheel nodig en kan er 60.000 euro komen te vervallen.

 

Gevolgen

N.v.t.

 

Betrokken partners

N.v.t.

 

Wat blijven we wel doen?

De reguliere taken en geplande werkzaamheden zullen worden uitgevoerd.

 

2. Personele capaciteit

Dit bestaat uit verschillende onderdelen:

 

a.  Flexibel inzetten personeel voor diverse projecten

Voor de bedrijfsvoering is een concrete correctie (bezuiniging) van 281.000 euro opgenomen gerelateerd aan het flexibel inzetten van personeel voor diverse projecten. Aangezien deze projecten qua dekking in de begroting zijn opgenomen kan de personeelsbegroting gecorrigeerd worden.

Dit betreft een pool van drie projectleiders die we zijn gestart om, met drie vaste allround projectleiders in dienst, minder (dure) inhuur te plegen op projecten.

 

b. Door natuurlijk verloop in combinatie met het anders organiseren van werkzaamheden kan bespaard worden op managementkosten. Daarbovenop is een taakstelling opgenomen oplopend van 200.000 euro tot 400.000 euro op de overige overheadkosten.

De totale personeelskosten overhead bedragen circa 9,75 mln. euro.

 

Gevolgen

ad. a.

In principe geen, de structurele lasten van deze flexibele inzet is vorig jaar per ongeluk in de begroting opgenomen terwijl de bedoeling was om deze mensen in te zetten op incidentele projecten en ook zo te dekken. Het is wel goed om te realiseren dat deze werkwijze is ingezet vanuit de wetenschap dat we altijd wel meerdere projecten hebben lopen waarop inzet nodig is. En dat vaste mensen dan goedkoper zijn. Als er echter een situatie zich voordoet waarbij er tijdelijk geen projecten zijn, dan zullen de vaste lasten blijven doorlopen. Uiteraard stuurt het management op het voorkomen van deze situatie.

ad. b.

Het feit dat natuurlijk verloop wordt aangegrepen om kansen te benutten om te bezuinigen op managementkosten betekent dat deze bezuiniging nu kan zonder kosten. Het betekent wel dat binnen de betreffende afdelingen zaken anders georganiseerd moeten worden. De gevolgen van de taakstelling op de overige overheadkosten zijn nog niet uitgewerkt. Ook daar zal zoveel mogelijk de kansen worden benut van uitstroom en doorstroom van personeel. De inzet in deze begroting op digitalisering biedt wellicht in de toekomst ook kansen. Deze taakstelling wordt gaandeweg geconcretiseerd

 

Betrokken partners

Medewerkers - OR

 

Wat blijven we wel doen?

Het is belangrijk om ons te (blijven) realiseren dat veel werk van wat de gemeente voor de inwoners doet mensenwerk is. Ons personeel is daarom een belangrijk stuk ‘kapitaal’. De overhead wordt gericht ingezet om het primaire proces zo efficiënt mogelijk te organiseren en ondersteunen en een aantrekkelijke werkgever te blijven. Dit betekent dat juist de inzet op bijvoorbeeld HR in tijd van bezuinigingen erg van belang is.

 

Ombuigingen op personeel (in fte's)
   2021  2022  2023  2024 Cumulatief
Domein 1 -1,00 -2,00 -1,00 -1,00 -5,00
Domein 2 -1,60 -1,00     -2,60
Domein 3 -2,00 -1,95 -2,67 -2,67 -9,29
Subtotaal  -4,60 -4,95   -3,67  -3,67 -16,89
Afloop tijdelijke contracten -1,0 -1,5 -0,8    
Totaal -5,60 -6,45 -4,47 -3,67 -20,19

 

Taakstelling apparaatskosten

Onder het kopje gevolgen onderdeel b wordt genoemd dat er sprake is van een taakstelling op de budgetten voor personele inzet. Er is binnen de personele capaciteitskosten, taakveld overhead van programma 9 Bestuur en ondersteuning een taakstelling verwerkt van € 200.000 voor begrotingsjaar 2023 en € 400.000 voor begrotingsjaar 2024.  Naast deze taakstelling is door het aangenomen amendement "taakstelling apparaatskosten" een aanvullende taakstelling opgenomen op dit onderdeel.  Deze additionele taakstelling betreft voor begrotingsjaar 2021 € 250.000 en loopt op naar € 600.000 in 2024. 

(in  euro  en - = voordeel en +  = nadeel) 2021 2022 2023 2024
Taakstelling personele capaciteit onderdeel overhead     -200.000 -400.000
Additionele taakstelling, amendement "taakstelling apparaatskosten" -250.000 -500.000 -550.000 -600.000
Totale taakstelling op personele capaciteit -250.000 -500.000 -750.000 -1.000.000
Taakstelling materiële budgetten overhead
-50.000
-100.000
-150.000
-200.000
Totale taakstelling op de apparaatskosten
-300.000
-600.000
-900.000
-1.200.000

Naast de taakstelling op personele capaciteit is er ook een taakstelling op de materiele budgetten overhead. Deze taakstelling wordt toegelicht  bij het onderdeel materiële budgetten overhead.  De budgetten voor personele capaciteit als de materiële budgetten overhead maken onderdeel uit van de apparaatskosten.
De keuze voor de invulling van deze taakstellingen op de apparaatskosten worden aan uw raad voorgelegd ter instemming.

 

3. Lokale heffingen

De raadswerkgroep 'Reflectie op financiële keuzes' heeft eerder meerdere oplossingsrichtingen onderzocht. Een daarvan was het verhogen van het OZB tarief voor niet woningen. Deze kwam specifiek in beeld aangezien ons huidige tarief zeer laag is in vergelijking met omliggende gemeenten. Daarbij is eerder onderstaande tabel gepresenteerd. 

 

Tarieven en opbrengsten 2019 - Niet woningen

Gemeente

 

Tarief eigenaren

 

Tarief gebruikers

 

Berekende opbrengst

voor De Ronde Venen

Verschil

t.o.v. DRV

De Ronde Venen

0,1544%

0,0957%

2.090.000

0

Aalsmeer

0,2155%

0,1880%

3.610.000

1.520.000

Ouder Amstel

0,2477%

0,2145%

4.140.000

2.050.000

Amstelveen

0,2571%

0,2070%

4.150.000

2.060.000

Uithoorn

0,2581%

0,1988%

4.090.000

2.000.000

Nieuwkoop 0,3161% 0,2491% 5.060.000 2.970.000

Stichtse Vecht

0,2129% 0,1751% 3.480.000 1.390.000

Woerden

0,1176% 0,2493% 3.280.000 1.190.000

 

       

Landelijk:

       

Laagste

0,0668%

0,0000%

600.000

-1.490.000

Gemiddelde

0,2738%

0,2041%

4.280.000

2.190.000

Hoogste

0,9162%

0,4913%

12.600.000

10.510.000

 

Gevolgen
Ondanks dat de vastgoedeigenaren en gebruikers van niet woningen in onze gemeente jarenlang verhoudingsgewijs een lage OZB aanslag kregen, zal dit voor hen natuurlijk consequenties hebben.

 

Betrokken partners

  • Vastgoedeigenaren en gebruikers
  • Gemeentebelastingen Amstelland

 

Wat blijven we wel doen?

Door deze belasting te verhogen kunnen we andere werkzaamheden als gemeente continueren.

 

Amendement beperking verhoging OZB niet-woningen

Door het aangenomen amendement "beperking verhoging OZB bedrijven i.v.m. corona" is de verhoging van de  opbrengst OZB niet-woningen voor begrotingsjaar 2021 en 2022 gereduceerd.  In verband met Corona is voor het jaar 2021 de verhoging gereduceerd van 2 mln. euro naar 1 mln. euro en voor het jaar 2022 is de verhoging gereduceerd van 2 mln. euro naar 1,7 mln. euro. Deze aanpassing wordt verwerkt in het tarief OZB-niet woningen. In de paragraaf "lokale heffingen" wordt het voorlopige tarief gepresenteerd.

 

4. Materiële budgetten overhead

Door middel van een taakstelling van 50.000 euro oplopend naar 200.000 euro worden bezuinigingen gerealiseerd op de materiële budgetten onder het taakveld overhead. Dit betreft onder andere personeel en organisatiebeleid, ICT, communicatie, vergaderkosten etc. Door het management wordt deze taakstelling concreet ingevuld. Dit is een bezuiniging van circa 5%.

 

Gevolgen

De gevolgen worden duidelijk bij de concrete invulling.

 

Betrokken partners

Niet van toepassing.

 

Wat blijven we wel doen?

In zijn algemeenheid geldt dat de verschillende PIOFACH taken noodzakelijk zijn voor een goed functionerende organisatie. De budgetten voor personeelsbeleid en ICT springen het minst in het oog voor de ombuigingen, aangezien zij juist ombuigingen faciliteren op andere terreinen.

 

5. Onderhoud gemeentelijke gebouwen

De bezuinigingen op het taakveld beheer overige gebouwen en gronden zijn voornamelijk gedaan door de kosten te reduceren van het onderhoud op gebouwen o.b.v. panden die op de nominatie staan om gesloopt te worden. Dit betreft ongeveer een kwart van het budget.

 

Gevolgen

Door middel van deze bezuiniging wordt er minder gedoteerd aan de onderhoudsvoorziening. Uiteraard is het verstandig om geen grote werkzaamheden meer te verrichten voor panden die op de nominatie staan om gesloopt te worden. Een minimale inzet blijft echter wel noodzakelijk en kosten kunnen oplopen als panden onverwachts langer in ons bezit blijven. Nu wordt het restant in een onderhoudsvoorziening betrokken bij de financiële afwikkeling na verkoop. Dat zal dan minder zijn.

 

Betrokken partners

N.v.t.

 

Wat blijven we wel doen
Onderhoud aan de overige panden en minimaal noodzakelijk onderhoud aan de panden die op de nominatie staan om gesloopt te worden.

 

Huisvesting gemeentehuis

In relatie met nieuwbouw/verbouw gemeentehuis is eerder aangegeven dat de jaarlijkse meerkosten 500.000 euro bedragen. Door de nieuwe ontwikkelingen met thuiswerken door Corona worden de plannen aangepast. Dit leidt tot een verlaging van 400.000 euro en blijft 100.000 euro beschikbaar voor het verbeteren van de huisvesting. Dit is een schatting, die bij het samenstellen van de begroting 2022 nader wordt bekeken.

 

Gevolgen

De gevolgen van de beperktere plannen moeten nog nader worden uitgewerkt. Duidelijk zal zijn dat het project minder omvangrijk zal worden dan oorspronkelijk gepland.

 

Betrokken partners

Intern: OR, raad. Externe partners afhankelijk van te maken keuzes

 

Wat blijven we wel doen?

Het bieden van adequate huisvesting voor de organisatie die voldoet aan bouwbesluit en Arbonormen. De nadruk zal daarbij minder dan voorheen liggen op het kwantitatieve aantal werkplekken en meer op ontmoeting en verbinding, het faciliteren van werkzaamheden die thuis niet mogelijk zijn en goede ICT voorzieningen om de combinatie met thuiswerken te ondersteunen.

Lokale heffingen

Samenvatting lokale heffingen

Het heffen van lokale belastingen en heffingen stelt de gemeente in staat om maatschappelijke voorzieningen op een evenwichtige wijze in stand te houden. Daarnaast stellen belastingen en heffingen de gemeente in staat maatschappelijke kosten door te belasten aan specifieke veroorzakers, zoals bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In het verlengde hiervan stelt het heffen van lokale belastingen en heffingen de gemeente in staat een sluitend meerjarenperspectief te bereiken. Aanpassing van de belastingtarieven zorgt ervoor dat de koopkracht van de gemeentelijke middelen gehandhaafd blijft.

 

Voor het jaar 2021 is rekening gehouden met een opbrengststijging van 1,8% waar dit toegestaan is. Uitzondering hierop zijn de rijksleges. Bij de OZB is rekening gehouden met de gerealiseerde areaaluitbreiding.

 

Naast de reguliere autonome ontwikkelingen op de lokale heffingen is in verband met de  begrotingsopgave 2021 - 2024 de gewenste OZB opbrengst niet woningen met 2.000.000 euro structureel verhoogd. Deze verhoging is aan de hand van het aangenomen amendement "beperking verhoging OZB bedrijven i.v.m. Corona" gereduceerd van 2.000.000 euro verhoging naar1.000.000 euro voor begrotingsjaar 2021 en van 2.000.000 euro verhoging naar 1.700.000 euro voor begrotingsjaar 2022.

 

Het tarief van de toeristenbelasting is per 1 januari 2021 conform het aangenomen amendement "Toeristenbelasting" verhoogd naar 1 euro 50. Door deze structurele tariefsverhoging wordt 219.000 euro extra opbrengsten gegenereerd ten opzichte van begrotingsjaar 2020.

 

De forensenbelasting is per 1 januari 2021 verhoogd met 19% aan de hand van het aangenomen amendement "Forensenbelasting". In de begroting wordt rekening gehouden met 74.000 euro extra opbrengsten ten opzichte van begrotingsjaar 2020.

Beleid voor lokale heffingen

Voor 2021 is een prijsontwikkeling voor de belastingen en tarieven gehanteerd van 1,8% , conform het Centraal Economisch Plan (CEP). Het tarief voor de OZB is gecorrigeerd voor prijs- en waardeontwikkeling. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing geldt als uitgangspunt 100% kostendekking.

 

De belastingtaken zijn uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland (GBA). Het gaat om taken op het gebied van de uitvoering van de Wet WOZ, de heffing en invordering van de belastingen onroerende zaakbelastingen, roerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting, forensenbelasting, toeristenbelasting en de Bedrijven Investeringszone Zone belasting.

Meerjarig overzicht van de lokale heffingen (bedragen x € 1.000)

 

Nr. Naam  van de heffing 2019 2020 2021 2022 2023 2024
               
1 Onroerende zaakbelasting voor woningen 5.955 5.780 5.940 5.940 5.940 5.940
2 Onroerende zaakbelasting voor niet-woningen 2.031 2.119 3.150 3.850 4.150 4.150
3 Afvalstoffenheffing 3.830 4.671 5.792 5.792 5.792 5.792
4 Rioolheffing 4.797 4.900 4.990 4.990 4.990 4.990
5 Precariobelasting 2.261 2.253 2.253 0 0 0
6 Leges wonen en bouwen 1.716 1.915 2.075 1.754 2.197 1.505
7 Leges burgerzaken 580 409 445 367 328 683
8 Toeristenbelasting 270
222
441 441
441
441
9 Begraafplaatsrechten 348 367 367 367 367 367
10 Forensenbelasting 271 248
322 322 322 322
11 Hondenbelasting 171 170 174 174 174 174
12 Overige leges 165 131 143 143 143 143
13 Bedrijveninvesteringszones 86 72 110 110 110 110
14 Roerende zaakbelasting 81 76 82 82 82 82
15 Marktgelden 9 54 55 55 55 55
16 Parkeerheffingen 13 20 6 6 6 6

 

Onroerende zaakbelasting (OZB)

De OZB is een algemene heffing, die wordt bepaald aan de hand van de in de begroting vastgestelde opbrengst en de WOZ-waarden van de objecten in de gemeente. In de begroting stellen we de opbrengst vast.  Daarbij wordt de opbrengst van 2020 vermenigvuldigd met een indexatie en vindt er een correctie plaats naar aanleiding van de stijging van het aantal objecten (peildatum is 1 januari 2020 voor de begroting 2021).  Het tarief wordt vervolgens bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de totale WOZ-waarde. Dit betekent bij een stijging van de WOZ-waarde een lager tarief en bij daling van de WOZ-waarde een hoger tarief wordt vastgesteld. Indien de opbrengst achteraf hoger blijkt te zijn dan waar mee gerekend was, dan levert dit eenmalig een voordeel op, maar het jaar er na vindt een neerwaartse bijstelling van het tarief plaats.

 

Om inzicht te geven in de berekening van de OZB inkomsten en de daaraan gekoppelde tariefstelling is in onderstaande tabel de berekening opgenomen. Het heffingstarief is afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ waarde. Deze WOZ wordt continue geactualiseerd. Eind 2020 wordt een tariefvoorstel gedaan waarbij de meest actuele WOZ wordt betrokken.

 

  Toelichting

OZB woningen

(eigenaar)

OZB niet-woningen

(eigenaar)

OZB niet-woningen

(gebruiker) 

  Berekening opbrengst:      
 
  • Basis meerjarenbegroting 2020
5.780.000 1.309.000 810.000
 
  • Areaaluitbreiding

52.000

0 0
 
  • Indexering 1,8%
105.000 24.000 15.000
 
  • Belastingmaatregel
  1.162.000 838.000
  •   Afronding 3.000 -5.000 -3.000
 
  • Amendement: 'Beperking verhoging OZB bedrijven i.v.m. corona'
  -500.000 -500.000
A. Gewenste opbrengst 2021 5.940.000 1.990.000 1.160.000
B. Indicatie totale WOZ-waarden per 1 januari 2020 7.774.000.000 947.000.000 788.390.000
C. Voorlopig tarief  2021 (A/B) 0,0764% 0,2101% 0,1471%

 

Toelichting Amendement "Beperking verhoging OZB bedrijven ivm corona".

In de begrote belastingopbrengsten OZB niet-woningen is  in verband met de begrotingsopgave 2021 - 2024 de gewenste opbrengst verhoogd met 2.000.000 euro per jaar. Door het aangenomen amendement "Beperking verhoging OZB bedrijven ivm corona" is deze verhoging voor de begrotingsjaren 2021 en 2022 naar beneden bijgesteld. Voor begrotingsjaar 2021 betreft de verhoging  nu afgerond 1.000.000 euro en voor begrotingsjaar 2022 1.700.000 euro.

 

Rioolheffing

De rioolheffing wordt geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen. Bij een waterverbruik boven de 300 m3 ontvangt de gebruiker een aanslag voor het meerverbruik. Voorgesteld wordt het tarief voor de rioolheffing te verhogen. 

 

Het uitgangspunt voor de heffing is 100% kostendekkende tarieven. 

 

  

Belastingplichtige

Tarief

2020

Tarief

2021

  • Rioolheffing

Eigenaar

213,00 216,60
  • Meerverbruik (boven de 300 m3)

Gebruiker

0,83 0,85

 

Onderbouwing kostendekkendheid rioolheffing 2020 en 2021  2020  2021
Opbrengsten:    
- rioolheffing 4.900.000 4.990.000
Totaal opbrengsten 4.900.000 4.990.000 
     
Kosten:    
- directe kosten 3.432.000 3.607.000
- toegerekende kosten overhead e.d. 987.000 962.000
- toegerekende BTW 414.000 421.000
Totaal kosten 4.900.000 4.990.000 
     
Dekkingspercentage 100% 100%

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing wordt geheven van gebruikers van eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens en recreanten. De stijging van het tarief ten opzichte van 2020 bedraagt 24% en is voor een groot deel te verklaren uit de stijging van de verwerkingskosten van restafval.

Door de invoering van een systeem van tariefdifferentiatie per 2022 wordt een afname van huishoudelijk afval verwacht en daardoor kan een deel van de stijging van het tarief ongedaan worden gemaakt.

 

  

Belastingplichtige

Tarief

2020

Tarief

2021

  • Eenpersoonshuishouden

Gebruiker

207,40 256,20
  • Meerpersoonshuishouden

Gebruiker

269,40 332,40
  • Recreatiewoningen

Gebruiker

207,40 256,20
  • Extra container 140 liter (grijs)

Gebruiker

121,80 150,00
  • Extra container 240 liter (grijs)

Gebruiker

158,40 195,60

 

Het uitgangspunt voor de heffing is 100% kostendekkende tarieven. Dit is zichtbaar in onderstaande tabel.

 

Onderbouwing kostendekkendheid afvalstoffenheffing 2020 en 2021  2020 2021
Opbrengsten:    
- afvalstoffenheffing 4.671.000 5.792.000
- overige opbrengsten 657.000 354.000
Totaal opbrengsten 5.328.000 6.146.000
     
Kosten:    
- directe kosten 4.183.000 4.628.000
- toegerekende kosten overhead e.d. 845.000 828.000
- toegerekende BTW 678.000 690.000
Totaal kosten 5.706.000 6.146.000
     
Dekkingspercentage 93% 100%

 

Precariobelasting

Gemeenten die op 10 februari 2017 in hun belastingverordening een tarief hadden voor nutsnetwerken, mogen uiterlijk tot 1 januari 2022 nog precariobelasting op nutsnetwerken blijven heffen. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal het tarief in rekening brengen dat op 10 februari 2016 gold.

 

Bij de bestuurlijke behandeling van de Kadernota 2018 is een amendement aangenomen om de komende jaren 1 mln. euro terug te geven. Daarnaast is in januari 2018 door de raad besloten om de precario Vitens van 500.000 euro geheel terug te geven. Deze teruggaven, totaal 1,5 mln. euro zijn verwerkt in de begroting.

Overige heffingen en tarieven

De overige heffingen en tarieven zijn verhoogd met 1,8% tenzij er sprake is van vastgestelde rijkstarieven.

 

Ondernemers binnen een Bedrijven Investeringszone (BI-zone) moeten belasting betalen in de vorm van een BIZ-bijdrage. De gemeente geeft dit geld via een subsidie aan een stichting Koopcentrum Mijdrecht.

Forensenbelasting

Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De WOZ-waarde dient als grondslag voor de heffing.

 

De raming 2021 is gebaseerd op de jaarrekening 2019 aangevuld met een verhoging van 19%.

De verhoging van 19% komt uit het aangenomen amendement "Forensenbelasting".

 

Toelichting Begrote opbrengst
Jaarrekening 2019 271.000
Amendement forensenbelasting, verhoging van 19% 51.000
Totaal 322.000

 

 

Toeristenbelasting

Onder de naam 'landtoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. De landtoeristenbelasting wordt geheven als algemeen dekkingsmiddel en als een bijdrage in de lasten van gemeentelijke voorzieningen door personen die niet in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven. De wettelijke basis is de gemeentewet en de Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting. Op grond van de verordening is per persoon en per overnachting een bedrag verschuldigd.
Het tarief voor landtoeristenbelasting is per 1 januari 2021 structureel verhoogd naar € 1,50 aan de hand van het aangenomen amendement "Toeristenbelasting".
De uitvoering van deze belastingtaak is uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland.


Naast landtoeristenbelasting heft de gemeente De Ronde Venen ook watertoeristenbelasting. Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Ook watertoeristenbelasting wordt geheven als algemeen dekkingsmiddel en als een bijdrage in de lasten van gemeentelijke voorzieningen door personen die niet in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven. De wettelijke basis is de gemeentewet en de Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting. Op grond van de verordening is per gemiddeld aantal personen en per gemiddeld aantal dagen dat verblijf op het water wordt gehouden een bedrag verschuldigd.
Het tarief voor watertoeristenbelasting is per 1 januari 2021 structureel verhoogd naar € 1,50 aan de hand van het aangenomen amendement "Toeristenbelasting".
De uitvoering van deze belastingtaak is uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland.

Hondenbelasting

Onder de naam hondenbelasting wordt door de gemeente De Ronde Venen een belasting geheven ter zake van het houden van honden. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Het belastingtarief 2020 is met 1,8% verhoogd om het belastingtarief 2021 te bepalen.  Het belastingtarief 2021 bedraagt 64 euro per hond. Daarnaast is er een afwijkend tarief voor honden gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, dit bedraagt voor 2021 291 euro 76 per kennel.

 

De hondenbelasting is een belasting die, net als de OZB, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. Dat neemt niet weg dat deze inkomsten voor honden worden gebruikt zoals aangegeven in de jaarrekening 2019.

 

De wettelijke basis is de gemeentewet en de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting. De uitvoering van deze belastingtaak is uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland.

Ontwikkeling woonlasten

In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten opgenomen van een meerpersoons- en eenpersoonshuishouden. De OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing vormen samen de gemeentelijke woonlasten voor huishoudens. Ter vergelijk zijn de woonlasten over het jaar 2020 weergegeven. Voor de jaren 2019 - 2021 bedraagt de teruggave 40 euro per jaar. Vanaf 2022 vervalt deze teruggave in verband met de wettelijke afschaffing van de precariobelasting.

 

Woonlasten voor een meerpersoonshuishouden
Nr. Omschrijving 2020 2021
1 OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde * 304 309
2 Rioolheffing 213 217
3 Afvalstoffenheffing 269 332
4 Teruggaaf precario -40 -40
5 Totale woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde 746 818 
       
  Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO) 793 nog niet bekend
  Landelijk gemiddelde (Bron: COELO) 776 nog niet bekend

* onder voorbehoud van vaststelling van het definitieve heffingspercentage eind 2020.

 

Woonlasten voor eenpersoonshuishouden
Nr. Omschrijving 2020 2021
 1 OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde * 304 309
 2 Rioolheffing 213 217
 3 Afvalstoffenheffing 207 256
 4 Teruggaaf precario -40 -40
 5 Totale woonlasten voor eenpersoonshuishouden bij een gemiddelde WOZ-waarde 684 742
       
  Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO) 725 nog niet bekend
  Landelijk gemiddelde (Bron: COELO) 705 nog niet bekend

* onder voorbehoud van vaststelling van het definitieve heffingspercentage eind 2020.

Belastingdruk ondernemers

Voor huishoudens worden de gemeentelijke woonlasten jaarlijks in de begroting opgenomen. Bij de vaststelling van de programmabegroting 2021 is het amendement “Ondernemers in beeld” aangenomen. Op basis van dit amendement worden de lasten voor de ondernemer in De Ronde Venen (zoveel mogelijk) in beeld gebracht.


De lokale heffingen voor ondernemers bestaan uit: OZB niet-woningen, rioolheffing, precario, marktgelden en de Bedrijven investeringszone (BIZ)-bijdrage. De BIZ-bijdrage is geen inkomst voor de gemeente maar wordt door de gemeente geheven en als subsidie overgedragen aan de Stichting Koopcentrum Mijdrecht.
Er zijn ook lokale heffingen die niet ten laste komen van de ondernemers maar wel via de ondernemer worden geheven, dat zijn land- en watertoeristenbelasting.

Kwijtscheldingsbeleid

Niet iedere inwoner van De Ronde Venen is in staat om de gemeentelijke belastingen en rechten te betalen. Onder bepaalde voorwaarden kan kwijtschelding worden verleend voor:

  1. Onroerende zaakbelastingen;
  2. Belasting op roerende ruimten;
  3. Afvalstoffenheffing;
  4. Rioolheffing;
  5. Hondenbelasting (kwijtschelding is beperkt tot één hond).

 

Voor kwijtschelding van lokale heffingen is 105.000 euro opgenomen in de begroting 2021 van het Sociaal domein.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Samenvatting

Als gemeente brengen we zoveel mogelijk relevante risico’s die we lopen in beeld, zodat we adequate maatregelen kunnen treffen. We streven ernaar dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarvoor stimuleren we het risicobewustzijn van medewerkers en het tijdig treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van risico’s. Als toch een financieel risico zich voortdoet dan kunnen we het weerstandsvermogen inzetten.  

 

De geactualiseerde verhouding tussen risico's en de mogelijkheid om deze te kunnen opvangen vanuit het weerstandsvermogen is "uitstekend" voor 2021.

 

Er zijn twee kanttekeningen bij de bovenstaande beoordeling:

  1. We zien dat in de komende jaren de schuldenpositie toeneemt door investeringen en incidentele projecten. Ervaring uit de afgelopen verantwoordingen laten zien dat de investeringen/incidentele projecten en de daarvoor benodigde financiering achter blijven bij de prognoses. Dit is een verbeterpunt voor de komende jaren om de planning en uitvoering van investeringen en incidentele projecten meer naar elkaar toe te laten groeien.
  2. De uitbraak van COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 voeren we lokale maatregelen uit, aanvullend op de landelijke maatregelen van het Rijk. In 2021 verwachten we dat er beroep wordt gedaan op onze gemeente voor zorg, ondersteuning en handhaving.  Hierover verstrekken we informatie via de bestuursrapportages 2021. Daarnaast wordt het onderwerp Corona opgenomen in de eerstvolgende actualisatie van de risico's  in de  programmarekening 2020.

Beleidskader omtrent de weerstandsvermogen en de risico's

We willen bereiken dat er sprake is van een gezonde financiële positie om voldoende slagkracht te hebben voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Dat vergt niet alleen een structureel sluitende begroting, maar daarnaast voldoende weerstandscapaciteit in relatie tot de risico's. Informatie over de financiële positie, het weerstandsvermogen en de risico's zijn beschreven in deze paragraaf.

Financiële kengetallen

Landelijk is bepaald dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing vijf kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument, maar zijn juist bedoeld om de gemeentelijke financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken en de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten.

 

Om meerjarig inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de financiële kengetallen is naast de prognoses voor 2021 - 2024 de realisatie over 2018 en 2019 opgenomen.

 

    2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
1a Netto schuldquote 63% 80% 55% 91% 97% 94% 90%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 61% 78% 53% 89% 95% 92% 88%
2 Solvabiliteitsratio 32% 25% 24% 18% 16% 18% 19%
3 Structurele exploitatieruimte 1,3% -1,6% -2,6% -0,8% 0,4% 2,1% 2,3%
4 Grondexploitatie 14% 19% -4% 0% 0% 0% 0%
5 Belastingcapaciteit 89% 77% 96% 106% 111% 111% 111%

Toelichting op de financiële kengetallen

1. Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)

De netto schuldquote wordt bepaald door de verhouding van de gemeentelijke schuld ten opzichte van de gemeentelijke baten. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

 

De netto schuldquote van een gemeente ligt meestal tussen de 0% en 90%. Bij een hogere netto schuldquote is de gemeenteschuld relatief hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente zich in de gevarenzone (rood). De genoemde percentages zijn grove vuistregels. In 2020 verwachten we veel opbrengsten voor de grondexploitaties waardoor de indicator afwijkt ten opzichte van de overige jaren. 

 

2. Solvabiliteitsratio

Dit kengetal wordt bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen. Het geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. De meesten gemeenten met 20.000 tot 50.000 inwoners zitten in bandbreedte van twintig tot vijftig procent. De dalende lijn ten opzichte van 2019 wordt veroorzaakt door een dalende omvang van de reserves en een stijging van de schulden.

 

3. Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. De belangrijkste structurele baten zijn de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting (OZB). Dit kengetal geeft het verschil tussen de structurele baten en lasten ten opzichte van de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Vanaf 2022 is er sprake van een structureel sluitend meerjarenperspectief.

 

4. Grondexploitatie

Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale gemeentelijke baten. De verwachting is dat eind 2021 de grondexploitaties zijn afgerond. 

 

5. Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen door het verhogen van tarieven. Hiervoor wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de landelijk gemiddelde tarieven/woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing). De belastingcapaciteit ligt voor 2021 net iets boven het landelijk gemiddelde. Hierbij is rekening gehouden dat in 2021 voor de laatste keer een korting wordt gegeven vanwege de teruggave precario. 

Ontwikkeling investeringsplafond met een maatschappelijk nut

Bij het behandelen van de Kadernota 2018 is een amendement aangenomen om te komen tot een investeringsplafond voor investeringen met een maatschappelijk nut. Door aanpassing van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zorgen deze investeringen namelijk voor nieuwe kosten van afschrijvingen en rente in het meerjarenperspectief.

 

Door onszelf een norm op te leggen die gebaseerd is op het investeringsvolume in relatie tot de onbenutte belastingcapaciteit ontstaat automatisch een waarschuwingsmechanisme. Dit mechanisme houdt in dat naarmate er minder onbenutte belastingcapaciteit is – en dus minder mogelijkheden om meer inkomsten te genereren – er minder risico’s genomen kan worden op het gebied van investeringen.

 

Als maatstaf voor het investeringsvolume werkt daarbij het beste om uit te gaan van de totale boekwaarde van investeringen met een maatschappelijk nut. Immers, de boekwaarde en daarmee het risico voor de gemeente loopt ieder jaar per investering af. Zo ontstaat er bij een continu onderhoudscyclus steeds ruimte voor vervangingsinvesteringen. Aangezien we vanaf 2017 zijn begonnen zijn met het activeren van investeringen met een maatschappelijk nut is er nog geen sprake van een continu niveau.

 

Het is niet aannemelijk dat de raad besluit om in enig jaar de volledige onbenutte belastingcapaciteit in te zetten. Daarom is deze belastingcapaciteit op 50% gesteld maal de factor 7. We zijn de eerste gemeente die een investeringsplafond koppelen aan de onbenutte belastingcapaciteit. In 2021 zal het investeringsplafond worden herijkt.

 

De komende jaren staan diverse investeringen met een maatschappelijk nut gepland waardoor het investeringsplafond en de boekwaarde van deze investeringen naar elkaar groeit. Dit is zichtbaar in onderstaande grafiek.

 

Relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen

In december 2017 heeft de raad het Treasurystatuut 2018 - 2021 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat in zowel de begroting als in de verantwoording inzicht wordt verstrekt tussen de relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen. 

 

Vanaf 2022 eindigen de bouwgronden in exploitatie en dan komt de omvang van aflossingen en afschrijvingen meer naar elkaar toe.

Beschikbare weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsvermogen

De weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel van middelen en mogelijkheden om niet begrote, onvoorziene en (mogelijk) materiële kosten te dekken. De weerstandscapaciteit kan structureel en incidenteel van aard zijn. Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het vermogen van de gemeente om eenmalige risico’s te dekken, zonder dat dit invloed heeft op het bestaande beleid. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die permanent kunnen worden ingezet om risico’s af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van het beleid.

 

Risico's

Een risico is een kans op het optreden van een positieve dan wel negatieve gebeurtenis van materieel belang die niet voorzien is in de begroting van enig jaar. Dit gevolg kan zowel een kans (positief) als een bedreiging (negatief) vormen. Beleidswensen worden niet als risico benoemd.

 

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen afdoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die een materieel effect kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente.

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

De middelen waarover de gemeente De Ronde Venen kan beschikken per 31 december 2021 om niet begrote kosten te dekken zijn weergegeven in onderstaande tabel.

 

Berekening beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2021 (bedragen in euro’s)

 

Structureel

Incidenteel

1. Post onvoorzien

  120.000

2. Begrotingsresultaat 2021

  -772.000

3. Algemene reserve

  13.235.000

4. Onbenutte belastingcapaciteit

7.900.000  

5. Stille reserves

  3.658.000

6. Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

7.900.000 16.241.000

 

1. Post onvoorzien

In overeenstemming met het begrotingstoezicht van de provincie Utrecht is voor het opvangen van onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare kosten 112.000 euro als budget opgenomen. 

 

2. Begrotingsresultaat 2021

Het begrotingstekort voor 2021 zorgt voor een lagere omvang van het beschikbare weerstandscapaciteit.

 

3. Algemene reserve

De algemene reserve is het niet-bestemde deel van het eigen vermogen van de gemeente. Dat betekent niet dat dit vermogen geen functie heeft. De algemene reserve speelt een belangrijke rol in de weerstandscapaciteit van de gemeente. Voor het gebruik van deze reserve is – net zoals voor andere reserves – een specifiek raadsbesluit vereist. Op 31 december 2021 heeft de algemene reserve een omvang van 13.235.000 euro.  In de financiële begroting is een verloopoverzicht van de algemene reserve opgenomen. 

 

4. Onbenutte belastingcapaciteit

De gemeente kan structureel (extra) middelen genereren door belastingen te verhogen en heffingen meer kostendekkend te maken (voor zover daar nog mogelijkheden voor bestaan). Het structureel genereren van extra middelen kan worden ingezet om de weerstandscapaciteit te versterken. De belastingruimte is hoofdzakelijk te vinden bij de onroerende zaakbelasting, omdat kostendekkende tarieven het uitgangspunt is bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing.

 

De onbenutte belastingcapaciteit van 7.900.000 euro is afgeleid uit de norm die het Ministerie van Binnenlandse Zaken hanteert voor het aanvragen van financiële steun ex artikel 12. In de berekening is uitgegaan van de meest recente gegevens over 2020. Hierdoor komen onze belastingmaatregelen voor 2021 op de onbenutte belastingcapaciteit tot uitdrukking in de begroting 2022.  

 

5.     Stille reserves

De stille reserves worden gevormd door de voorraden grond waarvan de taxatiewaarde hoger ligt dan de boekwaarde. Deze reserves zijn van betekenis in relatie tot het balanstotaal, dan wel de financiële positie. De omvang van de stille reserves bedraagt per 1 januari 2020 3.658.000 euro. Zie hiervoor de paragraaf Grondbeleid. Naast de voorraden grond bezit de gemeente aandelen van de BNG en Vitens. Deze kunnen op termijn verkocht worden. Doordat de aandelen van deze partijen in het bezit zijn van het Rijk, provincies en gemeenten is hiervoor geen ‘markt’. Hierdoor wordt volstaan met een melding in deze paragraaf.

 

6..     Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit voor 2021 is 7.900.000 euro structureel en 16.241.000 euro incidenteel. Bij elkaar is 24.141.000 euro als weerstandscapaciteit beschikbaar.

Top tien van de risico's (bedragen x € 1.000)

In het onderstaande overzicht is de top tien van de totale risico inventarisatie opgenomen. Daarnaast zijn onder nummer 11 de overige risico's (totaal 42) samengevoegd.

 

Samenvatting kwantificering – bedragen  x € 1.000

 

Onderwerp

Gemiddeld

Beheersmaatregelen

 

 

 

 

01

Algemene uitkering 

1.000 Ontwikkelingen vanuit het Rijk worden nauwlettend gevolgd.

02

Algemene verordening gegevensbescherming (wet AVG)

1.200 Privacy beleid en procedurebeschrijvingen

03

Openeinderegelingen sociaal domein

500 Monitoren van inkomsten & uitgaven, ontwikkelingen volgen vanuit het Rijk.

04

Borg- en garantstellingen

500

Er is in 2019 een beleidsnota borg- en garantstellingen vastgesteld met daarin uitgangspunten en werkwijze voor nieuwe borg- en garantstellingen. Toetsen van jaarrekeningen van de betrokken instellingen. Vastleggen van onderzoek- en informatieplicht van deelnemende partijen. Bij nieuwe borg- en garantstellingen deelnemen in het stakeholdersoverleg.

05

Financiering

175 Spreiding van leningen portefeuille. Periodiek overleg met de bank.

06

Integriteit (ambtenaren/bestuurders)

175 Sturen op integer handelen: regels en instructies vaststellen, afleggen van ambtseed en het opvragen van een verklaring omtrent gedrag.

07

Kwetsbaarheid personeel (doorziekte/kennis)

175 Focus op voorkomen van ziekteverzuim; indien verzuim optreedt vroegtijdig aandacht om zieke werknemer weer aan het werk te houden/ te krijgen.

08

Cybercrime

175 Voorzien van veilige verbindingen en toegang. Vergroten risicobewustzijn bij medewerkers. Aansluiten bij informatiebeveiligingsdienst van de VNG.
09

Achterstallig onderhoud kapitaalgoederen (wegen)

175 Een vastgesteld beheerplan 2017. Jaarlijkse actualisatie van de wegenprojecten. Overige wegen onderhouden ter borging van de veiligheid en functionaliteit.
10

Gevolgen uitspraak Programma Aanpak Stikstof (PAS)

500 Samen met diverse stakeholders wordt een praktische werkwijze vormgegeven zodat vergunningverlening voor de meeste bouwplannen kan worden gecontinueerd. Voor de grotere projecten wordt per project bekeken en gerekend aan de stikstofdepositie.

11

Overige risico's

5.000

Dit betreft de kwantificering van de overige 42 risico's.
 

Totaal

9.575  

 

In de jaarrekening 2020 vindt een volgende actualisatie van de risico's plaats. Hierbij nemen we de effecten mee van de COVID-19 en de daaruit voortkomende mogelijke recessie.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen afdoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die een materieel effect kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente.

 

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit/ gemiddelde risico kwantificering = 24.141.000 /9.575.000 = 2,5. Dit ratio wordt landelijk gezien als ‘uitstekend’ beoordeeld.

Onderhoud kapitaalgoederen

Samenvatting onderhoud kapitaalgoederen

Voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, groen en gebouwen zijn eerder beleidskaders c.q. beheerplannen vastgesteld. In 2019 is het beheerplan (civieltechnische) kunstwerken en het beleidsplan openbare verlichting door de gemeenteraad vastgesteld.

 

Het beheer en onderhoud van  de kapitaalgoederen in de openbare ruimte legt beslag op een substantieel deel van de financiële middelen in de gemeentebegroting. Daarom is het belangrijk dat meerjarig de kaders voor het beheer van kapitaalgoederen zijn vastgesteld en de financiële gevolgen inzichtelijk zijn en vertaald in de programmabegroting.

 

Met actuele beleids- en beheerplannen  is een belangrijke stap gezet naar het inzichtelijk hebben van de toekomstige investeringen om de kapitaalgoederen in stand te houden.

Wegen

Beleid

Het wegenbeheerplan 2018 - 2022 is opgesteld op basis van assetmanagement en is de leidraad voor het wegenbeheer in deze periode. Jaarlijks wordt er een risicoanalyse opgesteld om de (nieuwe) prioritering voor het wegenonderhoud op te stellen.

Onder het onderdeel wegen vallen ook de civieltechnische kunstwerken. Hiervoor heeft de raad in november 2019 een beheerplan 2020 - 2024 vastgesteld op basis van assetmanagement.

Het beleidsplan openbare verlichting 2020 - 2024 is in december 2019 door de raad vastgesteld.

 

Uitvoering

Voor wegen staan in 2021 de volgende projecten gepland voor uitvoering:

- Reconstructie Hoofdweg Waverveen;
- Reconstructie Ringdijk 2e Bedijking -> doorgeschoven vanuit 2020;
- Reconstructie Bovendijk;
- Start voorbereiding reconstructie Baambrugse Zuwe.

 

Voor 2021 staat ook de Herenweg te Vinkeveen gepland. Deze weg is echter gekoppeld aan het centrumplan Vinkeveen. Dit project is uitgesteld tot 2024, waardoor de Herenweg ook doorschuift naar 2024.

 

De investering Baambrugse Zuwe van 4,9 mln. euro doet vanaf 2025 de lasten toenemen met 98.000 euro aan jaarlijkse afschrijvingen.

 

Voor kunstwerken staan in 2021 de volgende projecten gepland:

- Gemeenlandsevaartbrug (beweegbare brug,  Botsholsebrug (beweegbare brug), Overzetbrug (beweegbare brug)
- Diverse betonnen en houten vaste bruggen

 

Voor verlichting staan er veel locaties in 2021 gepland. In totaal zullen er circa 275 masten en circa 840 armaturen worden vervangen.

Riolering

Beleid

Een goede riolering draagt bij aan de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met het gemeentelijk rioleringsplan (geactualiseerd en vastgesteld bij raadsbesluit van 30 november 2017) geeft de gemeente aan hoe zij op een doelmatige manier omgaat met de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.

 

Uitvoering

Het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel omvat onder meer het reinigen en, ontstoppen en repareren van riolen, dagelijks beheer van rioolgemalen en het vegen van straten. In 2021 worden de acties uit het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) opgepakt. Het in het GRP genoemde project "vervangen riolering in samenhang met reconstructie Herenweg" wordt doorgeschoven naar het jaar 2024. Dit heeft te maken met het in de tijd naar achteren schuiven van de planontwikkeling centrumplan Vinkeveen met de daarbij behorende aanpassing van de verkeersstructuur in Vinkeveen.

 

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 7 "Milieu en duurzaamheid" zijn de jaarlijkse kosten en  opbrengsten van riolering opgenomen. Zoals blijkt uit de paragraaf Lokale heffingen zijn de tarieven van rioolheffing kostendekkend.

Water

Beleid

Het huidige beleid beperkt zich tot calamiteitenonderhoud van beschoeiingen en baggeren.

 

Uitvoering

Voor de beschoeiingen worden alleen de calamiteiten uitgevoerd. De watergangen worden geschoond van vegetatie. Daarnaast wordt de vrijgekomen bagger verwerkt, conform de wettelijke ontvangstplicht.

 

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 2 "Verkeer, vervoer en waterstaat" zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud aan beschoeiingen en baggeren opgenomen.

Groen

Beleid

In 2017 is het groenbeleidsplan 2017 - 2040 vastgesteld. Met dit beleidsplan wordt, aan de hand van streefbeelden, duidelijk hoe we de komende jaren om willen gaan met het openbaar groen.  

 

Uitvoering

Specifieke acties in 2021 zijn de aanleg van vaste planten in de openbare ruimte. Het vervangingsplan van populieren in de buitengebieden wordt voortgezet. Verder monitoren wij de ontwikkeling van de Japanse duizendknoop.

 

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 5 "Cultuur, recreatie en sport" zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud van groen en speelvoorzieningen opgenomen.

Gebouwen

Beleid

De nota Vastgoed en  het beheerplan gebouwen zijn in 2017 vastgesteld. Deze plannen vormen samen het beleid voor de komende jaren. In 2018 is een voorstel voor verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed aan de raad aangeboden. In dit voorstel zijn ambitie, technische en financiële haalbaarheid kaders voor de toekomst.

 

Uitvoering

Het gemeentelijk vastgoed bestaat uit onder meer kantoorgebouwen, onderwijshuisvesting, maatschappelijk vastgoed en gebouwen/gronden die te koop staan. Deze laatste categorie is toegelicht in de paragraaf Grondbeleid bij het onderdeel Eigendommen die niet voor een publieke taak zijn bestemd. 

 

In 2021 worden de werkzaamheden uitgevoerd conform beheerplan gebouwen. Deze is eind 2017 vastgesteld en wordt conform de richtlijnen van het BBV eenmaal per 4 jaar geactualiseerd.

 

Financiën

In de verschillende domeinen en programma's staan toevoegingen aan de onderhoudsvoorziening 'Onderhoud gemeentelijk vastgoed'. Deze voorziening is toegelicht in de Financiële begroting. Naast deze toevoeging aan de voorziening zijn voor verschillende gebouwen budgetten beschikbaar voor regulier contractonderhoud, verzekeringen, energie en belastingen.

Financiering

Samenvatting

In de periode 2020 - 2024 is rekening gehouden met 50 mln. euro aan nieuwe geldleningen. Dit is onder meer nodig om de investeringen te kunnen betalen. 

 

Voor de rentekosten is uitgegaan van 1,0%. Risico bij 100% stijging van rentepercentage is structureel 0,5 mln. euro. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Landelijk gelden er twee risicobeheersingsrichtlijnen waaraan de gemeente De Ronde Venen moet voldoen, te weten de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Aan beide normen voldoet de gemeente De Ronde Venen.

Beleidskader

Het uitvoeren van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden, de Wet houdbare overheidsfinanciën en wet verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden. De aanvullende regels vanuit het Treasurystatuut zijn mede bepalend voor het uitvoeren van de financieringsfunctie. In december 2017 heeft de gemeenteraad het Treasurystatuut 2018 - 2021 vastgesteld.

 

Het gemeentelijke financieringsbeleid is erop gericht om:

  1. te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn;
  2. het beheersen van de risico’s die met deze transacties verbonden zijn;
  3. het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen;
  4. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Risicobeheersing - Algemeen

Onder renterisico wordt verstaan de onzekerheid over de hoogte van toekomstige rente uitgaven. Deze onzekerheid geldt alleen voor de nieuw aan te trekken geldleningen. in de periode 2020 - 2024 is rekening gehouden met 50 mln. euro aan nieuwe langlopende geldleningen. Voor de rentekosten is uitgegaan van 1,0%. Risico bij 100% stijging van rentepercentage is structureel 0,5 mln. euro. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Landelijk gelden er twee andere risicobeheersingsrichtlijnen waaraan de gemeente De Ronde Venen moet voldoen, te weten de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Aan beide normen voldoet de gemeente De Ronde Venen.

Risicobeheersing - Kasgeldlimiet (renterisico kortlopende financiering)

Voor korte financiering (looptijd tot 1 jaar) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. Dit risico wordt beperkt door een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet financiering decentrale overheden. Dit houdt in dat de omvang van de kortlopende schuld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag zijn. 

 

Kasgeldlimiet 2021 - 2024 (bedragen x € 1.000)
  2021 2022 2023 2024
Kasgeldlimiet 8.200 7.800 7.600 7.600

 

Binnen de kasgeldlimiet wordt een deel van de financieringsbehoefte afgedekt uit kortlopende leningen (kasgeldleningen). Voor 2021 betekent dit een limietbedrag van 8,2 mln. euro. De kasgeldlimiet wordt optimaal benut vanuit de gedachte dat rente van kortlopend geld, zoals daggeld en kasgeld, lager is dan van langlopende leningen.

Risicobeheersing - renterisiconorm (renterisico langlopende financiering)

Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken wordt jaarlijks een renterisiconorm aangegeven. De jaarlijkse aflossingen en het aantrekken van nieuwe leningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het doel is dat op deze wijze gemeenten hun leningenportefeuille zo moeten spreiden, dat de te lopen renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden verspreid.

 

Berekening renterisiconorm 2021 - 2024 (bedragen x € 1.000)
    2021 2022 2023 2024
           
1 Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal) 19.200 18.400 18.000 18.000
2 Renterisico = aflossingen + renteherzieningen 5.595 4.270 4.395 4.478
3 Ruimte onder renterisiconorm (1 min 2) 13.605 14.130 13.605 13.522

 

Onder renteherzieningen wordt verstaan het bedrag aan leningen waarvan op grond van de leningsvoorwaarden de rente in het lopende kalenderjaar eenzijdig door de tegenpartij kan worden herzien. In de leningenportefeuille zijn er geen contracten met een eenzijdige renteherziening door de geldgever.

 

In de afgelopen jaren is de gemeente De Ronde Venen ruimschoots onder de vastgestelde norm gebleven en uit bovenstaand overzicht blijkt dat in de periode 2021 - 2024 de norm niet wordt overschreden.

Ontwikkeling langlopende leningen 2020 - 2024

Ontwikkeling langlopende leningen 2020 - 2024 (bedragen x € 1.000)
  2020 2021 2022 2023 2024
           
Stand per 1 januari 50.530 53.772 58.177 63.907 69.512
Nieuwe leningen 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000
Aflossingen -6.758 -5.595 -4.270 -4.395 -4.478
Stand per 31 december 53.772 58.177 63.907 69.512 75.034

 

Opbouw van de leningenportefeuille

De opbouw van de leningenportefeuille is hierna vermeld per 1 januari 2020 met daarbij het oorspronkelijk bedrag, de geldgever, het laatste jaar van aflossing en het rentepercentage.

 

Oorspronkelijk

bedrag

Geldgever

Jaar van

laatste

aflossing

Rente

Saldo op

1/1/ 2020

6.000.000 Nederlandse Waterschapsbank N.V. 2020 3,070% 600.000
5.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2020 0,360% 750.000
8.000.000 Nederlandse Waterschapsbank N.V. 2021 3,350% 1.600.000
4.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2021 2,635% 800.000
5.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2022 2,650% 1.125.000
2.500.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2023 5,045% 667.000
1.500.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2024 4,190% 375.000
2.500.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2028 5,035% 1.125.000
11.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2029 1,215% 7.333.000
4.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2031 4,150% 1.920.000
8.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2032 2,745% 5.200.000
4.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 4,560% 2.160.000
6.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 2,800% 3.975.000
10.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 2,860% 7.000.000
8.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2034 2,180% 5.900.000
10.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2039 1,062% 10.000.00
  Totaal     50.530.000

Berekening geldstromen en toets op de kasgeldlimiet

Een kasstroomoverzicht geeft inzicht in de geldstromen. Deze geldstromen hebben effecten op de omvang van de liquide middelen. Hieronder wordt verstaan het totaal van de kas en banksaldi. De geldstromen van 2019 tot en met 2024 zijn hierna vermeld.

 

Geldstromen (+ = toename en - = afname) en de toets op de kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)
    2020 2021 2022 2023 2024
1 Kas en banksaldi per 1 januari -12.200 -5.500 -8.000 -7.700 -5.500
2 Geldstromen:          
  a. operationele activiteiten 21.300 4.600 2.500 3.300 3.100
  b. investeringsactiviteiten -17.600 -11.500 -7.900 -6.700 -4.600
  c. financieringsactiviteiten 3.000 4.400 5.700 5.600 5.500
3 Kas en banksaldi per 31 december -5.500 -8.000 -7.700 -5.500 -1.500
4 Kasgeldlimiet 8.500 8.200 7.800 7.600 7.600
5 Ruimte binnen kasgeldlimiet  3.000 200 100 2.100 6.100

 

Toelichting op de geldstromen

1

Dit betreft de kas en banksaldi per 1 januari van de jaren 2020 tot en met 2024.

2a In de operationele activiteiten zijn onder meer opgenomen de geldstromen uit bouwgronden in exploitatie, de inzet van reserves en voorzieningen, ontwikkelingen in de vorderingen en schulden.
2b Dit betreft de nog uit te voeren investeringen 2020 tot en met 2024.
2c Hieronder zijn opgenomen de aflossingen en het aantrekken van nieuwe geldleningen.
3 Dit betreft de kas en banksaldi per 31 december van de jaren 2020 tot en met 2024.
4 De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal
5 Uit bovenstaand overzicht blijkt dat dat we binnen de norm blijven.

Schatkistbankieren

De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Dit behoudens een drempelbedrag wat bepaald is op 0,75% van het begrotingstotaal. Voor De Ronde Venen geldt voor 2021 als drempelbedrag 7.200.000 euro. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen mag een gemeente gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU schuld van de collectieve sector. Dit verlaagt namelijk de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, hetgeen zich weer vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.

Rente- en treasuryresultaat 2020 - 2024 (bedragen x € 1.000)

De kosten van rente worden toegerekend aan bouwgronden aan exploitatie en investeringen. De verdeling vindt plaats volgens landelijke verslagleggingsrichtlijnen. Het renteresultaat aangevuld met opbrengsten van dividend vormen het treasuryresultaat.

 

Nr. Omschrijving 2020 2021 2022 2023 2024
1 Externe rentelasten over de korte en lange financiering 1.214 1.052 1.043 950 1.057
2 Externe rentebaten over de korte en lange financiering 29 29 29 29 29
3 Saldo 1.185 1.023 1.014 921 1.028
  Toerekening:          
4 Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -351 93 0 0 0
5 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -1.068 -1.028 -1.094 -1.121 -1.135
6 Renteresultaat door afrondingsverschillen in de toegerekende rente -233 89 -80 -200 -107
7 Dividend BNG 61 47 47 47 47
8 Dividend Vitens 0 36 36 36 36
9 Treasury (6 +7 + 8) -294 6 -163 -283 -190

 

 

 

 

Bedrijfsvoering

Inleiding

De organisatie:

In de DMT koers 2020 – 2022 is onze visie opgenomen waarin wordt aangegeven dat we een organisatie zijn die werkt voor en met onze inwoners, om hen op een goede, plezierige manier te laten wonen, werken en recreëren in De Ronde Venen. Hierbij zijn vijf pijlers opgenomen, namelijk:

  1.  we sturen op resultaat en kwaliteit;
  2.  heldere rollen;
  3. ruimte voor talent;
  4. we vieren onze successen;
  5. ontdek en leer.

Om de (strategische) opgaven te realiseren zijn in de domeinen verschillende acties opgenomen. Het doel van de visie is om een wendbare organisatie te zijn, die in control is, kwalitatief goede stukken opstelt en met een zelfbewust, kritisch zelflerend vermogen.

 

De in het vroege voorjaar van 2020 ontstane Corona crisis heeft een grote impact  op de organisatie en op onze manier van werken. Door deze onvoorziene situatie is een flinke stap gezet in het wendbaar en flexibel maken van de organisatie en het is ons streven dit momentum aan te wenden om hierin door te ontwikkelen. 

 

We zijn geconfronteerd met grote financiële uitdagingen. De organisatie staat voor de opgave om te komen tot gerichte kostenbesparingen om meerjarig een gezond financieel perspectief te realiseren. We zijn in 2020 aan de slag gegaan om eerst goed het inzicht te krijgen en vervolgens maatregelen te nemen die ook zijn weerslag hebben in deze begroting en op de bijbehorende bedrijfsvoering. Een goede bedrijfsvoering is randvoorwaardelijk voor alle onderdelen van de organisatie. Uitbreiding in het dienstverleningsaanbod vraagt doorgaans meer van de ondersteunende bedrijfsvoering. Versobering van het dienstverleningsaanbod leidt tot een beperktere ondersteunende bedrijfsvoering. Dit geldt niet voor bedrijfsvoering in de volle breedte. Bij bijvoorbeeld de ICT-infrastructuur, het verwerken van de financiële administratie en het ondersteunen op de P&C cyclus is dit verband minder aanwezig en zijn deze onderdelen niet, tot beperkt afhankelijk van de omvang van de organisatie.

 

Vanwege de bezuinigingsopgave gaan we ook met minder mensen werken. In het perspectief van meerjarige kostenbesparing kiezen wij er bewust voor om niet te besparen op kosten voor ontwikkeling, mobiliteit en waardering van personeel. Juist in tijden van bezuinigingen is goed werkgeverschap van belang. Dat betekent oog hebben voor medewerkers, hun bijdrage en ontwikkeling en zorgvuldig zijn wanneer er sprake is van ombouw, afbouw en/of beëindiging van activiteiten.

 

Bedrijfsvoering:

De bedrijfsvoeringsonderdelen ondersteunen de organisatie en het bestuur. Alles wat wij doen staat onverminderd in het perspectief van de opgaven van onze organisatie en is uiteindelijk ten dienste aan onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners.

 

Beleidskaders bedrijfsvoering:

De bedrijfsvoering bestaat uit de volgende taakvelden: personeel & organisatie, informatievoorziening & automatisering, financiën, juridische zaken, communicatie, facilitaire zaken & huisvesting.

Belangrijke kaders zijn:

  • Bedrijfsvoering is van en voor de gehele organisatie. De benodigde beweging en verandering, waarbij eigenaarschap en verantwoordelijkheid nemen uitgangspunt zijn, vindt middels een organisatie brede benadering plaats
  • Een wendbare, slagvaardige en omgevingsgerichte ambtelijke organisatie vraagt om permanente aandacht voor zowel de ontwikkeling van de organisatie als van de individuele medewerker.
  • Goed werkgeverschap betekent oog hebben voor medewerkers, hun werkomgeving en zorgvuldigheid wanneer er sprake is van ombouw, afbouw en/of beëindiging van activiteiten.
  • Als belangrijke werkgever in de regio is het juist in deze tijd van belang om personen met een afstand tot de arbeidsmarkt perspectief te blijven bieden. We streven naar een goede mix in ons personeelsbestand met daarin de juiste medewerker op de juiste plek.
  • Digitaal (samen)werken, zowel intern als met inwoners, ondernemers, ketenpartners en mede overheden, waarbij ook plaats- en tijd onafhankelijk gewerkt kan worden heeft een enorme impuls gekregen in 2020 en wordt verder door ontwikkeld.  

 

In de volgende paragrafen de speerpunten.

Financiën

Sluitend financieel perspectief:

In deze begroting is een aantal taken aangegeven  waar minder geld aan besteed wordt. Op de bijbehorende personele  uren wordt dan ook bezuinigd. Voor de komende jaren zal de bedrijfsvoering onder druk komen te staan. Er moet een balans gevonden worden tussen wat er nodig is om de ambities waar te maken en de bijdrage aan de bezuinigingen.

Vanuit financieel technisch perspectief wordt verder gewerkt aan een gezonde, financiële situatie.

Interbestuurlijk toezicht

Interbestuurlijk toezicht

Een van de kerntaken van de provincie is toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten, waterschappen en gemeentelijke regelingen. Dit gebeurt risicogericht, proportioneel, op afstand waar het kan, ingrijpen waar het moet.

De provincie Utrecht   houdt toezicht op de gemeente De Ronde Venen op de beleidsterreinen:

  • Financiën
  • Omgevingsrecht
  • Archiefwet
  • Huisvesting vergunninghouders

De provincie Utrecht publiceert de resultaten van het interbestuurlijk toezicht op internet. De resultaten zijn te vinden op https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/interbestuurlijk-toezicht/.

Doelmatigheid- en doeltreffendheidsonderzoeken 2021

De gemeente heeft de verplichting om regelmatig doelmatigheid- en doeltreffendheidsonderzoeken uit te voeren. In 2021 wordt onderzoek gedaan naar:
1. of een periodieke beleidsmatige en financiële afsluiting bijdraagt aan meer inzicht en grip.
2. de effectiviteit in relatie tot de openingstijden van het gemeentehuis en de servicepunten.

Informatievoorziening, Digitalisering, ICT

ICT is het gereedschap van de gemeente. Het maakt dat we steeds efficiënter en effectiever functioneren. ICT ontwikkelt zich continu en in hoog tempo, en dat vraagt een voortdurende inspanning. Enerzijds om de huidige operatie functioneel te houden, en anderzijds om stevig te vernieuwen waar dat nodig is. Hieronder kort de belangrijkste ontwikkelingen binnen ICT voor onze gemeente in 2021.

 

Digitaal samenwerken en digitaal documentmanagement

In de Visie op Informatievoorziening De Ronde Venen (vastgesteld december 2018) zijn de kaders voor het digitaal (samen)werken en digitaal documentmanagement en e-depot beschreven. Een e-depot is een voorziening met functionaliteit voor de opslag en het beheer van de digitale archieven die voor blijvende bewaring in aanmerking komen en het realiseren hiervan  is noodzakelijk. Een van de kernpunten daarin is de doelstelling om in 2023 papierloos te werken. De weg hiernaartoe is uitgewerkt in het ‘Programmaplan invoering digitaal documentair informatiemanagement en facilitaire zaken’ (het budget voor het DDI is vastgesteld in  juni 2020).

 

In 2020 is de bestaande informatie-infrastructuur en informatiebeheer in kaart gebracht, en de gewenste digitale situatie beschreven. Voorwaardelijk voor effectief digitaal samenwerken is dat álle informatieoverdracht digitaal gaat. In 2020 is de keuze gemaakt om Microsoft (Office) 365 te implementeren en dit als basis voor het digitaal (samen) werken te gebruiken. In 2021 werken we verder aan het uitbreiden/implementeren van de functionaliteit.

 

De uitvoering van het beleid en programmaplan DDI leidt in de komende jaren tot volledig digitaal (samen)werken intern en zeker ook extern met en voor onze inwoners.

 

Informatieveiligheid en privacy

Wet- en regelgeving zoals de Wet Basisregistratie Personen (Wet BR), de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) verplichten ons om maatregelen te treffen waarmee we kunnen bepalen waar welke gegevens worden verwerkt. Dit vraagt fundamentele aanpassingen in de ICT infrastructuur. Om deze en andere ICT gerelateerde ontwikkelingen in relatie en perspectief met elkaar op te pakken is begin 2020 een  automatiseringsbeleid vastgesteld. In 2021 werken we verder aan de uitvoering hiervan.

 

Volgens planning worden in 2021 de beschrijvingen van alle procedures afgerond die wettelijk verplicht zijn gesteld door Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In 4 jaar tijd is er een belangrijke basis gelegd om informatieveiligheid en bescherming van (persoons)gegevens te monitoren en te verbeteren. Een wezenlijk aandachtspunt blijft de bewustwording van risico’s. Deze worden ook in 2021 organisatie breed blijvend onder de aandacht gebracht.

 

Net als in voorgaande jaren voeren we in 2021 diverse testen uit op de ICT infrastructuur en ter vergroting van de bewustwording (bijvoorbeeld test met phishing mail).

 

In 2018 heeft De Ronde Venen ingestemd met deelname aan de landelijke aanbesteding Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur- Veilig (GGI), opgezet door VNG Realisatie. In totaal doen 333 gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden mee aan deze aanbesteding die door VNG is georganiseerd. Deze aanbesteding bestaat uit 3 percelen; “Aanvullende security producten/diensten”, “Security expertise services”  en “SIEM (Security Information & Event Management) & SOC (Security Operations Center)”. De gunning heeft in 2019 plaatsgevonden. Door de VNG is medio 2020  aangegeven dat de uitvoering van deze aanbesteding nog niet naar tevredenheid verloopt. In 2021 wordt beoordeeld welke dienstverlening we uit deze aanbesteding gaan afnemen en zal de implementatie hiervan in 2022 plaatsvinden.

 

Functioneel beheer

Informatie is getransformeerd naar een volwaardig bedrijfsmiddel dat moet worden beheerd. Informatie wordt gecreëerd vanuit gegevens die in applicaties worden ingevoerd en gemuteerd. De kwaliteit van deze gegevens bepaalt de juistheid van de informatie. Dit wordt gefaciliteerd door het goed inrichten van de processen in de applicaties zodat bijvoorbeeld onjuiste invoer wordt voorkomen en er koppelingen zijn met (basis)registraties. Dit vraagt om professioneel beheer van applicaties. In 2021 zetten we de professionalisering van het beheer organisatie breed verder door. Dit doen we door het maandelijkse beheerdersoverleg, het opleiden van nieuwe functioneel beheerders en de functioneel beheerders die de opleiding nog niet hebben gevolgd. Vanuit het beheerdersoverleg werken we met elkaar diverse beheerprocessen uit zodat deze op een uniforme en integrale manier worden uitgevoerd.

Personeel en organisatie

Werven, ontwikkelen en reductie personeel

We zijn een aantrekkelijk werkgever die zich inzet om de juiste medewerkers aan te trekken of in te zetten op de juiste plek. Of en welke impact de corona crisis heeft op de arbeidsmarkt moet in 2021 blijken. Vanaf 2021 zullen we met minder mensen gaan werken. Belangrijk gegeven hierbij is dat de  de gemeente eigen risicodrager is. Dit betekent dat reductie van personeel door gedwongen ontslag geen direct financieel voordeel oplevert. Gemiddeld duurt het 5 tot 10 jaren tot we geen financiële verplichtingen meer hebben. Daarom vraagt reductie van personeel sturing op verloop.

 

Planmatig wordt gewerkt aan de juiste persoon op de juiste plaats. Daarbij wordt goed gekeken naar welke activiteiten we niet meer gaan doen en/of hoe werk efficiënter georganiseerd kan worden, bijvoorbeeld door een betere (digitale/geautomatiseerde) inrichting van processen. We schatten aan de voorkant in waar en wanneer daardoor op bepaalde plekken het werk verandert en/of verdwijnt en waar door natuurlijk verloop ruimte ontstaat en/of gecreëerd kan worden. Dit doen we door gerichte inzet op in- en externe mobiliteit. We maken daarbij gebruik van ons netwerk zoals ‘werken in het westen’ en inzet van eigen loopbaanadviseurs en -/coaches. Ook worden diverse instrumenten ingezet zoals strategische personeelsplanning, opleidingen, om- en bijscholing, in- en externe stages, sollicitatietrainingen, mogelijkheden voor detachering, begeleiding bij het starten van een eigen bedrijf en maatwerk oplossingen in combinatie met keuze- en deeltijdpensioen.

 

In de  DMT Koers 2020 - 2022 is Ruimte voor Talent een speerpunt. Doel is duurzame inzetbaarheid van de medewerkers voor de interne en externe arbeidsmarkt zodat ingespeeld wordt op gewenste en noodzakelijke veranderingen. Onze kernwaarden Durf, Respect en Verbinding zijn daarbij belangrijke onderwerpen. Deze onderwerpen komen terug in het Opleidingsplan 2021, waarbij meer oog zal zijn voor E-learning mogelijkheden binnen De Ronde Venen.

 

Ziekteverzuim

Bij het ziekteverzuim is de inzet vooral gericht op preventie. Daarvoor wordt ook veel aandacht besteed aan de regelruimte voor medewerkers. De afgelopen tijd heeft ons geleerd dat wanneer medewerkers makkelijker kunnen schuiven met hun werktijden zij zich minder vaak ziek melden. (Langdurige) verzuimsituaties worden integraal opgepakt in samenwerking met arbodienst en leidinggevende. Er wordt vooral aandacht besteed aan wat nog wel kan, eventueel buiten de eigen werkplek.

Organisatieontwikkeling

Het uitgangspunt is een gemeentelijke organisatie te zijn waarin iedereen meedoet.  De in maart 2020 vastgestelde DMT-koers 2020-2022 vormt hiervoor de basis. De DMT-koers volgt uit de organisatievisie en strategische opgaven die in 2019 zijn gepresenteerd.

Het realiseren van de ambitie uit de DMT-koers, binnen een strak financieel kader, vraagt veel behendigheid van de organisatie. In 2020 is in dit kader gestart met gerichte acties op het versterken van sturing, bedrijfsvoering, kwaliteit en houding en gedrag. In 2021 wordt dit vervolgd.

Met een gericht management development programma wordt het collectieve leidinggeven versterkt. Organisatie breed worden werkwijzen en methodieken doorontwikkeld om de kwaliteit en professionaliteit te vergroten.

 

Procesoptimalisatie

In 2020 is er begonnen met het verbeteren van de aansluiting tussen de personele- en de financiële administratie en processen zoveel mogelijk te digitaliseren. In 2021 wordt dit vervolgd met onder meer diverse HR-processen zodat volledige digitalisering van de procesgang mogelijk wordt. Punt van aandacht vormt het digitale archiefbeheer van deze processen.

De uitvoering van het Programmaplan Digitale Document Informatievoorziening leidt komende jaren tot volledig digitaal (samen)werken intern en extern waarbij procesoptimalisatie het uitgangspunt is. Zorg dragen voor bewustwording van ieders rol en welke bijdrage van een ieder wordt verwacht is daarbij essentieel.

Juridische zaken

Verwacht wordt dat de (economische) effecten van de corona crisis ook in 2021 merkbaar zijn en er een groter beroep wordt gedaan op sociale voorzieningen van de gemeente. Dit kan leiden tot extra bezwaarzaken en klachten. Zoals bij veel gemeenten al langer zichtbaar is, is de verwachting dat in 2021 ook in de Ronde Venen het aantal privaatrechtelijke zaken toeneemt. Om te sturen op kwaliteit en resultaat wordt ingezet op organisatie brede opleidingen en bewustwording op het vlak van juridische kwaliteit.

Op voorspraak van het Rijk is de implementatie van de Omgevingswet uitgesteld. Dat vraagt dit jaar om extra juridische aandacht.

Communicatie

Het belang van online communicatie en participatie is door de corona crisis verder gegroeid. Onze digitale kanalen zijn nuttig voor snelle verspreiding van informatie en het beantwoorden van vragen. Ook in 2021 is het belangrijk om met hoogwaardige content deze kanalen aantrekkelijk en dus effectief te houden. Belangrijk om effectief te communiceren is duidelijk en actief taalgebruik (taalniveau B1). De organisatie brede opleidingen op dit vlak worden dit jaar uitgebreid. Dit geldt ook voor trainingen die ondersteunen bij een omgevingsgerichte aanpak (Factor C), bijvoorbeeld bij de implementatie van de Omgevingswet.

Huisvesting

Goede huisvesting is belangrijk om prettig en efficiënt te kunnen werken en goed werkgeverschap daadwerkelijk te kunnen invullen. Zoals bekend voldoet het huidige pand daar niet meer aan. Het overschakelen naar bijna volledig thuiswerken (maart 2020) als gevolg van de corona crisis is uitstekend verlopen. Een aantal grote veranderingen in het plaats- en tijdonafhankelijke werken is versneld gerealiseerd. Overigens, als  we van medewerkers verwachten dat ze thuiswerken is een ergonomisch goede werkplek belangrijk en zelfs een verplichting vanuit de Arbowet. Dit vraagt aanpassingen in de huidige afspraken over de faciliteiten voor thuiswerken. We kijken nu met andere ogen naar aanwezigheid op kantoor, de (fysieke) inrichting daarvan en mogelijk het (multifunctionele) karakter van het gemeentehuis. Dit betrekken we bij het proces voor de toekomstplannen voor het gemeentehuis.

 

Onderhoud

Aangezien er gewerkt wordt aan plannen voor de lange termijn wordt voor de korte termijn alleen het hoogst noodzakelijke gedaan. Dit betekent dat het in stand houden en beheren van het gebouw binnen de raming van het Meerjaren Onderhouds Plan (MJOP) uiteraard het uitgangspunt vormt. Dit neemt niet weg dat extra uitgaven niet kunnen worden uitgesloten indien bijvoorbeeld blijkt dat bepaalde voorzieningen in het gebouw stuk gaan omdat ze eigenlijk technisch al zijn afgeschreven en beperkte reparatie niet mogelijk is.

Formatie en bezetting

Het vastgestelde amendement "taakstelling apparaatskosten" heeft effect op onderstaande tabel in fte's. De precieze uitwerking van deze taakstelling in een vermindering van capaciteit (fte's) en/of materiële overhead volgt nog. Wel is deze taakstelling financieel verwerkt op hoofdniveau binnen de capaciteitskosten 2020-2024, taakveld Overhead van programma 9 Bestuur en ondersteuning .

 

Formatie 2020  - 2024
Omschrijving 2020 2021 2022 2023 2024
Startpositie 303,90 310,40 304,80 298,35 293,88
Sociaal Domein inhuur naar formatie 6,00        
Privacy Officer 0,50        
Verval tijdelijke formatie   -1,00 -1,50 -0,80  
Ombuigingen:          
  Domein 1   -1,00 -2,00 -1,00 -1,00
  Domein 2   -1,60 -1,00    
  Domein 3   -2,00 -1,95 -2,67 -2,67
Totaal formatie incl. ombuigingen 310,40 304,80 298,35 293,88 290,21
Toename (+) / Afname (-)   -5,60 -6,45 -4,47 -3,67
Cumulatief     -12,05 -16,52 -20,19
Percentage cumulatief   -1,8% -4,0% -5,5% -6,9%

 

Financiën - bedrijfsvoering algemeen

De hieronder beschreven definities zijn landelijk bepaald en gelden voor alle gemeenten.

  1. Capaciteitskosten zijn de totale kosten die de organisatie maakt aan salarissen, sociale lasten, werkkostenregeling en inhuur. Hierbij wordt buiten beschouwing gelaten de griffie en het bestuur.
  2. Overhead betreft alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Een groot deel hiervan bestaat uit capaciteitskosten van medewerkers van ondersteunende afdelingen en van leidinggevenden. Daarnaast zijn er kosten voortkomend uit ondersteunende taken die gedekt worden uit voor die taken opgenomen budgetten, zoals informatievoorziening en ICT. De kosten van overhead zijn opgenomen in programma 9 Bestuur en dienstverlening.
  3. Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (capaciteitskosten), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten (zoals meubilair) die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.

 

1. Capaciteitskosten 2020 - 2024

Capaciteitskosten zijn de totale kosten die de organisatie maakt aan salarissen, sociale lasten, werkkostenregeling en inhuur. Hierbij wordt buiten beschouwing gelaten de griffie en het bestuur. De kosten voor personele capaciteit nemen in de loop van de tijd af. Deze reductie in personele capaciteitskosten bestaat uit ombuigingen 2021 - 2024 en de afloop van toegekende middelen aan incidentele projecten. Daarnaast is een amendement aangenomen " taakstelling apparaatskosten". Deze taakstelling is financieel verwerkt binnen de capaciteitskosten 2020-2024,  taakveld Overhead van programma 9 Bestuur en ondersteuning .

De onderstaande capaciteitskosten maken onderdeel uit van de apparaatskosten.

 

Bedragen x €1.000
Capaciteitskosten per programma Begroting 2020 na wijziging Begroting 2021 Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024
Lasten
Programma 1 Openbare orde en veiligheid 566 596 596 596 596
Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat 1.662 1.606 1.451 1.451 1.451
Programma 3 Economische zaken 378 344 344 344 344
Programma 4 Onderwijs 418 503 498 498 493
Programma 5 Cultuur, recreatie en sport 2.053 2.103 2.084 2.084 2.065
Programma 6 Sociaal domein 4.925 5.218 5.096 5.021 4.974
Programma 7 Milieu en duurzaamheid 1.910 1.941 1.941 1.941 1.941
Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 2.214 2.473 2.402 2.402 2.402
Programma 9 Bestuur en ondersteuning 10.689 10.515 9.607 9.124 8.870
Programma 10 Financiering en algemene dekkingsmiddelen 80 74 74 74 74
Totaal Lasten 24.893 25.372 24.093 23.535 23.210

2. Overhead 2020 - 2024

Onder de overheadkosten vallen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Met het primair proces worden de activiteiten bedoeld die rechtstreeks een bijdrage leveren aan de totstandkoming van de producten en diensten voor onze burgers en bedrijven.

Overhead bestaat uit:
• Personele capaciteitskosten overhead (management, bestuur- en managementondersteuning primair proces, alle kosten van personele inzet voor personeel en organisatiebeleid, inkoop, communicatie, juridische zaken, informatievoorziening en automatisering, documentaire informatievoorziening, huisvesting, facilitaire zaken, financiën etc.).

• Materiële kosten (goederen en diensten) voor:

  • Bestuurszaken en bestuursondersteuning (exclusief de griffie omdat die geen onderdeel uitmaakt van de ambtelijke organisatie)
  • Documentaire informatievoorziening (DIV)
  • Facilitaire zaken en Huisvesting (incl. beveiliging)
  • Financiën, toezicht en controle voor de eigen organisatie 
  • Informatievoorziening en automatisering
  • Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement)
  • Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie
  • Juridische zaken
  • Personeel en organisatie

 

De onderstaande kosten van overhead bij programma 9 Bestuur en ondersteuning maken onderdeel uit van de apparaatskosten. Uit deze tabel blijkt dat de kosten van overhead in de loop van de tijd gaan afnemen. Deze afname wordt grotendeels gerealiseerd door het reduceren van personele capaciteitskosten overhead. De reductie van personele capaciteitskosten overhead bestaan uit ombuigingen 2021-2024 en incidentele projecten die aflopen. Door natuurlijk verloop in combinatie met het anders organiseren van werkzaamheden worden de personeelskosten overhead verlaagd.
Daarnaast is een amendement aangenomen "taakstelling apparaatskosten". Deze taakstelling is financieel verwerkt binnen de personele capaciteitskosten overhead (E040).  

De materiële kosten overhead variëren in de loop van de tijd. Deze fluctuatie heeft te maken doordat verschillende activiteiten niet elk kalenderjaar zich voordoen en met projecten die in de loop van de tijd van start gaan. Daarnaast is een financiële taakstelling ingebouwd op de materiële budgetten overhead van 50.000 euro in 2021 oplopend tot 200.000 euro in 2024.

Bedragen x €1.000
Onderdelen van overhead Begroting 2020 na wijziging Begroting 2021 Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024
E040 Overhead 9.573 9.565 8.741 8.258 8.003
E041 Personeel en organisatiebeleid 688 669 666 624 603
E042 Regionaal inkoopbureau 165 157 164 162 162
E043 Communicatie 127 113 103 91 80
E044 Juridische zaken 69 81 101 81 101
E045 Bestuurszaken bestuursonderst 53 85 55 55 55
E046 I&A 2.369 2.409 2.727 2.450 2.492
E047 DIV 597 483 547 459 462
E048 Facilitaire zaken huisvesting 706 625 616 704 676
E049 Financiële adminstratie 188 193 193 193 193

3. Apparaatskosten 2020 - 2024

Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (alle loonkosten voor het ambtelijk apparaat en alle inhuurkosten) en de materiele kosten voor overhead exclusief griffie en bestuur.

 

Kosten voor diensten die zijn uitbesteed, zoals de belastingsamenwerking en ODRU vallen niet onder de apparaatskosten. Gemeenten die veel diensten uitbesteden hebben daardoor relatief lage apparaatskosten ten opzichte van gemeenten met weinig uitbestede taken.

 

De reductie die vermeld is bij de onderdelen capaciteitskosten en overheadkosten komen ook terug bij de apparaatskosten.

 

 

 

 

 

Bedragen x €1.000
Apparaatskosten per programma Begroting 2020 na wijziging Begroting 2021 Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024
Lasten
Programma 1 Openbare orde en veiligheid 566 596 596 596 596
Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat 1.662 1.606 1.451 1.451 1.451
Programma 3 Economische zaken 378 344 344 344 344
Programma 4 Onderwijs 418 503 498 498 493
Programma 5 Cultuur, recreatie en sport 2.053 2.103 2.084 2.084 2.065
Programma 6 Sociaal domein 4.925 5.218 5.096 5.021 4.974
Programma 7 Milieu en duurzaamheid 1.910 1.941 1.941 1.941 1.941
Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 2.214 2.473 2.402 2.402 2.402
Programma 9 Bestuur en ondersteuning 15.702 15.381 14.830 13.994 13.745
Programma 10 Financiering en algemene dekkingsmiddelen 80 74 74 74 74
Totaal Lasten 29.906 30.238 29.315 28.404 28.085
Baten
Programma 9 Bestuur en ondersteuning 51 52 52 52 52

Specificatie apparaatskosten

In aanvulling op de tabel apparaatskosten per programma is een tabel opgesteld met incidentele en structurele budgetten en de ombuigingen om de onderverdeling apart inzichtelijk te maken.

 

Apparaatskosten naar categorie (bedragen x 1.000 euro en - = voordeel + = nadeel)
Omschrijving 2020 2021 2022 2023 2024
Structureel 28.196 30.162 30.337 30.282 30.337
Incidenteel 1.660 897 481    
Ombuigingen   -872 -1.554 -1.929 -2.304
Totaal apparaatskosten 29.856 30.187 29.264 28.353 28.033

 

Verbonden partijen

Samenvatting

De gemeente heeft bestuurlijke en financiële belangen in meerdere gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen.

 

In 2021 heeft de gemeente in twintig verbonden partijen bestuurlijke en financiële belangen.

 

In de programmabegroting 2020 is opgenomen dat in dat jaar (2020) besluitvorming gaat plaatsvinden over het eventueel formeel toetreden van De Ronde Venen tot U10. Toetreden leidt ertoe dat we als volwaardig lid kunnen deelnemen aan het samenwerkingsverband en zo de gezamenlijke maatschappelijke opgaven aan te pakken op het gebied van duurzame bereikbaarheid, economische positionering, gezonde en inclusieve regio, gezonde woon- en leefomgeving, groen en landschap en klimaat neutrale regio. In overleg met U10 is het uitgangspunt dat een eventuele toetreding plaatsvindt per 1 januari 2021. Besluitvorming binnen De Ronde Venen vindt plaats in het vierde kwartaal 2020.

Beleidskader omtrent verbonden partijen

Voor het uitvoeren van gemeentelijk beleid vindt in samenwerking plaats met andere partijen. Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. De gemeente heeft bestuurlijke en financiële belangen in meerdere gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen. De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de mate van verbondenheid en beschrijft belangrijke ontwikkelingen.

 

Bestuurlijk belang is zeggenschap, ofwel via vertegenwoordiging in het bestuur ofwel via stemrecht. Er is sprake van bestuurlijk belang als een bestuurder of een ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, ofwel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

 

In de Gemeentewet staat in artikel 160, lid 2 een bepaling voor het aangaan van verbonden partijen. Deze bepaling luidt als volgt: “Het college besluit slechts tot de oprichting van en deelnemingen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. Het besluit tot beëindiging van verbonden partijen wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen."

 

In de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de bevoegdheden opgenomen voor het aangaan of beëindigen van een gemeenschappelijke regelingen. Hiervoor geldt dat de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters niet over gaan tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Dit geldt tevens voor het wijzigen of het uittreden uit een regeling.

 

In december 2018 heeft de raad de nota verbonden partijen vastgesteld en is het instrument van 'raadsrapporteurs' ingevoerd. Deze raadsrapporteurs volgen, namens de raad, een verbonden partij en rapporteren daarover aan de raad. 

Gemeenschappelijke regelingen

De gemeenschappelijke regelingen voeren verschillende taken en regelingen uit namens de gemeente. Per gemeenschappelijke regeling zijn gegevens opgenomen over:

  • De vestigingsplaats van de gemeenschappelijke regeling;
  • Een toelichting op het openbaar belang;
  • Aan welk programma de verbonden partij een bijdrage levert;
  • Welke deelnemers uitmaken van de gemeenschappelijke regeling;
  • Eventuele risico’s die van invloed zijn op onze financiële positie.

 

Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen zijn opgenomen in een totaaloverzicht "Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen". Dit betreft onder andere de gemeentelijke bijdrage, de omvang van het eigen vermogen (EV) en de omvang van het vreemd vermogen (VV). Deze twee vormen samen het balans totaal.

01. Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang De VRU behartigt de belangen van de gemeenten op de volgende terreinen: de brandweerzorg; de organisatie van de Geneeskundige Hulpverlening Organisatie in de Regio (GHOR), de rampenbestrijding en crisisbeheersing en tot slot de meldkamer. Daarnaast heeft de VRU de zorg voor een adequate samenwerking met politie en de regionale ambulancevervoersvoorziening ten aanzien van onder meer de gemeenschappelijke meldkamer; een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing
Programma 01. Openbare orde en veiligheid
Deelnemers De 26 Utrechtse gemeenten
Financiële risico's -

 

02. Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Het belang van de deelnemers bij de intergemeentelijke openluchtrecreatie en de bescherming van natuur en landschap
Programma 5. Cultuur, recreatie en sport
Deelnemers gemeenten De Bilt, De Ronde Venen, Houten, Lopik, Stichtse Vecht, Nieuwegein, Utrecht, Woerden en IJsselstein, alsmede provinciale Utrecht
Financiële risico's

1. Aanbesteding en voortgang vervangen beschoeiingen VVP

De 1e tranche van de beschoeiingen is gerealiseerd. Het bedrag per meter is hoger uitgevallen dan in het Toekomstplan was berekend. Daar tegenover staat dat we door de verkoop van legakkers minder meters hoeven te beschoeien. De verwachting is dat de aanbesteding voor de volgende tranches hoger zullen uitvallen dan de 1e tranche. Dit heeft onder andere met de aantrekkende markt en kostenstijging van materiaal e.d. te maken. Doordat er minder meters beschoeid moeten worden, is de verwachting dat het gehele project binnen het gestelde budget gerealiseerd kan worden.

2. Ondervangen van wegvallende bijdrage gemeente Amsterdam

Het wegvallen van de bijdrage van de gemeente Amsterdam aan beheer en onderhoud van het gebied Vinkeveense Plassen dient te worden ondervangen door extra inkomsten te genereren en kosten voor beheer en onderhoud te verlagen. Om die reden is er het Programma Vinkeveense Plassen 2019 -2024 opgesteld en een programmamanager aangesteld. De besparingen op het gebied van beheer en onderhoud zijn deels al gerealiseerd. Het risico bestaat echter dat de extra inkomsten tegenvallen en bepaalde kosten voor beheer en onderhoud niet verlaagd kunnen worden.

3. Structureel effect begrotingswijziging 2020-1 (RMN in Transitie)

Door problemen die spelen bij uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland wordt er mogelijk een extra bijdrage gevraagd aan de deelnemers van de GR. Omdat  het weerstandsvermogen van SGL tot een minimaal niveau is gedaald is interen op de reserves onverstandig.

4. Risico samenwerking GR SGL

Door problemen bij de uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland wordt momenteel onderzocht in welke vorm de uitvoering van de taken van de GR voortgezet wordt. Het is nog onbekend wat dit betekent voor het voortbestaan van de GR. 

 

03. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht

 

Vestigingsplaats Zeist
Openbaar belang

De gemeente is wettelijk verplicht een Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in te stellen en in stand te houden. De GGD regio Utrecht is een gemeenschappelijke regeling en werd in 2013 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht.  Namens de gemeenten voert de GGDrU de gemeentelijke verplichtingen van de Wet Publieke Gezondheid uit. Het gaat onder andere om infectieziektebestrijding, medische milieukundige zorg, SOA-bestrijding, gezondheidsbeleid en -onderzoek, toezicht kinderopvang, crisisfunctie, jeugdgezondheidszorg, rijksvaccinatieprogramma en Wmo-toezicht. Daarnaast nemen gemeenten een maatwerkpakket af. Hierin zitten voor De Ronde Venen bijvoorbeeld het Meldpunt Bezorgd en trajecten Stevig Ouderschap.

 

Programma 6. Sociaal domein
Deelnemers De provincie Utrecht en de 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht
Financiële risico's -

04. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

 

Vestigingsplaats Soest
Openbaar belang De AVU is een gemeenschappelijke regeling en werd in 1984 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Namens de gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling AVU de regie op de overslag, het transport, de bewerking en de verwerking van het door de inwoners van de provincie Utrecht aangeboden huishoudelijk afval. Daarnaast is in 1995 een NV opgericht waarvan de gemeenschappelijk regeling AVU de enige aandeelhouder is. De N.V. AVU biedt de mogelijkheid tot maatwerkcontracten waaraan niet alle gemeenten behoeven deel te nemen.
Programma 7. Milieu en duurzaamheid
Deelnemers

De provincie Utrecht en de 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht

Financiële risico's

1. Nieuw beleid van de rijksoverheid in de vorm van belastingmaatregelen, dat van invloed is op verwerkingstarieven.

2. Discontinuïteit in afvoer en verwerking van huishoudelijk rest en gft-afval, dat kan leiden tot kortdurende inzet van middelen.

De kans van optreden wordt als zeer klein ingeschat. Daarom heeft de AVU geen buffer. Indien tegenvallers zich toch zouden voordoen worden deze direct verrekend met de deelnemende gemeenten.

 

05. Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

Vestigingsplaats Breukelen
Openbaar belang Het gezamenlijk uitvoeren van de Archiefwet 1995 en het stimuleren van de lokale en regionale geschiedbeoefening en het daartoe aanleggen, beheren en bewaren van een zo compleet mogelijke collectie bronnenmateriaal op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis.
Programma 9. Bestuur en ondersteuning
Deelnemers De gemeenten Stichtse Vecht, De Bilt, Weesp en De Ronde Venen
Financiële risico's -

06. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU)

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Het behartigen van de belangen van de gemeenten tezamen en van elke deelnemende gemeente afzonderlijk op het gebied van omgeving in de ruimste zin
Programma 7. Milieu en duurzaamheid / 8. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
Deelnemers De gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vianen, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist
Financiële risico's

-

07. Amstelland Meerlanden overleg

Vestigingsplaats Haarlemmermeer
Openbaar belang

Het Amstelland-Meerlandenoverleg (AM) fungeert als platform, waardoor de zeven deelnemende gemeenten elkaar op diverse terreinen snel en effectief kunnen vinden wanneer dat nodig is. Het gebied van AM vormt de zuidflank van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en is aangewezen als een deelregio binnen MRA. Het platform wordt benut om de gezamenlijke belangen van het AM-gebied te behartigen in de MRA en in de vervoersregio Amsterdam.

Programma 9. Bestuur en ondersteuning
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn, De Ronde Venen, Aalsmeer en Haarlemmermeer.
Financiële risico's -

08. Gemeentebelastingen Amstelland

Vestigingsplaats Amstelveen
Openbaar belang Het vormen van een gemeenschappelijke ambtelijke belastingorganisatie die belast is met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen alsmede de Uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken
Programma 10. Financiering en algemene dekkingsmiddelen
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn en De Ronde Venen. De gemeente Aalsmeer is daarnaast een rechtstreekse deelnemer van de gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland.
Financiële risico's -

 

Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen

Naam Financieel resultaat 2019 Eigen vermogen 2019 Vreemd vermogen 2019 Bijdrage 2020 Bijdrage 2021
01. Veiligheidsregio Utrecht 2.572 13.081 44.366 2.533 2.601
02. Recreatieschap Stichtse Groenlanden
1.108 4.789 6.376 471 486
03. Gezondheidsdienst Regio Utrecht 633 4.233 11.747 1.599 1.644
04. Afvalverwijdering Utrecht (AVU) 194 498 17.070 1.369 1.916
05. Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen 49 108 285 284 301
06. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU) 221 1.750 7.700 2.471 2.494
07. Amstelland Meerlanden overleg n.v.t. n.v.t. n.v.t. 4 4
08. Gemeentebelastingen Amstelland n.v.t. n.v.t. n.v.t. 899 941

Deelnemingen

Naast de gemeenschappelijke regelingen zijn er twee deelnemingen. Het betreft BNG Bank N.V. en Vitens N.V.

09. N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

De gemeente bezit 37.323 aandelen van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De raming 2021 voor dividend bedraagt 47.000 euro. Deze opbrengst is opgenomen in programma 10 Financiering en algemene dekkingsmiddelen.

10. N.V. Vitens

De gemeente heeft 40.426 aandelen Vitens. De raming 2021 voor dividend bedraagt 36.000 euro. Deze opbrengst is opgenomen in programma 10 Financiering en algemene dekkingsmiddelen.

Overige verbonden partijen

Naast de gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen kent de gemeente overige verbonden partijen.

11. Stichting Kansis

Het beschut werken blijft plaatsvinden aan De Corridor in Breukelen. De Ronde Venen koopt hier werkplekken in zodat plekken beschikbaar blijven voor nieuwe instroom.

 

De Stichting is per 1 januari 2019 opgericht. De nieuwe naam van beschut werken is Kansis. De gemeente De Ronde Venen is geen medeoprichter van deze stichting.  Deze stichting is het leer-werkbedrijf van Stichtse Vecht. Als gemeente De Ronde Venen kopen wij hier beschutte werkplekken in voor de doelgroep.

12. Stichting WerkwIJSS-Schoon

Deze stichting is actief vanaf 1 januari 2019. De oprichtingswerkzaamheden voor deze stichting hebben in 2018 plaatsgevonden. Deze stichting neemt de schoonmaakwerkzaamheden over van PAUW Bedrijven. Recent is in goed overleg besloten om de samenwerking niet voort te zetten en is het schoonmaakcontract niet verlengd.  De huidige overeenkomst loopt nog tot het einde van het jaar. De nieuwe aanbesteding is in voorbereiding. Hier wordt de WSW-medewerker (het betreft er één) die werkzaam is vanuit De Ronde Venen in meegenomen.

13. Stichting Kansis groen

Deze stichting is actief vanaf 1 januari 2019. De oprichtingswerkzaamheden voor deze stichting hebben in 2018 plaatsgevonden. Deze stichting neemt de groen werkzaamheden over van PAUW Bedrijven. De gemeente De Ronde Venen is medeoprichter van deze stichting.  De nieuwe naam van de Stichting is Kansis Groen.

14. Gebiedsprogramma Utrecht-West

Uitvoering wordt gegeven aan het Gebiedsprogramma voor de periode 2020 – 2023 en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Dit betreft landbouw, bodem en water, natuur, recreatie en energie, zowel binnen gebiedsprojecten als voor specifieke doelen in het gehele gebied. De gemeente is vertegenwoordigd in de gebiedscommissie. De financiële bijdrage voor 2021 is geraamd op 10.000 euro.

15. Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen

Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen staat voor het bevorderen van het ongestoorde gebruik van goederen en zaken op het bedrijventerrein De Ronde Venen door de bij de stichting aangesloten ondernemingen. De gemeente is bestuurlijk vertegenwoordigd in het algemeen bestuur van de stichting.

16. Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond en Kennemerland (RIJK)

Het doel van deze samenwerking is het verhogen van de kwaliteit en het proces van de inkoop, hetgeen moet resulteren in een professionalisering van het inkoopproces en het verkrijgen van financieel voordeel bij inkopen voor de gemeenten. Hiertoe wordt bij inkoop zoveel mogelijk ingezet op het gezamenlijk inkopen door meerdere deelnemers. Om dit te bereiken wordt jaarlijks vooraf door iedere deelnemende gemeente een inkoopplan opgesteld. Bij inkoop en aanbesteding maakt de gemeente De Ronde Venen gebruik van de diensten van de stichting Regionaal inkoopbureau IJmond en Kennemerland (RIJK). Hiertoe is in augustus 2014 een samenwerkingsovereenkomst gesloten waarin de toetreding en de samenwerking is uitgewerkt. Door de toetreding is de gemeente lid van het algemeen bestuur van de stichting.  De bijdrage in 2021 is geraamd op 158.000 euro. 

17. Veiligheidshuis Utrecht

In het Veiligheidshuis werken de aangesloten organisaties op één fysieke plek samen om preventie, repressie en nazorg naadloos op elkaar te laten aansluiten. Het doel: recidive voorkomen, leefomstandigheden verbeteren en het structureel aanpakken van achterliggende problemen bij de verdachte. De gemeente is in 2016 indirect vertegenwoordigd in het bestuur van het Veiligheidshuis. De bijdrage in 2021 is geraamd op 21.000 euro. 

18. Marickenland

Marickenland is een gezamenlijk project van de provincie Utrecht, gemeente De Ronde Venen, waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Staatsbosbeheer, waarin de realisering van een nieuw natuurgebied wordt gecombineerd met recreatief medegebruik en extra waterbergingscapaciteit.

 

Op 30 januari 2020 heeft uw raad besloten in totaal 2,8 mln. euro te investeren in recreatieve voorzieningen, waaronder het recreatieve medegebruik van het gebied Marickenland, en het oplossen van het vaarknelpunt De Heul. Het resterende saldo van de gezamenlijke projectrekening bij het Nationaal Groenfonds (circa 760.000 euro) wordt ingezet voor de recreatieve voorzieningen  in Marickenland.

 

Op 9 juni 2020 is besloten tot het aangaan van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst Marickenland met provincie, waterschap en Staatsbosbeheer.

 

19. Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Bij de samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) functioneert de VNG als een vraagbaak voor de gemeente en faciliteert met bijvoorbeeld modelverordeningen. Daarnaast is zij gesprekspartner voor de Rijksoverheid op onderwerpen die alle gemeenten aangaan – vaak medebewindstaken.

 

Het belang om als gemeenten gezamenlijk te werken aan de gemeentelijke uitvoeringskracht is groot. Omdat de vraagstukken te divers en vaak te complex zijn om als gemeente zelfstandig op te pakken, en omdat er winst te behalen is om dat samen te organiseren. Winst in termen van verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van de dienstverlening aan burgers en bedrijven en kostenbesparingen. Daarom hebben gemeenten op de Algemene ledenvergadering (ALV) van de VNG in 2017 besloten tot een gezamenlijke aanpak met een solide en representatieve governance, en gezamenlijke gemeentelijke bekostiging: Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering. Deze samenwerking wordt voortgezet. 

20. Stichting MooiSticht

Stichting MooiSticht geeft onafhankelijk monumenten- en welstandsadvies bij ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente vraagt hen om advies bij lastige kwesties en complexe vraagstukken. In de commissie zitten ervaren en onafhankelijke professionals in de architectuur, bouwhistorie, landschapsarchitectuur en stedenbouw. Het advies dat zij geven is niet-bindend. De gemeente blijft bevoegd gezag en kan het advies naast zich neerleggen.

Grondbeleid

Samenvatting

Het Besluit Begroting Verantwoording (BBV) verplicht gemeenten om in de begroting en jaarrekening een paragraaf over het grondbeleid op te nemen (artikel 9 lid 2). In artikel 16 van het BBV is bepaald waaruit de verplichte paragraaf grondbeleid ten minste dient te bestaan. Kort gezegd geeft de gemeenteraad in de paragraaf grondbeleid van de programmabegroting aan wat het te voeren grondbeleid het komende jaar zal zijn. 

 

Grondbeleid is een middel om de doelstellingen van de programma's te realiseren en vertegenwoordigt een belangrijk financieel belang met de daarbij behorende risico's.

 

Deze paragraaf kent 2 onderdelen:

1. De bouwgronden in exploitatie (3 lopende grondexploitaties)

  • De 3 lopende grondexploitaties Land van Winkel, De Maricken en Stationslocatie Mijdrecht gaan richting eindfase. In 2020 vinden de laatste grondverkopen plaats. 2021 staat in het teken van uitvoeren van afrondende werkzaamheden. 
  • De grondexploitaties hebben per 1-1-2021 een boekwaarde van -1.184.500 euro.  Per 31-12-2021 zullen de grondexploitaties worden afgesloten. Het netto resultaat van 2017-2021 uit de bouwgrondexploitaties bedraagt 10 mln. euro.

2. Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd (15 locaties)

  • De gemeente bezit diverse eigendommen (grond en gebouwen), die niet voor een publieke taak zijn bestemd en waarbij het voornemen is om deze te verkopen. De boekwaarde van gronden en verspreide percelen kan lager zijn dan de actuele waarden, waardoor er binnen de gronden niet voor de publieke taak bestemd sprake is van stille reserves. Deze reserves kunnen van substantiële betekenis zijn in relatie tot het balanstotaal dan wel de financiële positie van de gemeente. De omvang van de stille reserves is 3.658.000 euro op 31 december 2019.

Beleidskader omtrent grondbeleid

Ontwikkelingen op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied hebben invloed op het grondbeleid van de gemeente. De nota grondbeleid 2018 - 2021, vastgesteld op 22 februari 2018, bevat een actualisatie van het grondbeleid. Uitgangspunt van het beleid is een regisserende houding binnen het faciliterende grondbeleid. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als aankoop of het dragen van kosten noodzakelijk is om een maatschappelijk gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.

 

De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken) alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Van de bouwgronden in exploitatie zijn actuele grondexploitaties aanwezig. Zodra sprake is van een verwacht verlies dan wordt daarvoor een verliesvoorziening getroffen, die op de voorraden in mindering wordt gebracht. De winsten en verliezen van de grondexploitaties worden via resultaatbestemming verrekend met de algemene reserve.

 

Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn het toerekeningbeginsel , het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten. Baten en lasten – en het daaruit vloeiende resultaat – moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat (de verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd, maar gedurende de looptijd van het project tot stand komt en als zodanig moet worden verantwoord. Het verantwoorden van tussentijdse winst is daarmee geen keuze maar een verplichting die voortvloeit uit het realisatiebeginsel. Bij het bepalen van de tussentijdse winst is het wel noodzakelijk de nodige voorzichtigheid te betrachten. Hierdoor wordt de winst genomen naar rato van de voortgang van het complex (POC-methode; percentage of completion methode).

 

Een van de beleidsgebieden die van invloed is op het grondbeleid betreft volkshuisvesting. Dit betekent dat de gemeente in haar projecten wil zorgen voor voldoende sociale huurwoningen en zoveel mogelijk wil afstemmen op de vraag vanuit de markt. De woningmarkt is de laatste jaren heel positief binnen de gemeente De Ronde Venen, maar het blijft ook kwetsbaar.  Zo is nog onduidelijk wat de gevolgen zijn van het coronavirus op de woningmarkt. Al zijn er vooralsnog geen tekenen dat de vraag afneemt kan het nieuwe coronavirus de woningmarkt gaan beïnvloeden.

 

Bouwgronden in exploitatie - Financieel totaaloverzicht

Verloopoverzicht bouwgronden in exploitatie (bedragen x € 1.000)
  De Maricken Land
van Winkel

Stationslocatie

Mijdrecht

Totaal
Boekwaarde per 31 december 2019 13.912 1.889 5.080 20.881
Vermeerderingen 2.260 774 571 3.652
Verminderingen -23.904 -4.632 -1.592 -30.127
Tussentijdse winstneming 2020 3.860 550   4.410
Boekwaarde per 31 december 2020

-3.872

-1.419 4.058 -1.185
Nog te maken kosten 3.237 1.197  

4.434

Nog te realiseren opbrengsten 0 0 0 -0
Inzet verliesvoorziening     -4.058 -4.058
Nog te realiseren resultaten 2021  635 221 0 856
Winstnemingen:        
2017 566 1.076   1.642
2018 1.214 1.244   2.458
2019 160 730   890
2020  3.860 550   4.410
2021 635 221   856
Eindresultaat 6.435 3.821 0

10.256

 

Financiële hoofdlijnen:

  • De bouwgrondexploitaties gaan richting de fase van afronding. In 2020 vinden de laatste grondverkopen plaats. Het jaar 2021 staat in het teken van afronding van de woonwijken. De financiële risico's zijn fors afgenomen.
  • De behaalde positieve financiële resultaten blijven gehandhaafd. Met de gemeentelijke grondexploitaties (inclusief Vinkeveld, dat in 2019 is afgesloten) is in totaal 14,2 mln. euro aan positief exploitatieresultaat gerealiseerd.
  • De Stationslocatie Mijdrecht is een verliesgevende exploitatie, dit verlies van 4 mln. euro is afgedekt door het treffen van een verliesvoorziening.

Bouwgronden in exploitatie - stand van zaken De Maricken

In De Maricken worden uiteindelijk circa 500 woningen gerealiseerd, waarvan er inmiddels ongeveer 250 woningen zijn gerealiseerd en bewoond.  De omgevingsvergunning voor 125 gasloze eengezinswoningen (koop en huur) van deelplan 4 is afgegeven. Het merendeel van de 125 woningen is al verkocht.  Er zijn afspraken gemaakt met Verwelius over de laatste woningen uit Deelplan 5. Dit heeft geleid tot meer woningen (100 in plaats van 90) en een ander woningbouwprogramma dat beter past bij de vraag. Er zijn met name meer rijwoningen.

 

De ontsluiting van De Maricken op de rotonde Mijdrechtse Dwarsweg is afgerond. Vooruitlopend op de aanleg van de autobrug naar Wilnis en ingrepen op de Spoordijk is de verbinding met Wilnis via de Wethouder van Damlaan heringericht. In 2020 komt de autobrug tussen Wilnis en De Maricken gereed. De waterberging en watercompensatie ten noorden van de wijk zijn gereed en begin 2020 is gestart met het woonrijp maken rondom de appartementen.

 

De kavels van deelplan 4 en 5 worden naar verwachting in 2020 verkocht en daarmee zijn alle kavels van De Maricken door de gemeente aan de ontwikkelaars verkocht. In 2020 wordt gestart met de aanbesteding en het woonrijp maken van de laatste deelplannen (4 en 5). Naar verwachting is het woonrijp maken in 2021 gereed. In 2021 wordt ook het park gerealiseerd. De grondexploitatie wordt eind 2021 afgesloten. 

Bouwgronden in exploitatie - stand van zaken Land van Winkel

Van de 195 kavels die in Land van Winkel aanwezig zijn, zijn 170 woningen gereed of bijna gereed. Het grootste deel is inmiddels bewoond.  De verwachting is dat de resterende kavels in 2020 zijn verkocht: Janssen de Jong moet nog twaalf kavels afnemen in 2020. De verkoop van de woningen bleek moeizamer te verlopen en daarom hebben de gemeente en Janssen de Jong afgesproken om zeven kavels op een andere manier in de markt te zetten. Deze worden als vrije kavels verkocht. Uitgangspunt is dat de kwaliteit overeind blijft en dat de gemeente voor een belangrijk deel profiteert van de meeropbrengsten.  Per 1 januari van dit jaar moesten nog drie gemeentelijke kavels worden verkocht. Over deze kavels zijn inmiddels overeenkomsten gesloten en worden dit jaar geleverd. Dit zijn de laatste kavels van de in totaal dertig kavels.

 

Land van Winkel is geheel bouwrijp. Voor wat betreft het woonrijp maken zijn de straten, waar de woningen in zijn geheel bewoond zijn, woonrijp gemaakt. In 2020 en 2021 worden de laatste delen van het project woonrijp gemaakt. Naar verwachting kan de grondexploitatie in 2021 worden afgesloten. 

Bouwgronden in exploitatie - stand van zaken Stationslocatie Mijdrecht

Met vaststelling van het bestemmingsplan voor de ontwikkeling van ‘’Stationslocatie Mijdrecht” is het mogelijk om het winnende plan van de combinatie BPD-Menhir te realiseren. Dit plan voorziet in de realisatie van 71 woningen, waarvan 35 in het sociale segment. In 2020 wordt het plan uitgewerkt van een Voorlopig Ontwerp naar een Definitief Ontwerp. Voor de woningen in het sociale segment is met GroenWest een samenwerkingsovereenkomst gesloten.

 

Tijdens de ter inzagelegging van het bestemmingsplan zijn drie beroepen ingesteld bij de Raad van State. Deze beroepen lopen nog, wat tot vertraging leidt. De verwachting is dat in 2020 de locatie door de gemeente kan worden verkocht aan BPD. De grondexploitatie kan daarmee worden afgesloten. BPD verzorgt het bouw- en woonrijp maken van de locatie, realisatie van woningen en herontwikkeling van het Stationsgebouw. 

Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

De gemeente bezit diverse eigendommen (grond en gebouwen), die niet voor een publieke taak zijn bestemd en waarbij het voornemen is om deze te verkopen. 

 

De volgende eigendommen vallen onder de noemer Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd:

  1. Glastuinbouw Wickelhof Mijdrecht.
  2. Marickenzijde 2e fase Wilnis.
  3. Bedrijventerrein N201 Mijdrecht.
  4. Baambrugse Zuwe 143b Vinkeveen.
  5. Herenweg 196 en 196a Vinkeveen. 
  6. Centrum Oost, Herenweg 70 Vinkeveen.
  7. Ontspanningsweg/Wilnisse Dwarsweg Mijdrecht.
  8. Provincialeweg N201 Mijdrecht (agrarisch perceel).
  9. Twistvliedschool, Kwikstaart 44 Mijdrecht.
  10. Baambrugse Zuwe achter 116 Vinkeveen.
  11. De Hoeksteen, Eendracht 6 Mijdrecht.

 

De boekwaarde van gronden en verspreide percelen kan lager zijn dan de actuele waarden, waardoor er binnen de gronden niet voor de publieke taak bestemd sprake is van stille reserves. Deze reserves kunnen van substantiële betekenis zijn in relatie tot het balanstotaal dan wel de financiële positie van de gemeente. De omvang van de stille reserves is 3.658.000 euro op 1 januari 2020.

Subsidies & Bijdragen

Samenvatting

De gemeente verstrekt subsidies en bijdragen aan een breed scala van organisatie. Hiermee worden veel verschillende doelen bereikt. Van het geven van zorg aan de meest kwetsbare kinderen, het faciliteren van sport activiteiten en het inkopen en aanbesteden van projecten. Voor 2020 was een budget beschikbaar van 7.162.000 euro. Door ombuigingen op activiteiten en organisaties daalt deze bijdrage naar 6.833.000 euro in 2021. De begrootte bijdrage daalt verder in 2022 en 2023. Door de bijdragen aan de organisaties kunnen tal van doelstellingen bereikt worden. In het vervolg  is een overzicht gegeven van de inzet van financiële middelen voor organisaties en verenigingen die een bijdrage leveren aan de (sociale) infrastructuur van onze gemeente.

 

Er is een stijging van 1 mln. euro ten opzichte van de subsidieparagraaf in de begroting 2020. Dit wordt veroorzaakt door een nieuwe systematiek. In deze paragraaf worden subsidies en bijdragen in de brede zin opgenomen. Dit is ter bevordering van het inzicht in bijdragen die de gemeente aan organisaties verstrekt. In vorige jaren werden alleen subsidies opgenomen.

Beleidskader

De Ronde Venen ondersteunt veel initiatieven op het gebied van wonen, werken, welzijn, onderwijs, kunst, cultuur, sport, recreëren, enz. Allemaal activiteiten die ten goede komen aan de Rondeveense samenleving. De gemeente doet dit onder andere door het verstrekken van subsidies en bijdragen.

De wettelijke basis voor het verstrekken van subsidies is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (titel 4.2), voorts de Algemene subsidieverordening. De subsidieverordening vormt de grondslag voor de verleende subsidies. Daarnaast is een aantal nadere regels opgesteld voor het verstrekken van subsidies. Hierbij kan gedacht worden aan 'Beleidsregels Subsidie Sportstimulering', 'Beleidsregels subsidieaanvragen bewoners en bewonersorganisaties' en 'Nadere regels ten aanzien van het eigen vermogen en de reserves van de subsidieontvangers van de gemeente De Ronde Venen 2013'.

 

Financieel totaaloverzicht subsidies & bijdragen

Bedragen x €1.000
Programma en taakveld van de verstrekte subsidies Begroting 2020 na wijziging Begroting 2021 Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024
Programma 1 Openbare orde en veiligheid
1.2 Openbare orde en veiligheid 84 88 88 88 88
Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat
2.5 Openbaar vervoer 5 5 5 5 5
Programma 3 Economische zaken
3.3 Bedr.loket en bedr.regelingen 72 110 110 110 110
Programma 4 Onderwijs
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 642 478 532 532 532
Programma 5 Cultuur, recreatie en sport
5.1 Sportbeleid en activering 192 203 201 201 201
5.2 Sportaccommodaties 625 632 632 632 632
5.3 Cultuurpresentatie, prod.partic. 185 168 168 168 168
5.4 Musea 40 0 0 0 0
5.6 Media 720 695 630 630 630
5.7 Openbaar groen en recreatie 12 12 12 12 12
Totaal Programma 5 Cultuur, recreatie en sport 1.774 1.711 1.644 1.644 1.644
Programma 6 Sociaal domein
6.1 Samenkracht en burgerparticip. 2.115 2.006 2.001 1.951 1.951
6.2 Wijkteams 414 414 414 414 414
6.3 Inkomensregelingen 80 70 70 70 70
6.4 Begeleide participatie 301 294 290 234 234
6.5 Arbeidsparticipatie 65 65 0 0 0
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 155 155 155 155 155
6.72 Maatwerkdienstverlening 18- 63 53 53 53 53
6.82 Geëscaleerde zorg 18- 1.060 1.088 1.088 1.088 1.088
7.1 Volksgezondheid 126 113 113 113 113
Totaal Programma 6 Sociaal domein 4.378 4.258 4.184 4.078 4.078
Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
8.3 Wonen en bouwen 43 23 23 23 23
Programma 9 Bestuur en ondersteuning
0.4 Overhead 164 161 170 173 176

Toelichting op de subsidies & bijdragen

Taakveld Omschrijving Toelichting
1.2 Openbare orde en veiligheid Er worden bijdragen verstrekt aan Bureau Halt, Veiligheidshuis en voor opvang van zwerfdieren. Deze instellingen dragen bij aan de doelstelling van een veilige omgeving. 
2.5 Openbaar vervoer Er is structureel budget beschikbaar om te verstrekken aan de Vereniging Buurtbus. Deze wordt verstrekt ter stimulering en uitvoering van kleinschalig vervoer in de gemeente.
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen De inkomsten uit deze heffing worden na aftrek van perceptiekosten overgeheveld naar het ondernemersfonds dat wordt beheerd door Stichting Koopcentrum Mijdrecht. De subsidie is bedoeld voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

Er zijn verschillende doelen met de subsidies op het taakveld onderwijsbeleid en leerlingenzaken. Ten eerste betreft een gedeelte de schoolbegeleidingsmiddelen die aan de scholen wordt verstrekt. Deze wordt naar rato van het aantal leerlingen over de scholen verdeeld voor leerlingenbegeleiding. Daarnaast betreft het de kind-gebonden subsidies voor peuterspeelzalen. Ook worden er subsidies verstrekt voor Technet, de taalklas en de klassenassistenten.

5.1 Sportbeleid en activering Een aanzienlijk deel van de subsidies wordt verstrekt voor het creëren van sport- en beweegaanbod door middel van de inzet van buurtsportcoaches. Daarnaast is budget beschikbaar voor de ondersteuning van incidentele projecten en er wordt een subsidie verstrekt aan de organisatie Spel en Sport 55+ om beweegactiviteiten te organiseren die met name voor ouderen bedoeld zijn.
5.2 Sportaccommodaties Aan Sporthal De Phoenix en Sporthuis Abcoude wordt een exploitatievergoeding verstrekt.
5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie

In het kader van de lokale bijdrage aan cultuureducatie is budget beschikbaar voor verscheidene organisaties voor kunst- en cultuureducatie en amateurkunst om het zichtbaar te maken, bij elkaar te brengen, de kwaliteit te verbeteren en om te initiëren. Tevens worden bijdragen verstrekt aan muziekverenigingen, Stichting Ab-Art en Stichting Straattheater. Ten slotte is er budget voor eenmalige subsidies dat wordt ingezet voor nieuwe aansprekende kunst- en cultuurevenementen van samenwerkende kunst- en cultuurorganisaties, nieuw beleid en noodzakelijke investeringen in het kunst- en cultuurveld.

5.4 Musea Er was een bijdrage voor musea beschikbaar in de gemeente. Vanwege onderuitputting en in het kader van ombuigingen is hier niet langer budget voor beschikbaar.
5.6 Media RTV De Ronde Venen ontvangt een subsidie. Voorwaarde is dat de berichtgeving het gemeentehuis omvat en dat de gebeurtenissen in de gemeente worden verslagen en becommentarieerd. Daarnaast wordt een bijdrage verstrekt voor de cultuurconsulent. Ten slotte is een budget beschikbaar voor de Bibliotheek. Het doel is om uitvoering te geven aan de openbare bibliotheek, het verhogen van de sociale cohesie, het verhogen van de participatie en het terugdringen en voorkomen van taalachterstanden.
5.7 Openbaar groen en recreatie

De gemeente geeft een bijdrage voor het organiseren van tal van excursies en lezingen in en over natuur en landschap binnen de gemeente. Daarnaast wordt een bijdrage verstrekt aan De Oranjevereniging voor het organiseren van activiteiten op Koningsdag en tijdens de herdenkingen op 4 mei.

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Dit taakveld omvat vele subsidies in het voorliggende veld. Onder meer Stichting Tympaan-De Baat, Kwadraad Maatschappelijk Werk, Stichting MEE, Thuisbegeleiding, Stichting Handje Helpen, Antidiscriminatievoorziening, Stichting Slachtofferhulp en coördinatie huiselijk geweld initiëren en voeren activiteiten uit die de leefbaarheid in de gemeente De Ronde Venen bevorderen. Het welzijnswerk levert algemene voorzieningen die het beroep op individuele maatwerkoplossingen reduceert en vervult daarmee een belangrijke functie in het voorveld. Naast de inzet van professionele krachten, maken zij veel gebruik van vrijwilligers. Tevens wordt een bijdrage verstrekt aan de dorpshuizen voor hun bijdrage aan de buurtvoorzieningen en de sociale infrastructuur. Daarnaast is er budget voor wijkopbouw, bewonersbudget, cliënttevredenheidsonderzoek, toezicht kinderopvang, vreemdelingen, adviesraad sociaal domein en waardering mantelzorgers.
6.2 Wijkteams

Binnen de Servicepunten is een laagdrempelige toegang tot het Sociaal Domein georganiseerd, met een duidelijke informatie en adviesfunctie. De servicepuntenfunctie binnen Tympaan-de Baat biedt de gelegenheid om inwoners van De Ronde Venen optimaal kunnen bedienen. Hiervoor is structureel budget beschikbaar.

6.3 Inkomensregelingen Binnen dit taakveld wordt een subsidie verstrekt aan Stichting Jongeren Actief. Met deze subsidie worden contributies, zwemlessen, cultuurdeelname en sportkledingen en materialen vergoed voor kinderen en jongeren waarvan de ouders een laag inkomen hebben.
6.4 Begeleide participatie

Er wordt loonkostensubsidie verstrekt voor de wsw-ers werkzaam bij organisaties. Tevens worden de in 2019 opgerichte stichtingen Stichting GroenWerk, Stichting SchoonmaakWerk, en Stichting Beschut werk bekostigd vanuit dit taakveld. Deze stichtingen begeleiden en bieden werk aan de wsw-ers. Ook WIL, die de werkgeverstaken uitvoert namens de gemeente, ontvangt een bijdrage vanuit dit taakveld.

6.5 Arbeidsparticipatie Om jongeren zonder startkwalificatie en zonder werk een plek te bieden van waaruit er sneller uitzicht is op een baan is er in subsidie beschikbaar voor de leer-werkplaats.
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ Er wordt ingezet op het bieden van maatwerktrajecten voor schuldhulpverlening. In de intakefase wordt aan de hand van indicatoren een inschatting gemaakt over het hoogst haalbare resultaat. Met deze aanpak wordt op efficiënte wijze schuldhulpverlening geboden. Verwacht wordt dat daarmee op termijn minder zware interventies nodig zullen zijn die leiden naar succesvolle bemiddeling.
6.72 Maatwerkdienstverlening 18- Vanuit dit taakveld worden subsidies beschikbaar gesteld voor Buurtgezinnen en Familiegroepsplan.
6.82 Geëscaleerde zorg 18- Dit budget is bestemd voor de Justitiële maatregelen en Veilig Thuis 18- en 18+ die worden uitgevoerd door Samen Veilig Midden Nederland. Dit wordt gedaan om de veiligheid van het kind te verbeteren voor de opvang van de doelgroep kinderen 18-. De lasten om de veiligheid van het kind te verbeteren betreffen de aanpak kindermishandeling (de functie Advies- en meldpunten kindermishandeling (AMK’s) en kinderbeschermingsmaatregelendoor de gecertificeerde instelling). De jeugdreclassering (ook door de gecertificeerde instelling) is een taak waarbij de zorg vaak wordt verleend op last van de rechter.
7.1 Volksgezondheid

Voor de uitvoering van de CJG-taken ontvangt Kwadraad een bijdrage. Dit is bestemd voor cursussen en het pedagogisch bureau.

8.3 Wonen en bouwen

Er is een structureel budget van opgenomen voor het monitoren van de woonvisie. De advisering over de urgenties voor de toewijzing van huurwoningen wordt uitgevoerd door de Stichting Urgentieverlening West Utrecht (SUWU). Hiervoor is ook een structureel budget beschikbaar.

0.4 Overhead In 2014 is de gemeente toegetreden tot Regionaal Inkoopbureau IJmond & Kennemerland (RIJK). Het Rijk adviseert bij inkoop en aanbestedingen. Er is structureel budget beschikbaar voor de bijdrage aan het Rijk.