Meer
Publicatiedatum: 29-01-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Lokale heffingen

Samenvatting lokale heffingen

Het heffen van lokale belastingen en heffingen stelt de gemeente in staat om maatschappelijke voorzieningen op een evenwichtige wijze in stand te houden. Ook stellen belastingen en heffingen de gemeente in staat maatschappelijke kosten door te belasten aan specifieke veroorzakers, zoals bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In het verlengde hiervan stelt het heffen van lokale belastingen en heffingen de gemeente in staat een sluitend meerjarenperspectief te bereiken. Aanpassing van de belastingtarieven zorgt ervoor dat de koopkracht van de gemeentelijke middelen gehandhaafd blijft.

 

Voor het jaar 2019 is rekening gehouden met een opbrengststijging van 2,4% waar dit toegestaan is. Uitzondering hierop zijn de rijksleges. Bij de OZB is ook rekening gehouden met de verwachte areaaluitbreiding.

Totaaloverzicht van de lokale heffingen

In de onderstaande tabel is een samenvatting opgenomen van de lokale heffingen.

 

 Nr. Naam van de heffing  2018 2019
       
01 Onroerende zaakbelastingen woningen 5.264.000 5.643.000
02 Onroerende zaakbelastingen niet-woningen 1.973.000 2.091.000
03 Rioolheffing 4.630.000 4.799.000
04 Afvalstoffenheffing 3.630.000 3.774.000
05 Precariobelasting 2.253.000 2.253.000
06 Leges wonen en bouwen 1.666.000 1.854.000
07 Secretarieleges burgerzaken 789.000 557.000
08 Begraafplaatsrechten 367.000 367.000
09 Forensenbelasting 201.000 206.000
10 Toeristenbelasting 197.000 201.000
11 Hondenbelasting 174.000 178.000
12 Overige leges 77.000 77.000
13 Roerende zaakbelastingen 71.000 73.000
14 BIZ-belasting 70.000 72.000
15 Marktgelden 52.000 53.000
16 Parkeerheffingen 6.000 6.000
  Totaal 21.420.000 22.204.000

 

In 2018 is er een incidentele korting van 3% en een structurele korting van 3% (totaal 6%) verleend op de opbrengst van de onroerende zaakbelastingen. Hierdoor lijkt in de bovenstaande tabel de opbrengst in 2019 van deze belasting met meer dan de indexatie  toeneemt.

 

De opbrengst van de leges van wonen en bouwen en ook die van burgerzaken zijn afhankelijk van de verwachte hoeveelheden. Hierdoor ontstaan er verschillen tussen 2018 en 2019.

Beleid voor lokale heffingen

Voor 2019 is een prijsontwikkeling voor de belastingen en tarieven gehanteerd van 2,4 % , conform het Centraal Economisch Plan (CEP). Het tarief voor de OZB is gecorrigeerd voor prijs- en waardeontwikkeling. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing geldt als uitgangspunt 100% kostendekking. De belastingtaken zijn vanaf 2016 uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland (GBA). Het gaat om taken op het gebied van de uitvoering van de Wet WOZ, de heffing en invordering van de belastingen onroerende zaakbelastingen, roerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting, forensenbelasting, toeristenbelasting en de Bedrijven Investeringszone Zone belasting.

Toelichting op lokale heffingen

Het heffen van lokale belastingen en heffingen stelt de gemeente in staat om maatschappelijke voorzieningen op een evenwichtige wijze in stand te houden. Ook stellen belastingen en heffingen de gemeente in staat maatschappelijke kosten door te belasten aan specifieke veroorzakers, zoals bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In het verlengde hiervan stelt het heffen van lokale belastingen en heffingen de gemeente in staat een sluitend meerjarenperspectief te bereiken. Aanpassing van de belastingtarieven zorgt ervoor dat de koopkracht van de gemeentelijke middelen gehandhaafd blijft.

Onroerende zaakbelasting (OZB)

De OZB is een algemene heffing, die wordt bepaald aan de hand van de in de begroting vastgestelde opbrengst en de WOZ-waarden van de objecten in de gemeente. In de begroting stellen we de opbrengst vast.  Daarbij wordt de opbrengst van 2018 vermenigvuldigd met een indexatie en vindt er een correctie plaats naar aanleiding van de stijging van het aantal objecten (peildatum is 1 januari 2018 voor de begroting 2019).  Het tarief wordt vervolgens bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de totale WOZ-waarde. Dit betekent bij een stijging van de WOZ-waarde een lager tarief en bij daling van de WOZ-waarde een hoger tarief wordt vastgesteld. In de toelichting hierna is dit getalsmatig toegelicht.

 

Indien de waardeontwikkeling van de woningen hoger is dan het landelijk gemiddelde en de bestanden van GBA vollediger zijn is er een lager tarief nodig om tot de gewenste opbrengst te komen. Om zo accuraat mogelijk te zijn wordt het OZB tarief nu voorlopig vastgesteld en eind 2018 definitief vastgesteld.

 

Dan nog blijft de opbrengst niet 100% te voorspellen. Indien de opbrengst achteraf hoger blijkt te zijn dan waar mee gerekend was, dan levert dit eenmalig een voordeel op, maar het jaar er na vindt een neerwaartse bijstelling van het tarief plaats.

  

Het voorlopig tarief van 2019 is hieronder vermeld. 

 

Soort

Belastingplichtige

Tarief

2018

Indicatie 

tarief

2019

Woningen

Eigenaar

0,0915%  0,0903%

Niet-woningen

Eigenaar

0,1484% 0,1544%

Niet-woningen

Gebruiker

0,1101%  0,0957%

Toelichting op de ontwikkeling van de OZB inkomsten/ tariefstelling

Om inzicht te geven in de berekening van de OZB inkomsten en de daaraan gekoppelde tariefstelling is in onderstaande tabel de berekening opgenomen. Het heffingstarief is afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ waarde. Deze WOZ wordt continue geactualiseerd. Eind 2018 wordt een tariefvoorstel gedaan waarbij de meest actuele WOZ wordt betrokken.

 

Toelichting

Ontwikkeling opbrengst / tariefstelling

OZB woningen (eigenaar)

Ontwikkeling opbrengst / tariefstelling

OZB niet-woningen (eigenaar)

Ontwikkeling opbrengst / tariefstelling

OZB niet-woningen (gebruiker) 

Basis 2018

(waarbij incidenteel 3% korting en structureel 3% (totaal 6%) is doorgevoerd

5.264.000 1.221.000 752.000

-Vervallen van eenmalige korting 2018 (3%)

168.000 40.000 23.000

Basis Kadernota 2019

5.432.000 1.261.000 775.000

-Areaaluitbreiding

81.000 - 6.000
-Indexering 2019: 2,4% 130.000 30.000 19.000

Raming 2019

5.643.000 1.291.000 800.000

 

     

Indicatie totale WOZ waarde peildatum 1 januari 2018*

6.252.500.000 836.000.000 836.000.000

Voorlopig tarief 2019 (raming 2019 / WOZ waarde)

 

0,0903% 0,1544% 0,0957%

 

Rioolheffing

De rioolheffing wordt geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen. Bij een waterverbruik boven de 300 m3 ontvangt de gebruiker een aanslag voor het meerverbruik.

 

Voorgesteld wordt het tarief voor de rioolheffing te verhogen. Het tarief voor 2019 bedraagt € 210 (2018: € 205,20) en voor het meerverbruik boven de 300 m3 € 0,82 per m3 (2018: € 0,80).

 

Het uitgangspunt voor de heffing is 100% kostendekkende tarieven. 

 

Bij de voorgestelde tariefkeuze van € 210 maken wij een aantekening voor de toekomst. Gelet op de kosten ontwikkeling verwachten wij in de toekomst een tariefdaling.

 

Onderbouwing kostendekkendheid rioolheffing 2018 en 2019  
  2018 2019
Opbrengsten:    
- rioolheffing 4.630.000 4.799.000
Totaal opbrengsten 4.630.000 4.799.000
     
Kosten:    
- directe kosten 3.175.000 3.344.000
- toegerekende kosten overhead e.d. 1.041.000 1.041.000
- toegerekende BTW 414.000 414.000
Totaal kosten 4.630.000 4.799.000
     
Dekkingspercentage 100% 100%

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing wordt geheven van gebruikers van eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens en recreanten.

 

Bij de voorgestelde tarieven maken wij een aantekening voor de toekomst. De lijn van alleen een verhoging gerelateerd aan een prijsontwikkeling kan - gelet op de omvang van de voorziening afval - in de toekomst niet worden doorgezet. Wij verwachten in 2020 een tariefmaatregel (verhoging), om te voldoen aan het uitgangspunt kostendekkendheid.

 

  

Belastingplichtige

Tarief

2018

Tarief

2019

 

 

 

 

  • Eenpersoonshuishouden

Gebruiker

168,00 172,20
  • Meerpersoonshuishouden

Gebruiker

218,40 223,80
  • Recreatiewoningen

Gebruiker

168,00 172,20
  • Extra container 140 liter (grijs)

Gebruiker

117,60 120,00
  • Extra container 240 liter (grijs)

Gebruiker

152,40 156,00

 

Het uitgangspunt voor de heffing is 100% kostendekkende tarieven. Dit is zichtbaar in onderstaande tabel.

 

Onderbouwing kostendekkendheid afvalstoffenheffing 2018 en 2019
  2018 2019
Opbrengsten:    
- afvalstoffenheffing 3.630.000 3.774.000
- overige opbrengsten 725.000 718.000
Totaal opbrengsten 4.355.000 4.492.000
     
Kosten:    
- directe kosten 2.895.000 2.966.000
- toegerekende kosten overhead e.d. 782.000 848.000
- toegerekende BTW 678.000 678.000
Totaal kosten 4.355.000 4.492.000
     
Dekkingspercentage 100% 100%

 

Precariobelasting

Gemeenten die op 10 februari 2017 in hun belastingverordening een tarief hadden voor nutsnetwerken, mogen uiterlijk tot 1 januari 2022 nog precariobelasting op nutsnetwerken blijven heffen. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal het tarief in rekening brengen dat op 10 februari 2016 gold.

 

Bij de bestuurlijke behandeling van de Kadernota 2018 is een amendement aangenomen om de komende jaren € 1,0 mln. terug te geven aan onze inwoners en bedrijven. Daarnaast is in januari 2018 door de raad besloten om de precario Vitens van € 0,5 mln. geheel terug te geven aan onze inwoners. Deze teruggaven, totaal € 1,5 mln. zijn verwerkt in de begroting.

Overige heffingen en tarieven

De overige heffingen en tarieven worden verhoogd met 2,4% tenzij er sprake is van vastgestelde Rijkstarieven.

Ondernemers binnen een Bedrijven Investeringszone (BI-zone) moeten belasting betalen in de vorm van een BIZ-bijdrage. De gemeente geeft dit geld via een subsidie aan een stichting Koopcentrum Mijdrecht. 

Ontwikkeling woonlasten

In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten opgenomen van een meerpersoonshuishouden. De OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing vormen samen de gemeentelijke woonlasten voor huishoudens. Ter vergelijk zijn ook de woonlasten over het jaar 2017 en 2018 weergegeven. In 2018 heeft de verrekening van precario plaatsgevonden van zowel 2017 als 2018, € 80 totaal. Voor de jaren 2019 - 2021 bedraagt de teruggave € 40 per jaar.

 

Woonlasten voor een meerpersoonshuishouden
Nr. Omschrijving 2017 2018 2019
   Gemiddelde WOZ-waarde € 304.000 € 318.000 € 339.000*
         
1 OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde 303  300 306*
2 Rioolheffing 203  205 210
3 Afvalstoffenheffing 215  218 224
4 Teruggaaf precario 0 -80 -40
5 Totale woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde 721  643 700*
         
  Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO) 720 726 nog niet bekend
  Landelijk gemiddelde (Bron: COELO) 723 721 nog niet bekend

 

* onder voorbehoud van vaststelling van het definitieve heffingspercentage eind 2018.

 

In 2018 vindt de verrekening plaats van zowel 2017 als van 2018 van de precariobelasting. Dit is bij elkaar € 2 mln. In de jaren 2019, 2020 en 2021 staat een teruggave van € 1 mln. gepland. Vanaf 2022 vervalt deze teruggave door de wettelijke afschaffing van de precariobelasting. 

Woonlasten voor een meerpersoonshuishouden Nr. Omschrijving 2016 2017 2018

Woonlasten voor eenpersoonshuishouden
Nr. Omschrijving 2017 2018 2019
  Gemiddelde WOZ-waarde € 304.000  € 318.000 € 339.000*
         
 1 OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde 303 300 306*
 2 Rioolheffing 203 205 210
 3 Afvalstoffenheffing 166 168 172
 4 Teruggaaf precario 0 -80 -40 
 5 Totale woonlasten voor eenpersoonshuishouden bij een gemiddelde WOZ-waarde 672  593 648 *
         
  Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO) 665 666  nog niet bekend
  Landelijk gemiddelde (Bron: COELO) 649 654  nog niet bekend

*onder voorbehoud van vaststelling van het definitieve heffingspercentage eind 2018.

Kwijtscheldingsbeleid

Niet iedere inwoner van De Ronde Venen is in staat om de gemeentelijke belastingen en rechten te betalen. Onder bepaalde voorwaarden kan kwijtschelding worden verleend voor:

  1. Onroerende zaakbelastingen;
  2. Belasting op roerende ruimten;
  3. Afvalstoffenheffing;
  4. Rioolheffing;
  5. Hondenbelasting (kwijtschelding is beperkt tot één hond).

 

Voor kwijtschelding van lokale heffingen is € 105.000 opgenomen in de begroting 2019. De kosten van kwijtschelding zijn opgenomen in het Sociaal domein.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Samenvatting

De financiële positie van de gemeente De Ronde Venen is gezond. Er is onder meer sprake van een structureel sluitende begroting en lagere risico's van de grondexploitaties.  Dit valt af te leiden uit de financiële kengetallen.

Beleidskader omtrent de weerstandsvermogen en de risico's

We willen bereiken dat er sprake is van een gezonde financiële positie om voldoende slagkracht te hebben voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Dat vergt niet alleen een structureel sluitende begroting, maar ook voldoende weerstandscapaciteit in relatie tot de risico's. Informatie over de financiële positie, het weerstandsvermogen en de risico's zijn beschreven in deze paragraaf.

Financiële kengetallen

Landelijk is bepaald dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing vijf kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument, maar zijn juist bedoeld om de gemeentelijke financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken en de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten.

 

Om meerjarig inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de financiële kengetallen is naast de prognoses voor 2018 en 2019 ook de realisatie over 2015 tot en met 2017 opgenomen.

 

   

Rekening

2015

Rekening

2016

Rekening

2017

Prognose

2018

Prognose

2019

1a Netto schuldquote 84% 65% 57% 68% 74%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 82% 63% 55% 66% 72%
2 Solvabiliteitsratio 23% 25% 32% 29% 25%
3 Structurele exploitatieruimte 3,2% 4,4% 0,6% 0,4% 0,4%
4 Grondexploitatie 34% 22% 14% 12% 5%
5 Belastingcapaciteit 95% 97% 100% 89% 97%

 

Toelichting op de financiële kengetallen

1a en 1b Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig.

 

De schuldpositie neemt af van 84% in 2015 naar 74% in 2019 Deze daling is vooral te danken aan de verkoopopbrengsten van de bouwgronden in exploitatie.

 

Ook de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, zoals Het startersfonds SVn, vertoont hetzelfde beeld.

 

Op landelijk niveau wordt een niveau van 74% als "Goed" bestempeld.

 

Solvabiliteitsratio

Het solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Ook dit kengetal vertoont een gunstig beeld. Op landelijk niveau wordt een niveau van 25% in 2019 als "Redelijk" bestempeld.

 

Structurele exploitatieruimte

Ook voor deze indicator geldt: hoe hoger het percentage, hoe beter. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten geeft meer slagkracht om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld salarissen, afschrijvingen, rente en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. 

 

Op landelijk niveau wordt een niveau van 0,4% als "Redelijk" bestempeld.

 

Grondexploitatie

De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar.

In de periode 2015 - 2019 is dankzij verkopen de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie fors gedaald.

 

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.

Ontwikkeling investeringsplafond met een maatschappelijk nut

Bij het behandelen van de Kadernota 2018 is een amendement aangenomen om te komen tot een investeringsplafond voor investeringen met een maatschappelijk nut. Door aanpassing van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zorgen deze investeringen namelijk voor nieuwe kosten van afschrijvingen en rente in het meerjarenperspectief.

Door onszelf een norm op te leggen die gebaseerd is op het investeringsvolume in relatie tot de onbenutte belastingcapaciteit ontstaat automatisch een waarschuwingsmechanisme. Dit mechanisme houdt in dat naarmate er minder onbenutte belastingcapaciteit is – en dus minder mogelijkheden om meer inkomsten te genereren – er minder risico’s genomen kan worden op het gebied van investeringen.

Als maatstaf voor het investeringsvolume werkt daarbij het beste om uit te gaan van de totale boekwaarde van investeringen met een maatschappelijk nut. Immers, de boekwaarde en daarmee het risico voor de gemeente loopt ieder jaar per investering af. Zo ontstaat er bij een continu onderhoudscyclus steeds ruimte voor vervangingsinvesteringen. Aangezien we nu net begonnen zijn met het activeren van investeringen met een maatschappelijk nut is er nog geen sprake van een continu niveau.

 

Het is niet aannemelijk dat de raad besluit om in enig jaar de volledige onbenutte belastingcapaciteit in te zetten. Daarom is deze belastingcapaciteit op 50% gesteld maal de factor 7. We zijn de eerste gemeente die een investeringsplafond koppelen aan de onbenutte belastingcapaciteit. Om ervaring op te doen zal in 2021 het investeringsplafond worden herijkt.

 

  2018 2019
     
Investeringsplafond: 50% van de onbenutte belastingcapaciteit maal de factor 7  € 24,2 mln.  € 25,9 mln.
Boekwaarde investeringen met een maatschappelijk nut  € 4,3 mln.  € 9,4 mln.
Verschil  € 19,9 mln.  € 16,5 mln.

 

De komende jaren staan diverse investeringen met een maatschappelijk nut gepland waardoor het verschil tussen investeringsplafond en de boekwaarde van deze investeringen naar elkaar groeit.

Relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen

In december 2017 heeft de raad het Treasurystatuut 2018 - 2021 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat in zowel de verantwoording als in de begroting inzicht wordt verstrekt tussen de relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen.

 

 

Vanuit financieel oogpunt is het verstandig dat de kosten van afschrijvingen ongeveer gelijk zijn aan die aflossingen. Echter uit de grafiek blijkt dat in de jaren 2015 tot en met 2019 de afschrijvingen lager zijn dan die aflossingen. Dit heeft vooral te maken met de 'voorfinanciering' van bouwgronden in exploitatie. Vanaf 2022 eindigen de bouwgronden in exploitatie en dan ontstaat een zuiver verband tussen de afschrijvingen en de aflossingen. Door het inzetten van een plafond voor investeringen met een maatschappelijk nut en het aantrekken van leningen met een lange looptijd ontstaat vanaf 2033 een positieve geldstroom doordat de afschrijvingen hoger zijn dan de aflossingen.

Beschikbare weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsvermogen

De weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel van middelen en mogelijkheden om niet begrote, onvoorziene en (mogelijk) materiële kosten te dekken. De weerstandscapaciteit kan structureel en incidenteel van aard zijn. Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het vermogen van de gemeente om eenmalige risico’s te dekken, zonder dat dit invloed heeft op het bestaande beleid. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die permanent kunnen worden ingezet om risico’s af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van het beleid.

 

Risico's

Een risico is een kans op het optreden van een positieve dan wel negatieve gebeurtenis van materieel belang die niet voorzien is in de begroting van enig jaar. Dit gevolg kan zowel een kans (positief) als een bedreiging (negatief) vormen. Beleidswensen worden niet als risico benoemd.

 

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen afdoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die een materieel effect kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente.

We hebben de laatste jaren een verbeterslag doorgevoerd met betrekking tot deze paragraaf. Bij verschillende P&C-documenten worden de risico's geactualiseerd en het effect op het weerstandsvermogen bepaald.

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

De middelen waarover de gemeente De Ronde Venen kan beschikken per 31 december 2019 om niet begrote kosten te dekken zijn weergegeven in onderstaande tabel.

 

Berekening beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2019 (bedragen in euro’s)

 

Structureel

Incidenteel

 

 

 

1.     Post onvoorzien en begrotingsresultaat 2019

  507.000

2.     Algemene reserve

  18.198.000

3.     Onbenutte belastingcapaciteit

7.400.000

 

4.     Stille reserves

 

3.802.000

5.     Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

7.400.000

22.507.000

 

1.     Post onvoorzien en begrotingsresultaat 2018

In overeenstemming met het begrotingstoezicht van de provincie Utrecht is voor het opvangen van onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare kosten € 111.000 als budget opgenomen. Daarbij komt het begrotingsresultaat van € 396.000.

 

2.     Algemene reserve

De algemene reserve is het niet-bestemde deel van het eigen vermogen van de gemeente. Dat betekent niet dat dit vermogen geen functie heeft. De algemene reserve speelt een belangrijke rol in de weerstandscapaciteit van de gemeente. Voor het gebruik van deze reserve is – net zoals voor andere reserves – een specifiek raadsbesluit vereist. Op 31 december 2019 heeft de algemene reserve naar verwachting een omvang van € 18.198.000.  In de financiële begroting, onderdeel 8, is een verloopoverzicht van de algemene reserve opgenomen. 

 

In 2019 vindt een actualisatie plaats van de nota reserves en voorzieningen 2017 - 2019. Hierbij zal worden betrokken de ondergrens van de algemene reserve om risico's op te vangen en de mogelijkheid om een deel van de reserves opzij te zetten om in toekomst een economische crisis op te vangen zonder hiervoor ingrijpende maatregelen door te voeren voor inwoners en bedrijven.

 

3.     Onbenutte belastingcapaciteit

De gemeente kan structureel (extra) middelen genereren door belastingen te verhogen en heffingen meer kostendekkend te maken (voor zover daar nog mogelijkheden voor bestaan). Het structureel genereren van extra middelen kan worden ingezet om de weerstandscapaciteit te versterken. De belastingruimte is hoofdzakelijk te vinden bij de onroerende zaakbelasting, omdat kostendekkende tarieven het uitgangspunt is bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing.

 

De onbenutte belastingcapaciteit is afgeleid uit de norm die het Ministerie van Binnenlandse Zaken hanteert voor het aanvragen van financiële steun ex artikel 12. Het theoretische maximum van de belastingcapaciteit voor gemeente De Ronde Venen is voor 2019 € 15,1 miljoen. De geraamde opbrengst is € 7,7 miljoen. Daarmee komt de theoretische onbenutte belastingcapaciteit uit op afgerond € 7,4 miljoen (€ 15,1 miljoen min € 7,7 miljoen).

 

4.     Stille reserves

De stille reserves worden gevormd door de voorraden grond waarvan de taxatiewaarde hoger ligt dan de boekwaarde. Deze reserves zijn van betekenis in relatie tot het balanstotaal, dan wel de financiële positie. De omvang van de stille reserves bedraagt per 1 januari 2019 € 3.802.000. Zie hiervoor ook de paragraaf Grondbeleid.

Naast de voorraden grond bezit de gemeente ook aandelen van de BNG en Vitens. Deze kunnen op termijn verkocht worden. Doordat de aandelen van deze partijen in het bezit zijn van het Rijk, provincies en gemeenten is hiervoor geen ‘markt’. Hierdoor wordt volstaan met een melding in deze paragraaf.

 

5.     Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit voor 2019 is € 7.400.00 structureel en € 22.507.000 incidenteel. Bij elkaar is € 29.907.000 als weerstandscapaciteit beschikbaar.

Risico's en weerstandsvermogen

Risico’s

In december 2017 is de notitie evaluatie risicomanagement opgesteld, waarin o.a. de definitie van risico, risico-impact, risicomanagement in enge zin en risicomanagement in ruime zin zijn opgenomen. De evaluatie vloeit voort uit het optimaliseren van risicomanagement in onze organisatie, welke vanaf 2014 in gang is gezet.

De conclusie van de notitie is dat in de periode 2014 - 2017 met succes risicomanagement in enge zin (waarbij voornamelijk wordt gekeken naar financiële risico's) is vormgegeven. Momenteel werken we aan de verruiming van het risicomanagement in enge zin naar ruime zin (zowel financiële risico's als het koppelen van uitvoering aan beleid en verantwoording van financiële en niet-financiële risico's en kansen)

Dit heeft tot gevolg dat we nu werken aan de implementatie van een Business Control Framework, een softwaretool dat vanuit control alle stappen verankerd om zo tot een uniforme rapportage en verantwoording te komen. Daarnaast realiseren we met het Business Control Framework dat systeemcontroles (o.b.v. beheersmaatregelen) mogelijk zijn en er minder gegevensgerichte controles (o.b.v. uitkomsten) nodig zijn.

Het realiseren van risicomanagement in ruime zin is de vervolgstap waar we in 2019 verder gevolg aan geven, waardoor de gemeente nog meer resultaatgericht kan werken.

 

In de risicomatrix, welke hierna weergegeven, is in één oogopslag te zien hoeveel risico’s zich in een bepaalde zone (financiële impact) bevinden.

 

Risicomanagement in enge zin

Risicomanagement is toegespitst op het expliciet omgaan met onzekerheid, oftewel bewust kiezen voor het bewust accepteren van de risico’s en het durven benoemen van zaken die we niet weten. Dit betekent dan ook dat risicobepaling en risicokwantificering geen exacte wetenschap is en dat gebruik gemaakt wordt van een inschatting; kans maal impact (gevolg).

 

De kans op een ongewenste gebeurtenis met een gevolg kwantificeren kan via diverse methoden worden uitgewerkt. Wij hebben de risico’s zoals opgenomen in de begroting 2018 en jaarrekening 2017 verder geactualiseerd en als uitgangspunt gebruikt. Vervolgens zijn de risico’s geanalyseerd op de mogelijke financiële gevolgen die zich zouden kunnen voordoen als de ongewenste gebeurtenis gaat ontstaan.

 

De financiële impact van de risico’s is alleen gebaseerd op het risico wat de gemeente loopt, bijvoorbeeld: juridische aansprakelijkheid. Het oplossen c.q. wegwerken van een risico is hier niet in meegenomen, bijvoorbeeld: inhaalslag achterstallig onderhoud beschoeiingen.

 

Per risico is een risicoresponse aangegeven. Risicoresponse houdt in dat per risico de meest geschikte reactie wordt geselecteerd. Dit betekent dat risico’s kunnen worden vermeden, verminderd, geaccepteerd of overgedragen.

 

1. Risico’s vermijden

Dit houdt in dat het beleid waar een risico door ontstaat, wordt beëindigd, op een andere manier wordt vorm gegeven of geen beleid gestart wordt dat een risico met zich meebrengt. Ook kunnen werkprocessen zodanig ingevuld zijn, dat op die manier bepaalde risico’s worden vermeden.

2. Risico’s verminderen

Door het risico af te dekken middels een verzekering, een voorziening of een ander budget in de begroting. Hiermee worden de gevolgen van een risico beperkt. Tevens kan bij verminderen gedacht worden aan het aanpakken of wegnemen van de oorzaak van het risico.

3 .Risico’s overdragen

Dit kan door het beleid dat een risico met zich meebrengt, uit te laten voeren door een andere betrokken partij, die daarbij ook de financiële risico’s overneemt.

4. Risico’s accepteren

Als een risico niet wordt vermeden, wordt verminderd of wordt overgedragen, dan wordt een risico geaccepteerd en zal de eventuele financiële schade volledig middels de weerstandscapaciteit moeten worden afgedekt. Het betekent dat het risico op dit moment geaccepteerd wordt en niet op één of andere wijze is afgedekt.

 

Tot slot zijn de risico’s voorzien van een beheersmaatregel. Per risico is bekeken wat voor maatregelen er genomen kunnen worden om in te spelen op de risicoresponse. De risico-inventarisatie wordt vertrouwelijk beschikbaar gesteld. Per risico is aangegeven wat de gebeurtenis, oorzaak, gevolg, risicoresponse, beheermaatregel, kans en het financiële effect is.

 

Geactualiseerde risicoanalyse

Vanuit de geactualiseerde analyse van de risico’s in de begroting 2018 en jaarrekening 2017, zien wij 49 risico’s met een financieel gevolg. In de risicokaart zijn de 49 risico’s grafisch weergegeven, waarbij gebruik is gemaakt van onderstaande referentiebeelden.

 

Kans

Klasse

Referentiebeeld

1

< of 1 per 10 jaar

2

1x per 5-10 jaar

3

1x per 2-5 jaar

4

1x per 1-2 jaar

5

1x per jaar of meer

 

Financiële impact

 

Lager dan € 25.000

Tussen € 25.000 en € 100.000

Tussen € 100.000 en € 250.000

Tussen € 250.000 en € 500.000

Hoger dan € 500.000

 

Ten opzichte van de risicokaart zoals deze is opgenomen in de Begroting 2018 zijn de volgende wijzigingen opgetreden:

  • Het aantal gekwantificeerde risico’s is in totaal met 5 risico’s afgenomen, naar 49 gekwantificeerde risico’s (te denken valt o.a. aan het risico met betrekking tot de invoering van de nieuwe privacywet (AVG), de uitkomsten van de algemene maatregel van bestuur op WMO tarieven en het vervallen van diverse juridische risico's.
  • Het aantal risico’s in de rode en oranje zone is gedaald van 23 naar 21 risico’s, door een herkwalificatie (financieel gevolg) zijn er risico's lager gekwalificeerd en verplaatst van de oranje naar de groene zone.

 

Samenvatting risico inventarisatie 2019

De risico’s die zich in de risicokaart in de oranje en rode zone (totaal 21 risico’s) bevinden zijn in het onderstaande overzicht samengevat.

 

Samenvatting kwantificering – bedragen in €

 

Onderwerp

Laag

Gemiddeld

Hoog

 

 

 

 

 

01

Algemene uitkering 

760.000 1.520.000 2.280.000

02

Transitie sociaal domein

600.000 1.200.000 1.800.000

03

Algemene verordening gegevensbescherming (wet AVG)

250.000 500.000 750.000

04

Borg- en garantstelling

250.000

500.000

750.000

05

Financiering

100.000

175.000 250.000

06

Integriteit (ambtenaren/bestuurders)

100.000

175.000 250.000

07

Kwetsbaarheid personeel (door ziekte/kennis)

100.000 175.000 250.000

08

Cybercrime

100.000 175.000 250.000
09

Achterstallig onderhoud kapitaalgoederen (wegen)

100.000 175.000 250.000

10

Gemeentelijk armoedebeleid

100.000

175.000

250.000

11

Leges bouwvergunningen

-100.000

-175.000

-250.000

12

Wijziging(en) in wet- en regelgeving 

25.000 62.500 100.000

13

Automatisering

25.000

62.500

100.000

14

Tegenvaller projectuitvoering

25.000

62.500

100.000

15

Onvoorziene projecten

25.000

62.500

100.000

16

Begraafplaatsen (ontwikkeling inkomsten)

25.000

62.500

100.000

17

Open einde regeling WMO

25.000

62.500

100.000

18

Open einde regeling leerlingenvervoer

25.000

62.500

100.000

19

Algemene maatregel van bestuur WMO tarieven

25.000

62.500

100.000

20

Afwikkeling privatisering GCN

-25.000 -62.500 -100.000

21

Risicobepaling grondexploitaties (o.b.v. actualisatie 2018)

90.000 90.000 90.000
 

Totaal

2.625.000 5.122.500 7.620.000

 

Bij het kwantificeren van de risico’s is gerekend met een gemiddelde. Bij de bandbreedtes van de financiële klasse is de minimale kwantificering gelijk aan de ondergrens van de klasse en de maximale kwantificering gelijk aan de bovengrens van de klasse. (Voorbeeld: de financiële impact tussen € 25.000 en € 100.000 geeft een minimale kwantificering van € 25.000, een gemiddelde van € 62.500 en een maximale kwantificering van € 100.000).

 

Als risicokwantificering is gekeken naar de buffer die nodig is om de “kosten” van de risico’s op te vangen. Indien een risico positief uitvalt, bijvoorbeeld de algemene uitkering, dan komt dit voordeel ten gunste van het rekeningresultaat.

 

De bandbreedte van de risicokwantificering - van de hiervoor beschreven 21 risico’s - ligt tussen de € 2,6 miljoen (minimaal) en € 7,6 miljoen (maximaal). Het gemiddelde is € 5,1 miljoen. De risico’s kunnen zich theoretisch allemaal tegelijk voordoen. Hiervoor zijn in het meerjarenperspectief geen budgetten opgenomen. (Voor de risicobepaling van de grondexploitaties wordt verwezen naar het vertrouwelijke rapport behorend bij het raadsvoorstel “actualisatie grondexploitaties 2018” van de raadsvergadering van mei 2018. Het risico is hierbij geschat op € 90.000.)

 

Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen afdoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die een materieel effect kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente.

 

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit/ gemiddelde risico kwantificering = € 29.907.000/€ 5.122.500 = 5,8. Dit ratio wordt landelijk gezien als ‘uitstekend’ beoordeeld.

Onderhoud kapitaalgoederen

Samenvatting onderhoud kapitaalgoederen

Het onderhoud van kapitaalgoederen heeft vanaf 2017 een impuls gekregen door het uitvoeren van diverse investeringen in wegen en bruggen. Daarnaast zijn de meerjarige kaders voor wegen, groen en gebouwen vastgesteld door de raad, waardoor sturing, keuzes en uitvoering aan elkaar zijn gekoppeld. In deze nieuwe bestuursperiode wordt deze lijn verder voortgezet.

Wegen

Beleid

In de raad van 21 december 2017 is het wegenbeheerplan 2018-2022 vastgesteld. Dit wegenbeheerplan is opgesteld op basis van assetmanagement en is de leidraad voor het wegenbeheer in de periode 2018-2022. Jaarlijks wordt er een risicoanalyse opgesteld om de (nieuwe) prioritering voor het wegenonderhoud op te stellen.

 

Onder het onderdeel wegen vallen ook de civieltechnische kunstwerken. In 2018 is gestart met het opstellen van een beheerplan civieltechnische kunstwerken, waarin wordt ingegaan op het beheer en onderhoud van bruggen. Aandachtspunt bij dit plan is in ieder geval de ARBO-veiligheid van de beweegbare kunstwerken. 

 

Uitvoering

In 2019 en 2020 vindt aan diverse wegen groot onderhoud/ reconstructie plaats: 

  • De uitvoering van de werkzaamheden aan de Pastoor Kannelaan in Wilnis verschuift van 2018 naar 2019. Deze weg wordt nu zwaar belast door grondtransporten naar de Padmosweg die nog tot 2020 gaan duren. Er zal eerst een oplossing moeten komen om deze transporten niet meer langs deze route te laten plaatsvinden, anders wordt de weg na reconstructie weer kapot gereden. Deze oplossing is niet makkelijk, omdat andere routes naar de Padmosweg over wegen gaan die deze zware transporten niet aan kunnen. De technische staat van de weg is slecht en wij voeren extra onderhoud uit om de weg begaanbaar te houden;
  • De Pieter Joostenlaan degradeert, door hetzelfde zwaar transport over de Pastoor Kannelaan, veel sneller dan verwacht. De voorbereidende werkzaamheden voor de reconstructie van deze weg starten in 2019, waarna de uitvoering in 2020 staat gepland. Deze weg kan niet gelijktijdig met de Pastoor Kannelaan worden uitgevoerd, omdat dan het dorp Wilnis voor een groot deel onbereikbaar is. Ook voor deze weg geldt dat er eerst een oplossing gevonden moet worden voor de grondtransporten;
  • De Ringdijk 2e Bedijking zal in 2019 in voorbereiding gaan. Er is afstemming geweest met Waternet. Zij hebben aangegeven voorlopig geen werkzaamheden aan deze dijk uit te voeren. Hierdoor kan er met deze werkzaamheden worden gestart. De uitvoering van deze weg staat gepland in 2020;
  • Waternet  gaat de Botsholse Dijk versterken. Hierdoor gaan veel grondtransporten over de Hoofdweg Waverveen en is het niet verstandig om deze  direct aan te pakken. De planning is erop gericht om de hele Hoofdweg uit te voeren in 2021. Voor het tweede deel (Cliffordweg-Waverbrug) worden verschillende oplossingen uitgewerkt, waaronder verplaatsen van het fietspad naar het naastliggende weiland. Dit betekent dat er een langere voorbereidingstijd noodzakelijk is. In 2019 wordt gestart met deze voorbereiding;
  • Waternet zal ook starten met de dijkverbetering van het Proostdijlaantje in Mijdrecht. De kosten voor de verharding die in dit project wordt meegenomen door Waternet zijn voor rekening van de gemeente. Deze weg stond tot nu toe niet in de lijst van dijkwegen en is in deze begroting verwerkt.

Naast de voorstaande werkzaamheden vinden de dagelijks lopende kleine onderhoudswerkzaamheden aan wegen plaats.

 

In 2019 ligt voor de bruggen de aandacht vooral in het operationeel houden van de beweegbare bruggen en het uitvoeren van investeringen van de bruggen in Abcoude en Baambrugge.

 

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 2 "Verkeer, vervoer en waterstaat" zijn de jaarlijkse kosten van wegen en bruggen opgenomen. Hierin zijn de jaarlijkse kosten van afschrijvingen en rente van investeringen van wegen en bruggen opgenomen. De geplande investeringen voor 2019 zijn toegelicht in de "Financiële begroting " bij onderdeel 11. 

Riolering

Beleid

Een goede riolering draagt bij aan de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met het gemeentelijk rioleringsplan (geactualiseerd en vastgesteld bij raadsbesluit van 30 november 2017) geeft de gemeente aan hoe zij op een doelmatige manier omgaat met de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.

 

Uitvoering

Het onderhoud van het gemeentelijke rioolstelsel omvat onder meer het reinigen, ontstoppen en repareren van riolen en kolken, dagelijks beheer van rioolgemalen en het vegen van straten. In 2019 worden de acties uit het herijkte rioleringsplan opgepakt.

 

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 7 "Milieu en duurzaamheid" zijn de jaarlijkse kosten en opbrengsten van riolering opgenomen. Zoals blijkt uit de paragraaf Lokale heffingen zijn de tarieven van rioolheffing kostendekkend.

Water

Beleid

Het huidige beleid is erop gericht om alleen calamiteitenonderhoud van beschoeiingen en baggeren uit te voeren.

 

Uitvoering

Voor de beschoeiingen worden alleen de calamiteiten uitgevoerd. De watergangen worden geschoond van vegetatie. Daarnaast wordt het vrijgekomen bagger opgevangen, volgens de wettelijke ontvangstplicht voor gemeenten.

 

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 2 "Verkeer, vervoer en waterstaat" zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud van beschoeiingen en baggeren opgenomen.

Groen

Beleid

In 2017 is het groenbeleidsplan 2017 - 2040 vastgesteld. Met dit beleidsplan wordt, aan de hand van streefbeelden, duidelijk hoe we de komende jaren om willen gaan met het openbaar groen. In 2018 zijn, als uitwerking van het groenbeleidsplan, beleidsregels opgesteld voor bomen.

 

Uitvoering

Specifieke acties voor 2019 zijn:


- Vervangingsplannen voor groen en bomen opstellen;

- Opstellen uitvoeringsplan groen Abcoude;

- Eigen initiatief van bewoners ten aanzien van groenonderhoud wordt gefaciliteerd;

- Meer kleur aanbrengen in de wijken door het planten van bollen; 

- In samenwerking met GroenWest wordt een opschoondag voor de openbare ruimte georganiseerd;

- Starten campagne bewustwording belang groen voor klimaatadaptatie.

Deze acties zijn toegelicht in de beleidsbegroting van Domein 2: Economie, wonen en fysieke leefomgeving.

 

De onderhoudswerkzaamheden vinden binnen een bepaalde frequentie plaats. Andere werkzaamheden worden getoetst op een vooraf overeengekomen beeldkwaliteit.

Ook de aanschaf en onderhoud van speelvoorzieningen vallen onder het onderdeel groen. In 2019 worden diverse speeltoestellen vervangen en de valondergronden gerenoveerd. Dit betreft regulier vervangingsonderhoud.

 

Financiën

In het budgetoverzicht van programma 5 "Cultuur, recreatie en sport" zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud van groen en speelvoorzieningen opgenomen.

Gebouwen

Beleid

De nota Vastgoed en  het beheerplan gebouwen zijn in 2017 vastgesteld. Deze plannen vormen samen het beleid voor de komende jaren. In 2018 wordt een voorstel voor verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed aan de raad aangeboden. In dit voorstel zijn ambitie, technische en financiële haalbaarheid kaders voor de toekomst.

 

Uitvoering

Het gemeentelijk vastgoed bestaat uit onder meer kantoorgebouwen, onderwijshuisvesting, maatschappelijk vastgoed en gebouwen/gronden die te koop staan. Deze laatste categorie is toegelicht in de paragraaf Grondbeleid bij het onderdeel Eigendommen die niet voor een publieke taak zijn bestemd. 

 

In 2019 worden de werkzaamheden uitgevoerd conform beheerplan gebouwen. Deze is eind 2017 vastgesteld en wordt conform de richtlijnen van het BBV eenmaal per 4 jaar geactualiseerd.

 

Financiën

In de verschillende programma's staan toevoegingen aan de onderhoudsvoorziening "Onderhoud gemeentelijk vastgoed". Deze voorziening is toegelicht in de "Financiële begroting" bij onderdeel 10. Naast deze toevoeging aan de voorziening zijn voor verschillende gebouwen budgetten beschikbaar voor regulier contractonderhoud, verzekeringen, energie en belastingen.

Financiering

Samenvatting

In de periode 2018 - 2022 is rekening gehouden met het aantrekken van € 33 miljoen aan nieuwe geldleningen verspreidt over vijf jaar. Voor de rentekosten is uitgegaan van 1,5%. Risico bij 100% stijging van het rentepercentage is structureel € 495.000. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Beleidskader

Het gemeentelijke financieringsbeleid is erop gericht om:

1. te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn;

2. het beheersen van de risico’s die met deze transacties verbonden zijn;

3. het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen;

4. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

 

De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden, de Wet houdbare overheidsfinanciën en wet verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden. Ook de aanvullende regels vanuit het Treasurystatuut zijn mede bepalend voor het uitvoeren van de financieringsfunctie. In december 2017 heeft de gemeenteraad het Treasurystatuut 2018 - 2021 vastgesteld.

Risicobeheersing - Algemeen

Onder renterisico wordt verstaan de onzekerheid over de hoogte van toekomstige rente uitgaven. Deze onzekerheid geldt alleen voor de nieuw aan te trekken geldleningen. in de periode 2018 - 2022 is rekening gehouden met € 33 miljoen aan nieuwe langlopende geldleningen. Voor de rentekosten is uitgegaan van 1,5%. Risico bij 100% stijging van rentepercentage is structureel € 495.000. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Landelijk gelden er twee andere risicobeheersingsrichtlijnen waaraan de gemeente De Ronde Venen moet voldoen, te weten de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Aan beide normen voldoet de gemeente De Ronde Venen.

Schatkistbankieren

De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Dit behoudens een drempelbedrag wat bepaald is op 0,75% van het begrotingstotaal. Voor De Ronde Venen geldt voor 2019 als drempelbedrag € 750.000. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen mag een gemeente gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU schuld van de collectieve sector. Dit verlaagt namelijk de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, hetgeen zich weer vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.

Samenhang met programma 10 Financiering en algemene dekkingsmiddelen

In programma 10 Financiering en algemene dekkingsmiddelen zijn de saldi opgenomen van het onderdeel ‘Treasury’. Om inzicht te geven in de opbouw van deze saldi voor de jaren 2018 – 2022 is een onderverdeling opgenomen in onderstaande tabel.

 

  2018 2019 2020 2021 2022
Externe rentelasten over de korte en lange financiering 1.452.000 1.254.000 1.332.000 1.211.000 1.216.000
Externe rentebaten over de korte en lange financiering -40.000 -40.000 -39.000 -40.000 -39.000
Totaal door te bereken externe rente 1.412.000 1.214.000 1.293.000 1.171.000 1.177.000
Rente (1,68%) die toegerekend moet worden aan grondexploitaties -243.000 -248.000 -74.000 24.000 0
Rente (1,2%) die toegerekend moet worden aan taakvelden -1.190.000 -1.018.000 -1.167.000 -1.166.000 -1.165.000
Renteresultaat -21.000 -52.000 52.000 29.000 12.000
Dividend -157.000 -182.000 -182.000 -182.000 -182.000
ResultaatTreasury -178.000 -234.000 -130.000 -153.000 -170.000

 

Risicobeheersing - Kasgeldlimiet (renterisico kortlopende financiering)

Voor korte financiering (looptijd tot 1 jaar) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. Dit risico wordt beperkt door een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet financiering decentrale overheden. Dit houdt in dat de omvang van de kortlopende schuld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag zijn. 

 

Binnen de kasgeldlimiet wordt een deel van de financieringsbehoefte afgedekt uit kortlopende leningen (kasgeldleningen). Voor 2019 betekent dit een limietbedrag van € 8,5 miljoen. Gezien de historisch lage rente op kortlopende leningen wordt de kasgeldlimiet goed benut.

Risicobeheersing - renterisiconorm (renterisico langlopende financiering)

Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken wordt jaarlijks een renterisiconorm aangegeven. De jaarlijkse aflossingen en het aantrekken van nieuwe leningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het doel is dat op deze wijze gemeenten hun leningenportefeuille zo moeten spreiden, dat de te lopen renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden verspreid.

 

    2018 2019 2020 2021 2022
             
1 Renteherzieningen 0 0 0 0  
2 Aflossingen 8.747.000 8.233.000 6.990.000 5.720.000 4.465.000
3 Renterisico (1 + 2) 8.747.000 8.233.000 6.990.000 5.720.000 4.465.000
4 Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal) 18.100.000 19.936.000 18.735.000 16.796.000 16.725.000
5 Ruimte onder renterisiconorm (4 min 3) 9.353.000 11.703.000 11.745.000 11.076.000 12.260.000

Onder renteherzieningen wordt verstaan het bedrag aan leningen waarvan op grond van de leningsvoorwaarden de rente in het lopende kalenderjaar eenzijdig door de tegenpartij kan worden herzien. In de leningenportefeuille zijn er geen contracten met een eenzijdige renteherziening door de geldgever.

 

In de afgelopen jaren is de gemeente De Ronde Venen ruimschoots onder de vastgestelde norm gebleven en uit bovenstaand overzicht blijkt dat ook in de periode 2018 - 2022 de norm niet wordt overschreden.

Ontwikkeling langlopende leningen 2018 - 2022

  2018 2019 2020 2021 2022
           
Stand per 1 januari 57.310.000 53.563.000 63.330.000 58.340.000 60.620.000
Nieuwe leningen 5.000.000 18.000.000 2.000.000 8.000.000 0
Aflossingen -8.747.000 -8.233.000 -6.990.000 -5.720.000 -4.465.000
Stand per 31 december 53.563.000 63.330.000 58.340.000 60.620.000 56.155.000

 

Opbouw van de leningenportefeuille

De opbouw van de leningenportefeuille is hierna vermeld per 1 januari 2018 met daarbij het oorspronkelijk bedrag, de geldgever, het laatste jaar van aflossing en het rentepercentage.

 

Oorspronkelijk

bedrag

Geldgever Jaar van laatste aflossing

Rente-

percentage

Omvang per

1 januari 2018

6.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2018 4,550% 600.000
2.268.901 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2018 5,080% 113.000
2.268.901 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2019 5,570% 227.000
6.000.000 ASN Bank N.V. 2019 3,850% 1.200.000
6.000.000 ASN Bank N.V. 2019 3,315% 1.200.000
4.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2019 3,220% 800.000
6.000.000 Nederlandse Waterschapsbank N.V. 2020 3,070% 1.800.000
5.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2020 0,360% 2.750.000
8.000.000 Nederlandse Waterschapsbank N.V. 2021 3,350% 3.200.000
4.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2021 2,635% 1.600.000
5.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2022 2,650% 2.125.000
2.500.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2023 5,045% 1.000.000
1.500.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2024 4,190% 525.000
2.500.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2028 5,035% 1.375.000
11.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2029 1,215% 8.800.000
4.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2031 4,150% 2.240.000
8.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2032 2,745% 6.000.000
4.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 4,560% 2.480.000
6.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 2,800% 4.575.000
10.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2033 2,860% 8.000.000
8.000.000 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2034 2,180% 6.700.000
        57.310.000

 

Berekening geldstromen en toets op de kasgeldlimiet

Een kasstroomoverzicht geeft inzicht in de geldstromen. Deze geldstromen hebben effecten op de omvang van de liquide middelen. Hieronder wordt verstaan het totaal van de kas en banksaldi. De geldstromen van 2018 tot en met 2022 zijn hierna vermeld.

 

Geldstromen (+ = toename en - = afname) en de toets op de kasgeldlimiet
    2018 2019 2020 2021 2022
1 Kas en banksaldi per 1 januari 243.000 -8.300.000 -6.912.000 -5.931.000 -3.940.000
2 Geldstromen:          
  a. operationele activiteiten 1.368.000 8.235.000 10.655.000 4.480.000 4.393.000
  b. investeringsactiviteiten -6.164.000 -16.613.000 -4.684.000 -4.769.000 -532.000
  c. financieringsactiviteiten -3.747.000 9.766.000 -4.990.000 2.280.000 -4.465.000
3 Kas en banksaldi per 31 december -8.300.000 -6.912.000 -5.931.000 -3.940.000 -4.544.000
             
4 Kasgeldlimiet -7.700.000 -8.500.000 -8.000.000 -7.100.000 -7.100.000
  Ruimte binnen kasgeldlimiet (4 - 3)   1.588.000 2.069.000 3.160.000 2.556.000
  Overschrijding kasgeldlimiet (3 - 4) 600.000        

 

Toelichting op de geldstromen

1

Dit betreft de kas en banksaldi per 1 januari van de jaren 2018 tot en met 2022.

2a In de operationele activiteiten zijn onder meer opgenomen de geldstromen uit bouwgronden in exploitatie, de inzet van reserves en voorzieningen, ontwikkelingen in de vorderingen en schulden.
2b Dit betreft de nog uit te voeren investeringen 2018 tot en met 2022.
2c Hieronder zijn opgenomen de aflossingen en het aantrekken van nieuwe geldleningen.
3 Dit betreft de kas en banksaldi per 31 december van de jaren 2018 tot en met 2022.
4 De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal
5 In de afgelopen jaren is de gemeente De Ronde Venen onder de vastgestelde norm gebleven. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat dit ook geldt voor de jaren 2019 tot en met 2022. Voor het jaar 2018 is sprake van een beperkte incidentele overschrijding van het kasgeldlimiet.

Bedrijfsvoering

Samenvatting en inleiding

Ten dienste van onze samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners ontwikkelen we onze organisatie verder in een wendbare, toegankelijke en omgevingsgerichte dienstverlenende organisatie. Een belangrijke component van een wendbare en toegankelijke overheid is digitale dienstverlening. We sturen erop blijvend en adequaat in te spelen op veranderingen in de samenleving en in de wetgeving.

Beleidskader omtrent bedrijfsvoering

De organisatie vertaalt de ambities uit het vastgestelde Coalitieakkoord naar concrete plannen en bijbehorende acties voor de komende vier jaar. Het in 2018 opgeleverde informatiebeleidsplan geeft richting aan de ontwikkeling van de informatievoorziening en ondersteunt de keuzes die de organisatie maakt waar het gaat om een kwalitatief goede informatievoorziening aan onze inwoners. We blijven investeren in onze dienstverlening waarbij er een sterke focus ligt op digitale selfservice en ieder kanaal (mail, telefoon, internet, loket) het goede kanaal is.  Tevens voeren wij alle going concerntaken efficiënt en met kwaliteit uit. 

De veranderende samenleving en de nieuwe taken bijvoorbeeld op het gebied van het Sociaal Domein en de Omgevingswet vragen daarnaast om een andere manier van (digitaal) werken en om andere competenties van onze medewerkers. In hoog tempo verandert de maatschappij naar een digitale wereld en een netwerksamenleving. Om aan te blijven sluiten op de behoeften vanuit de samenleving en de wensen vanuit de organisatie, is digitale wendbaarheid en digitale toegankelijkheid essentieel. Dit vraagt om (door)ontwikkeling en aanpassing van onze ICT omgeving. Hierbij sluiten wij aan op landelijke initiatieven (vanuit de VNG), nieuwe mogelijkheden (bijvoorbeeld cloudcomputing) en zoeken we samenwerking.

Een wendbare, toegankelijke, omgevingsgerichte ambtelijke organisatie is het doel waarnaar wij streven. Dat vraagt om permanente aandacht voor zowel de ontwikkeling van de organisatie als van de individuele medewerker. In het Coalitieakkoord staat als ambitie het nastreven van een compacte ambtelijke organisatie, die ingericht wordt op de hoofddoelstelling van de gemeente. Als werkgever is het belangrijk, zeker in de huidige aantrekkende markt, om medewerkers te boeien en te binden en te investeren in het aantrekken van nieuw talent door ons als een aantrekkelijke werkgever te positioneren. Een belangrijk uitgangspunt is dat alle medewerkers, in alle levensfasen en verschillende werktypes, duurzaam, gezond en veilig werkzaam zijn.

De onderstaande activiteiten en werkwijzen dragen daaraan bij:

Personeel en organisatie

Locatie onafhankelijk en flexibel werken
In hoog tempo verandert de maatschappij naar een digitale wereld, waarin steeds meer mensen ‘mobile devices’ gebruiken om producten en diensten af te nemen en met elkaar te communiceren. Om aan te blijven sluiten op de wensen vanuit de samenleving op dit gebied, vraagt dat om dezelfde digitale wendbaarheid en (mobiele) bereikbaarheid van onze medewerkers. Locatie onafhankelijk werken maakt hier onderdeel van uit.

Gemeentelijke huisvesting
Locatie onafhankelijk en flexibel werken stelt specifieke eisen aan de huisvesting. Nu zich ook in ruimtelijk-economisch verband ontwikkelingen voordoen met betrekking tot het huidige gemeentehuis, wordt in een parallelspoor nagedacht over de huisvesting van de gemeentelijke organisatie.

Kwaliteitsimpuls administratie
Een goede financiële en personele administratie vormt de basis van een goed functionerende organisatie en een goede dienstverlening. Er worden steeds hogere eisen gesteld, vanwege wet en regelgeving, digitalisering, procesverbetering en de wens tot meer sturingsinformatie. Het nieuwe financieel pakket dat volgend jaar gebruikt gaat worden is ingericht om processen te verbeteren om rekeningen sneller te kunnen betalen en meer in control te komen door een verplichtingenadministratie. Er is structureel extra inzet nodig om deze processen te ondersteunen. Volgend jaar is eenmalig extra inzet nodig om tot een goede implementatie te komen.

NB .Ten behoeve van het samenstellen van de jaarrekening 2018 wordt nog gebruik gemaakt van het huidige systeem. Dat betekent dat  het eerste half jaar van 2019 er twee systemen operationeel zijn.

Beheersing capaciteitskosten

Capaciteitskosten zijn de totale kosten die de organisatie maakt aan salarissen, sociale lasten en inhuur. Ons  uitgangspunt  om vaste formatie te bezetten met vast personeel is onverminderd van kracht. De huidige krapte op de arbeidsmarkt vraagt om extra inspanningen om vacatures te vervullen. Wij huren alleen in voor tijdelijke noodzakelijke en/of specifieke deskundigheid. In de afgelopen periode zijn diverse maatregelen getroffen zoals het doen van aanpassingen in de processen, het toepassen van specifieke controleacties en snelle en volledige verwerkingen in de administraties. Frequente afstemming en rapportages ondersteunen de beheersing van deze kosten. Een integrale koppeling van met name de salarisadministratie met het nieuwe financiële systeem moet hieraan bijdragen. In 2019 staat de aanpassing van het inkoopproces, gekoppeld aan een verplichtingenregistratie met betrekking tot de inhuur van personeel op de rol.

Frictiekosten
De veranderende samenleving, de decentralisaties in het Sociale Domein, de invoering van de omgevingswet en de verdere digitalisering vergen veel van de organisatie. Het coalitieakkoord draagt de organisatie op mee te ontwikkelen. Daartoe zijn cultuurontwikkeling en kwaliteitsverbetering van de organisatie noodzakelijk. Echter, niet iedereen zal daarin mee kunnen komen. Wij zijn het aan onze medewerkers verplicht om daar waar voor hen geen mogelijkheden meer zijn de helpende hand te bieden. Daarnaast hebben we helaas te maken met een aantal langdurig zieke personen, van wie de werkzaamheden (deels) moeten worden overgenomen en die zelf ook betaald krijgen. Een aanvullend budget voor frictiekosten is daarmee de komende drie jaar noodzakelijk.

Inwerkingtreding Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra)

De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) regelt dat de huidige publiekrechtelijke rechtspositie van ambtenaren wordt omgezet in een privaatrechtelijke. Het proces daarnaar toe omvat juridische, personele en organisatorische aspecten. Ook de medezeggenschap (Ondernemingsraad) en de rol van de vakbonden (in het Georganiseerd Overleg) wijzigt. De organisatie moet in 2019 stappen zetten in de overgang van o.m. het publiekrecht naar het privaatrecht, van CAR/UWO naar CAO Gemeenten, van aanstelling naar arbeidsovereenkomst en van Georganiseerd Overleg naar Ondernemingsraad. Wij maken daarbij gebruik van de ondersteuning die de VNG ons biedt. De overgang wordt projectmatig vormgegeven en vraagt om extra incidentele inzet van capaciteit.

Strategische Personeelsplanning
Met behulp van de Strategische Personeelsplanning (SPP)  is meer inzicht verkregen in de kennis en kunde van het huidige personeel.
Hiermee spelen we in op de gewenste en noodzakelijke veranderingen door specifieke competenties van medewerkers in te zetten en verder te ontwikkelen. Ook voor de komende jaren zetten wij dit belangrijke instrument in om optimaal de kwaliteiten van onze medewerkers tot hun recht te laten komen.

Aantrekkelijk werkgeverschap

Wij willen een aantrekkelijke werkgever zijn die zichtbaar en herkenbaar is.
Arbeidsmarktcommunicatie is daarin een belangrijk middel. Juist nu het economisch goed gaat en de vraag naar arbeid groot is, is een goede, eigentijdse arbeidsmarktcommunicatie belangrijk. Voor ontwikkeling en verbetering van de arbeidsmarktcommunicatie is extra budget nodig. Wij blijven kansen bieden aan mensen die moeite hebben zich een plaats in de arbeidsmarkt te verwerven. Wij doen dat door middel van garantiebanen, werkervaringsplaatsen, zoals bijvoorbeeld traineeships en bieden herintreders de mogelijkheid ervaring op te doen. 

Medewerker tevredenheidsonderzoek
Er wordt sinds 2013 iedere twee jaar een medewerker tevredenheidsonderzoek (MTO) gehouden. Een MTO levert de organisatie informatie op over de wijze waarop medewerkers enerzijds tegen de organisatie aankijken en anderzijds hun eigen functioneren binnen de organisatie ervaren. Het MTO geeft de organisatie feedback op de eigen ontwikkeling en verbeterrichting. Het eerstkomende MTO vindt in oktober/november 2018 plaats en we voeren de acties die eruit voort komen in 2019 uit.

Ziekteverzuimbeleid
Wij voeren continu een actief ziekteverzuimpreventiebeleid. Dit gebeurt middels trainingen voor het management waarbij het van belang is signalen te herkennen en daarover tijdig het gesprek met de medewerker te voeren. In het geval van langdurig zieken wordt begeleiding geïntensiveerd en wordt er nadrukkelijk naar mogelijkheden gekeken voor het verrichten van arbeid. Als er sprake is van uitval, zorgen wij voor goede re-integratiebegeleiding. Uitval door ziekte is nooit te voorkomen, maar wij streven naar een ziekteverzuimpercentage dat in 2019 onder de 4,5% uitkomt.

Overgang naar HR21
In 2018 is gestart met modernisering van het Functiebeschrijving en –waarderingssysteem door middel van invoering van HR21. Dit systeem is in opdracht van de VNG ontwikkeld en wordt inmiddels in veel gemeenten toegepast. In 2019 wordt het nieuwe systeem operationeel. Voor het beheer van HR21 worden medewerkers opgeleid en gecertificeerd.

De invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming

De invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming in 2018 betekent onder meer dat we nog beter zicht hebben gekregen op de persoonsgegevens die de gemeente verzamelt, opslaat en deelt. In zogenaamde verwerkersovereenkomsten zijn afspraken gemaakt met derden, die namens ons deze gegevens gebruiken. In 2019 geven we verdere uitvoering aan deze Verordening.

Automatisering (ICT)

Stand van zaken en ontwikkelingen Informatievoorziening

Goede informatievoorziening is van essentieel belang voor het verder verbeteren van onze bedrijfsvoering en dienstverlening. Hiervoor is in 2018 het informatiebeleidsplan opgesteld.

 

Hiertoe worden in 2019 de volgende acties uitgevoerd:

 

1.Continuering implementatie zaakgericht werken

In 2018 is verder gewerkt aan de implementatie van zaakgericht werken en zijn de processen van de afdeling Sociaal Domein opgepakt. In 2019 worden de laatste processen vanuit deze afdeling geïmplementeerd. Ook wordt in 2019 een keuze gemaakt welke processen  hierna worden geïmplementeerd.

 

2. Doorontwikkeling digitaal (samen)werken / digitaal archiveren

De gemeente De Ronde Venen geeft hoge prioriteit aan het digitaal werken en digitaal samenwerken, hetgeen wordt ondersteund door de koers van de gehele overheid op dit terrein (zie programma Digitale Overheid 2017 en Digitale Agenda 2020). Het digitaal werken biedt de organisatie veel mogelijkheden: verbindingen met collega’s worden sneller gelegd, informatie wordt sneller gedeeld en de locatie van de werkplek is minder relevant. Bovengenoemde aspecten zijn gericht op de interne samenwerking. Ook de samenwerking met externen (inwoners, ketenpartners, medeoverheden) wordt meegenomen. Een digitaal samenwerkingsplatform kan het (digitaal) samenwerken maximaal faciliteren. In 2019 wordt voor de interne samenwerking onderzocht welke behoeften er zijn. Voor de samenwerking met  externen worden in 2019 de pilots (METT en Buurboek), die in 2018 zijn gestart, geëvalueerd. Samen met de interne behoefte wordt onderzocht wat passende oplossingen zijn. Verder moet worden bepaald hoe onze organisatie de komende jaren om gaat met documentmanagement, dossiervorming, opslag en ontsluiting. Een van de onderdelen hierbij is de aansluiting op een e-Depot. Een e-Depot is bedoeld om de digitale informatie te beheren, te bewaren en te ontsluiten. Dit geldt ook voor informatie die permanent moet worden bewaard. Eind 2018 wordt (in samenwerking met RHC) gestart met de uitvoer van een pilot e-Depot, in 2019 beoordelen we de resultaten van deze pilot om hiermee een vervolg te kunnen bepalen.

 

3. Opleveren informatiebeheerplan

Een Informatiebeheerplan is een beleids-, kwaliteits- en beheersinstrument voor de informatiehuishouding binnen de gemeente. Het geeft richting aan het uitvoeren van het informatiebeleid, zoals dit is opgenomen in het informatiebeleidsplan. Het beheerplan biedt een duidelijk kader om toezicht te houden op een verantwoord informatiebeheer.

 

4.Telefonie (vast en mobiel):

We doen in VNG-verband mee aan de aanbesteding(en) van de telefooncentrale in relatie tot aanbesteding mobiele telefonie. De financiële impact hiervan wordt in 2019 duidelijk. In het coalitieakkoord is aangegeven dat we de komende periode overgaan op mobiele telefoons voor alle medewerkers. Voor de aanschaf van de benodigde mobiele telefoons en het beheer van de mobiele devices is in 2019 budget nodig (zie hiervoor het overzichtincidentele beleidsontwikkelingen in de aanbiedingsnota).

 

5. Continuering uitvoering BIG (Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten) het adequaat houden van de informatiebeveiliging is een continue proces  dat vraagt om constante aandacht. We rapporteren hierover via de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit).

 

6. Verdere professionalisering van de ICT processen.

Het gaat hierbij over de processen aan de automatiseringskant, zoals wijzigingsbeheer en contractbeheer. Daarnaast is het van belang om aansluiting te maken met de behoeften vanuit de organisatie en het realiseren van (technische) oplossingen die passend zijn binnen de architectuur.

Doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken 2019

De gemeente heeft de verplichting om regelmatig doelmatig- en doeltreffendheidsonderzoeken uit te voeren. In 2019 zal onderzoek worden gedaan naar de externe inhuur en de P&C-processen.

Interbestuurlijk toezicht

Een van de kerntaken van de provincie is toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit gebeurt risicogericht, proportioneel, op afstand waar het kan, ingrijpen waar het moet. 

De provincie Utrecht houdt toezicht op de gemeente De Ronde Venen op de beleidsterreinen:

  • Financiën
  • Omgevingsrecht
  • Archiefwet
  • Huisvesting vergunninghouders

 

De provincie Utrecht publiceert de resultaten van het interbestuurlijk toezicht op internet. De resultaten zijn te vinden op https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/interbestuurlijk-toezicht/.

Financiën bedrijfsvoering 2019

In de onderstaande overzichten zijn de financiën ten aanzien van de bedrijfsvoering weergeven in de terminologie zoals het BBV voorschrijft. Ter verduidelijking geven we eerst een toelichting op de gebruikte termen in het BBV.

 

Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (capaciteitskosten), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten (zoals meubilair) die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.

 

Capaciteitskosten zijn de totale kosten die de organisatie maakt aan salarissen, sociale lasten en inhuur.

 

Overhead betreft alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Een groot deel hiervan bestaat uit capaciteitskosten van medewerkers van ondersteunende afdelingen en van leidinggevenden. Daarnaast zijn er kosten voortkomend uit ondersteunende taken die gedekt worden uit voor die taken opgenomen budgetten, zoals het ICT-budget. Dit noemen we overige overhead.

 

 

Overzicht apparaatskosten

Rekening 2017

 Begroting 2018

Begroting 2019

 

 

 

 

Capaciteitskosten alle taakvelden excl. overhead

12.371.000 13.380.000 13.134.000

Capaciteitskosten overhead

7.743.000

8.246.000

8.722.000

Totaal capaciteitskosten

 20.114.000

21.626.000 

21.856.000

Overige overhead

4.145.000

4.829.000

5.294.000

Totaal apparaatskosten

 24.259.000

 26.455.000

27.150.000

 

Analyse Capaciteitskosten

Begroting 2018

Mutatie 2018

Begroting 2018 na wijziging

Mutatie 2019

Begroting 2019

€ 21.626.000

€ 436.000

€ 22.062.000

€ - 206.000

€ 21.856.000

Toelichting:
Mutatie 2018
De capaciteitskosten zijn in 2018 verhoogd door het raadsbesluit omtrent het in dienst nemen van het personeel van het Werkcentrum € 436.000. Dit betrof een budget neutrale wijziging die is gecompenseerd vanuit de budgetten binnen het Sociaal Domein.

 

Mutatie 2019
De capaciteitskosten in 2019 dalen met € 206.000 ten opzichte van de begroting 2018 na wijziging. In het onderstaande overzicht zijn de mutaties weergegeven:

 

Mutaties (- = voordeel / + = nadeel)  
Kadernota 2016 t/m 2019 (vervallen incidentele budgetten) - € 660.000
Gevolgen functieherwaardering HR21  € 109.000
Overplaatsing personeel naar ODRU - € 658.000
Overname personeel PAUW € 268.000
Periodieke salarisstijging € 178.000
Stijging reiskosten                                                                                             € 32.000
Verwachte CAO ontwikkeling 2019                                                                             € 604.000
Nieuwe beleidsontwikkelingen begroting 2019                                                     € 330.000
Kosten voormalig personeel                                                                           

- € 89.000

Verlaging kosten inhuur                                                                                  - € 320.000
Totaal mutaties - € 206.000

 

De totale kosten van overhead zijn vanaf 2017 weergegeven op het taakveld overhead in programma 9. Het overzicht van de financiën met betrekking tot overhead staat hieronder.

 

Overzicht overheadskosten

Begroting 2019

 

 

Informatievoorziening en ICT

3.163.000

Opleidingen, ARBO en werving & selectie

786.000

Facilitaire zaken en huisvesting

663.000

Regionaal inkoopbureau

159.000

Financiële administratie

131.000

Juridische zaken

119.000

Communicatie

180.000

Bestuurszaken en bestuursondersteuning

93.000

Totaal overige overhead

5.294.000

Capaciteitskosten overhead

8.722.000

Totaal kosten overhead

14.016.000

Beleidsindicatoren bedrijfsvoering

Voor een toelichting wordt verwezen naar domein 3: indicatoren BBV.

 

  Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019
       
Formatie in fte's 287,54 303,3 301,3
Aantal inwoners 42.673 43.620 44,480
Formatie per 1.000 inwoners  6,7 7,0  6,8
       
Bezetting in fte's 248,88 266,2 254
Aantal inwoners 42.673 43.620 44,480
Bezetting per 1.000 inwoners  5,8 6,1  5,7
       
Apparaatskosten € 24.259.000 € 26.455.000 € 27.150.000
Aantal inwoners 42.673 43.620 44,480
Apparaatskosten per inwoner  € 568 € 606  € 610
       
Kosten inhuur externen € 6.017.000 € 643.000 € 323.000
Totaal loonsom + kosten inhuur € 20.114.000 € 21.626.000 € 21.856.000
Percentage kosten inhuur externen t.o.v. loonsom  30% 2,97%  1,48%
       
Kosten overhead
€ 11.888.000 € 13.075.000 € 14.016.000
Totaal lasten
€ 92.534.000 € 97.241.000 € 102.960.000
Percentage overhead t.o.v. totaal lasten
 13% 13,45%  13,61%

 

Verbonden partijen

Samenvatting

De gemeente heeft bestuurlijke en financiële belangen in meerdere gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen.

In 2019 heeft de gemeente in twintig verbonden partijen bestuurlijke en financiële belangen.

Beleidskader omtrent verbonden partijen

Voor de uitvoering van het beleid wordt samenwerking opgezocht met andere partijen. De gemeente heeft bestuurlijke en financiële belangen in meerdere gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen. De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de mate van verbondenheid en beschrijft belangrijke ontwikkelingen.

 

Een Verbonden Partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft.

Bestuurlijk belang is zeggenschap, ofwel via vertegenwoordiging in het bestuur ofwel via stemrecht. Er is sprake van bestuurlijk belang als een bestuurder of een ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt.

Een financieel belang is een aan de Verbonden Partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de Verbonden Partij failliet gaat, ofwel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de Verbonden Partij haar verplichtingen niet nakomt.

In de Gemeentewet staat in artikel 160, lid 2 een bepaling voor het aangaan van verbonden partijen. Deze bepaling luidt als volgt: “Het college besluit slechts tot de oprichting van en deelnemingen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. Ook het besluit tot beëindiging van verbonden partijen wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen.  

 

In de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de bevoegdheden opgenomen voor het aangaan of beëindigen van een gemeenschappelijke regelingen. Hiervoor geldt dat de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters niet over gaan tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Dit geldt ook voor het wijzigen of het uittreden uit een regeling.

Gemeenschappelijke regelingen

De gemeenschappelijke regelingen voeren verschillende taken en regelingen uit namens de gemeente. Per gemeenschappelijke regeling zijn gegevens opgenomen over:

  • De vestigingsplaats van de gemeenschappelijke regeling;
  • Een toelichting op het openbaar belang;
  • Aan welk programma de verbonden partij een bijdrage levert;
  • Welke deelnemers uitmaken van de gemeenschappelijke regeling;
  • Eventuele financiële risico’s die van invloed zijn op onze financiële positie;

Financiële gegevens  van de gemeenschappelijke regelingen zijn opgenomen in een totaaloverzicht "Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen".  Dit betreft onder andere de gemeentelijke bijdrage, de omvang van het eigen vermogen (EV) en de omvang van het vreemd vermogen (VV). Deze twee vormen samen het balans totaal. Hierbij dient te worden opgemerkt dat EV en het VV moeten worden beoordeeld in relatie tot de totale omvang van de balans.

01. Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang De VRU behartigt de belangen van de gemeenten op de volgende terreinen:de brandweerzorg; de organisatie van de Geneeskundige Hulpverlening Organisatie in de Regio (GHOR), de rampenbestrijding en crisisbeheersing en tot slot de meldkamer. Daarnaast heeft de VRU de zorg voor een adequate samenwerking met politie en de regionale ambulancevervoersvoorziening ten aanzien van onder meer de gemeenschappelijke meldkamer; een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing
Programma 01. Openbare orde en veiligheid
Deelnemers De 26 Utrechtse gemeenten
Financiële risico's -

 

02. Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Het belang van de deelnemers bij de intergemeentelijke openluchtrecreatie en de bescherming van natuur en landschap
Programma 5. Cultuur, recreatie en sport
Deelnemers gemeenten De Bilt, De Ronde Venen, Houten, Lopik, Stichtse Vecht, Nieuwegein, Utrecht, Woerden en IJsselstein, alsmede provinciale Utrecht
Financiële risico's

1. Aanbesteding en voortgang vervangen beschoeiingen VVP

De aanbesteding van de 1e tranche is geweest. Het bedrag per meter is hoger uitgevallen dan in het Toekomstplan was berekend. Daar tegenover staat dat we door de verkoop van legakkers minder meters hoeven te beschoeien. De verwachting is dat de aanbesteding voor de 2e tranche aanzienlijk hoger zal uitvallen als de 1e tranche. Dit heeft onder andere met de aantrekkende markt en kostenstijging van materiaal e.d. te maken. In 2018 is de planning dat er een aangepaste meerjarenbegroting  wordt opgesteld die hier meer duidelijkheid over zal geven.

2. Ondervangen van wegvallende bijdrage gemeente Amsterdam

Het wegvallen van de bijdrage van de gemeente Amsterdam aan beheer en onderhoud van het gebied Vinkeveense Plassen dient te worden ondervangen door extra inkomsten te genereren en kosten voor beheer en onderhoud te verlagen. Om die reden is er een Toekomstplan vastgesteld en een programmamanager aangesteld. Het risico bestaat dat extra inkomsten tegenvallen en kosten voor beheer en onderhoud niet verlaagd kunnen worden.

03. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht

 

Vestigingsplaats Zeist
Openbaar belang De gemeente is wettelijk verplicht een Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in te stellen en in stand te houden. De GGDrU is een gemeenschappelijke regeling en werd in 2013 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Voordien nam de gemeente Utrecht niet deel (had een eigen GGD). Namens de gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling GGDrU de gemeentelijke verplichtingen uit de Wet Publieke Gezondheid uit. Het gaat om de organisatie van gezondheidszorg bij rampen, i.s.m. andere veiligheidsorganisaties. Ook gaat het om voorkomen en bestrijding van ziekte-epidemieën. De Jeugdgezondheidszorg 0 tot 19 is ook een taak van de gemeente die bij de GGD is neergelegd. Tenslotte heeft de GGD de taak de gezondheidstoestand te monitoren. Met de cijfers die dat oplevert kunnen gemeenten zien welke problemen in hun gebied extra aandacht nodig hebben. In onze gemeente is relatief veel overgewicht en wordt relatief veel alcohol gedronken, ook door jongeren. Daarnaast heeft de GGDrU taken in het kader van de Wet Kinderopvang, namelijk de inspectie van kindercentra.
Programma 6. Sociaal domein
Deelnemers De provincie Utrecht en de 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht
Financiële risico's -

04. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

 

Vestigingsplaats Soest
Openbaar belang De AVU is een gemeenschappelijke regeling en werd in 1984 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Namens de gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling AVU de regie op de overslag, het transport, de bewerking en de verwerking van het door de inwoners van de provincie Utrecht aangeboden huishoudelijk afval. Daarnaast is in 1995 een NV opgericht waarvan de gemeenschappelijk regeling AVU de enige aandeelhouder is. De N.V. AVU biedt de mogelijkheid tot maatwerkcontracten waaraan niet alle gemeenten behoeven deel te nemen.
Programma 7. Milieu en duurzaamheid
Deelnemers De provincie Utrecht en de 26 gemeenten binnen de provincie Utrecht
Financiële risico's

1.Nieuw beleid van de rijksoverheid in de vorm van belastingmaatregelen, dat van invloed is op verwerkingstarieven.

2. Discontinuïteit in afvoer en verwerking van huishoudelijk rest en gft-afval, dat kan leiden tot kortdurende inzet van middelen.

De kans van optreden wordt als zeer klein ingeschat. Daarom heeft de AVU geen buffer. Indien tegenvallers zich toch zouden voordoen worden deze direct verrekend met de deelnemende gemeenten.

05. Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

Vestigingsplaats Breukelen
Openbaar belang Het gezamenlijk uitvoeren van de Archiefwet 1995 en het stimuleren van de lokale en regionale geschiedbeoefening en het daartoe aanleggen, beheren en bewaren van een zo compleet mogelijke collectie bronnenmateriaal op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis.
Programma 9. Bestuur en ondersteuning
Deelnemers De gemeenten Stichtse Vecht, De Bilt, Weesp en De Ronde Venen
Financiële risico's -

06. PAUW Bedrijven (in liquidatie)

Vestigingsplaats Breukelen
Openbaar belang Het (doen) uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening binnen het werkgebied alsmede het adviseren van de gemeenten inzake de sociale werkvoorziening en de daarmee verband houdende vraagstukken.
Programma 6. Sociaal domein
Deelnemers De gemeenten Lopik, Nieuwegein, De Ronde Venen, Stichtse Vecht, Vianen, IJsselstein
Financiële risico's In 2019 vindt de afwikkeling van het liquidatieplan plaats. Vanaf 1-1-2019 betekent dit dat er geen gemeenschappelijke regeling meer is met PAUW-bedrijven. Vanuit het liquidatieplan is er een batig saldo begroot wat na liquidatie wordt verdeeld over de deelnemende gemeenten. Voor De Ronde Venen betreft dit een bedrag van € 95.000. Hiermee is rekening gehouden in deze programmabegroting 2019. Indien er tussentijdse omstandigheden plaatsvinden kan de hoogte van dit bedrag wijzigen.

07. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU)

Vestigingsplaats Utrecht
Openbaar belang Het behartigen van de belangen van de gemeenten tezamen en van elke deelnemende gemeente afzonderlijk op het gebied van omgeving in de ruimste zin
Programma 7. Milieu en duurzaamheid / 8. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
Deelnemers De gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vianen, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist
Financiële risico's

De implementatie en de uitvoering van de Omgevingswet. De omvang van dit risico staat als pm opgenomen in de programmabegroting 2019 van de ODRU vanwege het ontbreken van inzicht in de impact voor de bedrijfsvoering van de ODRU.

08. Regionale Sociale Recherche Nieuwegein

Vestigingsplaats Nieuwegein
Openbaar belang Het uitvoeren van strafrechtelijke en bestuursrechtelijke onderzoeken in verband met fraude met gemeentelijke uitkeringen.
Programma 6. Sociaal domein
Deelnemers De gemeenten De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Stichtse Vecht, Nieuwegein, Vianen en Woerden (incl. Oudewater en Montfoort).
Financiële risico's -

09. Amstelland Meerlanden overleg

Vestigingsplaats Haarlemmermeer
Openbaar belang

Het Amstelland-Meerlandenoverleg (AM) fungeert als platform, waardoor de zeven deelnemende gemeenten elkaar op diverse terreinen snel en effectief kunnen vinden wanneer dat nodig is. Het gebied van AM vormt de zuidflank van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en is aangewezen als een deelregio binnen MRA. Het platform wordt benut om de gezamenlijke belangen van het AM-gebied te behartigen in de MRA en in de vervoersregio Amsterdam.

Programma 9. Bestuur en ondersteuning
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn, De Ronde Venen, Aalsmeer en Haarlemmermeer.
Financiële risico's -

10. Gemeentebelastingen Amstelland

Vestigingsplaats Amstelveen
Openbaar belang Het vormen van een gemeenschappelijke ambtelijke belastingorganisatie die belast is met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen alsmede de Uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken
Programma 10. Financiering en algemene dekkingsmiddelen
Deelnemers De gemeenten Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn en De Ronde Venen. De gemeente Aalsmeer is ook een rechtstreekse deelnemer van de gemeenschappelijke regeling “Gemeentebelastingen Amstelland”.
Financiële risico's -

 

Financiële gegevens van de gemeenschappelijke regelingen

Naam Financieel resultaat 2017 Eigen vermogen 2017 Vreemd vermogen 2017 Bijdrage 2017 Bijdrage 2018 Bijdrage 2019
01. Veiligheidsregio Utrecht 233.000 6.943.000 30.041.000 2.243.000 2.332.000 2.451.000
02. Recreatieschap Stichtse Groenlanden
539.000 2.533.000 2.680.000 445.000 455.000 463.000
03. Gezondheidsdienst Regio Utrecht 117.000 2.756.000 11.823.000 1.339.000 1.356.000 1.439.000
04. Afvalverwijdering Utrecht (AVU) 150.000 539.000 14.912.000 1.145.000 830.000 1.018.000
05. Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen 6.000 109.000 128.000 179.000 181.000 259.000
06. PAUW Bedrijven (in liquidatie) -337.000 1.839.000 4.872.000 1.579.000 1.604.000 0
07. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU), Milieu 238.000 1.045.000 6.337.000 1.045.000 1.038.000 1.150.000
07. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU), Vergunning Toezicht Handhaving (VTH)       - - 1.269.000
08.  Regionale Sociale Recherche Nieuwegein n.v.t. n.v.t. n.v.t. 49.000 52.000 52.000
09. Amstelland Meerlanden overleg n.v.t. n.v.t. n.v.t. 4.000 4.000 4.000
10. Gemeentebelastingen Amstelland n.v.t. n.v.t. n.v.t. 689.000 765.000 785.000

Deelnemingen

Naast de gemeenschappelijke regelingen zijn er twee deelnemingen.

 

11. N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

De gemeente bezit 37.323 aandelen van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De raming 2019 voor dividend bedraagt € 52.000.  Deze opbrengst is opgenomen in programma 10 “Financiering en algemene dekkingsmiddelen”, onderdeel “Financiering”.

12. N.V. Vitens

De gemeente heeft 40.426 aandelen Vitens. De raming 2019 voor dividend bedraagt € 130.000.  Deze opbrengst is opgenomen in programma 10 “Financiering en algemene dekkingsmiddelen”, onderdeel “Financiering”.

16. Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond en Kennemerland (RIJK)

Het doel van deze samenwerking is het verhogen van de kwaliteit en het proces van de inkoop, hetgeen moet resulteren in een professionalisering van het inkoopproces en het verkrijgen van financieel voordeel bij inkopen voor de gemeenten. Hiertoe wordt bij inkoop zoveel mogelijk ingezet op het gezamenlijk inkopen door meerdere deelnemers. Om dit te bereiken wordt jaarlijks vooraf door iedere deelnemende gemeente een inkoopplan opgesteld. Bij inkoop en aanbesteding maakt de gemeente De Ronde Venen gebruik van de diensten van de stichting Regionaal inkoopbureau IJmond en Kennemerland (RIJK). Hiertoe is in augustus 2014 een samenwerkingsovereenkomst gesloten waarin de toetreding en de samenwerking is uitgewerkt. Door de toetreding is de gemeente lid van het algemeen bestuur van de stichting.  De bijdrage in 2019 is geraamd op € 159.000. 

17. Veiligheidshuis Utrecht

In het Veiligheidshuis werken de aangesloten organisaties op één fysieke plek samen om preventie, repressie en nazorg naadloos op elkaar te laten aansluiten. Het doel: recidive voorkomen, leefomstandigheden verbeteren en het structureel aanpakken van achterliggende problemen bij de verdachte. De gemeente is in 2016 indirect vertegenwoordigd in het bestuur van het Veiligheidshuis. De bijdrage in 2019 is geraamd op € 21.000. 

18. Marickenland

Marickenland is een gezamenlijk project van de provincie Utrecht, gemeente De Ronde Venen, Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (Waternet) en Staatsbosbeheer. In bestuurlijk overleg tussen deze instanties zijn afspraken gemaakt over het vervolg van de samenwerkingsovereenkomst Marickenland. In 2018 is gestart met het uitwerken van de plannen voor natuur en recreatie in Marickenland.

Over de besteding van het gemeentelijke saldo op de gezamenlijke projectrekening bij het Nationaal Groenfonds vindt nader overleg plaats met  provincie en waterschap. Een gedeelte van dit saldo is in 2017 besteed aan de aankoop van een kavel grond in Marickenland-west, waarvan het grootste deel wordt ingezet voor invulling van de waterbergingsopgave in de polder Groot Mijdrecht. Het gemeentelijke saldo bedraagt nog circa € 760.000.

19. Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Bij de samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) functioneert de VNG als een vraagbaak voor de gemeente en faciliteert met bijvoorbeeld modelverordeningen. Ook is zij gesprekspartner voor de Rijksoverheid op onderwerpen die alle gemeenten aangaan – vaak medebewindstaken.

20. Stichting Mooisticht

Stichting MooiSticht geeft onafhankelijk monumenten- en welstandsadvies bij ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente vraagt hen om advies bij lastige kwesties en complexe vraagstukken. In de commissie zitten ervaren en onafhankelijke professionals in de architectuur, bouwhistorie, landschapsarchitectuur en stedenbouw. Het advies dat zij geven is niet-bindend. De gemeente blijft bevoegd gezag en kan het advies naast zich neerleggen.

Overige verbonden partijen

Naast de gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen kent de gemeente ook overige verbonden partijen.

13. Gebiedsprogramma Utrecht-West

Uitvoering wordt gegeven aan het Gebiedsprogramma voor de periode 2016 – 2019 en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Dit betreft landbouw, bodem en water, natuur, recreatie en energie, zowel binnen gebiedsprojecten als voor specifieke doelen in het gehele gebied. De gemeente is vertegenwoordigd in de gebiedscommissie. De financiële bijdrage voor 2019 is geraamd op € 10.000.

14. Bestuursovereenkomst project N201+

De doelstelling van het project N201+ is het leveren van een bijdrage aan het oplossen van bereikbaarheids- en leefbaarheidsproblemen in de regio en het vergroten van de verkeersveiligheid, door omlegging van de huidige N201 en een verbeterde aansluiting van de N201 op het rijkswegennet. In mei 2014 is het aquaduct onder de Amstel en de omlegging Amstelhoek opengesteld. Dit wegdeel vormde de laatste schakel van de om te leggen N201. Door de openstelling is de omlegging van de N201 zelf gerealiseerd. Aansluitend is de afronding van de deelaansluitingen, Amstelhoek in juni 2017 afgerond. De werkzaamheden zijn gerealiseerd en bekostigd vanuit het project N201+.

Beëindiging van de bestuursovereenkomst vindt plaats nadat de provincie Noord-Holland de financiële afrekening van het totale project heeft opgesteld. De geluiden zijn dat de kosten binnen de projectbegroting blijven. Voor 2019 is in de gemeentelijke begroting daarom geen bijdrage opgenomen. Het is nog niet duidelijk wanneer de provincie Noord-Holland de Realisatieovereenkomst formeel gaat beëindigen.

15. Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen

Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen staat voor het bevorderen van het ongestoorde gebruik van goederen en zaken op het bedrijventerrein De Ronde Venen door de bij de stichting aangesloten ondernemingen. De gemeente is bestuurlijk vertegenwoordigd in het algemeen bestuur van de stichting.

Grondbeleid

Samenvatting grondbeleid 2019

Grondbeleid is voor de raad om twee redenen van belang. In de eerste plaats vanwege de relatie met de doelstellingen van de programma’s en in de tweede plaats vanwege het financiële belang en de risico’s. Deze paragraaf beschrijft de visie op het gemeentelijk grondbeleid, de uitvoering daarvan, de financiële resultaten en de risico’s.

 

Deze paragraaf kent twee onderdelen:

1. De bouwgronden in exploitatie

2. Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

Beleidskader omtrent grondbeleid

Allerlei ontwikkelingen op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied hebben invloed op het grondbeleid van de gemeente. De woningmarkt heeft de afgelopen periode veel beweging gekend.  De nota grondbeleid 2018 - 2021, vastgesteld op 22 februari 2018, bevat een actualisatie van het grondbeleid. Uitgangspunt van het beleid is een regisserende houding binnen het faciliterende grondbeleid. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als aankoop of het dragen van kosten noodzakelijk is om een maatschappelijk gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.

 

De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken) alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Van de bouwgronden in exploitatie zijn actuele grondexploitaties aanwezig. Zodra sprake is van een verwacht verlies dan wordt daarvoor een verliesvoorziening getroffen, die op de voorraden in mindering wordt gebracht.

 

Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn het toerekeningbeginsel , het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten. Baten en lasten – en het daaruit vloeiende resultaat – moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat (de verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd, maar gedurende de looptijd van het project tot stand komt en ook als zodanig moet worden verantwoord. Het verantwoorden van tussentijdse winst is daarmee geen keuze maar een verplichting die voortvloeit uit het realisatiebeginsel. Bij het bepalen van de tussentijdse winst is het wel noodzakelijk de nodige voorzichtigheid te betrachten. Hierdoor wordt de winst genomen naar rato van de voortgang van het complex (POC-methode; percentage of completion methode).

 

De winsten en verliezen van de grondexploitaties worden via resultaatbestemming verrekend met de algemene reserve.

Bouwgronden in exploitatie - wat willen we bereiken in 2019?

Conform de regelgeving van het Besluit Begroting Verantwoording en de gemeentelijke nota Grondbeleid vindt jaarlijks de actualisatie van de grondexploitaties plaats. 

De grondexploitaties zijn een financiële weergave van eerder genomen besluiten, waarbij de voortgang van de projecten is verwerkt en de onderliggende aannames van kosten, opbrengsten en parameters zijn geactualiseerd. Op drie momenten in het jaar wordt de raad geïnformeerd over de voortgang van de bouwgrondexploitaties. Bij de actualisatie en twee maal een voortgangsrapportage.

Bij besluit van 30 mei 2018 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde grondexploitaties 2018 vastgesteld. Op basis van dit raadsbesluit is voor het onderdeel bouwgronden in exploitatie in programma 8 Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting de programmabegroting 2019 (incl. meerjarenperspectief) opgesteld.

 

In 2019 zijn er 3 actieve grondexploitaties, te weten De Maricken, Land van Winkel en Stationslocatie Mijdrecht (Vinkeveld wordt per 31 december 2018 afgesloten).

 

Financieel beeld

De boekwaarde van de voorraad bouwgrond in exploitatie wordt per 1-1-2019 geraamd op €  14,8 miljoen.

De winstprognose bij de actualisatie 2018 bedraagt € 12,2 miljoen. Vanuit de aangepaste BBV-regels is tussentijdse winstneming van toepassing op de projecten De Maricken en Land van Winkel. In 2017 bedroeg de tussentijdse winstneming  € 4,9 miljoen. In de jaren 2018 - 2021 wordt € 7,3 miljoen (€ 12,2 mln. minus € 4,9 mln.) aan winst geprognosticeerd naar rato van de voortgang van het project.

De verliesvoorziening bouwgronden in exploitatie bedraagt € 4.190.000  en dekt het nadelig exploitatieresultaat van de Stationslocatie Mijdrecht af.

 

Risico's

Risicoanalyses worden binnen de projecten op een gestructureerde manier aangepakt. Risico's worden geïnventariseerd en waar mogelijk voorzien van een beheersmaatregel. Niet alle risico's vertalen zich in directe tegenvallers. Bij winstgevende grondexploitaties gaan de risico's in eerste instantie ten koste van de winst. Bij een verliesgevende exploitatie is een buffer nodig binnen het weerstandsvermogen van de gemeente.

Bouwgronden in exploitatie - stand van zaken De Maricken

Het project De Maricken voorziet in de bouw van circa 500 woningen. Het overgrote deel van de woningen van fase 1 t/m fase 3 is gereed en bewoond. Het gaat hier met name om de woningen uit de goedkope categorie (koop en huur). Daarnaast is een klein aantal woningen uit het middendure en duurdere segment gerealiseerd en verkocht. Het woningbouwprogramma voor het middengebied is aangepast van minder duurdere 2 kappers naar meer ruimte voor rijwoningen en een kleiner type 2-onder-1 kapwoning. Er zijn afspraken met de ontwikkelaar gemaakt over de ontwikkeling van 38 beneden- en bovenwoningen en 49 appartementen. In 2018 worden deze kavels door de gemeente geleverd. Direct daarna start de projectontwikkelaar met de bouw.

Medio 2018 start de gemeente met het bouwrijpmaken van het middengebied. Deze kavels van het middengebied worden begin 2019 door de gemeente geleverd.

 

Dit project kent de volgende risico's:

1. De indexatie van de grondopbrengst

2. De afzetbaarheid van de duurdere vrije sectorwoningen

3. Civieltechnische risico's (kosten bouw- en woonrijpmaken)

Bouwgronden in exploitatie - stand van zaken Land van Winkel

Land van Winkel voorziet in de bouw van 200 woningen in de kern Abcoude in de periode 2015 - 2020. Er worden sociale- en koopwoningen gerealiseerd. Daarnaast heeft het plan ruimte voor een aantal vrije kavels.

 

De verwachting is dat de resterende kavels (32) aan de projectontwikkelaar en de vrije sector kavels van de gemeente (14) in 2018/2019 worden verkocht. Het woonrijpmaken is in 2017 gestart, belangrijk onderdeel van het woonrijpmaken is de realisatie van 20 bruggen binnen het plangebied. In 2020 zal het woonrijpmaken gereed zijn.

 

Het afzetrisico is het grootste risico van dit project. Zolang de marktomstandigheden (in de regio Amsterdam) gunstig blijven is dit risico klein.

Bouwgronden in exploitatie - stand van zaken Vinkveld

Het project Vinkeveld is een uitbreidingslocatie ten zuiden van de kern Vinkeveen en bevat 198 woningen. Alle grond is verkocht. Circa 100 woningen uit fase 1 zijn opgeleverd. De bouw van fase 2 is gestart. De grond in de 3e fase is geleverd en de bouw van dit deelplan is gestart begin 2018.  Het groene geluidsscherm is gerealiseerd. Na oplevering van de woningen kan het woonrijpmaken worden afgerond.  De planning is dat per 31-12-2018 deze grondexploitatie kan worden afgesloten.

Bouwgronden in exploitatie - stand van zaken Stationslocatie Mijdrecht

Met de ontwikkeling van de Stationslocatie Mijdrecht wil de gemeente De Ronde Venen een bijdrage leveren aan de groeiende vraag naar huisvesting voor vergunninghouders en de langdurige vraag van reguliere woningzoekenden door, binnen de randvoorwaarden, een onderscheidend en duurzaam woonmilieu aan Mijdrecht toe te voegen.

 

De gemeenteraad heeft in juni 2017 ingestemd met de resultaten van de haalbaarheidsfase en heeft een nieuwe grondexploitatie vastgesteld. Het voorontwerp bestemmingsplan ligt vanaf 24 november 2017 ter inzage. De planning is dat het bestemmingsplan in het derde kwartaal 2018 aan de raad wordt voorgelegd.

 

De aanbestedingsprocedure is van start gegaan. De selectiefase is in het voorjaar 2018 afgerond. De gunning staat gepland voor eind 2018. In het voorjaar 2018 wordt een samenwerkingsovereenkomst met GroenWest aangegaan. Zodra de aanbesteding is afgerond en de locatie en het aantal van de sociale huurwoningen bekend is, wordt een koopovereenkomst gesloten.

 

Het grootste risico binnen deze grondexploitatie is dat de aanbesteding niet tot resultaat leidt en dat het gebied niet kan worden ontwikkeld op basis van de vastgestelde uitgangspunten.

Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd

De gemeente bezit diverse eigendommen (grond en gebouwen), die niet voor een publieke taak zijn bestemd en waarbij het voornemen is om deze te verkopen. 

 

De volgende eigendommen vallen onder de noemer Eigendommen niet voor de publieke taak bestemd:

  1. Glastuinbouw Wickelhof Mijdrecht
  2. Marickenzijde fase 2 Wilnis
  3. Raadhuislaan 27- 45 (verwachte levering 2e helft 2018)
  4. Bedrijventerrein N201 Mijdrecht
  5. Stationsgebied Abcoude, Bovenkamp 1 - 3
  6. Baambrugse Zuwe 143b, Vinkeveen
  7. Herenweg 196/196a Vinkeveen
  8. Centrum -Oost, Vinkeveen
  9. Poldertrots, Waverveen
  10. Wilnisse Dwarsweg, Mijdrecht
  11. Provinciale weg N201, Mijdrecht
  12. Twistvliedschool, Mijdrecht
  13. Trekvogelschool, Mijdrecht (per eind 2018)
  14. Rondweg 1a, Mijdrecht
  15. Baambrugse Zuwe achter 116, Vinkeveen
  16. Anselmusstraat 40, Mijdrecht (wordt verkocht 2e helft 2018)

 

Indien de boekwaarde van deze percelen lager is dan de getaxeerde waarde is er sprake van een stille reserve. Per 1 januari 2019 bedraagt de stille reserve € 3.802.000.

 

Een verkoop is van invloed op de hoogte van de stille reserve, omdat dan het verkoopresultaat verschuift van de stille reserve naar de algemene reserve. Een overzicht van de stille reserves ligt onder voorlopige geheimhouding ter inzage bij de griffie.

Subsidies

Beleidskader omtrent subsidies

De Ronde Venen ondersteunt veel initiatieven op het gebied van wonen, werken, welzijn, onderwijs, kunst, cultuur, erfgoed, sport, recreëren, enz. Allemaal activiteiten die ten goede komen aan de Rondeveense samenleving. De gemeente doet dit onder andere door het verstrekken van subsidies. Met de paragraaf subsidies geven wij een overzicht van de inzet van financiële middelen voor organisaties en verenigingen die een bijdrage leveren aan de (sociale) infrastructuur van onze gemeente. In 2017 en 2018 zijn in deze paragraaf de subsidies genoemd die in het sociaal domein worden verstrekt. Hieraan zijn nu ook de subsidies voor gemeentelijke monumenten toegevoegd en daarnaast ook de onderwijs en innovatiesubsidies opgenomen.

 

Subsidies zijn geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (titel 4.2). De Awb bepaalt dat subsidies alleen kunnen worden verstrekt als daarvoor een wettelijke basis is. Die wettelijke basis wordt binnen De Ronde Venen gevonden in de ‘Algemene subsidieverordening De Ronde Venen 2017’ (ASV 2017) en de Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden De Ronde Venen 2015’. De raad geeft in de verordeningen het kader voor de subsidieverstrekking, draagt bevoegdheden over aan het college van burgemeester en wethouders en verklaart daar waar nodig de niet dwingende artikelen van de Awb van toepassing.

 

Binnen de gestelde kaders uit de ASV 2017 is het college bevoegd nadere regels op te stellen. Dit zijn de volgende regelingen:

- 'Subsidieregeling De Ronde Venen 2017'; 

- ‘Beleidsregels Subsidie Sportstimulering De Ronde Venen 2014’;

- ‘Beleidsregels Subsidie Gezondheid De Ronde Venen 2015-2018’;

- 'Nadere regels subsidie  peuterspeelzalen en VVE De Ronde Venen 2017';

- ‘Beleidsregels subsidieaanvragen bewoners en bewonersorganisaties’;

- ‘Nadere regels ten aanzien van het eigen vermogen en de reserves van de subsidieontvangers van de gemeente De Ronde Venen 2013’.

 

De beleidsmatige inbreng van de gemeenteraad is door de vaststelling van de begroting gewaarborgd. Daarin geeft de raad aan voor welke beleidsdoelen en criteria het de subsidiegelden beschikbaar stelt. De verantwoording van subsidie door de subsidieontvanger is geregeld in de verordeningen. Voor een subsidie boven € 5.000 moet een aanvraag tot vaststelling worden ingediend. Deze aanvraag wordt beoordeeld op basis van een inhoudelijk verslag en/of financieel verslag.

Samenvatting subsidies 2019

In voorgaande begroting is er reeds een paragraaf subsidies samengesteld. Hierin is steeds een overzicht gegeven van de inzet van financiële middelen voor organisaties en verenigingen die een bijdrage leveren aan de (sociale) infrastructuur van onze gemeente. Dit jaar zijn ook de onderwijssubsidies, monumentensubsidies, innovatiesubsidies en de subsidie geëscaleerde zorg & Veilig thuis toegevoegd aan deze paragraaf. In 2019 is een subsidiebedrag beschikbaar gesteld van in totaal afgerond € 5.909.000. De beschikbare gelden zijn verdeeld over meerdere taakvelden. Dit verschil wordt onderstaand per taakveld nader toegelicht.

Subsidies 2019

Voor 2019 is een totaal van € 5.909.000 aan subsidiegelden gebudgetteerd. Dit is een verschil van € 1.033.000 ten opzichte van voorgaand jaar.  De oorzaak hiervan is dat de taken op het gebied van Jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis per 2019 via een subsidie worden bekostigd. Daarnaast zijn er verschillende verschuivingen naar taakvelden, indexeringen en bijstellingen van budgetten. Onder de tabel is een beschrijving van de verschillende taakvelden weergegeven. Hier worden ook de afwijkingen ten opzichte van 2018 toegelicht.

 

Bedragen in € afgerond

 Budget 2018

(incl. onderdeel Erfgoed,  Onderwijs en Innovatiesubsidies)

Budget 2019

 Verschil

Taakveld Onderwijsbeleid en leerlingzaken 610.000 606.000 -4.000

Taakveld Sportbeleid en activering

188.000 181.000 -7.000

Taakveld Cultuurproductie en cultuurparticipatie

195.000 195.000  0

Taakveld Musea

40.000 40.000 0

Taakveld Cultureel erfgoed

38.000 57.000 +19.000

Taakveld Media

690.000 711.000 +21.000

Taakveld Samenkracht en burgerparticipatie

2.062.000 2.157.000

+95.000

Taakveld Wijkteams

398.000 407.000

+9.000

Taakveld Inkomensregelingen

77.000 90.000

+13.000

Taakveld Arbeidsparticipatie

65.000 65.000

0

Taakveld Maatwerkvoorzieningen 18- / 18+ (o.a. Innovatiebudget) 390.000 213.000 -177.000
Taakveld Geëscaleerde zorg 18-

 

0 1.060.000 +1.060.000
Taakveld Volksgezondheid 123.000 127.000 +4.000

Totaal

4.876.000 5.909.000 +1.033.000

 

- Taakveld  onderwijsbeleid en leerlingzaken

Scholen, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden, VVE-instellingen en maatschappelijke organisaties kunnen een beroep doen op onderwijssubsidie. Het betreft de besteding van geoormerkte rijksmiddelen voor onderwijsachterstandenbeleid en gemeentemiddelen, waarmee de gemeente met name bijdraagt aan projecten op (voor)scholen. Omdat dit een doeluitkering vanuit het Rijk betreft met als het ware een gesloten systeem van uitgaven, zijn deze kosten in het verleden niet opgenomen in de subsidieparagraaf. Vanuit gemeentelijk beleid is er subsidiebudget beschikbaar voor de aansluiting techniekonderwijs en arbeidsmarkt. Voor het bekostigen van de schoolbegeleidingsdiensten aan onderwijsinstellingen wordt er een schoolbegeleidingssubsidie verstrekt.

Binnen het taakveld onderwijsbeleid en leerlingzaken wordt er tevens subsidie verstrekt voor aan kinderopvang en peuterspeelzalen op het gebied van Voorschoolse- en Vroegschoolse Educatie (VVE). VVE programma’s brengen kinderen met een te verwachten taalachterstand extra kennis van de Nederlandse taal bij. Hierdoor krijgen kinderen een goede start voor het basisonderwijs en wordt uitval van onderwijs voorkomen. De subsidie wordt kindgericht verstrekt, dit betekent dat het uiteindelijke subsidiebedrag afhangt van de aantallen kinderen die zijn geplaatst. De afwijking ten opzichte van het budget 2018 is derhalve het resultaat van de ramingen die zijn gemaakt.

 

- Taakveld sportbeleid en activering

Projecten die door middel van een subsidie financieel worden ondersteund dienen sport en bewegen te stimuleren bij (voor het grootste deel) de inwoner van De Ronde Venen. Projecten waarbij in het bijzonder sport en bewegen bij jongeren, ouderen en gehandicapten wordt gestimuleerd, verdienen hierbij aandacht. Het resultaat hiervan is dat meer inwoners een (preventief) gezond leven leiden en participeren in de samenleving. Het budget is bijgesteld naar aanleiding van de uitnutting van de budgetten in eerdere jaren.

 

- Taakveld Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

Delen en beleven van kunst en cultuur versterkt de sociale samenhang, draagt bij aan een aantrekkelijk woonklimaat en ontwikkelt talent. In de Nota Kunst en Cultuur zijn de uitgangspunten vermeld. Deze subsidie wordt ingezet voor cultuureducatie, muziekverenigingen, culturele manifestaties en ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast is er een budget beschikbaar voor eenmalige culturele subsidies en voor de ondersteuning van evenementen, volksfeesten en herdenkingen.

 

- Taakveld Musea

Subsidie bedoeld voor activiteiten gericht op het verwerven, behouden,  presenteren van kunst en cultuur het stimuleren van bezoek aan musea in De Ronde Venen.

 

- Taakveld  Cultureel erfgoed

Eigenaren van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden worden tegemoet gekomen bij het instandhouden van de cultuurhistorische waarden van hun eigendom. In de Kadernota 2019 is aangegeven dat de gemeente zich wil blijven inzetten om de staat van de monumenten in onze gemeente te verbeteren. Het verhogen van het totale subsidiebudget voor restauratie en onderhoud van beeldbepalende panden en gemeentelijke monumenten sluit hierbij aan. Daarnaast is gebleken dat de afgelopen jaren het huidige budget niet toereikend is.

 

- Taakveld Media

Tot dit taakveld behoren de zorg voor fysieke en elektronische cultuurdragers zoals de bibliotheek en de lokale omroep. De verhoging van het budget betreft een indexering van de subsidiebedragen.

 

- Taakveld Samenkracht en burgerparticipatie

Projecten en activiteiten die door middel van een subsidie financieel worden ondersteund dienen er toe bij te dragen dat burgers participeren in de samenleving, dat zij zelfredzaam zijn en in hun eigen kracht komen te staan. Dit bestaat uit subsidies voor welzijnswerk en voorliggende voorzieningen, dorpshuizen, vluchtelingenwerk en integratie, jeugd- en jongerenwerk. De toename van het budget heeft te maken met het in Kadernota 2019 incidenteel toegekende subsidiebudget naar aanleiding van het convenant samen dementievriendelijk. Tevens betreft dit het structureel toekennen van de subsidie zorginfrastructuur.

 

- Taakveld Wijkteams (en loketfuncties)

Vanuit gemeentelijk beleid gericht op sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening gericht op o.a. de onderdelen meedoen en voor jezelf zorgen is er subsidiebudget beschikbaar gesteld voor de servicepunten. Servicepunten dragen bij aan een laagdrempelige toegang tot het Sociaal Domein georganiseerd, met een duidelijke informatie en adviesfunctie. De verhoging van het budget betreft een indexering van de subsidiebedragen.

 

- Taakveld Inkomensregelingen

Inwoners met een laag inkomen beschikken niet altijd over voldoende financiële middelen om zichzelf of het gezin te laten deelnemen aan een sociaal leven met sport, hobby’s of andere activiteiten. Vanuit gemeentelijk beleid is er een subsidiebudget beschikbaar gesteld voor om deelname aan sociale activiteiten in deze gemeente voor iedereen mogelijk te maken. De toename van dit budget ten opzichte van vorig jaar heeft betrekking op het intensiveren van het beleid naar zowel volwassenen en kinderen.


-Taakveld Arbeidsparticipatie

Mee kunnen doen op de arbeidsmarkt valt onder één van de pijlers van de maatschappelijk agenda. Om jongeren zonder startkwalificatie en zonder werk een  plek te bieden van waaruit er sneller uitzicht is op een baan is er in 2019 incidenteel een subsidiebudget beschikkaar voor een leer-werkplaats.

 

- Taakveld Maatwerkdienstverlening 18-/18+

Projecten die vanuit innovatie bijdrage aan de transformatie van het Sociaal Domein worden voornamelijk doormiddel van subsidie bekostigd vanuit het Innovatiebudget. Het betreft hier eenmalige subsidies. Bij de besluitvorming van de Kadernota 2019 is besloten om in 2019 € 150.000 beschikbaar te stellen als innovatiebudget.

Daarnaast is er een structureel subsidiebudget opgenomen voor preventieve maatregelen jeugd van € 62.500. Deze subsidie heeft tot doel om door middel van preventieve maatregelen zwaarder zorg, waar mogelijk te kunnen voorkomen.  In het verleden is dit subsidiebudget voor preventieve maatregelen ingezet voor het uitvoeren van het Familiegroepsplan en Buurtgezinnen.

 

- Taakveld Geëscaleerde zorg 18-

Uitvoering van de taken Veilig thuis, Jeugdbescherming en jeugdreclassering door een gecertificeerde instelling. Deze taken werden tot en met 2018 ingekocht via een leveringsovereenkomst waardoor deze uitgaven voorheen niet in de subsidieparagraaf meegenomen zijn. Vanaf 2019 wordt deze taak via een subsidie bekostigd (hiervoor is een subsidie tender uitgezet) en wordt dit derhalve opgenomen in bovenstaand totaaloverzicht "subsidies 2019". Tevens is het subsidiebudget als gevolg van volumeontwikkeling toegenomen.

 

- Taakveld Volksgezondheid

Voor de uitvoering van diverse Centra voor Jeugd  & Gezin taken (coördinatie, cursussen en het uitvoering pedagogisch bureau) is er een subsidiebudget beschikbaar. De verhoging van het budget betreft een indexering van de subsidiebedragen.