Meer
Publicatiedatum: 19-09-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Lokale heffingen

Samenvatting lokale heffingen

Het heffen van lokale belastingen en heffingen stelt de gemeente in staat om maatschappelijke voorzieningen op een evenwichtige wijze in stand te houden. Daarnaast stellen belastingen en heffingen de gemeente in staat maatschappelijke kosten door te belasten aan specifieke veroorzakers, zoals bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In het verlengde hiervan stelt het heffen van lokale belastingen en heffingen de gemeente in staat een sluitend meerjarenperspectief te bereiken. Aanpassing van de belastingtarieven zorgt ervoor dat de koopkracht van de gemeentelijke middelen gehandhaafd blijft.

 

Voor het jaar 2020 is rekening gehouden met een opbrengststijging van 1,4 % waar dit toegestaan is. Uitzondering hierop zijn de rijksleges. Bij de OZB is rekening gehouden met de gerealiseerde areaaluitbreiding.

Meerjarig totaaloverzicht van de lokale heffingen (bedragen x € 1.000)

Nr. Naam  van de heffing 2018 2019 2020 2021 2022 2023
               
1 Onroerende zaakbelasting voor woningen -5.579 -5.943 -5.780 -5.780 -5.780 -5.780
2 Onroerende zaakbelasting voor niet-woningen -2.064 -5.780 -2.119 -2.119 -2.119 -2.119
3 Rioolheffing -4.590 -4.799 -4.900 -4.900 -4.900 -4.900
4 Afvalstoffenheffing -3.702 -3.786 -4.671 -4.821 -4.821 -4.821
5 Precariobelasting -2.262 -2.253 -2.253 -2.253 0 0
6 Leges wonen en bouwen -1.741 -1.877 -1.981 -2.595 -1.550 -1.946
7 Leges burgerzaken -849 -557 -409 -438 -360 -324
8 Begraafplaatsrechten -327 -367 -367 -367 -367 -367
9 Forensenbelasting -245 -206 -248 -248 -248 -248
10 Toeristenbelasting -217 -202 -222 -222 -222 -222
11 Hondenbelasting -167 -178 -170 -170 -170 -170
12 Overige leges -144 -116 -139 -139 -139 -139
13 Roerende zaakbelasting -80 -73 -76 -76 -76 -76
14 Bedrijveninvesteringszones -55 -72 -72 -72 -72 -72
15 Marktgelden -49 -53 -54 -54 -54 -54
16 Parkeerheffingen -8 -6 -20 -6 -6 -6

 

Beleid voor lokale heffingen

Voor 2020 is een prijsontwikkeling voor de belastingen en tarieven gehanteerd van 1,4 % , conform het Centraal Economisch Plan (CEP). Het tarief voor de OZB is gecorrigeerd voor prijs- en waardeontwikkeling. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing geldt als uitgangspunt 100% kostendekking. De belastingtaken zijn vanaf 2016 uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland (GBA). Het gaat om taken op het gebied van de uitvoering van de Wet WOZ, de heffing en invordering van de belastingen onroerende zaakbelastingen, roerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting, forensenbelasting, toeristenbelasting en de Bedrijven Investeringszone Zone belasting.

Toelichting op lokale heffingen

Het heffen van lokale belastingen en heffingen stelt de gemeente in staat om maatschappelijke voorzieningen op een evenwichtige wijze in stand te houden. Daarnaast stellen belastingen en heffingen de gemeente in staat maatschappelijke kosten door te belasten aan specifieke veroorzakers, zoals bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In het verlengde hiervan stelt het heffen van lokale belastingen en heffingen de gemeente in staat een sluitend meerjarenperspectief te bereiken. Aanpassing van de belastingtarieven zorgt ervoor dat de koopkracht van de gemeentelijke middelen gehandhaafd blijft.

Onroerende zaakbelasting (OZB)

De OZB is een algemene heffing, die wordt bepaald aan de hand van de in de begroting vastgestelde opbrengst en de WOZ-waarden van de objecten in de gemeente. In de begroting stellen we de opbrengst vast.  Daarbij wordt de opbrengst van 2019 vermenigvuldigd met een indexatie en vindt er een correctie plaats naar aanleiding van de stijging van het aantal objecten (peildatum is 1 januari 2019 voor de begroting 2020).  Het tarief wordt vervolgens bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de totale WOZ-waarde. Dit betekent bij een stijging van de WOZ-waarde een lager tarief en bij daling van de WOZ-waarde een hoger tarief wordt vastgesteld. In de toelichting hierna is dit getalsmatig toegelicht.

 

Indien de waardeontwikkeling van de woningen hoger is dan het landelijk gemiddelde en de bestanden van GBA vollediger zijn is er een lager tarief nodig om tot de gewenste opbrengst te komen. Om zo accuraat mogelijk te zijn wordt het OZB tarief nu voorlopig vastgesteld en eind 2019 definitief vastgesteld.

 

Dan nog blijft de opbrengst niet 100% te voorspellen. Indien de opbrengst achteraf hoger blijkt te zijn dan waar mee gerekend was, dan levert dit eenmalig een voordeel op, maar het jaar er na vindt een neerwaartse bijstelling van het tarief plaats.

  

Het voorlopig tarief van 2020 is hieronder vermeld. 

 

Soort

Belastingplichtige

Tarief

2019

Indicatie 

tarief

2020

Woningen

Eigenaar

0,0903 %  0,0785 %

Niet-woningen

Eigenaar

0,1544 % 0,1396 %

Niet-woningen

Gebruiker

0,0957 %  0,1040 %

Toelichting op de ontwikkeling van de OZB inkomsten/ tariefstelling

Om inzicht te geven in de berekening van de OZB inkomsten en de daaraan gekoppelde tariefstelling is in onderstaande tabel de berekening opgenomen. Het heffingstarief is afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ waarde. Deze WOZ wordt continue geactualiseerd. Eind 2019 wordt een tariefvoorstel gedaan waarbij de meest actuele WOZ wordt betrokken.

 

Toelichting

Ontwikkeling opbrengst / tariefstelling

OZB woningen (eigenaar)

Ontwikkeling opbrengst / tariefstelling

OZB niet-woningen (eigenaar)

Ontwikkeling opbrengst / tariefstelling

OZB niet-woningen (gebruiker) 

Basis Kadernota 2020

5.643.000 1.291.000 800.000

-Areaaluitbreiding

58.000 0 0
-Indexering 2020: 1,4% 79.000 18.000 10.000

Raming 2020

5.780.000 1.309.000 810.000

 

     

Indicatie totale WOZ waarde peildatum 1 januari 2019*

7.360.500.000 938.000.000 778.540.000

Voorlopig tarief 2020 (raming 2020 / WOZ waarde)

0,0785 % 0,1396 % 0,1040 %

 

Rioolheffing

De rioolheffing wordt geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen. Bij een waterverbruik boven de 300 m3 ontvangt de gebruiker een aanslag voor het meerverbruik.

 

Voorgesteld wordt het tarief voor de rioolheffing te verhogen. Het tarief voor 2020 bedraagt € 213 (2019: € 210) en voor het meerverbruik boven de 300 m3 € 0,83 per m3 (2019: € 0,82).

 

Het uitgangspunt voor de heffing is 100% kostendekkende tarieven. 

 

Onderbouwing kostendekkendheid rioolheffing 2018 en 2019  
  2019 2020
Opbrengsten:    
- rioolheffing 4.799.000 4.900.000
Totaal opbrengsten 4.799.000 4.900.000
     
Kosten:    
- directe kosten 3.344.000 3.499.000
- toegerekende kosten overhead e.d. 1.041.000 987.000
- toegerekende BTW 414.000 414.000
Totaal kosten 4.799.000 4.900000
     
Dekkingspercentage 100% 100%

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing wordt geheven van gebruikers van eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens en recreanten.

 

  

Belastingplichtige

Tarief

2019

Tarief

2020

 

 

 

 

  • Eenpersoonshuishouden

Gebruiker

172,20 207,40
  • Meerpersoonshuishouden

Gebruiker

223,80 269,40
  • Recreatiewoningen

Gebruiker

172,20 207,40
  • Extra container 140 liter (grijs)

Gebruiker

120,00 121,80
  • Extra container 240 liter (grijs)

Gebruiker

156,00 158,40

 

Het uitgangspunt voor de heffing is 100% kostendekkende tarieven. Dit is zichtbaar in onderstaande tabel.

 

Onderbouwing kostendekkendheid afvalstoffenheffing 2019 en 2020
  2019 2020
Opbrengsten:    
- afvalstoffenheffing 3.774.000 4.671.000
- overige opbrengsten 718.000 657.000
Totaal opbrengsten 4.492.000 5.328.000
     
Kosten:    
- directe kosten 2.966.000 3.805.000
- toegerekende kosten overhead e.d. 848.000 845.000
- toegerekende BTW 678.000 678.000
Totaal kosten 4.492.000 5.328.000
     
Dekkingspercentage 100% 100%

 

Precariobelasting

Gemeenten die op 10 februari 2017 in hun belastingverordening een tarief hadden voor nutsnetwerken, mogen uiterlijk tot 1 januari 2022 nog precariobelasting op nutsnetwerken blijven heffen. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal het tarief in rekening brengen dat op 10 februari 2016 gold.

 

Bij de bestuurlijke behandeling van de Kadernota 2018 is een amendement aangenomen om de komende jaren € 1,0 mln. terug te geven. Daarnaast is in januari 2018 door de raad besloten om de precario Vitens van € 0,5 mln. geheel terug te geven. Deze teruggaven, totaal € 1,5 mln. zijn verwerkt in de begroting.

Overige heffingen en tarieven

De overige heffingen en tarieven worden verhoogd met 1,4% tenzij er sprake is van vastgestelde Rijkstarieven.

 

Ondernemers binnen een Bedrijven Investeringszone (BI-zone) moeten belasting betalen in de vorm van een BIZ-bijdrage. De gemeente geeft dit geld via een subsidie aan een stichting Koopcentrum Mijdrecht. Er komt eind 2019 een voorstel om deze regeling te verlengen.

Ontwikkeling woonlasten

In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten opgenomen van een meerpersoons- en eenpersoonshuishouden. De OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing vormen samen de gemeentelijke woonlasten voor huishoudens. Ter vergelijk zijn de woonlasten over het jaar 2019 weergegeven. Voor de jaren 2019 - 2021 bedraagt de teruggave € 40 per jaar. Daarnaast is er in 2019 een incidentele teruggaaf precario voor ondergrondse waterleidingen van € 140,56. Vanaf 2022 vervalt deze teruggave in verband met de wettelijke afschaffing van de precariobelasting.

 

Woonlasten voor een meerpersoonshuishouden
Nr. Omschrijving 2019 2020
       
1 OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde 306 310*
2 Rioolheffing 210 213
3 Afvalstoffenheffing 224 269
4 Teruggaaf precario -181 -40
5 Totale woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde 559 752
       
  Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO) 737 nog niet bekend
  Landelijk gemiddelde (Bron: COELO) 740 nog niet bekend

 

* onder voorbehoud van vaststelling van het definitieve heffingspercentage eind 2019.

oonlasten voor een meerpersoonshuishouden Nr. Omschrijving 2016 2017 2018

Woonlasten voor eenpersoonshuishouden
Nr. Omschrijving 2019 2020
       
 1 OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde 306 310*
 2 Rioolheffing 210 213
 3 Afvalstoffenheffing 172

207

 4 Teruggaaf precario -180  -40
 5 Totale woonlasten voor eenpersoonshuishouden bij een gemiddelde WOZ-waarde 508  690
       
  Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO) 674 nog niet bekend
  Landelijk gemiddelde (Bron: COELO) 672 nog niet bekend

 

*onder voorbehoud van vaststelling van het definitieve heffingspercentage eind 2019.

Kwijtscheldingsbeleid

Niet iedere inwoner van De Ronde Venen is in staat om de gemeentelijke belastingen en rechten te betalen. Onder bepaalde voorwaarden kan kwijtschelding worden verleend voor:

  1. Onroerende zaakbelastingen;
  2. Belasting op roerende ruimten;
  3. Afvalstoffenheffing;
  4. Rioolheffing;
  5. Hondenbelasting (kwijtschelding is beperkt tot één hond).

 

Voor kwijtschelding van lokale heffingen is € 105.000 opgenomen in de begroting 2020. De kosten van kwijtschelding zijn opgenomen in het Sociaal domein.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Samenvatting

De financiële positie van de gemeente De Ronde Venen is gezond voor 2020. Er is onder meer sprake van een structureel sluitende begroting en de risico's passen binnen de buffer van € 10 mln.  in de algemene reserve.  Dit valt af te leiden uit de financiële kengetallen.

Vanaf 2022 is het noodzakelijk om maatregelen te nemen om de verwachte tekorten op te lossen.

Beleidskader omtrent de weerstandsvermogen en de risico's

We willen bereiken dat er sprake is van een gezonde financiële positie om voldoende slagkracht te hebben voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Dat vergt niet alleen een structureel sluitende begroting, maar daarnaast voldoende weerstandscapaciteit in relatie tot de risico's. Informatie over de financiële positie, het weerstandsvermogen en de risico's zijn beschreven in deze paragraaf.

Financiële kengetallen

Landelijk is bepaald dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing vijf kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument, maar zijn juist bedoeld om de gemeentelijke financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken en de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten.

 

Om meerjarig inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de financiële kengetallen is naast de prognoses voor 2019 - 2023 ook de realisatie over 2017 en 2018 opgenomen.

 

    2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
1a Netto schuldquote 57% 63% 59% 66% 86% 92% 93%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 55% 61% 57% 64% 83% 90% 90%
2 Solvabiliteitsratio 32% 32% 27% 25% 22% 20% 18%
3 Structurele exploitatieruimte 0,6% 1,3% 1,0% 0,5% 0,4% -2,2% -1,5%
4 Grondexploitatie 14% 14% 2% -3% 0% 0% 0%
5 Belastingcapaciteit 100% 89% 77% 102% 102% 102% 102%

 

Toelichting op de financiële kengetallen

1a en 1b Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig.

 

De schuldpositie neemt toe van 57%  in 2017 naar 93% in 2023 Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door het verwacht investeringsvolume, waar voor de financiering geldleningen benodigd zijn. Dee netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, zoals Het startersfonds SVn, vertoont hetzelfde beeld.  

 

Solvabiliteitsratio

Het solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Door het aantrekken van geldleningen voor het financieren van vooral investeringen neemt de solvabiliteitsratio af van 32% in 2017 naar 18% in 2023. Een percentage lager dan 20% wordt gekwalificeerd als risicovol.

 

Structurele exploitatieruimte

Voor deze indicator geldt: hoe hoger het percentage, hoe beter. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten geeft meer slagkracht om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld salarissen, afschrijvingen, rente en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. 

 

Uit de indicatoren blijkt dat voor de jaren 2017 - 2021 er sprake is van positieve financiële resultaten en dat vanaf 2022 er maatregelen nodig zijn om de verwachte tekorten op te lossen.

 

Grondexploitatie

De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. In de periode 2017 - 2021 nemen de risico's af door het afronden van de grondexploitaties.

 

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het landelijk gemiddelde in 2019 is € 740 aan gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Een percentage van 102 geeft aan dat we 2% boven dit landelijk gemiddelde zitten. Hierbij geldt de kanttekening dat het landelijk gemiddelde voor 2020 naar verwachting in mei 2020 bekend gemaakt.

Ontwikkeling investeringsplafond met een maatschappelijk nut

Bij het behandelen van de Kadernota 2018 is een amendement aangenomen om te komen tot een investeringsplafond voor investeringen met een maatschappelijk nut. Door aanpassing van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zorgen deze investeringen namelijk voor nieuwe kosten van afschrijvingen en rente in het meerjarenperspectief.

 

Door onszelf een norm op te leggen die gebaseerd is op het investeringsvolume in relatie tot de onbenutte belastingcapaciteit ontstaat automatisch een waarschuwingsmechanisme. Dit mechanisme houdt in dat naarmate er minder onbenutte belastingcapaciteit is – en dus minder mogelijkheden om meer inkomsten te genereren – er minder risico’s genomen kan worden op het gebied van investeringen.

 

Als maatstaf voor het investeringsvolume werkt daarbij het beste om uit te gaan van de totale boekwaarde van investeringen met een maatschappelijk nut. Immers, de boekwaarde en daarmee het risico voor de gemeente loopt ieder jaar per investering af. Zo ontstaat er bij een continu onderhoudscyclus steeds ruimte voor vervangingsinvesteringen. Aangezien we vanaf 2017 zijn begonnen zijn met het activeren van investeringen met een maatschappelijk nut is er nog geen sprake van een continu niveau.

 

Het is niet aannemelijk dat de raad besluit om in enig jaar de volledige onbenutte belastingcapaciteit in te zetten. Daarom is deze belastingcapaciteit op 50% gesteld maal de factor 7. We zijn de eerste gemeente die een investeringsplafond koppelen aan de onbenutte belastingcapaciteit. In 2021 zal het investeringsplafond worden herijkt.

 

De komende jaren staan diverse investeringen met een maatschappelijk nut gepland waardoor het investeringsplafond en de boekwaarde van deze investeringen naar elkaar groeit. Dit blijkt uit bovenstaande grafiek.

Relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen

In december 2017 heeft de raad het Treasurystatuut 2018 - 2021 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat in zowel de verantwoording als in de begroting inzicht wordt verstrekt tussen de relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen.

 

Vanuit financieel oogpunt is het verstandig dat de kosten van afschrijvingen ongeveer gelijk zijn aan die aflossingen. Echter uit de grafiek blijkt dat in de jaren 2015 tot en met 2019 de afschrijvingen lager zijn dan die aflossingen. Dit heeft vooral te maken met de 'voorfinanciering' van bouwgronden in exploitatie. Vanaf 2022 eindigen de bouwgronden in exploitatie en dan ontstaat een zuiver verband tussen de afschrijvingen en de aflossingen.

 

 

 

Beschikbare weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsvermogen

De weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel van middelen en mogelijkheden om niet begrote, onvoorziene en (mogelijk) materiële kosten te dekken. De weerstandscapaciteit kan structureel en incidenteel van aard zijn. Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het vermogen van de gemeente om eenmalige risico’s te dekken, zonder dat dit invloed heeft op het bestaande beleid. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die permanent kunnen worden ingezet om risico’s af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van het beleid.

 

Risico's

Een risico is een kans op het optreden van een positieve dan wel negatieve gebeurtenis van materieel belang die niet voorzien is in de begroting van enig jaar. Dit gevolg kan zowel een kans (positief) als een bedreiging (negatief) vormen. Beleidswensen worden niet als risico benoemd.

 

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen afdoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die een materieel effect kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente.

We hebben de laatste jaren een verbeterslag doorgevoerd met betrekking tot deze paragraaf. Bij verschillende P&C-documenten worden de risico's geactualiseerd en het effect op het weerstandsvermogen bepaald.

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

De middelen waarover de gemeente De Ronde Venen kan beschikken per 31 december 2020 om niet begrote kosten te dekken zijn weergegeven in onderstaande tabel.

 

Berekening beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2020 (bedragen in euro’s)

 

Structureel

Incidenteel

 

 

 

1.     Post onvoorzien en begrotingsresultaat 2020

  627.000

2.     Algemene reserve

  20.180.000

3.     Onbenutte belastingcapaciteit

7.500.000  

4.     Stille reserves

  3.207.000

5.     Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

7.500.000 24.014.000

 

1.     Post onvoorzien en begrotingsresultaat 2020

In overeenstemming met het begrotingstoezicht van de provincie Utrecht is voor het opvangen van onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare kosten € 111.000 als budget opgenomen. Daarbij komt het begrotingsresultaat van € 516.000.

 

2.     Algemene reserve

De algemene reserve is het niet-bestemde deel van het eigen vermogen van de gemeente. Dat betekent niet dat dit vermogen geen functie heeft. De algemene reserve speelt een belangrijke rol in de weerstandscapaciteit van de gemeente. Voor het gebruik van deze reserve is – net zoals voor andere reserves – een specifiek raadsbesluit vereist. Op 31 december 2019 heeft de algemene reserve naar verwachting een omvang van € 20.180.000.  In de financiële begroting is een verloopoverzicht van de algemene reserve opgenomen. 

 

Eind 2019 vindt een actualisatie plaats van de nota reserves en voorzieningen 2017 - 2019. Hierbij zal worden betrokken de ondergrens van de algemene reserve om risico's op te vangen en de mogelijkheid om een deel van de reserves opzij te zetten om in toekomst een economische crisis op te vangen zonder hiervoor ingrijpende maatregelen door te voeren voor inwoners en bedrijven.

 

3.     Onbenutte belastingcapaciteit

De gemeente kan structureel (extra) middelen genereren door belastingen te verhogen en heffingen meer kostendekkend te maken (voor zover daar nog mogelijkheden voor bestaan). Het structureel genereren van extra middelen kan worden ingezet om de weerstandscapaciteit te versterken. De belastingruimte is hoofdzakelijk te vinden bij de onroerende zaakbelasting, omdat kostendekkende tarieven het uitgangspunt is bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing.

 

De onbenutte belastingcapaciteit is afgeleid uit de norm die het Ministerie van Binnenlandse Zaken hanteert voor het aanvragen van financiële steun ex artikel 12. Het theoretische maximum van de belastingcapaciteit voor gemeente De Ronde Venen is voor 2020 € 15,4 miljoen. De geraamde opbrengst is € 7,9 miljoen. Daarmee komt de theoretische onbenutte belastingcapaciteit uit op afgerond € 7,5 miljoen (€ 15,4 miljoen min € 7,9 miljoen).

 

4.     Stille reserves

De stille reserves worden gevormd door de voorraden grond waarvan de taxatiewaarde hoger ligt dan de boekwaarde. Deze reserves zijn van betekenis in relatie tot het balanstotaal, dan wel de financiële positie. De omvang van de stille reserves bedraagt per 1 januari 2020 € 3.207.000. Zie hiervoor de paragraaf Grondbeleid. Naast de voorraden grond bezit de gemeente aandelen van de BNG en Vitens. Deze kunnen op termijn verkocht worden. Doordat de aandelen van deze partijen in het bezit zijn van het Rijk, provincies en gemeenten is hiervoor geen ‘markt’. Hierdoor wordt volstaan met een melding in deze paragraaf.

 

5.     Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit voor 2020 is € 7.500.000 structureel en € 24.014.000 incidenteel. Bij elkaar is € 31.514.000 als weerstandscapaciteit beschikbaar.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen afdoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die een materieel effect kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente.

 

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit/ gemiddelde risico kwantificering = € 31.514.000/€ 9.575.000 = 3,3. Dit ratio wordt landelijk gezien als ‘uitstekend’ beoordeeld.

Risico's/ risicomanagement en een top tien van de risico's (bedragen x € 1.000)

Risico’s

In december 2017 is de notitie evaluatie risicomanagement opgesteld, waarin o.a. de definitie van risico, risico-impact, risicomanagement in enge zin en risicomanagement in ruime zin zijn opgenomen. De evaluatie vloeit voort uit het optimaliseren van risicomanagement in onze organisatie, welke vanaf 2014 in gang is gezet. De conclusie van de notitie is dat in de periode 2014 - 2017 met succes risicomanagement in enge zin (waarbij voornamelijk wordt gekeken naar financiële risico's) is vormgegeven. Momenteel werken we aan de verruiming van het risicomanagement in enge zin naar ruime zin (zowel financiële risico's als het koppelen van uitvoering aan beleid en verantwoording van financiële en niet-financiële risico's en kansen)

Dit heeft tot gevolg dat we nu werken aan de implementatie van een Business Control Framework, een softwaretool dat vanuit control alle stappen verankerd om zo tot een uniforme rapportage en verantwoording te komen. Daarnaast realiseren we met het Business Control Framework dat systeemcontroles (o.b.v. beheersmaatregelen) mogelijk zijn en er minder gegevensgerichte controles (o.b.v. uitkomsten) nodig zijn.

Het realiseren van risicomanagement in ruime zin is de vervolgstap waar we verder gevolg aan geven, waardoor de gemeente nog meer resultaatgericht kan werken.

 

Risicomanagement in enge zin

Risicomanagement is toegespitst op het expliciet omgaan met onzekerheid, oftewel bewust kiezen voor het bewust accepteren van de risico’s en het durven benoemen van zaken die we niet weten. Dit betekent dat risicobepaling en risicokwantificering geen exacte wetenschap is en dat gebruik gemaakt wordt van een inschatting; kans maal impact (gevolg).  De kans op een ongewenste gebeurtenis met een gevolg kwantificeren kan via diverse methoden worden uitgewerkt. Wij hebben de risico’s zoals opgenomen in de begroting 2019 en jaarrekening 2018 verder geactualiseerd en als uitgangspunt gebruikt. Vervolgens zijn de risico’s geanalyseerd op de mogelijke financiële gevolgen die zich zouden kunnen voordoen als de ongewenste gebeurtenis gaat ontstaan.

 

De financiële impact van de risico’s is alleen gebaseerd op het risico wat de gemeente loopt, bijvoorbeeld: juridische aansprakelijkheid. Het oplossen c.q. wegwerken van een risico is hier niet in meegenomen, bijvoorbeeld: inhaalslag achterstallig onderhoud beschoeiingen. Per risico is een risicorespons aangegeven. Risicorespons houdt in dat per risico de meest geschikte reactie wordt geselecteerd. Dit betekent dat risico’s kunnen worden vermeden, verminderd, geaccepteerd of overgedragen.

 

Tot slot zijn de risico’s voorzien van een beheersmaatregel. Per risico is bekeken wat voor maatregelen er genomen kunnen worden om in te spelen op het risico. De risico-inventarisatie wordt vertrouwelijk beschikbaar gesteld. Per risico is aangegeven wat de gebeurtenis, oorzaak, gevolg, risicorespons, beheermaatregel, kans en het financiële effect is.

 

Top tien van de risico's 

In het onderstaande overzicht is de top tien van de totale risico inventarisatie opgenomen. Daarnaast zijn onder nummer 11 de overige risico's (totaal 42) samengevoegd.

 

Samenvatting kwantificering – bedragen in € x 1.000

 

Onderwerp

Gemiddeld

Beheersmaatregelen

 

 

 

 

01

Algemene uitkering 

1.000 Ontwikkelingen vanuit het Rijk worden nauwlettend gevolgd.

02

Algemene verordening gegevensbescherming (wet AVG)

1.200 Privacy beleid en procedurebeschrijvingen

03

Openeinderegelingen sociaal domein

500 Monitoren van inkomsten & uitgaven, ontwikkelingen volgen vanuit het Rijk.

04

Borg- en garantstellingen

500

Er is in 2019 een beleidsnota borg- en garantstellingen vastgesteld met daarin uitgangspunten en werkwijze voor nieuwe borg- en garantstellingen. Toetsen van jaarrekeningen van de betrokken instellingen. Vastleggen van onderzoek- en informatieplicht van deelnemende partijen. Bij nieuwe borg- en garantstellingen deelnemen in het stakeholdersoverleg.

05

Financiering

175 Spreiding van leningen portefeuille. Periodiek overleg met de bank.

06

Integriteit (ambtenaren/bestuurders)

175 Sturen op integer handelen: regels en instructies vaststellen, afleggen van ambtseed en het opvragen van een verklaring omtrent gedrag.

07

Kwetsbaarheid personeel (door ziekte/kennis)

175 Focus op voorkomen van ziekteverzuim; indien verzuim optreedt vroegtijdig aandacht om zieke werknemer weer aan het werk te houden/ te krijgen.

08

Cybercrime

175 Voorzien van veilige verbindingen en toegang. Vergroten risicobewustzijn bij medewerkers. Aansluiten bij informatiebeveiligingsdienst van de VNG.
09

Achterstallig onderhoud kapitaalgoederen (wegen)

175 Een vastgesteld beheerplan 2017. Jaarlijkse actualisatie van de wegenprojecten. Overige wegen onderhouden ter borging van de veiligheid en functionaliteit.
10

Gevolgen uitspraak Programma Aanpak Stikstof (PAS)

500 Samen met diverse stakeholders wordt een praktische werkwijze vormgegeven zodat vergunningverlening voor de meeste bouwplannen kan worden gecontinueerd. Voor de grotere projecten wordt per project bekeken en gerekend aan de stikstofdepositie.

11

Overige risico's

5.000

Dit betreft de kwantificering van de overige 42 risico's.
 

Totaal

9.575  

 

De totale risico inventarisatie wordt vertrouwelijk beschikbaar gesteld. In de jaarrekening 2019 vindt een volgende actualisatie van de risico's plaats.

Onderhoud kapitaalgoederen

Samenvatting onderhoud kapitaalgoederen

Voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, groen en gebouwen is het beleidskader c,q, beheerplan vastgesteld. Eind 2019 wordt het beheerplan bruggen aangeboden en in 2020 volgt het beleid- en beheerplan Openbare verlichting. Met het beheer van wegen, bruggen, water, groen en gebouwen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Om die reden is het van belang dat meerjarig de kaders voor het beheer van de kapitaalgoederen zijn vastgesteld en de financiële gevolgen zijn vertaald in de programmabegroting.

Wegen

Beleid

In de raad van 21 december 2017 is het wegenbeheerplan 2018-2022 vastgesteld. Dit wegenbeheerplan is opgesteld op basis van assetmanagement en is de leidraad voor het wegenbeheer in de periode 2018-2022. Jaarlijks wordt er een risicoanalyse opgesteld om de (nieuwe) prioritering voor het wegenonderhoud op te stellen.

 

Onder het onderdeel wegen vallen tevens de civieltechnische kunstwerken. Eind 2019 wordt het beheerplan kunstwerken 2020-2024 aan de raad aangeboden. Dit beheerplan is opgesteld op basis van assetmanagement.

 

Uitvoering

In 2020 vindt aan diverse wegen groot onderhoud/ reconstructie plaats: 

  • Voor de Pieter Joostenlaan zijn de voorbereidende werkzaamheden voor de reconstructie van deze weg gestart in 2019. De uitvoering staat in 2020 gepland;
  • De Ringdijk 2e Bedijking gaat in 2019 in voorbereiding. Er is afstemming geweest met Waternet. Zij hebben aangegeven voorlopig geen werkzaamheden aan deze dijk uit te voeren. Hierdoor kan er met deze werkzaamheden worden gestart. De uitvoering van deze weg staat gepland in 2020;
  • Voor de Bovendijk starten de voorbereidende werkzaamheden in 2020.  De uitvoering staat in 2021 gepland;
  • Voor de Hoofdweg Waverveen start de voorbereiding van het 2e deel in 2020.

Naast de voorstaande werkzaamheden vinden de dagelijks lopende kleine onderhoudswerkzaamheden aan wegen plaats.

 

In 2020 starten de werkzaamheden voor de bruggen conform het in 2019 door de raad vastgestelde kunstwerkenbeheerplan.

 

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 2 "Verkeer, vervoer en waterstaat" zijn de jaarlijkse kosten van wegen en bruggen opgenomen. Hierin zijn de jaarlijkse kosten van afschrijvingen en rente van investeringen van wegen en bruggen opgenomen. De geplande investeringen voor 2020 zijn toegelicht in de "Financiële begroting - overzicht investeringen 2020 - 2023".  Het onderhoudsbudget voor bruggen is vanaf 2020 structureel met € 93.000 verhoogd naar €315.000, conform de Kadernota 2020.

Riolering

Beleid

Een goede riolering draagt bij aan de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met het gemeentelijk rioleringsplan (geactualiseerd en vastgesteld bij raadsbesluit van 30 november 2017) geeft de gemeente aan hoe zij op een doelmatige manier omgaat met de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.

 

Uitvoering

Het onderhoud van het gemeentelijke rioolstelsel omvat onder meer het reinigen, ontstoppen en repareren van riolen en kolken, dagelijks beheer van rioolgemalen en het vegen van straten. In 2020 worden de acties uit het gemeentelijk rioleringsplan opgepakt.

 

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 7 "Milieu en duurzaamheid" zijn de jaarlijkse kosten en opbrengsten van riolering opgenomen. Zoals blijkt uit de paragraaf Lokale heffingen zijn de tarieven van rioolheffing kostendekkend.

Water

Beleid

Het huidige beleid beperkt zich tot calamiteitenonderhoud van beschoeiingen en baggeren.

 

Uitvoering

Voor de beschoeiingen worden alleen de calamiteiten uitgevoerd. De watergangen worden geschoond van vegetatie. Daarnaast wordt het vrijgekomen bagger opgevangen, volgens de wettelijke ontvangstplicht voor gemeenten.

 

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 2 "Verkeer, vervoer en waterstaat" zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud van beschoeiingen en baggeren opgenomen.

Groen

Beleid

In 2017 is het groenbeleidsplan 2017 - 2040 vastgesteld. Met dit beleidsplan wordt, aan de hand van streefbeelden, duidelijk hoe we de komende jaren om willen gaan met het openbaar groen.  In 2020 ligt de nadruk op het speerpunt 'biodiversiteit'.

 

Uitvoering

Specifieke acties in 2020 zijn:

- Toepassen van vaste planten in de openbare ruimte;

- Aanleggen van Tiny Forests;

- Op diverse locaties experimenteren met natuurvriendelijk bermbeheer

- In het kader van het vervangingsplan bomen worden de bomen aan de Scholeksterlaan vervangen.

Deze acties zijn toegelicht in de beleidsbegroting van Domein 2: Economie, wonen en fysieke leefomgeving.

 

De onderhoudswerkzaamheden vinden binnen een bepaalde frequentie plaats. Andere werkzaamheden worden getoetst op een vooraf overeengekomen beeldkwaliteit. Extra aandacht wordt besteed aan de Japanse Duizendknoop. Door te monitoren krijgen we een goed beeld of de oppervlakte toeneemt. Naar aanleiding hiervan kan het noodzakelijk zijn dat er extra maatregelen nodig zijn.

 

In 2020 worden diverse speeltoestellen vervangen en de valondergronden gerenoveerd. Dit betreft regulier vervangingsonderhoud.

 

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 5 "Cultuur, recreatie en sport" zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud van groen en speelvoorzieningen opgenomen.

Gebouwen

Beleid

De nota Vastgoed en  het beheerplan gebouwen zijn in 2017 vastgesteld. Deze plannen vormen samen het beleid voor de komende jaren. In 2018 wordt een voorstel voor verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed aan de raad aangeboden. In dit voorstel zijn ambitie, technische en financiële haalbaarheid kaders voor de toekomst.

 

Uitvoering

Het gemeentelijk vastgoed bestaat uit onder meer kantoorgebouwen, onderwijshuisvesting, maatschappelijk vastgoed en gebouwen/gronden die te koop staan. Deze laatste categorie is toegelicht in de paragraaf Grondbeleid bij het onderdeel Eigendommen die niet voor een publieke taak zijn bestemd. 

 

In 2020 worden de werkzaamheden uitgevoerd conform beheerplan gebouwen. Deze is eind 2017 vastgesteld en wordt conform de richtlijnen van het BBV eenmaal per 4 jaar geactualiseerd.

 

Financiën

In de verschillende programma's staan toevoegingen aan de onderhoudsvoorziening "Onderhoud gemeentelijk vastgoed". Deze voorziening is toegelicht in de "Financiële begroting" bij onderdeel 10. Naast deze toevoeging aan de voorziening zijn voor verschillende gebouwen budgetten beschikbaar voor regulier contractonderhoud, verzekeringen, energie en belastingen.

Financiering

Samenvatting

In de periode 2019 - 2023 is rekening gehouden met € 60 miljoen aan nieuwe geldleningen (voornamelijk voor de bekostiging van de investeringen) verspreidt over deze jaren. Daarnaast wordt in deze periode € 31 miljoen afgelost. Voor de rentekosten is uitgegaan van 1,5%. Risico bij 100% stijging van rentepercentage is structureel € 1,5 mln. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

In de jaren 2020 - 2023 wordt voldaan aan de landelijke risicobeheersingsrichtlijnen , te weten de kasgeldlimiet en renterisiconorm.

Beleidskader

Het gemeentelijke financieringsbeleid is erop gericht om:

  1. te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn;
  2. het beheersen van de risico’s die met deze transacties verbonden zijn;
  3. het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen;
  4. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

 

De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden, de Wet houdbare overheidsfinanciën en wet verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden. De aanvullende regels vanuit het Treasurystatuut zijn mede bepalend voor het uitvoeren van de financieringsfunctie. In december 2017 heeft de gemeenteraad het Treasurystatuut 2018 - 2021 vastgesteld.

Risicobeheersing - Algemeen

Onder renterisico wordt verstaan de onzekerheid over de hoogte van toekomstige rente uitgaven. Deze onzekerheid geldt alleen voor de nieuw aan te trekken geldleningen. in de periode 2019 - 2023 is rekening gehouden met € 60 miljoen aan nieuwe langlopende geldleningen. Voor de rentekosten is uitgegaan van 1,5%. Risico bij 100% stijging van rentepercentage is structureel € 1,5 mln. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Landelijk gelden er twee andere risicobeheersingsrichtlijnen waaraan de gemeente De Ronde Venen moet voldoen, te weten de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Aan beide normen voldoet de gemeente De Ronde Venen.

Schatkistbankieren

De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Dit behoudens een drempelbedrag wat bepaald is op 0,75% van het begrotingstotaal. Voor De Ronde Venen geldt voor 2019 als drempelbedrag € 750.000. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen mag een gemeente gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU schuld van de collectieve sector. Dit verlaagt namelijk de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, hetgeen zich weer vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.

Rente- en treasuryresultaat 2018 - 2023

Zowel de lasten als de baten voor kortlopende en de langlopende financiering worden toegerekend aan de boekwaarden van bouwgronden in exploitatie en investeringen. Hiervoor gelden landelijke richtlijnen en de effecten hiervan voor de jaren 2018 tot en met 2023 is zichtbaar in onderstaande tabel. Daarnaast zijn de effecten van het dividend van de BNG en Vitens zichtbaar op het treasuryresultaat.

 

Rente- en treasuryresultaat (bedragen x € 1.000)
  2018 2019 2020 2021 2022 2023
1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering 1.415 1.288 1.212 1.307 1.406 1.408
2 De externe rentebaten over de korte en lange financiering -65 -41 -29 -29 -29 -29
3 Saldo

1.350

1.247  1.183  1.278  1.377 1.379
  Toerekening:            
4 De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -270 -276 -105 50 0 0
5 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente  -1.071 -1.051 -1.105 -1.218 -1.255 -1.249
6 Renteresultaat door afrondingsverschillen in de toe te rekenen rente 9 -80 -27 110 122 130
7 Dividendopbrengst N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) -94 -106 -61 -61 -61 -61
8 Dividendopbrengst N.V. Vitens -133 -130 -115 -115 -115 -115
9 Treasuryresultaat (6 +7 +8) -217 -316 -203 -66 -54 -46

 

Risicobeheersing - Kasgeldlimiet (renterisico kortlopende financiering)

Voor korte financiering (looptijd tot 1 jaar) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. Dit risico wordt beperkt door een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet financiering decentrale overheden. Dit houdt in dat de omvang van de kortlopende schuld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag zijn. 

 

Berekening kasgeldlimiet 2020 - 2023 (bedragen x € 1.000)
  2020 2021 2022 2023
Begrotingstotaal (Totaal lasten exclusief reserves) 100.392 88.933 86.494 86.232
Percentage regeling 8,5% 8,5% 8,5% 8,5%
Kasgeldlimiet 8.500 7.600 7.400 7.300

 

Binnen de kasgeldlimiet wordt een deel van de financieringsbehoefte afgedekt uit kortlopende leningen (kasgeldleningen). Voor 2020 betekent dit een limietbedrag van € 8,5 miljoen. De kasgeldlimiet wordt optimaal benut vanuit de gedachte dat rente van kortlopend geld (bijv. daggeld en kasgeld) vrijwel altijd lager is dan van langlopende leningen.

Risicobeheersing - renterisiconorm (renterisico langlopende financiering)

Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken wordt jaarlijks een renterisiconorm aangegeven. De jaarlijkse aflossingen en het aantrekken van nieuwe leningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het doel is dat op deze wijze gemeenten hun leningenportefeuille zo moeten spreiden, dat de te lopen renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden verspreid.

 

Berekening renterisiconorm 2020 - 2023 (bedragen x € 1.000)
    2020 2021 2022 2023
           
1 Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal) 20.000 17.700 17.300 17.200
2 Renterisico = aflossingen + renteherzieningen 6.730 6.020 5.085 5.360
3 Ruimte onder renterisiconorm (1 min 2) 13.270 11.680 12.215 11.840

 

Onder renteherzieningen wordt verstaan het bedrag aan leningen waarvan op grond van de leningsvoorwaarden de rente in het lopende kalenderjaar eenzijdig door de tegenpartij kan worden herzien. In de leningenportefeuille zijn er geen contracten met een eenzijdige renteherziening door de geldgever.

 

In de afgelopen jaren is de gemeente De Ronde Venen ruimschoots onder de vastgestelde norm gebleven en uit bovenstaand overzicht blijkt dat in de periode 2018 - 2023 de norm niet wordt overschreden.

 

 

Ontwikkeling langlopende leningen 2019 - 2023

Ontwikkeling langlopende leningen 2019 - 2023 (bedragen x € 1.000)
  2019 2020 2021 2022 2023
           
Stand per 1 januari 48.564 54.530 63.800 73.780 78.695
Nieuwe leningen 14.000 16.000 16.000 10.000 4.000
Aflossingen -8.034 -6.730 -6.020 -5.085 -5.360
Stand per 31 december 54.530 63.800 73.780 78.695 77.335

 

Opbouw van de leningenportefeuille

De opbouw van de leningenportefeuille is hierna vermeld per 1 januari 2019 met daarbij het oorspronkelijk bedrag, de geldgever, het laatste jaar van aflossing en het rentepercentage.

 

Leningenportefeuille (bedragen x € 1.000)

Oor-

spronkelijk

bedrag

Geldgever

Jaar van

laatste

aflossing

Rente

Saldo op

1  januari

2019

2.269 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2019 5,570% 113
4.000 ASN Bank N.V. 2019 3,850% 2.080
4.000 ASN Bank N.V. 2019 3,315% 2.320
6.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2019 3,220% 600
6.000 Nederlandse Waterschapsbank N.V. 2020 3,070% 600
4.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2020 0,360% 400
6.000 Nederlandse Waterschapsbank N.V. 2021 3,350% 1.200
8.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2021 2,635% 2.400
4.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2022 2,650% 1.200
5.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2023 5,045% 1.625
8.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2024 4,190% 5.600
6.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2028 5,035% 4.275
10.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2029 1,215% 7.500
8.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2031 4,150% 6.300
11.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2032 2,745% 8.067
5.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 4,560% 1.750
1.500 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 2,800% 450
2.500 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 2,860% 834
2.500 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2034 2,180% 1.250
        48.564

 

Berekening geldstromen en toets op de kasgeldlimiet

Een kasstroomoverzicht geeft inzicht in de geldstromen. Deze geldstromen hebben effecten op de omvang van de liquide middelen. Hieronder wordt verstaan het totaal van de kas en banksaldi. De geldstromen van 2019 tot en met 2023 zijn hierna vermeld.

 

Geldstromen (+ = toename en - = afname) en de toets op de kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)
    2019 2020 2021 2022 2023
1 Kas en banksaldi per 1 januari -12.808 -10.402 -7.119 -4.801 -2.215
2 Geldstromen:          
  a. operationele activiteiten 7.258 7.682 297 2.311 3.579
  b. investeringsactiviteiten -10.818 -13.669 -7.959 -4.640 -4.871
  c. financieringsactiviteiten 5.966 9.270 9.980 4.915 -1.360
3 Kas en banksaldi per 31 december -10.402 -7.119 -4.801 -2.215 -4.717
             
4 Kasgeldlimiet -8.500 -8.500 7.600 7.400 7.300
  Ruimte binnen kasgeldlimiet (4 - 3)   1.381 2.799 5.185 2.583
  Overschrijding kasgeldlimiet (3 - 4) 1.902        

 

Toelichting op de geldstromen

1

Dit betreft de kas en banksaldi per 1 januari van de jaren 2019 tot en met 2023.

2a In de operationele activiteiten zijn onder meer opgenomen de geldstromen uit bouwgronden in exploitatie, de inzet van reserves en voorzieningen, ontwikkelingen in de vorderingen en schulden.
2b Dit betreft de nog uit te voeren investeringen 2019 tot en met 2023.
2c Hieronder zijn opgenomen de aflossingen en het aantrekken van nieuwe geldleningen.
3 Dit betreft de kas en banksaldi per 31 december van de jaren 2019 tot en met 2023.
4 De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal
5 In de afgelopen jaren is de gemeente De Ronde Venen onder de vastgestelde norm gebleven. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat dit geldt voor de jaren 2019 tot en met 2023. Voor het jaar 2019 is sprake van een beperkte incidentele overschrijding van het kasgeldlimiet.

Bedrijfsvoering

Inleiding

De organisatie:

De veranderende samenleving en de nieuwe taken op het gebied van het Sociaal Domein en de Omgevingswet, vragen een andere manier van werken van onze medewerkers. Bij deze benodigde cultuuromslag zijn  goede communicatieve vaardigheden, oog voor de omgeving, politieke sensitiviteit, versterkte aandacht voor digitalisering en denken in oplossingen belangrijker dan ooit. Om de organisatie en het bestuur in staat te stellen onze inwoners zo optimaal mogelijk te faciliteren is de ondersteunende bedrijfsvoering hierbij van belang.

 

Dat betekent voor bedrijfsvoering:

De bedrijfsvoeringsonderdelen ondersteunen de organisatie en het bestuur. Alles wat wij doen staat in het perspectief van de opgaves van onze organisatie en is ten dienste aan onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Hiertoe blijven we ons doorontwikkelen als een wendbare, toegankelijke en omgevingsgerichte organisatie die goed is toegerust om in te spelen op de steeds sneller veranderende samenleving. In 2019 hebben we grote stappen gezet op het gebied van de kwaliteit van bedrijfsvoering. Met name op de onderdelen Financiën, HR en I&A zijn diverse optimaliseringsslagen gemaakt. Hierdoor is de bedrijfsvoering  bij aanvang van 2020 goed in staat de benodigde professionele ondersteuning aan de organisatie te leveren.

Beleidskader omtrent bedrijfsvoering

In 2019 is de richting voor de organisatie opgesteld en zijn de opgaven voor de gemeente De Ronde Venen voor de komende periode benoemd. In 2020 en verder wordt hieraan uitvoering gegeven. (zie kopje organisatieontwikkeling)

 

In 2020  ontwikkelen wij een visie op bedrijfsvoering die aansluit bij deze opgaven. Doel is te komen tot een organisatiebrede –en gedragen visie op bedrijfsvoering die richting en sturing geeft aan vorm en inhoud van de bedrijfsvoering van de toekomst. We hebben het hierbij over de volgende taakvelden: personeel, organisatie, informatievoorziening & automatisering, financiën, juridische zaken, communicatie en huisvesting.

 

Belangrijke kaders hierbij zijn:

  • Duidelijkheid creëren welke taken door de bedrijfsvoerings-disciplines worden uitgevoerd en welke taken bij de vakafdelingen horen.
  • Bedrijfsvoering is van en voor de gehele organisatie. De benodigde beweging en verandering, waarbij eigenaarschap en verantwoordelijkheid nemen uitgangspunt is, vindt middels een organisatie brede benadering plaats.
  • Een wendbare, slagvaardige en omgevingsgerichte ambtelijke organisatie vraagt om permanente aandacht voor zowel de ontwikkeling van de organisatie als van de individuele medewerker.
  • De ambitie daarbij is om een compacte organisatie te zijn, waarbij de gemeente een aantrekkelijk werkgever is die kansen ziet om de juiste medewerkers aan te trekken op de juiste plek. Tevens een werkgever die kansen blijft bieden aan mensen die moeite hebben met het verwerven van een plaats op de arbeidsmarkt.
  • Hoge prioriteit heeft het digitaal (samen)werken, zowel intern als met inwoners, ketenpartners en medeoverheden, waarbij locatie onafhankelijk en flexibel wordt gewerkt. In 2020 wordt, mede gezien in het licht van de ontwikkelingen met betrekking tot het nieuwe gemeentehuis, onderzocht welke mogelijkheden hiertoe zijn.
  • Voor I&A is er een vastgesteld kader, de visie op informatievoorziening. Voorzien is dat in 2019 het automatiseringsbeleid is vastgesteld.

Speerpunten

Personeel en organisatie

Werven en ontwikkelen personeel

Als werkgever is het belangrijk om medewerkers te boeien en te binden en te investeren in het aantrekken van nieuw talent door ons als een aantrekkelijke werkgever te positioneren. Om de nodige kwalitatieve expertise aan te trekken voert de gemeente in 2020 een arbeidsmarktcampagne.

We zijn een gemeente die een aantrekkelijk werkgever is en kansen ziet om de juiste medewerkers aan te trekken op de juiste plek. Uitgangspunt is en blijft om vaste mensen in te zetten op vaste formatie en alleen dan van tijdelijke externe inhuur gebruik te maken als specifieke deskundigheid niet intern beschikbaar is.

Binnen de gemeente De Ronde Venen hanteren wij de Strategische Personeelsplanning (SPP). Hierdoor wordt meer inzicht verkregen in de kennis en kunde van het huidige personeel. Hiermee spelen we in op de gewenste en noodzakelijke veranderingen door specifieke competenties van medewerkers in te zetten en verder te ontwikkelen. Goede communicatieve vaardigheden, oog voor de omgeving, politieke sensitiviteit, versterkte aandacht voor digitalisering, innovatief denken en handelen(denken in oplossingen) en eigenaarschap tonen en verantwoordelijkheid nemen zijn relevante competenties,

Het team HR ondersteunt het management bij het ontwikkelen van mensen en indien nodig het afscheid nemen van mensen. Voor het ontwikkelen van personeel is een opleidingsbudget voorhanden.

 

Ziekteverzuim

Wij voeren continu een actief ziekteverzuimpreventiebeleid. Dit gebeurt middels trainingen voor het management waarbij het van belang is signalen te herkennen en daarover tijdig het gesprek met de medewerker te voeren. In het geval van langdurig zieken wordt begeleiding geïntensiveerd en wordt er nadrukkelijk naar mogelijkheden gekeken voor het verrichten van arbeid. Als er sprake is van uitval, zorgen wij voor goede re-integratiebegeleiding.

 

Organisatie ontwikkeling

De gemeentesecretaris heeft een ontwikkelopdracht uitgezet voor een route naar een duurzame organisatie. Een organisatie die wendbaarder en slagvaardiger wordt en beter toegerust is om in te spelen op de steeds sneller veranderende samenleving. Een organisatie die meer werkt vanuit de opgave en de bedoeling en integraal werken en eigenaars- en ondernemerschap laat zien. Deze ontwikkelopdracht is in 2019 organisatiebreed opgepakt.  De richting voor de organisatie is opgesteld en de opgaves voor de gemeente De Ronde Venen zijn benoemd.

De richting legt de nadruk op sturen op resultaat en kwaliteit, heldere rollen waarbij ruimte voor talent, ontdekken en leren van belang is. DRV staat voor DURF-RESPECT-VERBINDEND. Dit zijn onze kernwaarden

 

De strategische opgaven voor de gemeente zijn:

  • Duurzaamheid ((toekomst bestendigheid, voor mens en omgeving).
  • Economisch Klimaat (goed werken en ondernemen)
  • Leefbaarheid (inclusief samenleven)
  • Mobiliteit ((iedereen kan komen waar hij/ zij wil)

De overall opgave en uitgangspunt bij de richting is ”Iedereen doet mee”  De gemeente De Ronde Venen is toekomstbestendig; het is hier goed werken en ondernemen; we hebben een inclusieve samenleving waar iedereen kan komen waar hij/zij wil. In 2020 en verder wordt uitvoering gegeven aan de uitgezette route naar een duurzame organisatie.

 

Procesoptimalisatie

De belangrijkste bedrijfsvoering processen worden onder de loep genomen en bezien wordt waar overbodige procedures geschrapt kunnen worden. Zorgdragen voor bewustwording van ieders rol en welke bijdrage van een ieder wordt verwacht is daarbij essentieel.

 

Generalistische kennis en kunde; sturen en borgen van ontwikkelingen organisatiebreed

De organisatie van de gemeente De Ronde Venen moet zich voortdurend kunnen aanpassen aan veranderingen in de omgeving. Dat vraagt voor de ambtelijke organisatie naast vakspecialisten  een structurele inzet van generalisten, die programmatisch en projectmatig kunnen werken. Expertise en capaciteit voor projectleiderschap is nu onvoldoende beschikbaar in de organisatie. Momenteel wordt daarvoor gebruik gemaakt van dure, incidentele inhuur, waarmee voor een deel opgebouwde kennis de organisatie verlaat, in plaats van deze in de organisatie te borgen. Organisatiebreed wordt hiervoor vanaf 2020 structureel programma- en projectleiderscapaciteit ingezet.

 

Automatisering / DIV /ICT

Portfoliomanagement

Om zowel nieuwe ontwikkelingen als bestaande going concerntaken efficiënt en met kwaliteit uit te voeren richten we portfoliomanagement in. Bij een flexibele en slagvaardige organisatie die dynamisch opereert hoort (in)zicht in de opgaves, aan de hand waarvan integraal prioriteiten worden gesteld. Een portfolio waarin we in principe eerst afmaken wat we zijn gestart en zorgdragen voor borging. Als urgente dan wel onvoorziene omstandigheden zich voordoen kan dit leiden tot herprioriteren en hercontracteren. We starten met de prioritering van de opgaves bij Informatievoorziening en Automatisering.

 

Informatieveiligheid en privacy

De informatieveiligheid/privacy behoeft continue de aandacht. Naast de technische doorontwikkeling van informatiebeveiliging worden de activiteiten om de bewustwording te onderhouden in 2020 gecontinueerd. Door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is privacy een structureel en organisatiebreed beleidsdomein. Om aan de eisen te voldoen die de AVG stelt  wordt in 2020 (en 2021) gewerkt aan verdere implementatie en organisatie brede borging.

 

In 2018 heeft De Ronde Venen ingestemd met deelname aan de landelijke aanbesteding GGI Veilig, opgezet door VNG Realisatie. In totaal doen 333 gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden mee aan deze aanbesteding die door VNG is georganiseerd. Deze aanbesteding bestaat uit 3 percelen. De gunning heeft in juli 2019 plaatsgevonden, vanaf eind juli 2019 kunnen de deelnemers producten en diensten afnemen onder deze nieuwe raamovereenkomsten. Dit doen wij voor de vervangingen zoals opgenomen in de meerjaren investeringen, deze gaan wij nu afnemen onder perceel “Aanvullende security producten/diensten”. Voor het perceel “Security expertise services” geldt dat wanneer wij dergelijke expertise nodig hebben, wij dit onder deze raamovereenkomst zullen afnemen. In Q4 2019 beoordelen wij welke diensten wij vanuit het perceel “SIEM (Security Information & Event Management) en SOC (Security Operations Center)” gaan afnemen en vanaf welk moment dit zal zijn. Naar verwachting is dit vanaf 2021, dit betekent dat er vanaf dat moment een structureel budget benodigd is. Dit nemen wij mee in de kadernota 2021, mocht het eerder nodig zijn om deze diensten af te nemen dan volgt een separaat voorstel aan de raad.

 

Ter verhoging van de beveiliging van de ICT Infrastructuur staat de aanschaf en implementatie van een NAC (Netwerk Access Control) oplossing voor 2020 gepland. NAC is een methode om de beveiliging van het eigen netwerk te versterken. Dit gebeurt door het beperken van de toegang tot het netwerk en alleen endpoint-apparaten (zoals bijvoorbeeld laptops) die voldoen aan een bepaald veiligheidsbeleid toegang te verlenen.

 

Digitaal (samen)werken

Onze gemeente De Ronde Venen geeft hoge prioriteit aan het digitaal werken en digitaal samenwerken, hetgeen wordt ondersteund door de koers van de gehele overheid op dit terrein. Uiteraard geldt voor inwoners die niet in staat zijn om de digitale kanalen te gebruiken dat “elk kanaal het goede kanaal” is. Zij worden op persoonlijke en/of telefonische wijze gefaciliteerd.

Het digitaal (samen)werken biedt de organisatie veel mogelijkheden: verbindingen met collega’s worden sneller gelegd, men hoeft elkaar niet meer fysiek te ontmoeten, informatie kan sneller gedeeld worden en de locatie van de werkplek is minder relevant. Deze voordelen zijn er in de samenwerking met en dienstverlening aan inwoners. Voorwaardelijk voor effectief digitaal samenwerken is dat álle informatieoverdracht digitaal gaat. Naast deze verdere digitalisering kan een  digitaal samenwerkingsplatform ondersteuning bieden. In 2020 stellen we de functionele eisen op waaraan een dergelijk samenwerkingsplatform moet voldoen.

 

Functioneel beheer

In de afgelopen jaren is informatie getransformeerd naar  een volwaardig bedrijfsmiddel dat moet worden beheerd. Informatie wordt gecreëerd vanuit gegevens die in applicaties worden ingevoerd en gemuteerd. De kwaliteit van deze gegevens bepaalt de juistheid van de informatie. Dit kan worden gefaciliteerd door het goed inrichten van de processen in de applicaties zodat bijvoorbeeld onjuiste invoer wordt voorkomen en er koppelingen zijn met (basis)registraties. Dit vraagt om professioneel beheer van applicaties. In 2020 werven we op diverse onderdelen functioneel beheerders en zetten we de professionalisering van het beheer organisatiebreed verder door.

 

Digitaal archiveren/Zaakgericht werken

In 2019 is een informatiebeheerplan opgesteld. Dit plan geeft aan op welke wijze de gemeente De Ronde Venen de komende jaren richting geeft aan hoe wij als informatie verwerkende organisatie omgaan met informatiemanagement. In 2020 worden de in het plan gestelde taken en acties tot uitvoering gebracht.

In 2019 heeft een herijking plaatsgevonden op de visie/uitvoering zaakgericht werken. In 2020 wordt hier een vervolg aan gegeven door de in het plan gestelde taken en acties tot uitvoering te brengen.

 

ICT

Om aan te blijven sluiten op de digitale wereld om ons heen, digitaal wendbaar en bereikbaar te zijn en medewerkers te ondersteunen met een flexibele (mobiele) werkplek, is continue aanpassing en (door)ontwikkeling van onze ICT omgeving een feit. Voor deze (door)ontwikkeling sluiten wij aan op landelijke initiatieven (vanuit de VNG), onderzoeken we of er nieuwe mogelijkheden zijn en zoeken we samenwerking.

De prioriteiten in 2020 zijn het aansluiten bij het Digitaal Stelsel Omgevingswet, het verder optimaliseren en uitbreiden van diverse applicaties zoals de financiële applicatie, werken we nauw samen met het project Data gestuurd Werken en de implementatie van een nieuwe telefonie omgeving. Daarnaast worden de reguliere vervangingen van de diverse ICT componenten uitgevoerd, deze zijn geborgd in de meer jaren investeringen die zijn opgenomen in deze begroting.

 

Financiën

In 2020 wordt het financiële systeem doorontwikkeld, waarbij de prioriteit ligt bij het optimaliseren van de processen  inzake de doorlooptijd van de facturen en het vastleggen van verplichtingen.

 

Juridische zaken

In 2019 is er extra juridische inzet ten gevolge van de omgevingswet. In 2020 wordt bezien hoe en of dit wordt voortgezet. De aanbevelingen van de Legal Audit worden in 2020 verder uitgevoerd. Het betreft hier het continueren van de periodieke gesprekken met afdelingshoofden en teamleiders waarbij de behoefte aan juridische ondersteuning wordt doorgenomen. In het kader van de juridische kwaliteitszorg worden brieven en juridische processen beoordeeld en waar nodig wordt er bijgestuurd. In 2020 vindt een periodieke controle van collegevoorstellen plaats.

 

Communicatie

We willen als gemeentelijke organisatie  een aantrekkelijk werkgever zijn die zichtbaar en herkenbaar is. Een goede en eigentijdse arbeidsmarktcommunicatie is hierbij een belangrijk middel. Om de nodige kwalitatieve expertise aan te trekken voert communicatie in 2020 een arbeidsmarkt- communicatiecampagne. Communicatie zet zich in 2020 in op het blijvend realiseren van een hoogwaardige content voor social media (Facebook, twitter, instagram, You Tube) en de professionalisering van de webcare.

 

Huisvesting

Goede huisvesting is belangrijk om prettig en efficiënt te kunnen werken. Zoals bekend voldoet het huidige pand daar niet meer aan. Voor de langere termijn wordt aan een structurele oplossing gewerkt.

Onderhoud: Aangezien er gewerkt wordt aan plannen voor de lange termijn wordt voor de korte termijn alleen het hoogst noodzakelijke gedaan. Dit betekent instandhouding en beheren van het gebouw zoals dit is opgenomen in de Meerjarenonderhoudsbegroting (MJOP)

Nieuwbouw / renovatie:  In  ruimtelijk-economisch verband doen zich ontwikkelingen voor met betrekking tot het huidige gemeentehuis en wordt nagedacht over de huisvesting van de gemeentelijke organisatie. Domein 3 (actie 3.07) beschrijft hoe vorm gegeven wordt aan een route om te komen tot het nieuwe gemeentehuis.

Doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken 2020

De gemeente heeft de verplichting om regelmatig doelmatig- en doeltreffendheidsonderzoeken uit te voeren. In 2020 zal onderzoek worden gedaan naar de gladheidbestrijding en een evaluatie van het hoofdproces toegang (Sociaal Domein).

Interbestuurlijk toezicht

Een van de kerntaken van de provincie is toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit gebeurt risicogericht, proportioneel, op afstand waar het kan, ingrijpen waar het moet. 

De provincie Utrecht houdt toezicht op de gemeente De Ronde Venen op de beleidsterreinen:

  • Financiën
  • Omgevingsrecht
  • Archiefwet
  • Huisvesting vergunninghouders

 

De provincie Utrecht publiceert de resultaten van het interbestuurlijk toezicht op internet. De resultaten zijn te vinden op https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/interbestuurlijk-toezicht/.

Formatie en bezetting

 

31 december

2018

31 december

2019

31 december

2020

Toegestane formatie 300 302 307
Feitelijke bezetting 254 280 290
Vacatures 46 nog niet bekend nog niet bekend
       

Toelichting

De bezetting op 31 december 2019 en 31 december 2020 betreft een fictieve indicatie die definitief te bepalen is in jaarrekening van het desbetreffende begrotingsjaar. De formatie en bezetting wordt uitgedrukt in het aantal FTE. Het getal vacatures betreft het aantal openstaande vacatures.

De verwachting is dat de feitelijke bezetting toeneemt en dat deze trend zich verder doorzet omdat we steeds meer medewerkers in vaste dienst kunnen aannemen.

De formatie groeit van 2019 naar 2020 met 5 fte. Dit wordt veroorzaakt door de start van een flexibele pool van 3 fte van projectleiders die wisselend worden ingezet op projecten binnen de gemeente. Met deze pool willen we inhuur op projecten verminderen en kennis binnen de organisatie borgen. Daarnaast is in de kadernota 2020 6,6 fte toegekend en via enkele raadsbesluiten in 2019 is 2 fte aan extra formatie toegekend voor 2020. Hier tegenover staat de afloop van enkele zaken waardoor de formatie afneemt. Dit gaat in totaal om 6,4 fte.

Financiën bedrijfsvoering - Algemeen

  1. Capaciteitskosten zijn de totale kosten die de organisatie maakt aan salarissen, sociale lasten en inhuur. Hierbij wordt buiten beschouwing  gelaten de griffie en het bestuur.
  2. Overhead betreft alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Een groot deel hiervan bestaat uit capaciteitskosten van medewerkers van ondersteunende afdelingen en van leidinggevenden. Daarnaast zijn er kosten voortkomend uit ondersteunende taken die gedekt worden uit voor die taken opgenomen budgetten, zoals informatievoorziening en ICT. De kosten van overhead zijn opgenomen in programma 9 Bestuur en dienstverlening.
  3. Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (capaciteitskosten), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten (zoals meubilair) die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.

 

De hiervoor beschreven definities zijn landelijk bepaald en gelden voor alle gemeenten.

1. Capaciteitskosten

Capaciteitskosten  2018 - 2023 (bedragen x € 1.000)
Nr. Onderdeel

2018

2019

2020

2021

2022

2023

1 Capaciteitskosten alle taakvelden exclusief overhead, griffie en bestuur 13.356 13.737 14.655 14.547 14.316 14.316
2 Capaciteitskosten overhead 8.218 9.036 9.448 9.487 9.214 9.134
  Totaal capaciteitskosten 21.574 22.773 24.103 24.034 23.530 23.450

De totale kosten die de organisatie maakt aan salarissen, sociale lasten en inhuur is hier vermeld voor de jaren 2018 tot en met 2023 zoals deze verdeeld is over de tien programma's.

 

Verdeling capaciteitskosten exclusief griffie en bestuur over de tien programma's (bedragen x € 1.000)

Nr. Programma

2018

2019

2020 

2021

2022

2023 

               
01 Openbare orde en veiligheid 387 445 521 521 521 521
02 Verkeer, vervoer en waterstaat 1.514 1.510 1.662 1.662 1.582 1.582
03 Economische zaken 320 359 378 378 378 378
04 Onderwijs 537 427 418 415 415 415
05 Cultuur, recreatie en sport 2.041 1.960 2.033 2.029 2.028 2.028
06 Sociaal domein 3.385 4.116 4.397 4.394 4.394 4.394
07 Milieu en duurzaamheid 1.448 1.851 1.910 1.910 1.910 1.910
08 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 2.930 2.157 2.197 2.163 2.160 2.160
09 Bestuur en ondersteuning inclusief overhead 8.967 9.857 10.509 10.482 10.062 9.982
10 Financiering en algemene dekkingsmiddelen 44 65 80 80 80 80
  Totaal capaciteitskosten 21.574 22.773 24.103 24.034 23.530 23.450 

 

In de ramingen 2020 -2023 is rekening gehouden met de onlangs afgesloten CAO 2019 - 2020 en de effecten van beleidsintensiveringen vanuit de Kadernota 2020.

2. Overhead

Onder overheadkosten wordt verstaan: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Denk hierbij aan de kosten van ICT, huisvesting, financiële administratie en inkoop. In onderstaand overzicht zijn de nettokosten opgenomen van de overhead van de jaren 2018 tot en met 2023.

 

Overhead 2018 - 2023 (bedragen x € 1.000)
Onderdeel

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Capaciteitskosten overhead 8.218 9.036 9.448 9.487 9.214 9.134
Informatievoorziening en ICT 2.486 2.704 2.351 2.389 2.585 2.447
Personeels- en organisatiebeleid 679 786 688 688 708 688
Facilitaire zaken en huisvesting 533 1.188 1.057 1.064 1.055 1.057
Regionaal inkoopbureau 127 159 165 165 165 165
Financiële administratie 130 151 188 188 188 188
Juridische zaken 59 174 69 69 69 69
Communicatie 72 118 118 68 68 68
Bestuurszaken en -ondersteuning 20 123 53 28 28 28
Totaal overhead 12.322 14.439 14.138 14.147 14.081 13.845

3. Apparaatskosten (capaciteitskosten + overhead)

Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (capaciteitskosten), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten (zoals meubilair) die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.

 

In onderstaand overzicht zijn de apparaatskosten zichtbaar voor de jaren 2018 tot en met 2023.

 

Apparaatskosten 2018 - 2023 (bedragen x € 1.000)
Nr. Onderdeel

2018

2019

2020

2021

2022

2023

1.

Capaciteitskosten alle taakvelden exclusief overhead, griffie en bestuur

13.356 13.737 14.655 14.547 14.316 14.316
2. Overhead 12.322 14.439 14.138 14.147 14.081 13.845
3. Totaal apparaatskosten 25.678 28.176 28.793 28.694 28.396 28.161

 

Verbonden partijen

Samenvatting

De gemeente heeft bestuurlijke en financiële belangen in meerdere gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen.

In 2020 heeft de gemeente in eenentwintig verbonden partijen bestuurlijke en financiële belangen.

Beleidskader omtrent verbonden partijen

Voor het uitvoeren van gemeentelijk beleid wordt samenwerking opgezocht met andere partijen. Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. De gemeente heeft bestuurlijke en financiële belangen in meerdere gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen. De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de mate van verbondenheid en beschrijft belangrijke ontwikkelingen.

Bestuurlijk belang is zeggenschap, ofwel via vertegenwoordiging in het bestuur ofwel via stemrecht. Er is sprake van bestuurlijk belang als een bestuurder of een ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, ofwel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

In de Gemeentewet staat in artikel 160, lid 2 een bepaling voor het aangaan van verbonden partijen. Deze bepaling luidt als volgt: “Het college besluit slechts tot de oprichting van en deelnemingen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. Het besluit tot beëindiging van verbonden partijen wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen.  

In de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de bevoegdheden opgenomen voor het aangaan of beëindigen van een gemeenschappelijke regelingen. Hiervoor geldt dat de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters niet over gaan tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Dit geldt tevens voor het wijzigen of het uittreden uit een regeling.

In december 2018 heeft de raad de nota verbonden partijen vastgesteld.

Gemeenschappelijke regelingen

De gemeenschappelijke regelingen voeren verschillende taken en regelingen uit namens de gemeente. Per gemeenschappelijke regeling zijn gegevens opgenomen over:

  • De vestigingsplaats van de gemeenschappelijke regeling;
  • Een toelichting op het openbaar belang;
  • Aan welk programma de verbonden partij een bijdrage levert;
  • Welke deelnemers uitmaken van de gemeenschappelijke regeling;
  • Eventuele risico’s die van invloed zijn op onze financiële positie;

Financiële gegevens  van de gemeenschappelijke regelingen zijn opgenomen in een totaaloverzicht "Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen".  Dit betreft onder andere de gemeentelijke bijdrage, de omvang van het eigen vermogen (EV) en de omvang van het vreemd vermogen (VV). Deze twee vormen samen het balans totaal. Hierbij dient te worden opgemerkt dat EV en het VV moeten worden beoordeeld in relatie tot de totale omvang van de balans.

01. Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang De VRU behartigt de belangen van de gemeenten op de volgende terreinen:de brandweerzorg; de organisatie van de Geneeskundige Hulpverlening Organisatie in de Regio (GHOR), de rampenbestrijding en crisisbeheersing en tot slot de meldkamer. Daarnaast heeft de VRU de zorg voor een adequate samenwerking met politie en de regionale ambulancevervoersvoorziening ten aanzien van onder meer de gemeenschappelijke meldkamer; een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing
Programma 01. Openbare orde en veiligheid
Deelnemers De 26 Utrechtse gemeenten
Financiële risico's -

 

02. Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Het belang van de deelnemers bij de intergemeentelijke openluchtrecreatie en de bescherming van natuur en landschap
Programma 5. Cultuur, recreatie en sport
Deelnemers gemeenten De Bilt, De Ronde Venen, Houten, Lopik, Stichtse Vecht, Nieuwegein, Utrecht, Woerden en IJsselstein, alsmede provinciale Utrecht
Financiële risico's

1. Aanbesteding en voortgang vervangen beschoeiingen VVP

De 1e tranche van de beschoeiingen is gerealiseerd. Het bedrag per meter is hoger uitgevallen dan in het Toekomstplan was berekend. Daar tegenover staat dat we door de verkoop van legakkers minder meters hoeven te beschoeien. De verwachting is dat de aanbesteding voor de volgende tranches hoger zullen uitvallen dan de 1e tranche. Dit heeft onder andere met de aantrekkende markt en kostenstijging van materiaal e.d. te maken. Doordat er minder meters beschoeid moeten worden, is de verwachting dat het gehele project wel binnen het gestelde budget gerealiseerd kan worden.

2. Ondervangen van wegvallende bijdrage gemeente Amsterdam

Het wegvallen van de bijdrage van de gemeente Amsterdam aan beheer en onderhoud van het gebied Vinkeveense Plassen dient te worden ondervangen door extra inkomsten te genereren en kosten voor beheer en onderhoud te verlagen. Om die reden is er het Programma Vinkeveense Plassen 2019-2024 opgesteld en een programmamanager aangesteld. De besparingen op het gebied van beheer en onderhoud zijn deels al gerealiseerd. Het risico bestaat echter dat de extra inkomsten tegenvallen en bepaalde kosten voor beheer en onderhoud niet verlaagd kunnen worden.

03. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht

 

Vestigingsplaats Zeist
Openbaar belang De gemeente is wettelijk verplicht een Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in te stellen en in stand te houden. De GGDrU is een gemeenschappelijke regeling en werd in 2013 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Voordien nam de gemeente Utrecht niet deel (had een eigen GGD). Namens de gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling GGDrU de gemeentelijke verplichtingen uit de Wet Publieke Gezondheid uit. Het gaat om de organisatie van gezondheidszorg bij rampen, i.s.m. andere veiligheidsorganisaties. Daarnaast gaat het om voorkomen en bestrijding van ziekte-epidemieën. De Jeugdgezondheidszorg 0 tot 19 is een taak van de gemeente die bij de GGD is neergelegd. Tenslotte heeft de GGD de taak de gezondheidstoestand te monitoren. Met de cijfers die dat oplevert kunnen gemeenten zien welke problemen in hun gebied extra aandacht nodig hebben. In onze gemeente is relatief veel overgewicht en wordt relatief veel alcohol gedronken, mede door jongeren. Daarnaast heeft de GGDrU taken in het kader van de Wet Kinderopvang, namelijk de inspectie van kindercentra.
Programma 6. Sociaal domein
Deelnemers De provincie Utrecht en de 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht
Financiële risico's -

04. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

 

Vestigingsplaats Soest
Openbaar belang De AVU is een gemeenschappelijke regeling en werd in 1984 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Namens de gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling AVU de regie op de overslag, het transport, de bewerking en de verwerking van het door de inwoners van de provincie Utrecht aangeboden huishoudelijk afval. Daarnaast is in 1995 een NV opgericht waarvan de gemeenschappelijk regeling AVU de enige aandeelhouder is. De N.V. AVU biedt de mogelijkheid tot maatwerkcontracten waaraan niet alle gemeenten behoeven deel te nemen.
Programma 7. Milieu en duurzaamheid
Deelnemers

De provincie Utrecht en de 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht

Financiële risico's

1. Nieuw beleid van de rijksoverheid in de vorm van belastingmaatregelen, dat van invloed is op verwerkingstarieven.

2. Discontinuïteit in afvoer en verwerking van huishoudelijk rest en gft-afval, dat kan leiden tot kortdurende inzet van middelen.

De kans van optreden wordt als zeer klein ingeschat. Daarom heeft de AVU geen buffer. Indien tegenvallers zich toch zouden voordoen worden deze direct verrekend met de deelnemende gemeenten.

 

05. Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

Vestigingsplaats Breukelen
Openbaar belang Het gezamenlijk uitvoeren van de Archiefwet 1995 en het stimuleren van de lokale en regionale geschiedbeoefening en het daartoe aanleggen, beheren en bewaren van een zo compleet mogelijke collectie bronnenmateriaal op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis.
Programma 9. Bestuur en ondersteuning
Deelnemers De gemeenten Stichtse Vecht, De Bilt, Weesp en De Ronde Venen
Financiële risico's -

06. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU)

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Het behartigen van de belangen van de gemeenten tezamen en van elke deelnemende gemeente afzonderlijk op het gebied van omgeving in de ruimste zin
Programma 7. Milieu en duurzaamheid / 8. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
Deelnemers De gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vianen, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist
Financiële risico's

-

07. Amstelland Meerlanden overleg

Vestigingsplaats Haarlemmermeer
Openbaar belang

Het Amstelland-Meerlandenoverleg (AM) fungeert als platform, waardoor de zeven deelnemende gemeenten elkaar op diverse terreinen snel en effectief kunnen vinden wanneer dat nodig is. Het gebied van AM vormt de zuidflank van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en is aangewezen als een deelregio binnen MRA. Het platform wordt benut om de gezamenlijke belangen van het AM-gebied te behartigen in de MRA en in de vervoersregio Amsterdam.

Programma 9. Bestuur en ondersteuning
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn, De Ronde Venen, Aalsmeer en Haarlemmermeer.
Financiële risico's -

08. Gemeentebelastingen Amstelland

Vestigingsplaats Amstelveen
Openbaar belang Het vormen van een gemeenschappelijke ambtelijke belastingorganisatie die belast is met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen alsmede de Uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken
Programma 10. Financiering en algemene dekkingsmiddelen
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn en De Ronde Venen. De gemeente Aalsmeer is daarnaast een rechtstreekse deelnemer van de gemeenschappelijke regeling “Gemeentebelastingen Amstelland”.
Financiële risico's -

 

Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen

Naam Financieel resultaat 2018 Eigen vermogen 2018 Vreemd vermogen 2018 Bijdrage 2017 Bijdrage 2018 Bijdrage 2019 Bijdrage 2020
01. Veiligheidsregio Utrecht 1.694 9.684 49.427 2.243.000 2.303.000 2.449.000 2.525.000
02. Recreatieschap Stichtse Groenlanden
-108 1.189 1.413 445.000 455.000 463.000 471.000
03. Gezondheidsdienst Regio Utrecht 1.219 3.517 13.155 1.339.000 1.348.000 1.439.000 1.511.000
04. Afvalverwijdering Utrecht (AVU) 160 734 13.666 1.145.000 956.000 1.018.000 1.259.000
05. Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen 7 47 104 179.000 186.000 259.000 267.000
06. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU), Milieu 245 1.144 7.337 1.045.000 1.098.000 1.090.000 1.123.000
06. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU), Vergunning Toezicht Handhaving (VTH)       - - 1.259.000 1.294.000
07. Amstelland Meerlanden overleg n.v.t. n.v.t. n.v.t 4.000 4.000 4.000 4.000
08. Gemeentebelastingen Amstelland n.v.t. n.v.t n.v.t. 689.000 765.000 785.000 899.100

Deelnemingen

Naast de gemeenschappelijke regelingen zijn er twee deelnemingen.

 

09. N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

De gemeente bezit 37.323 aandelen van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De raming 2020 voor dividend bedraagt € 61.000.  Deze opbrengst is opgenomen in programma 10 “Financiering en algemene dekkingsmiddelen”, onderdeel “Financiering”.

10. N.V. Vitens

De gemeente heeft 40.426 aandelen Vitens. De raming 2020 voor dividend bedraagt € 115.000.  Deze opbrengst is opgenomen in programma 10 “Financiering en algemene dekkingsmiddelen”, onderdeel “Financiering”.

Overige verbonden partijen

Naast de gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen kent de gemeente overige verbonden partijen.

11. Stichting Kansis

Het beschut werken blijft plaatsvinden aan De Corridor in Breukelen. De Ronde Venen koopt hier werkplekken in zodat plekken beschikbaar blijven voor nieuwe instroom.
De Stichting is per 1 januari 2019 opgericht. De nieuwe naam van beschut werken is Kansis. De gemeente De Ronde Venen is geen mede oprichter van deze stichting.  Deze stichting is het leer-werkbedrijf van Stichtse Vecht. Als gemeente De Ronde Venen kopen wij hier beschutte werkplekken in voor de doelgroep.

12. Stichting WerkwIJSS-Schoon

Deze stichting is actief vanaf 1 januari 2019. De oprichtingswerkzaamheden voor deze stichting hebben in 2018 plaatsgevonden. Deze stichting neemt de schoonmaakwerkzaamheden over van PAUW Bedrijven. De gemeente De Ronde Venen is mede-oprichter van deze stichting. De nieuwe naam van de stichting is WerkwIJS Schoon.

13. Stichting Kansis groen

Deze stichting is actief vanaf 1 januari 2019. De oprichtingswerkzaamheden voor deze stichting hebben in 2018 plaatsgevonden. Deze stichting neemt de groen werkzaamheden over van PAUW Bedrijven. De gemeente De Ronde Venen is mede-oprichter van deze stichting.  De nieuwe naam van de Stichting is Kansis Groen.

14. Gebiedsprogramma Utrecht-West

Uitvoering wordt gegeven aan het Gebiedsprogramma voor de periode 2020 – 2023 en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Dit betreft landbouw, bodem en water, natuur, recreatie en energie, zowel binnen gebiedsprojecten als voor specifieke doelen in het gehele gebied. De gemeente is vertegenwoordigd in de gebiedscommissie. De financiële bijdrage voor 2020 is geraamd op € 10.000.

15. Bestuursovereenkomst project N201+

De doelstelling van het project N201+ is het leveren van een bijdrage aan het oplossen van bereikbaarheids- en leefbaarheidsproblemen in de regio en het vergroten van de verkeersveiligheid, door omlegging van de huidige N201 en een verbeterde aansluiting van de N201 op het rijkswegennet. In mei 2014 is het aquaduct onder de Amstel en de omlegging Amstelhoek opengesteld. Dit wegdeel vormde de laatste schakel van de om te leggen N201. Door de openstelling is de omlegging van de N201 zelf gerealiseerd. Aansluitend is de afronding van de deelaansluitingen, Amstelhoek in juni 2017 afgerond. De werkzaamheden zijn gerealiseerd en bekostigd vanuit het project N201+.

Beëindiging van de bestuursovereenkomst vindt plaats nadat de provincie Noord-Holland de financiële afrekening van het totale project heeft opgesteld. De geluiden zijn dat de kosten binnen de projectbegroting blijven. Voor 2020 is in de gemeentelijke begroting daarom geen bijdrage opgenomen. Het is nog niet duidelijk wanneer de provincie Noord-Holland de Realisatieovereenkomst formeel gaat beëindigen.

16. Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen

Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen staat voor het bevorderen van het ongestoorde gebruik van goederen en zaken op het bedrijventerrein De Ronde Venen door de bij de stichting aangesloten ondernemingen. De gemeente is bestuurlijk vertegenwoordigd in het algemeen bestuur van de stichting.

17. Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond en Kennemerland (RIJK)

Het doel van deze samenwerking is het verhogen van de kwaliteit en het proces van de inkoop, hetgeen moet resulteren in een professionalisering van het inkoopproces en het verkrijgen van financieel voordeel bij inkopen voor de gemeenten. Hiertoe wordt bij inkoop zoveel mogelijk ingezet op het gezamenlijk inkopen door meerdere deelnemers. Om dit te bereiken wordt jaarlijks vooraf door iedere deelnemende gemeente een inkoopplan opgesteld. Bij inkoop en aanbesteding maakt de gemeente De Ronde Venen gebruik van de diensten van de stichting Regionaal inkoopbureau IJmond en Kennemerland (RIJK). Hiertoe is in augustus 2014 een samenwerkingsovereenkomst gesloten waarin de toetreding en de samenwerking is uitgewerkt. Door de toetreding is de gemeente lid van het algemeen bestuur van de stichting.  De bijdrage in 2020 is geraamd op € 165.000. 

18. Veiligheidshuis Utrecht

In het Veiligheidshuis werken de aangesloten organisaties op één fysieke plek samen om preventie, repressie en nazorg naadloos op elkaar te laten aansluiten. Het doel: recidive voorkomen, leefomstandigheden verbeteren en het structureel aanpakken van achterliggende problemen bij de verdachte. De gemeente is in 2016 indirect vertegenwoordigd in het bestuur van het Veiligheidshuis. De bijdrage in 2020 is geraamd op € 21.000. 

19. Marickenland

Marickenland is een gezamenlijk project van de provincie Utrecht, gemeente De Ronde Venen, waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Staatsbosbeheer. In bestuurlijk overleg tussen deze instanties zijn afspraken gemaakt over het vervolg van de samenwerkingsovereenkomst Marickenland. In 2018 is gestart met het uitwerken van de plannen voor natuur, recreatie en waterberging in Marickenland.

In bestuurlijk overleg met de provincie (16 mei 2019) zijn afspraken gemaakt over de  aanwending van het gemeentelijke saldo (circa € 760.000,-) van de gezamenlijke projectrekening bij het Nationaal Groenfonds. Dit bedrag kan worden ingezet voor realisering van recreatieve voorzieningen in Marickenland.  Dit wordt geformaliseerd in een nieuwe samenwerkingsovereenkomst.

20. Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Bij de samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) functioneert de VNG als een vraagbaak voor de gemeente en faciliteert met bijvoorbeeld modelverordeningen. Daarnaast is zij gesprekspartner voor de Rijksoverheid op onderwerpen die alle gemeenten aangaan – vaak medebewindstaken.

Het belang om als gemeenten gezamenlijk te werken aan de gemeentelijke uitvoeringskracht is groot. Omdat de vraagstukken te divers en vaak te complex zijn om als gemeente zelfstandig op te pakken, en omdat er winst te behalen is om dat samen te organiseren. Winst in termen van verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van de dienstverlening aan burgers en bedrijven en kostenbesparingen. Daarom hebben gemeenten op de Algemene ledenvergadering (ALV) van de VNG in 2017 besloten tot een gezamenlijke aanpak met een solide en representatieve governance, en gezamenlijke gemeentelijke bekostiging: Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering. In 2019 is in de ALV besloten om de samenwerking voort te zetten.

21. Stichting Mooisticht

Stichting MooiSticht geeft onafhankelijk monumenten- en welstandsadvies bij ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente vraagt hen om advies bij lastige kwesties en complexe vraagstukken. In de commissie zitten ervaren en onafhankelijke professionals in de architectuur, bouwhistorie, landschapsarchitectuur en stedenbouw. Het advies dat zij geven is niet-bindend. De gemeente blijft bevoegd gezag en kan het advies naast zich neerleggen.

Grondbeleid

Samenvatting grondbeleid 2020

Grondbeleid is voor de raad om twee redenen van belang. In de eerste plaats vanwege de relatie met de doelstellingen van de programma’s en in de tweede plaats vanwege het financiële belang en de risico’s. Deze paragraaf beschrijft de visie op het gemeentelijk grondbeleid, de uitvoering daarvan, de financiële resultaten en de risico’s.

 

Deze paragraaf kent twee onderdelen:

1. De bouwgronden in exploitatie

2. Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

Beleidskader omtrent grondbeleid

Allerlei ontwikkelingen op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied hebben invloed op het grondbeleid van de gemeente. De woningmarkt is sinds enkele jaren heel positief.  De nota grondbeleid 2018 - 2021, vastgesteld op 22 februari 2018, bevat een actualisatie van het grondbeleid. Uitgangspunt van het beleid is een regisserende houding binnen het faciliterende grondbeleid. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als aankoop of het dragen van kosten noodzakelijk is om een maatschappelijk gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.

 

De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken) alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Van de bouwgronden in exploitatie zijn actuele grondexploitaties aanwezig. Zodra sprake is van een verwacht verlies dan wordt daarvoor een verliesvoorziening getroffen, die op de voorraden in mindering wordt gebracht.

 

Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn het toerekeningbeginsel , het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten. Baten en lasten – en het daaruit vloeiende resultaat – moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat (de verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd, maar gedurende de looptijd van het project tot stand komt en als zodanig moet worden verantwoord. Het verantwoorden van tussentijdse winst is daarmee geen keuze maar een verplichting die voortvloeit uit het realisatiebeginsel. Bij het bepalen van de tussentijdse winst is het wel noodzakelijk de nodige voorzichtigheid te betrachten. Hierdoor wordt de winst genomen naar rato van de voortgang van het complex (POC-methode; percentage of completion methode).

 

De winsten en verliezen van de grondexploitaties worden via resultaatbestemming verrekend met de algemene reserve.

Bouwgronden in exploitatie - wat willen we bereiken in 2020?

Conform de regelgeving van het Besluit Begroting Verantwoording en de gemeentelijke nota Grondbeleid vindt jaarlijks de actualisatie van de grondexploitaties plaats. 

De grondexploitaties zijn een financiële weergave van eerder genomen besluiten, waarbij de voortgang van de projecten is verwerkt en de onderliggende aannames van kosten, opbrengsten en parameters zijn geactualiseerd. Op drie momenten in het jaar wordt de raad geïnformeerd over de voortgang van de bouwgrondexploitaties. Bij de actualisatie en twee maal een voortgangsrapportage.

Bij besluit van 28 mei 2019 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde grondexploitaties 2019 vastgesteld. Op basis van dit raadsbesluit is voor het onderdeel bouwgronden in exploitatie in programma 8 Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting de programmabegroting 2020 (incl. meerjarenperspectief) opgesteld.

 

In 2020 zijn er 3 actieve grondexploitaties, te weten De Maricken, Land van Winkel en Stationslocatie Mijdrecht .

 

Financieel beeld

De boekwaarde van de voorraad bouwgrond in exploitatie wordt per 1-1-2019 geraamd op €  16,4 miljoen.

De winstprognose bij de actualisatie 2019 bedraagt € 12,2 miljoen. Vanuit de aangepaste BBV-regels is tussentijdse winstneming van toepassing op de projecten De Maricken en Land van Winkel. In 2017 bedroeg de tussentijdse winstneming  € 4,9 miljoen. In 2018 is € 2,8 miljoen tussentijds aan winst genomen.  In de jaren 2019 - 2021 wordt € 7,0 miljoen (€ 14,7 mln. minus € 7,7 mln.) aan winst geprognosticeerd naar rato van de voortgang van het project.

De verliesvoorziening bouwgronden in exploitatie bedraagt € 4.026.000  en dekt het nadelig exploitatieresultaat van de Stationslocatie Mijdrecht af.

 

Risico's

Risicoanalyses worden binnen de projecten op een gestructureerde manier aangepakt. Risico's worden geïnventariseerd en waar mogelijk voorzien van een beheersmaatregel. Niet alle risico's vertalen zich in directe tegenvallers. Bij winstgevende grondexploitaties gaan de risico's in eerste instantie ten koste van de winst. Bij een verliesgevende exploitatie is een buffer nodig binnen het weerstandsvermogen van de gemeente.

Bouwgronden in exploitatie - stand van zaken De Maricken

Het project De Maricken voorziet in de bouw van circa 500 woningen. Deelpan 1 en 2 zijn afgrond en het openbaar gebied is ingericht.. Het gaat hier met name om de woningen uit de goedkope categorie (koop en huur). Daarnaast is een klein aantal woningen uit het middendure en duurdere segment gerealiseerd en verkocht. Het woningbouwprogramma voor het middengebied (deelplan 3 en 4)is aangepast van minder duurdere 2 kappers naar meer ruimte voor rijwoningen en een kleiner type 2-onder-1 kapwoning. Er zijn afspraken met de ontwikkelaar gemaakt over de ontwikkeling van 38 beneden- en bovenwoningen en 49 appartementen. In 2019 is de bouw gestart en worden de laatste deelplannen bouwrijp gemaakt.. Er is fors ingezet op de ontsluiting van de wijk door de aanleg van de rotonde Mijdrechtse Dwarsweg, de verbinding met de wethouder van Damlaan en de herinrichting van de spoordijk. De plannen voor de waterberging en watercompensatie zijn gereed en realisatie wort in 2019 uitgevoerd.

In 2020 wordt het bouwrijpmaken afgerond. Voor 2020 staat 50% van de grondverkopen ingepland.

 

Dit project kent de volgende risico's:

1. De indexatie van de grondopbrengst

2. De afzetbaarheid van de duurdere vrije sectorwoningen

3. Civieltechnische risico's (kosten bouw- en woonrijpmaken)

Bouwgronden in exploitatie - stand van zaken Land van Winkel

Land van Winkel voorziet in de bouw van 200 woningen in de kern Abcoude in de periode 2015 - 2020. Er worden sociale- en koopwoningen gerealiseerd. Daarnaast heeft het plan ruimte voor een aantal vrije kavels.

 

De verwachting is dat de resterende kavels (32) aan de projectontwikkelaar en de vrije sector kavels van de gemeente (8) in 2019/2020 worden verkocht. Het bouwrijpmaken is afgerond in 2020. Een belangrijk onderdeel van het woonrijpmaken is de realisatie van 20 bruggen binnen het plangebied. In 2021 zal het woonrijpmaken gereed zijn.

 

Het afzetrisico is het grootste risico van dit project. Zolang de marktomstandigheden (in de regio Amsterdam) gunstig blijven is dit risico klein.

Bouwgronden in exploitatie - stand van zaken Vinkeveld

Het project Vinkeveld is een uitbreidingslocatie ten zuiden van de kern Vinkeveen en bevat 198 woningen. Alle grond is verkocht. Circa 150 woningen  zijn opgeleverd. Bouwrijp maken is afgerond. Het groene geluidsscherm is gerealiseerd. Na oplevering van de woningen kan het woonrijpmaken worden afgerond.  De planning is dat per 31-12-2019 deze grondexploitatie kan worden afgesloten.

Bouwgronden in exploitatie - stand van zaken Stationslocatie Mijdrecht

Het project Stationslocatie voorziet in de bouw van 72 woningen aan de rand van de kern van Mijdrecht. Het programma bestaat uit 36 woningen in de sociale sector en 36 woningen in de vrije sector.

 

De aanbestedingsprocedure is afgerond. De selectiefase is in het voorjaar 2018 afgerond.  In het voorjaar 2018 wordt een samenwerkingsovereenkomst met GroenWest aangegaan. Zodra de aanbesteding is afgerond en de locatie en het aantal van de sociale huurwoningen bekend is, wordt een koopovereenkomst gesloten. De grond wordt in 2019/2020 geleverd.

 

Het grootste risico binnen deze grondexploitatie is dat de kosten van planschade, ontsluiting van het gebied en de plankosten hoger gaan uitkomen.

Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

De gemeente bezit diverse eigendommen (grond en gebouwen), die niet voor een publieke taak zijn bestemd en waarbij het voornemen is om deze te verkopen. 

 

De volgende eigendommen vallen onder de noemer Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd:

  1. Glastuinbouw Wickelhof Mijdrecht
  2. Marickenzijde fase 2 Wilnis
  3. Bedrijventerrein N201 Mijdrecht
  4. Baambrugse Zuwe 143b, Vinkeveen
  5. Herenweg 196/196a Vinkeveen
  6. Centrum -Oost, Vinkeveen
  7. Poldertrots, Waverveen
  8. Wilnisse Dwarsweg, Mijdrecht
  9. Provinciale weg N201, Mijdrecht
  10. Twistvliedschool, Mijdrecht
  11. Trekvogelschool, Mijdrecht (per eind 2018)
  12. Baambrugse Zuwe achter 116, Vinkeveen

 

Indien de boekwaarde van deze percelen lager is dan de getaxeerde waarde is er sprake van een stille reserve. Per 1 januari 2020 bedraagt op basis van de huidige waarden de stille reserve € 3.207.000.

 

Een verkoop is van invloed op de hoogte van de stille reserve, omdat dan het verkoopresultaat verschuift van de stille reserve naar de algemene reserve. Een overzicht van de stille reserves ligt onder voorlopige geheimhouding ter inzage bij de griffie.

Subsidies

Beleidskader omtrent subsidies

De Ronde Venen ondersteunt veel initiatieven op het gebied van wonen, werken, welzijn, onderwijs, kunst, cultuur, erfgoed, sport, recreëren, enz. Allemaal activiteiten die ten goede komen aan de Rondeveense samenleving. De gemeente doet dit onder andere door het verstrekken van subsidies. Met de paragraaf subsidies geven wij een overzicht van de inzet van financiële middelen voor organisaties en verenigingen die een bijdrage leveren aan de (sociale) infrastructuur van onze gemeente. Het gaat daarbij om subsidies in het sociaal domein en subsidies voor gemeentelijke monumenten.

 

Subsidies zijn geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (titel 4.2). De Awb bepaalt dat subsidies alleen kunnen worden verstrekt als daarvoor een wettelijke basis is. Die wettelijke basis wordt binnen De Ronde Venen gevonden in de ‘Algemene subsidieverordening De Ronde Venen 2017’ (ASV 2017) en de Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden De Ronde Venen 2015’. De raad geeft in de verordeningen het kader voor de subsidieverstrekking, draagt bevoegdheden over aan het college van burgemeester en wethouders en verklaart daar waar nodig de niet dwingende artikelen van de Awb van toepassing.

 

Binnen de gestelde kaders uit de ASV 2017 is het college bevoegd nadere regels op te stellen. Dit zijn de volgende regelingen:

- 'Subsidieregeling De Ronde Venen 2017'; 

- ‘Beleidsregels Subsidie Sportstimulering De Ronde Venen 2014’;

- ‘Beleidsregels Subsidie Gezondheid De Ronde Venen 2015-2018’;

- 'Nadere regels subsidie  peuterspeelzalen en VVE De Ronde Venen 2017';

- ‘Beleidsregels subsidieaanvragen bewoners en bewonersorganisaties’;

- ‘Nadere regels ten aanzien van het eigen vermogen en de reserves van de subsidieontvangers van de gemeente De Ronde Venen 2013’.

 

De beleidsmatige inbreng van de gemeenteraad is door de vaststelling van de begroting gewaarborgd. Daarin geeft de raad aan voor welke beleidsdoelen en criteria het de subsidiegelden beschikbaar stelt. De verantwoording van subsidie door de subsidieontvanger is geregeld in de verordeningen. Voor een subsidie boven € 5.000 moet een aanvraag tot vaststelling worden ingediend. Deze aanvraag wordt beoordeeld op basis van een inhoudelijk verslag en/of financieel verslag.

Samenvatting subsidies 2020

In voorgaande begroting is er reeds een paragraaf subsidies samengesteld. Hierin is steeds een overzicht gegeven van de inzet van financiële middelen voor organisaties en verenigingen die een bijdrage leveren aan de (sociale) infrastructuur van onze gemeente. In 2020 is een subsidiebedrag beschikbaar gesteld van in totaal afgerond € 6.160.000 De beschikbare gelden zijn verdeeld over meerdere taakvelden. Dit verschil wordt onderstaand per taakveld nader toegelicht.

Subsidies 2020

Voor 2020 is een totaal van € 6.160.000 aan subsidiegelden gebudgetteerd. Dit is een verschil van € 201.000 ten opzichte van voorgaand jaar.  De oorzaak hiervan zijn er verschillende verschuivingen naar taakvelden, indexeringen en bijstellingen van budgetten. Onder de tabel is een beschrijving van de verschillende taakvelden weergegeven, waarbij de afwijkingen ten opzichte van 2019 zijn toegelicht.

 

Bedragen in € afgerond  Budget 2019 Budget 2020 Verschil 
       
Taakveld Onderwijsbeleid en leerlingzaken 606.000 627.000 21.000
Taakveld Sportbeleid en activering 181.000 237.000 56.000
Taakveld Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie 195.000 195.000 0
Taakveld Musea 40.000 40.000 0
Taakveld Cultureel Erfgoed 57.000 57.000 0
Taakveld Media 711.000 740.000 29.000
Totaal Taakveld samenkracht en burgerpart. 2.157.000 2.211.000 54.000
Taakveld Wijkteams 407.000 464.000 57.000
Taakveld Gemeentelijk en Armoedebeleid 90.000 75.000 -15.000
Taakveld Arbeidsparticipatie 65.000 65.000 0
Taakveld Geëscaleerde zorg 1.110.000 1.110.000 0
Taakveld Maatwerkvoorzieningen 18+ en 18- 213.000 213.000 0
Taakveld Volksgezondheid 127.000 126.000 -1.000
Totaal  5.959.000 6.160.000 201.000

 

- Taakveld  onderwijsbeleid en leerlingzaken

Binnen het taakveld onderwijsbeleid en leerlingzaken wordt er tevens subsidie verstrekt aan peuteropvanglocaties die voldoen aan de nadere regels subsidie peuteropvang en VVE. Door Voorschoolse- en Vroegschoolse Educatie (VVE) wordt kinderen, met een te verwachten taalachterstand, extra kennis van de Nederlandse taal bijgebracht. Daarnaast wordt er extra aandacht besteed aan de sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling van de peuters en voorbereidend rekenen. Hierdoor krijgen kinderen een goede start voor het basisonderwijs en wordt uitval van onderwijs voorkomen. Tevens wordt er subsidie verstrekt voor peuters waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.  De subsidie wordt kindgericht verstrekt aan de peuteropvanglocatie. Dit betekent dat het uiteindelijke subsidiebedrag afhangt van het aantal (doelgroep)kinderen dat is geplaatst.

 

- Taakveld sportbeleid en activering

Projecten die door middel van een subsidie financieel worden ondersteund dienen sport en bewegen te stimuleren bij (voor het grootste deel) de inwoners van De Ronde Venen. Projecten waarbij in het bijzonder sport en bewegen bij jongeren, ouderen en mensen met een beperking wordt gestimuleerd, verdienen hierbij aandacht. Het resultaat hiervan is dat meer inwoners een (preventief) gezond leven leiden en participeren in de samenleving. 

 

- Taakveld Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

Delen en beleven van kunst en cultuur versterkt de sociale samenhang, draagt bij aan een aantrekkelijk woonklimaat en ontwikkelt talent. In de nieuwe Nota Kunst en Cultuur zijn uitgangspunten vermeld. Deze subsidie wordt ingezet voor cultuureducatie, muziekverenigingen, culturele manifestaties en ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast is er een budget beschikbaar voor eenmalige culturele subsidies en voor de ondersteuning van evenementen, volksfeesten en herdenkingen.

 

- Taakveld Musea

Subsidie bedoeld voor activiteiten gericht op het verwerven, behouden en presenteren van kunst en cultuur.

 

- Taakveld  Cultureel erfgoed

Eigenaren van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden worden tegemoet gekomen bij het instandhouden van de cultuurhistorische waarden van hun eigendom.

 

- Taakveld Media

Tot dit taakveld behoren de zorg voor fysieke en elektronische cultuurdragers zoals de bibliotheek en de lokale omroep. 

 

- Taakveld Samenkracht en burgerparticipatie

Projecten en activiteiten die door middel van een subsidie financieel worden ondersteund dienen er toe bij te dragen dat burgers participeren in de samenleving, dat zij zelfredzaam zijn en in hun eigen kracht komen te staan. Dit bestaat uit subsidies voor welzijnswerk en voorliggende voorzieningen, dorpshuizen, vluchtelingenwerk en integratie, jeugd- en jongerenwerk. 

 

- Taakveld Wijkteams (en loketfuncties)

Vanuit gemeentelijk beleid gericht op preventieve voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening. Deze zijn gericht op o.a. de onderdelen meedoen en voor jezelf zorgen. In dit taakveld is er subsidiebudget beschikbaar gesteld voor de Servicepunten. De Servicepunten dragen bij aan een laagdrempelige toegang tot het Sociaal Domein, met een duidelijke informatie en adviesfunctie. De verhoging van het budget betreft een indexering van de subsidiebedragen.

 

- Taakveld Inkomensregelingen

Inwoners met een laag inkomen beschikken niet altijd over voldoende financiële middelen om zichzelf of het gezin te laten deelnemen aan een sociaal leven met sport, hobby’s of andere activiteiten. Vanuit gemeentelijk beleid is er een subsidiebudget beschikbaar gesteld voor om deelname aan sociale activiteiten in deze gemeente voor iedereen mogelijk te maken.


-Taakveld Arbeidsparticipatie

Mee kunnen doen op de arbeidsmarkt valt onder één van de pijlers van de maatschappelijk agenda. Om jongeren zonder startkwalificatie en zonder werk een plek te bieden van waaruit er sneller uitzicht is op een baan is er in 2020 incidenteel een subsidiebudget beschikkaar voor een leerwerkplaats.

 

- Taakveld Maatwerkdienstverlening 18-/18+

Projecten die vanuit innovatie bijdrage aan de transformatie van het Sociaal Domein worden voornamelijk doormiddel van subsidie bekostigd vanuit het Innovatiebudget. Het betreft hier eenmalige subsidies.

Daarnaast is er een structureel subsidiebudget opgenomen voor preventieve maatregelen jeugd van € 62.500. Deze subsidie heeft tot doel om zo preventief mogelijk ondersteuning te bieden.  In het verleden is dit subsidiebudget voor preventieve maatregelen ingezet voor het uitvoeren van o.a. het Familiegroepsplan en Buurtgezinnen.

 

- Taakveld Geëscaleerde zorg 18-

Uitvoering van de taken Veilig thuis, Jeugdbescherming en jeugdreclassering door een gecertificeerde instelling. Vanaf 2019 wordt deze taak via een subsidie bekostigd. Tevens is het subsidiebudget als gevolg van volumeontwikkeling toegenomen.

 

- Taakveld Volksgezondheid

Voor de uitvoering van diverse activiteiten op het gebied van opvoeden en opgroeien (coördinatie, cursussen en het uitvoering pedagogisch bureau) is er een budget beschikbaar.